Europese Commissie > EJN > Voorlopige en bewarende maatregelen > Gemeinscheftsrecht

Laatste aanpassing: 20-04-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Voorlopige en bewarende maatregelen - Gemeinscheftsrecht

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


"Ik wil dat er snel maatregelen worden genomen in een andere lidstaat, zonder het definitieve vonnis af te hoeven wachten."

U zult dan de rechter van die lidstaat om een vervroegde tenuitvoerlegging van de beslissing of om beschermende maatregelen moeten vragen. In een groot aantal lidstaten zijn dit soort maatregelen echter beperkt tot het vermogen dat zich in de lidstaat van herkomst bevindt, of is het moeilijk de maatregelen in een andere staat ten uitvoer te leggen.

Verordening (EG) nr. 44/2001 “Brussel I” van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken legt gemeenschappelijke normen vast op het gebied van de bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen. Op het gebied van voorlopige en bewarende maatregelen bevat de verordening twee bepalingen, die wat de toepassing ervan betreft slechts verwijzen naar het nationale recht van de lidstaten:

  • Artikel 31 van de verordening bepaalt dat in de wetgeving van een lidstaat vastgestelde voorlopige of bewarende maatregelen bij de gerechten van die staat kunnen worden aangevraagd, zelfs indien een gerecht van een andere lidstaat krachtens de verordening bevoegd is van het bodemgeschil kennis te nemen. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft echter de mogelijkheden om van dergelijke maatregelen gebruik te maken, beperkt: onder voorlopige of bewarende maatregelen in de zin van artikel 31 van de verordening worden slechts die maatregelen verstaan die, op de terreinen die tot de werkingssfeer van de verordening behoren, bedoeld zijn om een situatie feitelijk of rechtens in stand te houden om de rechten te beschermen waarvan de erkenning langs andere weg voor de rechter in het bodemgeschil wordt gevraagd. Bovendien is de verlening van voorlopige of bewarende maatregelen krachtens artikel 31 van de verordening onderworpen aan de voorwaarde dat er een werkelijke band bestaat tussen het voorwerp van deze maatregel en de territoriale bevoegdheid van de rechter bij wie de zaak in de lidstaat is aangebracht. Daarnaast moet het recht van de verweerder op een contradictoire procedure in acht worden genomen.
  • Artikel 47 van deze verordening bepaalt dat indien een beslissing erkend moet worden overeenkomstig de verordening, de verzoeker zich kan beroepen op voorlopige of bewarende maatregelen waarin de wetgeving van de aangezochte lidstaat voorziet, zonder dat daartoe een verklaring van uitvoerbaarheid, bedoeld in artikel 41, vereist is. De verklaring van uitvoerbaarheid houdt tevens het verlof in bewarende maatregelen te treffen. In lid 3 van artikel 47 wordt daaraan echter toegevoegd dat gedurende de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel overeenkomstig artikel 43, lid 5, tegen de verklaring van uitvoerbaarheid en totdat daarover uitspraak is gedaan, slechts bewarende maatregelen kunnen worden genomen ten aanzien van de goederen van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd.

In het “Programma van maatregelen voor de uitvoering van het beginsel van wederzijdse erkenning van beslissingen in burgerlijke en in handelszaken” van 30 november 2000 zijn verschillende stappen vastgesteld om vooruitgang te boeken op de gebieden die onder verordening “Brussel I” vallen. Als eerste reeks maatregelen die rechtstreeks de wederzijdse erkenning betreffen, wordt beoogd de intermediaire maatregelen verder te verminderen en de beslissingen van de staat van herkomst een grotere werking te doen krijgen in de aangezochte staat. Deze doelstellingen kunnen worden bereikt door:

  1. te voorzien in uitvoerbaarheid bij voorraad: ervoor zorgen dat de beslissing tot uitvoerbaarverklaring in de aangezochte staat zelf uitvoerbaar is bij voorraad, ongeacht of er rechtsmiddelen worden ingesteld. Daarvoor is een wijziging van artikel 47, lid 3, van de verordening “Brussel I” nodig;
  2. te voorzien in conservatoire maatregelen op Europees niveau, door ervoor te zorgen dat een in een lidstaat gegeven vonnis de bevoegdheid inhoudt om op het gehele grondgebied van de Unie conservatoire maatregelen toe te passen op de goederen van de schuldenaar (zie thema "Voorlopige en bewarende maatregelen");
  3. het beslag op banksaldi te verbeteren, bijvoorbeeld door te voorzien in een Europees beslag op banksaldi.

Referentiedocumenten

  • Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
  • Mededeling van de Commissie 98/C 33 aan de Raad en het Europees Parlement: "Naar meer doelmatigheid bij het verkrijgen en uitvoeren van rechterlijke beslissingen binnen de Europese Unie"
  • Ontwerp-programma van maatregelen voor de uitvoering van het beginsel van wederzijdse erkenning van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van 30 november 2000
  • Study on making more efficient the enforcement of judicial decisions within the European Union: transparency of a debtor's assets, provisional enforcement and protective measures, attachment of bank accounts English

« Voorlopige en bewarende maatregelen - Algemene informatie | Gemeinscheftsrecht - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 20-04-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk