Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Zweden

Laatste aanpassing: 04-03-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Zweden

 

INHOUDSOPGAVE

I. De bewijslast I.
1.
a) Hoe is de bewijslast geregeld? a)
b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? b)
2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren? 2.
II. Het leveren van bewijs II.
3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen? 3.
4.
a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan? a)
b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen? b)
5.
a) Welke bewijsmiddelen bestaan er? a)
b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? b)
c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere? c)
d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? d)
6.
a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen? a)
b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren? b)
c) Kan een persoon die weigert te getuigen gestraft worden of gedwongen worden te getuigen? c)
d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen? d)
7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing? 7.
III. De toepasbaarheid van bewijs III.
8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs? 8.
9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs? 9.

 

I. De bewijslast

1.

a) Hoe is de bewijslast geregeld?

Een eenvoudige vuistregel is dat een partij die zich op de rechtsgevolgen van een bepaald feit beroept, dat feit moet bewijzen. Als een van de partijen er een bijzonder belang bij heeft dat een bepaald feit wordt bewezen, wordt de bewijslast doorgaans bij deze partij gelegd. De moeilijkheden die een partij kan hebben om bewijs voor een bepaald feit te leveren, kunnen ook de doorslag geven. Een partij die betaling voor geleverde goederen of terugbetaling van een lening vordert, moet bijvoorbeeld bewijzen dat zij een vordering op de tegenpartij heeft. Als de tegenpartij betoogt dat het bedrag al is betaald, dan rust op haar de bewijslast van het feit dat betaling heeft plaatsgevonden. In schadevergoedingszaken rust de bewijslast in de regel op de benadeelde. In bepaalde omstandigheden kan de bewijslast van een feit worden omgekeerd. Als bijvoorbeeld de eiser in een discriminatiezaak omstandigheden kan aantonen die aannemelijk maken dat hij of zij is gediscrimineerd, moet de gedaagde bewijzen dat er geen sprake was van discriminatie.

Als het overgelegde bewijsmateriaal niet voldoende is, kan de rechter het feit niet aan zijn beslissing ten grondslag leggen. Een belangrijke uitzondering geldt bij het ramen van de omvang van de schade: als het niet mogelijk of uiterst bezwaarlijk is bewijsmateriaal over te leggen in verband met de omvang van de schade, kan de rechter de schade op een redelijk bedrag schatten.

b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt?

Feiten die door de tegenpartij worden erkend, behoeven geen bewijs. De rechter kan dergelijke onbetwiste feiten zonder meer aan zijn beslissing ten grondslag leggen. In bepaalde zaken, bijvoorbeeld over ouderlijke verantwoordelijkheid over een kind, diens woonplaats of omgangsrecht, gelden andere regels. Op grond daarvan toetst de rechter ambtshalve de bewezen feiten, zelfs als de tegenpartij een feit in haar nadeel heeft erkend. In deze gevallen heeft de rechter een bijzondere verantwoordelijkheid voor een feitelijk juiste uitspraak.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Feiten van algemene bekendheid behoeven geen bewijs. Partijen hoeven evenmin de bepalingen van Zweeds recht te bewijzen. Als buitenlands recht wordt toegepast, kan de rechter de partijen echter verzoeken bewijsmateriaal over te leggen van de inhoud van dat recht.

2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren?

De voorschriften voor het gewicht van bewijsmateriaal hangen af van de aard van de zaak. In burgerlijke zaken is de normale vereiste dat het betreffende feit bewezen moet worden en de rechter overtuigd moet zijn. In bepaalde burgerlijke zaken – en onder bepaalde omstandigheden – kunnen de eisen ten aanzien van de bewijskracht minder zwaar zijn. Een voorbeeld daarvan zijn consumentenverzekeringszaken, waarin het voldoende wordt geacht dat het aannemelijker lijkt dat het verzekerde voorval heeft plaatsgevonden dan dat het niet heeft plaatsgevonden.

II. Het leveren van bewijs

3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

De hoofdregel is dat partijen zelf verantwoordelijk zijn voor het leveren van bewijs. In bepaalde gevallen kan de rechter echter zelf bewijsmiddelen aanbrengen, zonder dat dit door partijen is gevraagd. Met name in zaken over ouderlijke verantwoordelijkheid of omgangsrecht kan de rechter bevelen dat het dossier met verdere bewijsmiddelen wordt aangevuld, bijvoorbeeld met een onderzoek door de plaatselijke instellingen voor maatschappelijke zorg. In burgerlijke zaken waar de partijen een bindende schikking kunnen treffen, de zogenoemde schikkingszaken, kan de rechter ambtshalve getuigen horen die nog niet zijn verhoord of beslissen dat tijdens de procedure bepaalde geschriften moeten worden overgelegd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4.

a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

Als een partij de rechter mondeling bewijs aanbiedt, bijvoorbeeld horen van een getuige of ondervragen van een partij onder ede, roept de rechter de te horen persoon op ter terechtzitting te verschijnen, waar het verhoor zal plaatsvinden. Geschriften worden door partijen zelf overgelegd, vaak bij de dagvaarding of de memorie van antwoord. Als een terechtzitting wordt gehouden, moet het bewijs tijdens deze zitting worden geleverd. Dat betekent dat geschriften in beginsel ter terechtzitting moeten worden voorgelezen en de getuige zijn verklaring ten overstaan van de rechter moet afleggen.

b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

De rechter kan het bewijsaanbod afwijzen als het feit dat de partij wil bewijzen niet ter zake dienend is. Dat geldt ook als bewijs niet is vereist of als het bewijs geen effect zou hebben. Daarnaast zijn er regels op grond waarvan schriftelijke getuigenverklaringen enkel in bijzondere uitzonderingsgevallen toelaatbaar zijn.

5.

a) Welke bewijsmiddelen bestaan er?

In Zweden zijn er in beginsel vijf verschillende bewijsmiddelen. Dat zijn:

  • geschriften; 
  • horen van getuigen; 
  • horen van een partij; 
  • horen van deskundigen; 
  • plaatsopneming en bezichtiging.

b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige?

Een getuige kan als regel alleen mondeling en ten overstaan van de rechter worden gehoord. Schriftelijke getuigenverklaringen worden niet toegelaten. Als de rechter ermee instemt, kan de getuige wel aantekeningen meenemen als geheugensteun. In geval van deskundigenbewijs is de hoofdregel dat de deskundige een schriftelijk verslag indient. Op verzoek van een van de partijen wordt de deskundige, als dat ter zake dienend is, ook ter terechtzitting gehoord. Een mondelinge behandeling vindt ook plaats als het van wezenlijk belang is dat de deskundige persoonlijk ten overstaan van de rechter wordt gehoord.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als uitspraak wordt gedaan na een terechtzitting – bijvoorbeeld om getuigen te horen – kan de rechter schriftelijke bewijsmiddelen en deskundigenverslagen in beginsel alleen bij zijn oordeel betrekken als ze ter terechtzitting worden voorgelezen. De rechter kan echter beslissen dat schriftelijke bewijsmiddelen worden geacht te zijn verkregen zonder dat ze ter terechtzitting daadwerkelijk zijn voorgelezen.

c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere?

In Zweden geldt het beginsel van de vrije waardering van bewijs. Dat betekent dat er geen regels zijn voor de bewijskracht van verschillende soorten bewijsmiddelen. In plaats daarvan beslist de rechter, na een onafhankelijke weging van alles wat naar voren is gebracht, wat in de zaak bewezen wordt geacht. In het algemeen wordt echter aan schriftelijke getuigenverklaringen – die in bijzondere gevallen als bewijsmiddel kunnen worden toegelaten – minder overtuigingskracht gehecht dan aan het horen van een getuige ter terechtzitting.

d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

De vrije bewijsleer betekent dat er geen regels zijn die bepalen dat voor het bewijs van bepaalde omstandigheden bepaalde soorten bewijsmiddelen vereist zijn. In plaats daarvan betrekt de rechter alle omstandigheden van het geval bij een globaal onderzoek van de bewijsmiddelen [zie punt 5.c)].

6.

a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

In Zweden geldt een algemene getuigenplicht. Iemand die als getuige wordt opgeroepen, is, bijzondere omstandigheden daargelaten, verplicht een verklaring af te leggen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren?

Echtgenoten zijn niet verplicht te getuigen in zaken waarin de andere echtgenoot partij is. Ook nauwe verwanten of andere personen die met een van de partijen verwant zijn, kunnen niet worden gedwongen een verklaring af te leggen. Daarnaast kan een getuige weigeren een bepaalde vraag te beantwoorden als daardoor bekend zou worden dat hij of zij een strafbaar of oneervol feit heeft begaan. Een getuige hoeft ook geen beroepsgeheimen te onthullen, tenzij daarvoor bijzondere redenen zijn.

c) Kan een persoon die weigert te getuigen gestraft worden of gedwongen worden te getuigen?

Een opgeroepen getuige is verplicht te verschijnen op straffe van een boete. Als de getuige zonder geldige reden (bijvoorbeeld ziekte) niet verschijnt, wordt een boete opgelegd. Bij niet-verschijnen kan de rechter ook bevelen dat de getuige door de politie voor hem wordt gebracht. Ten slotte kan de rechter een getuige die zonder geldige reden weigert een verklaring af te leggen, laten gijzelen.

d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen?

Geestelijken, advocaten, artsen en psychologen kunnen slechts beperkt verklaren over hetgeen hun uit hoofde van hun functie in vertrouwen is meegedeeld. Als de opgeroepen getuige jonger dan 15 jaar is of een mentale handicap of geestelijke stoornis heeft, onderzoekt de rechter of hij of zij, alle omstandigheden in aanmerking genomen, als getuige kan worden gehoord.

7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing?

In de regel wordt een getuige eerst ondervraagd door de partij die hem of haar heeft opgeroepen. Daarna krijgt de tegenpartij de gelegenheid de getuige te ondervragen. Na de ondervraging door de tegenpartij kunnen de oproepende partij en de rechter aanvullende vragen stellen. De rechter kan beletten dat gereageerd wordt op een vraag die duidelijk niets met de zaak van doen heeft, verwarrend is of anderszins ongepast.

Een getuige kan ook per telefoon worden gehoord als dat met het oog op de kosten voor persoonlijke verschijning en het belang ervan passend is. In bepaalde rechtbanken vindt een proef plaats met getuigenverhoor via videoconferencing, waarvoor dezelfde voorwaarden gelden.

III. De toepasbaarheid van bewijs

8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

Het beginsel van de vrije waardering van bewijs betekent dat bewijsmiddelen enkel in zeldzame uitzonderingsgevallen niet worden toegelaten. Dat bewijs onrechtmatig is verkregen, wil dus niet zonder meer zeggen dat het middel in de zaak niet als bewijs mag worden aangevoerd. Dit kan echter wel een rol spelen bij het wegen van de bewijsmiddelen.

9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs?

Partijen mogen niet als getuige optreden. Zij kunnen wel worden gehoord met het oog op het bewijs. In sommige gevallen worden zij onder ede gehoord. De partij is dan strafrechtelijk aansprakelijk voor de verklaring die zij aflegt.

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Zweden - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 04-03-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk