Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Slowakije

Laatste aanpassing: 21-05-2009
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Slowakije

 

INHOUDSOPGAVE

I. De bewijslast I.
1.
a) Hoe is de bewijslast geregeld? a)
b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren? b)
2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren? 2.
II. Het leveren van bewijs II.
3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen? 3.
4.
a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan? a)
b) In welke gevallen kan de rechtbank een bewijsaanbod afwijzen? b)
5.
a) Welke bewijsmiddelen bestaan er? a)
b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten? b)
c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere? c)
d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? d)
6.
a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen? a)
b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren? b)
c) Kan een persoon die weigert te getuigen, worden gestraft of worden gedwongen te getuigen? c)
d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen? d)
7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing? 7.
III. De toepasbaarheid van bewijs III.
8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs? 8.
9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs? 9.

 

I. De bewijslast

1.

a) Hoe is de bewijslast geregeld?

De regel volgens welke de rechtbank een verzoek tot het leveren van bewijs tijdens een zitting toewijst, is gebaseerd op artikel 48, lid 2, van de grondwet.

Indien dit effectiever is, kan het bewijs in een andere rechtbank of buiten de procesgang worden geleverd. Procespartijen hebben het recht bij een dergelijke bewijsvoering aanwezig te zijn.

De partijen zijn verplicht bewijzen in te dienen om hun beweringen te staven. De rechtbank bepaalt welke van de ingediende bewijzen worden behandeld.

Indien dit noodzakelijk is voor de besluitvorming over een zaak, mag een rechtbank in uitzonderingsgevallen andere dan de door partijen ingediende bewijzen behandelen.

De rechtbank kan besluiten de bewijsvoering te laten aanvullen of voor de rechtbank te laten herhalen.

b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren?

Er geldt een uitzondering betreffende de bewijsvoering tijdens een zitting indien is voldaan aan de voorwaarden voor het doen van een uitspraak zonder zitting. Dit geldt in de volgende gevallen: afgifte van een betalingsbevel; een erfrechtverklaring krachtens artikel 175zca van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering; afgifte van een vonnis krachtens artikel 115a van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering - mits dit niet in strijd is met het algemeen belang en indien het mogelijk is uitsluitend op basis van het schriftelijke bewijs dat door partijen is ingediend over de zaak te oordelen, en partijen instemmen met de uitspraak in de zaak zonder dat een zitting heeft plaatsgevonden of uitdrukkelijk afstand doen van hun recht op een openbare zitting over de zaak -; afgifte van een vonnis krachtens artikel 153a van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering - indien de gedaagde de eis of de grondslag van de zaak tijdens de procedure voor de rechtbank erkent of indien de eiser de eis voor de rechtbank intrekt -, en in alle gevallen waarbij een beslissing moet worden genomen over de gegrondheid van een zaak krachtens artikel 214, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, dat wil zeggen:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • indien het beroep is afgewezen krachtens artikel 218;
  • indien de procedure is stopgezet of opgeschort;
  • indien beroep wordt ingesteld tegen een vonnis;
  • in geval van besluitvorming inzake rechtsbevoegdheid, uitspraken over de ontvankelijkheid van acceptatie of verblijf in een instelling voor gezondheidszorg, of doodverklaring;
  • indien een vonnis is vernietigd krachtens artikel 221, lid 1;
  • indien een beroep uitsluitend betrekking heeft op de proceskosten, op aanvullingen op een vordering of de looptijd ervan, of op de prejudiciële uitvoerbaarheid van een vonnis;
  • indien beroep wordt aangetekend tegen een vonnis waarin uitsluitend uitspraak wordt gedaan over het levensonderhoud van een minderjarige.

2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren?

Bij het beoordelen van bewijsmiddelen wordt de rechtbank vrijwel niet beperkt door wettelijke regelgeving inzake de geloofwaardigheid van bepaalde soorten bewijsmiddelen. Hier geldt het principe van onbelemmerde beoordeling van bewijsmiddelen. Slechts in enkele gevallen legt de wet de rechtbank bepaalde beperkingen op ten aanzien van de beoordeling van bewijsmiddelen. Zo geldt een feit ten aanzien waarvan zodanige vermoedens bestaan dat het aantonen van het tegendeel bij wet is toegestaan, voor de rechtbank als bewezen tenzij de onjuistheid hiervan tijdens de procedure wordt aangetoond (artikel 133 van het burgerlijk wetboek).

Documenten die door Slowaakse rechtbanken of andere overheidsorganen op basis van hun bevoegdheid zijn afgegeven en documenten die volgens speciale regels openbaar zijn gemaakt, bevestigen krachtens artikel 134 van het burgerlijk wetboek een verordening of verklaring van de uitgevende instantie en, tenzij het tegendeel is bewezen, de juistheid van hetgeen in deze documenten is verklaard of bevestigd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechtbank is gebonden aan een uitspraak van het constitutionele hof van Slowakije voor de vraag of een rechtsregel in strijd is met de grondwet, met de wet of met een internationaal verdrag dat door Slowakije is ondertekend. De rechtbank is eveneens gebonden aan de uitspraak van het constitutionele hof of het Europese Hof voor de Rechten van de Mens inzake fundamentele rechten en vrijheden van de mens. Verder is de rechtbank gebonden aan uitspraken van bevoegde organen over de vraag of er sprake is van een strafbaar feit, een overtreding of een ander administratief delict dat strafbaar is op basis van specifieke regelgeving. Een rechtbank is echter niet gebonden aan een uitspraak in een dagvaardingsprocedure.

In alle andere gevallen mag een rechtbank uitspraak doen over geschillen die onder de bevoegdheid van andere organen vallen. Als het bevoegde orgaan echter al een uitspraak over een dergelijk geschil heeft gedaan, moet de rechtbank deze uitspraak als uitgangspunt nemen.

II. Het leveren van bewijs

3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

De partijen zijn verplicht bewijzen in te dienen om hun beweringen te staven. De rechtbank bepaalt welke van de ingediende bewijzen worden behandeld.

Indien dit noodzakelijk is voor de besluitvorming over een zaak, mag de rechtbank in uitzonderingsgevallen andere dan de door partijen ingediende bewijzen behandelen. De rechtbank kan eveneens besluiten de bewijsvoering te laten aanvullen of voor de rechtbank te laten herhalen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4.

a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

Een rechtbank wijst verzoeken tot het leveren van bewijs tijdens een zitting toe, tenzij is voldaan aan de voorwaarden voor het doen van een uitspraak zonder zitting.

Partijen hebben het recht om te reageren op verzoeken tot het leveren van bewijs en op alle bewijsmiddelen die tijdens de zitting worden behandeld.

b) In welke gevallen kan de rechtbank een bewijsaanbod afwijzen?

De rechtbank beoordeelt de bewijsmiddelen op basis van haar eigen overwegingen; elk bewijsstuk afzonderlijk en alle bewijsstukken in samenhang. Alle informatie die tijdens de procedure aan het licht komt, waaronder de informatie die door partijen is aangedragen, wordt zorgvuldig in aanmerking genomen.

Voor het hof van beroep geldt een zekere mate van beperking ten aanzien van de behandeling van bewijsmiddelen, indien het hof van beroep niet is gebonden aan de feiten van een zaak wanneer deze reeds zijn vastgesteld door de rechtbank van eerste aanleg. Het hof kan derhalve tot een ander feitelijk oordeel komen. In dat geval mag het hof echter niet afwijken van de beoordeling van de bewijsvoering bij de rechtbank van eerste aanleg. Het mag bewijsmiddelen alleen anders beoordelen dan de rechtbank van eerste aanleg indien het deze bewijsmiddelen opnieuw in behandeling neemt.

5.

a) Welke bewijsmiddelen bestaan er?

Alle middelen waarmee een zaak kan worden verhelderd, kunnen als bewijsmiddel dienen. Enkele voorbeelden zijn: getuigenverhoor, verslag of verhoor van deskundigen, verslagen en antwoorden van instanties, natuurlijke personen en rechtspersonen, documenten, ondervraging van partijen. Als de manier waarop bewijs moet worden geleverd niet is voorgeschreven, zal de rechtbank hier duidelijkheid over geven.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten?

Een getuige is een persoon die niet aan de rechtbank is verbonden en die geen procespartij is, die getuigt over feiten die hij of zij zelf heeft waargenomen. Alleen een natuurlijke persoon mag als getuige optreden.

In zaken die binnen de jurisdictie van civiele rechtbanken vallen, is vaak een deskundigenverklaring vereist over de feiten die de basis vormen voor de besluitvorming over de gegrondheid van de zaak. Daar de besluitvorming over de gegrondheid van een zaak is gebaseerd op de beoordeling van feiten die een bepaalde deskundigheid vereisen, benoemt de rechtbank een deskundige nadat partijen zijn gehoord. In een dergelijke zaak is de rechtbank verplicht een deskundige te benoemen, ook als de rechter zelf voldoende deskundigheid over het onderwerp van een zaak heeft om tot een goed oordeel te kunnen komen. Deze deskundigheid kan niet in de plaats komen van objectieve bevindingen over de feiten van een zaak door een persoon die onafhankelijk is van het besluitvormende orgaan.

De rechtbank heeft tot taak de deskundige de juiste vragen te stellen. Er mogen alleen feitelijke vragen aan de deskundige worden gesteld. Vragen over de juridische beoordeling van het onderwerp van deskundigheid moeten worden vermeden.

De deskundigenverklaring kan door een andere deskundige of een wetenschappelijke of andere instelling worden beoordeeld, indien deze opdracht heeft gekregen een eerder afgelegde verklaring te beoordelen. In de praktijk wordt dit soms aangeduid als een controleverklaring.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechtbank behandelt de deskundigenverklaring op dezelfde manier als alle andere bewijsmiddelen. De opzet van de deskundigenverklaring moet zodanig zijn dat de inhoud ervan en de wettigheid van de gevolgde procedures kunnen worden gecontroleerd.

c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere?

De rechtbank beoordeelt de afzonderlijke bewijsmiddelen op basis van hun betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. De rechtbank wordt niet door wettelijke regelgeving aan banden gelegd als het gaat om de bewijsmiddelen die in behandeling worden genomen. Hier geldt het principe van onbelemmerde beoordeling van bewijsmiddelen. De behandeling van bewijsmiddelen is niet willekeurig. De rechtbank moet al hetgeen tijdens de procedure aan het licht is gekomen, in aanmerking nemen. De rechtbank moet de feiten respecteren en hun onderlinge samenhang vaststellen. Tegelijkertijd is de rechtbank niet gebonden aan enige volgorde van belangrijkheid of bewijskracht van de afzonderlijke bewijsmiddelen.

d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

In zaken waarbij de procedure zonder schikking kan aanvangen en bij procedures inzake toestemming tot het aangaan van een huwelijk, vaststelling of verwerping van afstamming, adoptie, en zaken die betrekking hebben op het handelsregister of op bepaalde zaken betreffende commerciële bedrijven en coöperaties, is de rechtbank verplicht voor de vaststelling van de feiten bewijsmiddelen in aanmerking te nemen die niet door partijen zijn ingediend.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6.

a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Een natuurlijke persoon die daartoe is opgeroepen, is verplicht voor de rechtbank te verschijnen en als getuige op te treden (bepalingen van artikel 126, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Getuigen moeten de waarheid spreken en mogen niets achterhouden.

b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren?

Een getuige mag uitsluitend weigeren bewijs te leveren indien hij zichzelf of zijn naasten hiermee in gevaar brengt. De rechtbank beslist over de wettigheid van de weigering bewijs te leveren. Een getuige mag eveneens weigeren indien hij door zijn functie verplicht is tot geheimhouding en hij met zijn getuigenis informatie zou onthullen die hem op grond van zijn pastorale functie en op voorwaarde van geheimhouding mondeling of schriftelijk is toevertrouwd.

c) Kan een persoon die weigert te getuigen, worden gestraft of worden gedwongen te getuigen?

De rechtbank beslist over de wettigheid van de weigering bewijs te leveren. Tegen deze beslissing van de rechtbank is geen beroep mogelijk. Indien de getuige ondanks de uitspraak van de rechtbank blijft weigeren een verklaring af te leggen, kan de rechtbank krachtens artikel 53 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering een procedurele maatregel nemen die bestaat uit het opleggen van een boete van maximaal 25 000 SKK.

De rechtbank mag middels een vonnis een boete van SKK 50 000 opleggen voor herhaaldelijke belemmering van de rechtbankprocedure.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen?

De rechtbank zal de wettelijk vertegenwoordiger van een organisatie die partij is in een civiele procedure, altijd als procespartij horen in plaats van als getuige.

7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing?

Voordat een getuige wordt gehoord, moet de rechtbank zijn identiteit vaststellen en nagaan of er omstandigheden zijn die van invloed zijn op zijn geloofwaardigheid. Daarnaast krijgt de getuige uitleg over het belang van zijn verklaring, zijn rechten en plichten, en de strafrechtelijke gevolgen van het afleggen van een valse verklaring.

De voorzittende rechter of de enige rechter verzoekt de getuige vervolgens duidelijk te vertellen wat hij van de voorliggende zaak weet. Daarna stelt de rechter de getuige vragen om een zo volledig en helder mogelijke verklaring te verkrijgen. De andere rechters mogen eveneens vragen stellen en, indien de voorzittende of enige rechter hierin toestemt, mogen ook de partijen en de deskundigen vragen stellen.

Voor de vragen die aan de getuige worden gesteld, geldt dat deze niet misleidend of suggestief mogen zijn. De voorzittende rechter mag dergelijke vragen en vragen van een procespartij of deskundige waarin duidelijk een oordeel besloten ligt, verbieden. Tegen een dergelijk verbod is geen beroep mogelijk. Een dergelijk verbod wordt ook opgenomen in het proces-verbaal.

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in het gebruik van nieuwe technologieën voor het horen van getuigen, zoals televisie of videoconferencing.

III. De toepasbaarheid van bewijs

8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

We benadrukken hier nogmaals dat de rechtbank niet door wettelijke regels aan banden wordt gelegd als het gaat om de bewijsmiddelen die in behandeling worden genomen. Hier geldt het principe van onbelemmerde beoordeling van bewijsmiddelen.

9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs?

De rechtbank beoordeelt de handelingen van partijen, hun vertegenwoordigers en andere personen die bij de procedure zijn betrokken altijd op basis van de inhoud en niet op basis van hun rol. Voor handelingen van de partijen geldt het principe van informaliteit. Partijen mogen in principe een procedurele handeling uitvoeren waarbij zij hun overwegingen uitspreken. Zij doen dit uit vrije wil en moeten hiertoe een schriftelijk verzoek indienen of een mondeling verzoek laten registreren dat dezelfde juridische status heeft. Dit verzoek moet altijd expliciet zijn of zodanig dat er geen twijfel kan bestaan over de wens van de partij.

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Slowakije - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 21-05-2009

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk