Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Spanje

Laatste aanpassing: 14-03-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Spanje

 

INHOUDSOPGAVE

1.
1.a) Op welke partij rust de bewijslast? 1.a)
1.b) Zijn er regels krachtens welke bepaalde feiten niet hoeven te worden bewezen? In welke gevallen? Kan men het tegenbewijs leveren van vermoedens? 1.b)
2. In welke mate moet de rechtbank overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel erop te mogen baseren? 2.
3. Kan bewijsverkrijging enkel op verzoek van een partij plaatsvinden of kan de rechter daartoe in bepaalde gevallen ook ambtshalve het initiatief nemen? 3.
4.
4.a) Hoe verloopt de procedure nadat het verzoek van een partij betreffende bewijsverkrijging is ingewilligd? 4.a)
4.b) In welke gevallen kan het gerecht een verzoek van een partij tot bewijsverkrijging afwijzen? 4.b)
5.
5.a) Welke zijn de verschillende soorten bewijsmiddelen? 5.a)
5.b) Welke procedures worden gevolgd voor getuigenverklaringen en verschillen deze procedures van die welke worden gebruikt voor het deskundigenonderzoek? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenverslagen? 5.b)
5.c) Bestaat er een hiërarchie tussen de bewijsmiddelen? 5.c)
5.d) Zijn voor het bewijs van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? 5.d)
6. Zijn getuigen naar Spaans recht verplicht een getuigenis af te leggen? 6.
7. Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen? 7.
8. Welke rol spelen de rechter en de partijen bij het horen van een getuige? 8.
9. Wat is de bewijswaarde van getuigenverklaringen? 9.
10. Kunnen rechtspersonen of instellingen zonder rechtspersoonlijkheid zonder rechtspersoonlijkheid worden gehoord? 10.
11. Hoe worden getuigen gehoord? 11.
12. Welke waarde hebben verklaringen van de eiser en van de verweerder? 12.
13. Hoe worden getuigenverklaringen en antwoorden van partijen tijdens een verhoor met bewijsstukken gestaafd? 13.
14. Hebben onwettig verkregen bewijsmiddelen enige waarde? 14.
15. Kan vóór de procedure bewijs worden verkregen? 15.
16. Waar kan ik verdere informatie verkrijgen over gerechtelijke procedures? 16.

 

Om een recht te laten erkennen voor een rechterlijke instantie, moet het bewijs worden geleverd van de aangevoerde feiten. Dit impliceert dat een beroep wordt gedaan op een procedure waarvan de fases en de timing zijn geregeld.

Voor eenieder die zijn toevlucht wenst te nemen tot de rechterlijke instanties, is het van belang om vooraf zijn kansen in te schatten over het feit of hij in staat is te bewijzen wat hij aanvoert, teneinde te vermijden dat hij tijd en geld (gerechtskosten) verspilt wanneer hij daartoe niet in staat is. In dit verband is het noodzakelijk over enige kennis te beschikken (zelfs al is die zeer algemeen en primair) van de regels die de bewijsfase van de procedure beheersen.

In het Spaans recht wordt de bewijsvoering geregeld in de hoofdstukken V en VI van Titel I (artikelen 281 tot 386) van de Ley de Enjuiciamento (de wet inzake het burgerlijk procesrecht) (Wet 1/2000 van 7 januari 2000), hoewel sommige procedures (die welke zijn ingeleid vóór 8 januari 2001, de datum waarop wet 1/2000 in werking is getreden) nog door de vorige wet inzake het burgerlijk procesrecht (wet van 3 februari 1881) worden beheerst. De nieuwe wet inzake het burgerlijk procesrecht bevat verscheidene algemene bepalingen betreffende bewijs in afdeling XI van de inleiding (technisch gezien de considerans) die van belang kunnen zijn voor eenieder die wenst te weten hoe de Spaanse wetgever de bewijsfase van de procedure ziet.

1.

1.a) Op welke partij rust de bewijslast?

Elke partij die deelneemt aan het proces, moet het bewijs leveren van de feiten die zij aanvoert en waarop haar vorderingen zijn gebaseerd. Daarom moet de eiser het bewijs leveren van de in zijn verzoekschrift vermelde feiten, terwijl de verweerder feiten moet kunnen bewijzen die de juridische doeltreffendheid van de in het verzoekschrift vermelde feiten in de weg staan, ongedaan maken of verzwakken. Dit is een algemene regel die op de bewijslast van toepassing is, behalve wanneer een rechtsregel in  bijzondere criteria voorziet.

De partij waarop de bewijslast rust, is de partij die de nadelige gevolgen van een gebrek aan bewijs ondergaat. Derhalve zal de rechterlijke instantie, wanneer zij een vonnis of soortgelijke beslissing moet uitspreken en de partij de door haar aangevoerde feiten niet heeft bewezen, haar vorderingen afwijzen. Desniettegenstaande zijn de regels betreffende de bewijslast niet gebonden aan starre beginselen, maar zijn zij anders voor elke zaak, afhankelijk van de aard van de aangevoerde of ontkende feiten en van de grotere kans of mogelijkheid die elke partij heeft om bewijs te leveren. In consumentenzaken wordt bijvoorbeeld het opleggen van de bewijslast aan de consument als een oneerlijk beding beschouwd, in welk geval de contractspartij de bewijslast zou moeten dragen.

1.b) Zijn er regels krachtens welke bepaalde feiten niet hoeven te worden bewezen? In welke gevallen? Kan men het tegenbewijs leveren van vermoedens?

De feiten waarop partijen hun vorderingen baseren, moeten worden bewezen. Gewoonterecht en vreemd recht moeten ook worden bewezen, maar gewoonterecht moet niet worden bewezen wanneer de partijen het eens zijn over het bestaan en de inhoud ervan, en dit niet in strijd is met de openbare orde.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Feiten die volledig en algemeen bekend zijn of feiten waarover de partijen het eens zijn, moeten niet worden bewezen, behalve in zaken waarin de partijen geen invloed hebben op het voorwerp van de procedure, dat wil zeggen procedures over de handelingsbekwaamheid van personen, afstamming, nietigverklaring, feitelijke scheiding en echtscheiding, hoederecht en voogdij over minderjarigen en door een ouder van de andere ouder gevorderde alimentatie ten behoeve van minderjarigen, verzet tegen administratieve beslissingen betreffende de bescherming van minderjarigen, en procedures betreffende de nodige toestemming betreffende adoptie.

Bepaalde in de wet vastgestelde vermoedens stellen de partij die van het vermoeden geniet, vrij van het bewijzen van de vermoede feiten. In het geval van dergelijke vermoedens, is het bewijs van het tegendeel toegestaan tenzij dit uitdrukkelijk bij wet wordt verboden. Bij wet vastgestelde vermoedens zijn onder meer: de gezamenlijke eigendom van goederen en geld die elke echtgenoot of beide echtgenoten na het huwelijk hebben verworven, tenzij kan worden bewezen dat deze een van beide echtgenoten afzonderlijk toebehoren, het vermoeden dat echtgenoten samenwonen en het vermoeden dat een vermiste persoon in leven was tot op het ogenblik waarop hij dood werd verklaard.

2. In welke mate moet de rechtbank overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel erop te mogen baseren?

De feiten die de partijen aanvoeren in de dagvaarding en in de repliek moeten worden bewezen en de wijze waarop dat gebeurt, hangt af van de omstandigheden van de zaak, rekening houdend met alle verkregen bewijs en de aard ervan (een openbaar document heeft bijvoorbeeld niet dezelfde waarde als een verklaring van een van de partijen). De afweging van de bewijsmiddelen en de motivering waarom de rechter tot bepaalde conclusies komt, moeten in het vonnis worden opgenomen. Naast rechtstreekse bewijsmiddelen zijn er ook indirecte bewijsmiddelen, hetgeen betekent dat zodra een feit is aanvaard of volledig is bewezen, de rechterlijke instantie mag veronderstellen dat een ander feit waar is op voorwaarde dat er een precies en rechtstreeks verband is tussen de twee feiten. De rechterlijke instantie moet in het vonnis de redenering vaststellen op grond waarvan zij uit het bewezen feit het vermoede feit heeft afgeleid.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3. Kan bewijsverkrijging enkel op verzoek van een partij plaatsvinden of kan de rechter daartoe in bepaalde gevallen ook ambtshalve het initiatief nemen?

Overeenkomstig het beschikkingsbeginsel dat burgerlijke procedures beheerst, moeten de partijen de rechterlijke instantie de bewijsmiddelen voorleggen, die zij tijdens de procedure willen naar voren brengen. De rechter kan echter op eigen initiatief beslissen dat bepaald bewijs alleen kan worden verkregen in de bij wet bepaalde gevallen. Derhalve kan de rechter op de preliminaire zitting in gewone burgerlijke procedures, wanneer hij van oordeel is dat het door de partijen voorgelegde bewijs niet volstaat om de betwiste feiten op te helderen, aan de partijen meedelen voor welke feiten er niet voldoende bewijs zou kunnen zijn en er ook op wijzen welk bewijs de partijen zouden kunnen voorleggen.

In procedures over de handelingsbekwaamheid van personen, afstamming, huwelijk en minderjarigen kan de rechter, ongeacht het bewijs waar de partijen of het Ministerio fiscal (de openbare aanklager) kunnen om vragen, rekening houden met om het even welk bewijs dat hij noodzakelijk vindt om in de procedure een beslissing te nemen.

4.

4.a) Hoe verloopt de procedure nadat het verzoek van een partij betreffende bewijsverkrijging is ingewilligd?

In mondelinge procedures (vorderingen tot 3 000 EUR) gaat de rechter, na het voorleggen en de toelating van de bewijsmiddelen tijdens de hoorzitting, over tot bewijsverkrijging in de eigenlijke procedure.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In gewone procedures (vorderingen van meer dan 3 000 EUR) wordt, na de toelating van de bewijsmiddelen in de preliminaire zitting (waarop ook procedurele kwesties worden geregeld), een datum vastgesteld voor het proces en de bewijsverkrijging wordt tot dan uitgesteld. Getuigen die door de partij zelf niet voor de rechtbank kunnen worden gebracht, worden gedagvaard; deskundigen worden gedagvaard wanneer de partijen opheldering of verduidelijking wensen te krijgen over uitgedrukte standpunten, en instellingen die documenten bezitten die partijen niet bij een verzoekschift of een repliek konden voegen, zullen worden benaderd, op voorwaarde dat de partijen de archieven hebben aangeduid waarin deze documenten zich bevinden. Alle bewijs dat niet moet worden verkregen tijdens het proces (zoals een plaatsbezoek) wordt voorafgaand verkregen. Ingeval het enige op de preliminaire zitting toegelaten bewijs documenten zijn, en deze niet zijn betwist, of wanneer een deskundigenverslag wordt voorgelegd en geen partij om de aanwezigheid van een deskundige heeft verzocht, neemt de rechter een beslissing na de preliminaire zitting, zonder dat een procesdatum moet worden vastgesteld.

De algemene regel bestaat erin dat bewijs wordt verkregen door dezelfde rechter of rechterlijke instantie als die waarbij de zaak aanhangig is, ook wanneer de getuige niet in de regio woont en naar de zetel van de rechtbank moet reizen op de dag vermeld in de dagvaarding (echter wel met het recht om van de partij die hem als getuige voorstelde, de door de rechterlijke instantie vastgestelde overeenkomstige vergoeding te vorderen en onverminderd het latere recht van die partij om dit van de andere partij eventueel terug te vorderen als gerechtskosten). Alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld omwille van de aanzienlijke afstand, kan om rechtshulp worden verzocht om de verklaring af te leggen voor de rechterlijke instantie van de woonplaats van de getuige. In dat geval wordt aan de andere rechterlijke instantie (op nationaal niveau) een rogatoire brief gestuurd of wordt een mechanisme gebruikt dat is opgezet krachtens de regels inzake justitiële samenwerking, afhankelijk van waar de verklaring wordt afgelegd. In dit laatste geval moeten de partijen schriftelijk de te stellen vragen beantwoorden. Videoconferenties worden steeds meer gebruikt en in dat geval is het niet nodig om de vragen vooraf te formuleren en volstaat het om de rechterlijke instantie waar de videoconferentie moet plaatsvinden, daarom te verzoeken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4.b) In welke gevallen kan het gerecht een verzoek van een partij tot bewijsverkrijging afwijzen?

De rechterlijke instantie zal nooit een activiteit die bij wet is verboden, als bewijs aanvaarden en evenmin bewijs dat niet relevant is voor het voorwerp van het proces, noch bewijs dat op grond van redelijke en zekere regels en criteria niet zal bijdragen tot het ophelderen van de betwiste feiten.

Alle bewijsmiddelen waarom niet tijdig is verzocht tijdens het proces, zullen ook worden verworpen.

5.

5.a) Welke zijn de verschillende soorten bewijsmiddelen?

De volgende bewijsmiddelen mogen in processen worden gebruikt: verhoor van de partijen, openbare documenten, particuliere documenten, deskundigenonderzoek, gerechtelijk verhoor, getuigenverklaringen en middelen tot reproductie van woorden, geluiden en beelden, alsook instrumenten die opslag, opzoeking en reproductie van woorden, cijfers, data en mathematische verrichtingen voor boekhoudkundige of andere doeleinden die voor de procedure relevant zijn, mogelijk maken.

5.b) Welke procedures worden gevolgd voor getuigenverklaringen en verschillen deze procedures van die welke worden gebruikt voor het deskundigenonderzoek? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenverslagen?

Als een van de partijen een beroep wenst te doen op deskundigenonderzoek, moet de mening van de deskundige waarop zijn vorderingen zijn gebaseerd, in verzoekschrift of in repliek worden voorgelegd, behalve wanneer dat niet mogelijk is; in dat geval moet zij de meningen van de deskundigen die zij wenst te gebruiken, vermelden. Zij moet deze ter beschikking stellen zodra zij beschikbaar zijn en in ieder geval voordat de preliminaire zitting start in gewone procedures, of voor de hoorzitting in mondelinge procedures. Desniettemin mogen de partijen vragen dat een gerechtsdeskundige wordt aangesteld wanneer een verzoekschrift of repliek wordt neergelegd; in dat geval wordt de mening naderhand gegeven (doorgaans in de periode tussen de preliminaire zitting en het proces, maar voldoende tijdig zodat de partijen het kunnen bestuderen voor de zitting).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In het verzoekschrift of in de repliek moeten geen getuigen worden vermeld aangezien in mondelinge procedures elke partij moet verschijnen op de voor de hoorzitting aangegeven datum met de personen die op het proces moeten getuigen. De partijen moeten de rechter vragen om de getuigen die zij zelf niet konden oproepen, te dagvaarden op het proces, waarbij zij worden bevolen om te verschijnen binnen drie dagen na ontvangst van de dagvaarding. In gewone procedures worden de getuigen die een verklaring zullen afleggen, op de dag van de hoorzitting geïdentificeerd op de preliminaire zitting, waarop, naast procedurele kwesties, de betwiste feiten van de zaak worden bepaald en de bewijsmiddelen worden voorgesteld en aanvaard. (Een uitzondering op dit proces is het wettelijke vereiste om in het verzoekschrift alle getuigen te identificeren die de eiser wenst te horen tijdens de mondelinge procedure die erop gericht is goederen te verwerven voor erfgenamen ingeval niemand die als eigenaar of vruchtgebruiker in bezit heeft.)

Getuigenverklaringen zijn steeds mondeling en worden verkregen op de dag van de procedure (net zoals de aan deskundigen te vragen verduidelijkingen). Op deze regel inzake getuigenverhoor bestaat één uitzondering: wanneer rechtspersonen of openbare instellingen informatie moeten verstrekken over de materiële feiten van de procedure, maar het niet nodig is natuurlijke personen individueel te horen. In dat geval wordt, in plaats van een mondelinge verklaring, een lijst met vragen die de partijen graag beantwoord zien en de rechter pertinent acht, aan de instelling voorgelegd.

Deskundigenoordelen worden steeds schriftelijk gegeven. Na deze te hebben gelezen, beslissen de partijen of het al dan niet nodig is dat de deskundige naar het proces komt om de eventueel noodzakelijke opheldering en toelichting te verschaffen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5.c) Bestaat er een hiërarchie tussen de bewijsmiddelen?

Ja. Openbare documenten leveren het volledige bewijs van de daarin beschreven feiten, handelingen of standen van zaken, alsook van de datum waarop de documenten zijn opgesteld en van de identiteit van de notarissen en personen die betrokken waren bij het opstellen ervan. Wanneer de authenticiteit van een openbaar document wordt betwist, wordt dit geverifieerd en met het origineel vergeleken, waar dat zich ook moge bevinden. Desniettemin bieden de volgende stukken volledig wettelijk bewijs zonder dat dit moet worden geverifieerd of vergeleken, behalve wanneer het tegendeel is bewezen of wanneer er, waar nodig, een vergelijking van handschriften is: oude openbare documenten waarvan geen notariële akte bestaat en elk openbaar document waarvoor het origineel ontbreekt of dat niet is geregistreerd ter controle of ter vergelijking.

Particuliere documenten verschaffen ook volledig bewijs in procedures wanneer zij niet worden betwist door de partij waaraan zij schade toebrengen. Wanneer een particulier document wordt betwist, kan de partij die het heeft opgesteld, om een vergelijking van handschrift verzoeken of enig ander bewijsmiddel dat de authenticiteit ervan kan bewijzen. Als het niet mogelijk is om de authenticiteit van het particuliere document te bewijzen, wordt het onderzocht overeenkomstig de regels van de zuivere kritiek, die ook worden gevolgd bij de beoordeling van het overige verkregen bewijs. Wanneer het document na een betwisting authentiek blijkt te zijn, kan de partij die het heeft betwist, zelfs worden bevolen niet alleen de kosten daarvan te dragen, maar ook een boete.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5.d) Zijn voor het bewijs van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

Er bestaat geen principiële regel op grond waarvan bepaalde methodes moeten worden gebruikt om bepaalde feiten aan te tonen, maar het is logisch dat bijvoorbeeld in het geval van een vordering voor een geldbedrag die voortvloeit uit handelsrelaties tussen de partijen, het bestaan of de betaling van de schuld hoofdzakelijk zal worden bepaald door middel van schriftelijk bewijs.

6. Zijn getuigen naar Spaans recht verplicht een getuigenis af te leggen?

Opgeroepen getuigen zijn verplicht om in de opgegeven procedure of hoorzitting te verschijnen. Wanneer zij dat niet doen, kunnen zij tot het betalen van een boete van 180 tot 600 EUR worden veroordeeld, afhankelijk van een vijfdaagse periode, tijdens de welke zij kunnen worden gehoord. Wanneer de opgeroepen getuige een tweede keer niet verschijnt, is de sanctie niet langer alleen een boete: de getuige begaat dan een minachting van de rechtbank, waarvoor getuigen bij het begin worden gewaarschuwd.

Getuigen zijn bovendien verplicht om te antwoorden op vragen van de partijen die vooraf door de rechterlijke instantie zijn toegestaan. Dit algemene beginsel is niet van toepassing op getuigen die wegens hun professionele situatie de plicht hebben om de feiten waarover zij worden ondervraagd, geheim te houden; in dat geval moet de getuige dit melden en motiveren, en beslist de rechterlijke instantie, rekening houdend met de motivering om niet te antwoorden, wat moet gebeuren met de beoordeling van die feiten en kan zij feiten vrijstellen wat de verplichting om te antwoorden betreft. Wanneer de getuige niet verplicht is om te antwoorden, moet dat worden opgenomen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wanneer de getuige beweert dat de feiten waarover hij wordt ondervraagd, betrekking hebben op een kwestie die wettelijk als vertrouwelijk zijn geclassificeerd of verklaard, moet de rechterlijke instantie in de gevallen waarin het dit nodig acht in het belang van de rechtsbedeling, op eigen initiatief de bevoegde overheid om een officieel document ter bevestiging daarvan vragen. Zodra de rechterlijke instantie heeft onderzocht of de bewering betreffende de vertrouwelijkheid correct is, beveelt het dat dit document in de processtukken wordt opgenomen, met een aanduiding van de vragen die onder de officiële geheimhouding vallen.

Bovendien moet de getuige vóór zijn verklaring door de rechterlijke instantie worden ondervraagd over zijn persoonlijke situatie (familiebanden, vriendschap of vijandschap tegenover de partijen, persoonlijk belang bij de kwestie, enz.), en in het licht van zijn antwoorden kunnen de partijen de rechter hun opmerkingen geven over diens onpartijdigheid.

7. Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen?

Iedereen kan getuige zijn, behalve de personen die permanent hun verstandelijke vermogens ontberen of het gebruik van hun zintuigen (zien, horen, enz.) ontberen, over feiten die zij alleen zouden kennen via het gebruik van die zintuigen.

Minderjarigen jonger dan veertien jaar kunnen getuige zijn wanneer zij volgens de rechter over voldoende maturiteit beschikken om de waarheid te kennen en te spreken.

Volgens Spaans recht verwijst het klassieke begrip getuige naar een natuurlijke persoon, maar dit belet niet dat wettelijke vertegenwoordigers van rechtspersonen als getuige kunnen verschijnen om informatie te verschaffen over feiten waarmee zij via hun functies vertrouwd zijn. Zoals reeds vermeld is in het geval van rechtspersonen en openbare instellingen uitdrukkelijk voorzien in de mogelijkheid om de rechterlijke instantie schriftelijk te informeren.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

8. Welke rol spelen de rechter en de partijen bij het horen van een getuige?

De vragen die door de rechterlijke instantie zijn toegestaan, worden rechtstreeks door de advocaten van de partijen gesteld, waarbij de partij die de getuige heeft voorgesteld, mag beginnen. Zodra de vragen van de advocaat van de partij die de getuigenis heeft voorgesteld, zijn beantwoord, kunnen de advocaten van alle andere partijen de getuige alle andere vragen stellen die zij nodig achten om de feiten op te helderen. Ook de rechter kan de getuige ondervragen met het oog op opheldering en aanvullende informatie.

Op eigen initiatief of op verzoek van een van de partijen kan de rechterlijke instantie een getuige die een verklaring heeft afgelegd die aanzienlijk in tegenspraak is met die van een eerder verhoorde andere getuige of partij, laten confronteren met die getuige of partij.

9. Wat is de bewijswaarde van getuigenverklaringen?

Dit is een kwestie waarover de rechter moet beslissen; hij onderzoekt de getuigenverklaring rekening houdend met de ervaring, de logica, de manier waarop de getuige zijn verklaring onderbouwt, de persoonlijke situatie van de getuige, zijn relatie met de partijen en zijn eventuele belang bij de kwestie.

10. Kunnen rechtspersonen of instellingen zonder rechtspersoonlijkheid zonder rechtspersoonlijkheid worden gehoord?

Ja, via hun wettelijke vertegenwoordigers of via de persoon die namens hen handelde in de betwiste feiten die aan het proces ten grondslag liggen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In de mogelijkheid om vragen te beantwoorden is uitdrukkelijk voorzien voor de nationale overheid, de Comunidades Autónomas (de autonome gemeenschappen), de lokale besturen en andere openbare instellingen.

11. Hoe worden getuigen gehoord?

De getuige moet mondeling en rechtstreeks aan de advocaat van de partij die om het bewijsmiddel vroeg, alle vragen beantwoorden die de rechter relevant heeft bevonden. Nadien mogen de advocaten van de andere partijen de getuige ondervragen, waarbij de advocaat van de deponent laatst aan de beurt komt. Ook de rechter kan de getuige ondervragen met het oog op opheldering en aanvullende informatie.

12. Welke waarde hebben verklaringen van de eiser en van de verweerder?

Tenzij deze in tegenspraak blijken te zijn met de feiten die door andere bewijsmiddelen worden bevestigd, worden door een partij erkende feiten die haar belang schaden, als waar beschouwd wanneer zij daar persoonlijk bij betrokken was. Hetzelfde geldt wanneer een voor een verklaring opgeroepen partij niet verschijnt of wanneer zij, na te zijn verschenen, weigert een verklaring af te leggen of ontwijkende antwoorden geeft. Bovendien moet elke partij die niet verschijnt, een boete betalen van 180 tot 600 EUR.

13. Hoe worden getuigenverklaringen en antwoorden van partijen tijdens een verhoor met bewijsstukken gestaafd?

Mondelinge verklaringen tijdens hoorzittingen en verschijningen worden op een geschikt medium opgenomen dat geluid en beeld kan opnemen en weergeven. De opname gebeurt in opdracht van de griffier van de rechtbank, die verantwoordelijk is voor de bewaring van de geluidsbanden, schijven of toestellen waarop de opnames zijn gemaakt. Voorts stelt de griffier een beknopt verslag op dat beperkt is tot de bijzonderheden inzake tijd en plaats, de verzoekschriften en voorstellen van partijen en de door de rechterlijke instantie genomen beslissingen, alsook de omstandigheden en voorvallen die niet op het medium konden worden opgenomen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Verklaringen kunnen ook via videoconferentie worden afgelegd, op voorwaarde dat de getuige die niet voor de rechter verschijnt, zijn verklaring  aflegt aan de griffier van de rechtbank van de plaats waar hij getuigenis aflegt.

14. Hebben onwettig verkregen bewijsmiddelen enige waarde?

Een bij wet verboden activiteit kan nooit als bewijsmiddel worden toegelaten. Bovendien hebben bewijsmiddelen die direct of indirect werden verkregen door fundamentele rechten en vrijheden te schenden, geen invloed. Met dergelijke bewijsmiddelen houdt de rechterlijke instantie geen rekening bij de beoordeling van de zaak.

Wanneer een van de partijen van oordeel is dat fundamentele rechten werden geschonden bij het verkrijgen of ontdekken van bewijsmiddelen die werden aanvaard, moet zij dit onmiddellijk melden, en de andere partijen zo nodig inlichten. De rechter spreekt zich onmiddellijk uit over de wettigheid van deze bewijsmiddelen.

Wanneer de rechter zelf van oordeel is dat een fundamenteel recht is geschonden bij de bewijsverkrijging, verwerpt hij ambtshalve de bewijsmiddelen.

Deze kwestie, die de rechterlijke instantie ook uit eigen beweging kan opwerpen, wordt geregeld tijdens de procedure of, in het geval van een mondelinge procedure, bij het begin van de hoorzitting, voordat met de bewijsverkrijging wordt begonnen.

15. Kan vóór de procedure bewijs worden verkregen?

Daarin wordt uitdrukkelijk voorzien wanneer er een gerechtvaardigde vrees bestaat dat er tijdens het proces geen bewijs zal kunnen worden verkregen (bijvoorbeeld omdat een getuige of een partij ernstig ziek is, in het buitenland op reis is, enz.). In dat geval kan elke partij de rechter verzoeken om vooraf bewijs te verkrijgen, en als de rechter dit verzoek aanvaardt, wordt het bewijs verkregen in de aanwezigheid van de partijen.

De rechter kan ook om voorzorgsmaatregelen worden verzocht (bijvoorbeeld behoud van goederen) ter voorkoming van de vernietiging of beschadiging van materiële goederen of van een stand van zaken die later voor bewijsverkrijging moet worden gebruikt.

16. Waar kan ik verdere informatie verkrijgen over gerechtelijke procedures?

Op de website van de Consejo General del Poder Judicial español .

Op de website van het Ministerio de Justicia English - español

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Spanje - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 14-03-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk