Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Roemenië

Laatste aanpassing: 19-02-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Roemenië

 

INHOUDSOPGAVE

I. De bewijslast I.
1.
a) Hoe is de bewijslast geregeld? a)
b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren? b)
2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren? 2.
II. Het leveren van bewijs II.
3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen? 3.
4.
a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan? a)
b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen? b)
5.
a) Welke bewijsmiddelen bestaan er? a)
b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten? b)
c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere? c)
d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? d)
6.
a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen? a)
b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren? b)
c) Kan een persoon die weigert te getuigen gestraft worden of gedwongen worden te getuigen? c)
d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen? d)
7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing? 7.
III. De toepasbaarheid van bewijs III.
8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs? 8.
9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs? 9.

 

I. De bewijslast

Voornaamste wetgeving:

Codul civil (burgerlijk wetboek), Codul de procedură civilă (wetboek van burgerlijke rechtsvordering), Codul comercial (wetboek van koophandel), wet nr. 189/2003 betreffende internationale rechtsbijstand in burgerlijke en handelszaken, wet nr. 105/1992 betreffende het internationaal privaatrecht.

1.

a) Hoe is de bewijslast geregeld?

(Op welke partij rust de bewijslast en in welke zaken? Wat gebeurt er als twijfels over een bepaald feit niet kunnen worden weggenomen?)

De eiser moet zijn stellingen bewijzen. Als de verweerder excepties opwerpt om de vorderingen van de eiser te ontkrachten, rust de bewijslast daarvan op de verweerder. In geval van vermoedens verschuift de bewijslast van de persoon in wiens belang het vermoeden werkt naar de wederpartij.

b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren?

Wettelijke vermoedens zijn vermoedens die in de wet zijn neergelegd. Tegen absolute vermoedens is enkel tegenbewijs toegelaten in de vorm van getuigenverklaringen, en soms zelfs dat niet. Er bestaat ook een tussencategorie, of gemengde categorie, van wettelijke vermoedens, die wordt gekenmerkt door het feit dat het vermoeden weliswaar kan worden weerlegd door tegenbewijs, maar enkel met bepaalde bewijsmiddelen, onder bepaalde omstandigheden of door bepaalde personen. Tegen relatieve wettelijke vermoedens is tegenbewijs toegelaten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Notoire feiten (waar het bewijs berust op de algemene bekendheid van een bepaald feit) en het recht, ongeacht de uitdrukkingsvorm, behoeven geen bewijs. Er geldt een onweerlegbaar vermoeden dat alle burgers deze feiten en dat recht kennen.

Degene die zich beroept op een authentieke akte, hoeft geen nader bewijs van de inhoud daarvan over te leggen: een authentieke akte is opgemaakt in overeenstemming met de wet door een daartoe bevoegde ambtenaar die praktiseert in de plaats waar de akte is opgesteld. De meeste authentieke akten worden opgesteld door notarissen of overheidsdiensten, of zijn rechterlijke vonnissen, akten van de burgerlijke stand of documenten die door overheidsorganen zijn afgegeven.

2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren?

(Moet de rechter volkomen overtuigd zijn van het feit of is het voldoende dat het feit zeer waarschijnlijk is, ook al resteert nog enige twijfel?)

Bewijsmiddelen kunnen niet worden gebezigd tenzij zij voldoen aan bepaalde voorwaarden van rechtmatigheid, geloofwaardigheid, relevantie en overtuigingskracht. De eerste regel van bewijslevering is dat bewijsmiddelen moeten worden verkregen vóór aanvang van de mondelinge behandeling ter terechtzitting. De tweede regel is dat bewijs en tegenbewijs zo mogelijk tegelijkertijd moeten worden geleverd.

II. Het leveren van bewijs

3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

Op verzoek van partijen kunnen de volgende bewijsmiddelen worden verkregen: deskundigenbewijs, bewijs door getuigen geleverd door de eiser in de dagvaarding en door de verweerder in zijn memorie van antwoord, of uiterlijk op de eerste rechtsdag; bekentenissen die volgen op een oproeping voor een verhoor op verzoek van de betrokken partij om de wederpartij ertoe te brengen een bepaald feit toe te geven; toegeving (door een bekentenis/een oproeping voor een verhoor).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechter kan de volgende bewijsmiddelen opdragen: deskundigenbewijs, plaatsopneming en bezichtiging, getuigenverklaring, getuigenverhoor enzovoort.

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevat voorschriften voor situaties waarin een document dat een van de partijen als bewijsmiddel wil aandragen, niet in haar bezit is of in het bezit is van de wederpartij, en voor situaties waarin het document door een overheidsorgaan of derde wordt gehouden.

4.

a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

De rechter onderzoekt de toelaatbaarheid van het bewijs dat door partijen is aangeboden en doet vervolgens uitspraak. Hij kan bewijs niet toelaten voordat partijen er een beroep op doen.

De eerste regel van bewijslevering is dat bewijs moet worden verkregen voor aanvang van de mondelinge behandeling ter terechtzitting. De tweede regel is dat bewijs en tegenbewijs zo mogelijk tegelijkertijd moeten worden geleverd.

Het bewaren van bewijsmiddelen is een contentieuze procedure voor het overleggen en bewaren van bewijsmiddelen als het risico bestaat dat zij zullen verdwijnen of er in de toekomst problemen zullen rijzen bij de overlegging ervan. Het fundamentele criterium voor verzoeken tot bewaring van bewijsmiddelen is de dringende noodzaak. Het verzoek wordt behandeld door de rechter van het rechtsgebied waarin het voorwerp van het onderzoek is gelegen of waar de getuige woonplaats heeft.

b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

(Bijvoorbeeld in gevallen waarin de bewijsmiddelen ongeschikt, niet concreet of niet toelaatbaar zijn.)

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De bewijsmiddelen worden geleverd door de eiser in het stuk waarbij de zaak wordt ingeleid en door de verweerder in een memorie van antwoord of uiterlijk op de eerste rechtsdag. Bewijsmiddelen die niet onder deze omstandigheden of uiterlijk op de eerste rechtsdag worden overgelegd, mogen in het proces niet worden gebezigd. In bepaalde situaties wordt de sanctie van uitsluiting van bewijsmiddelen die niet meteen bij aanvang van het proces worden geleverd, echter niet toegepast en kan het bewijs later worden geleverd.

De wet bevat geen bepalingen voor andere middelen om rechtshandelingen of rechtsfeiten te bewijzen. Voor sommige bewijsmiddelen bestaan echter beperkingen (bijvoorbeeld bewijs van rechtshandelingen door getuigen, het verbod op een mondeling verhoor om de gronden voor echtscheiding vast te stellen).

Wat geloofwaardigheid, relevantie en bewijskracht betreft, kunnen bewijsmiddelen worden toegelaten als zij kunnen leiden tot het beslechten van het geschil.

5.

a) Welke bewijsmiddelen bestaan er?

Geschriften, getuigenverklaringen, vermoedens, bekentenis tijdens een verhoor ter terechtzitting, gerechtelijke plaatsopneming en bezichtiging, deskundigenbewijs.

b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten?

Gewoonlijk wordt getuigenbewijs aan het begin van het proces (door de eiser in het inleidende stuk en door de gedaagde in de memorie van antwoord) of uiterlijk op de eerste rechtsdag door de partijen aangeboden. Als bewijsmiddelen niet bij deze gelegenheden worden aangeboden, verliezen de partijen het recht om tijdens het proces bewijsmiddelen over te leggen, tenzij anders is bepaald. In het belang van de waarheidsvinding kan de rechter bewijs verkrijgen zelfs als de partijen daartegen bezwaar maken. Alle rechtshandelingen met een waarde van meer dan 250 RON kunnen enkel door een authentieke of onderhandse akte worden bewezen. Getuigenbewijs tegen of betreffende de inhoud van een akte is niet toelaatbaar. Deze beperking is enkel van toepassing op tevoren verleden akten. Op deze twee beperkingen op de toelaatbaarheid van getuigenbewijs bestaan verschillende belangrijke uitzonderingen: getuigenbewijs is niet toelaatbaar als een procedure voor de levering van schriftelijk bewijs is geopend en als schuldeisers geen schriftelijk bewijs van de schuld kunnen overleggen of het verkregen bewijs niet kunnen bewaren.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als de rechter het voor de vaststelling van bepaalde feiten noodzakelijk acht het oordeel van deskundigen te horen, stelt hij op verzoek van partijen of ambtshalve een of drie deskundigen aan en bepaalt hij de feiten waarover hij hun oordeel wenst en de termijn waarbinnen zij hun bericht moeten overleggen.

Het bewijs wordt ter terechtzitting geleverd, tenzij de wet anders bepaalt. Wanneer het bewijs elders moet worden geleverd, moet het worden verkregen door delegatie aan een gerecht van hetzelfde niveau, of aan een gerecht van een lager niveau als er in de betreffende plaats geen gerecht van hetzelfde niveau is. Als het bewijsmiddel daarvoor geschikt is en de partijen ermee instemmen, kan het gerecht dat het bewijs verkrijgt, bepalen dat partijen niet hoeven te verschijnen.

c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere?

Authentieke akten worden vaak door de partijen benut vanwege de voordelen die zij bieden, waaronder het vermoeden van echtheid ten voordele van degene die een authentieke akte als bewijsmiddel overlegt. De datum van de authentieke akte levert bewijs op totdat het tegendeel is aangetoond. Een authentieke akte waarin een schuld is vastgelegd, is een executoriale titel en kan zonder tussenkomst van een rechter ten uitvoer worden gelegd. Rechtshandelingen waarvan het voorwerp een waarde van meer dan 250 RON heeft, moeten bij authentieke of onderhandse akte worden bewezen, ook als de betreffende stukken vrijwillig worden neergelegd. Getuigenbewijs tegen of betreffende de inhoud van de akte, of betreffende wat voor, tijdens of na het verlijden van de akte is verklaard, is niet toelaatbaar, ook niet als de waarde van de rechtshandeling gelijk is aan of lager is dan 250 RON.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

Alle rechtshandelingen waarvan het voorwerp een waarde van meer dan 250 RON heeft, kunnen enkel door een authentieke of onderhandse akte worden bewezen. Deze beperking is niet van toepassing op materiële feiten: deze kunnen rechtstreeks worden bewezen door de betrokken partijen, door derden of door andere bewijsmiddelen. Er zijn echter ook materiële feiten die, in beginsel, niet door getuigenbewijs kunnen worden bewezen, zoals geboorte, overlijden of koop van goederen door echtgenoten gezamenlijk.

Getuigenbewijs tegen of betreffende de inhoud van een akte is niet toelaatbaar. Deze beperking is enkel van toepassing op tevoren opgestelde akten. In de artikelen 1197 en 1998 van het burgerlijk wetboek zijn enkele belangrijke uitzonderingen op de beperkingen op de toelaatbaarheid van getuigenbewijs neergelegd:

  • getuigenbewijs kan niet worden gebezigd als een procedure voor het verkrijgen van schriftelijk bewijs is geopend;
  • de schuldeiser is niet in staat schriftelijke bewijsmiddelen voor zijn eis over te leggen of het verkregen bewijs te bewaren.

Voor sommige rechtshandelingen is een authentieke akte wettelijk voorgeschreven. Dat geldt bijvoorbeeld voor schenkingen, contractuele hypotheken en eigendomsakten van onroerende zaken.

Op de algemene regel dat onderhandse akten geldig zijn als aan één voorwaarde is voldaan, namelijk dat zij zijn ondertekend door de partij die de verplichting op zich neemt, bestaan enkele uitzonderingen. Een eerste uitzondering zijn de synallagmatische (wederkerige) overeenkomsten: op grond van de wet moeten deze in meerdere exemplaren worden opgemaakt. Een andere uitzondering is het vereiste van een goedkeuring die de geldsom voluit in woorden vermeldt plus ondertekening van een onderhandse akte waarbij een partij zich verplicht een geldbedrag aan een wederpartij te betalen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Onderhandse akten kunnen worden geauthenticeerd (en dwingende bewijskracht tegenover derden verwerven) door ze voor te leggen aan een overheidsdienst, te registreren in openbare registers of door de inhoud ervan te relateren of samen te vatten in akten die door een ambtenaar worden opgesteld.

6.

a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Zie het antwoord op vraag c).

b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren?

[Bijvoorbeeld als een getuige verwant is aan een van de partijen (welke?) of de getuigenverklaring de getuige kan benadelen.]

In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn regels neergelegd voor het leveren van getuigenbewijs, maar niet voor de gronden voor een verschoningsrecht. Zie het antwoord op vraag d).

c) Kan een persoon die weigert te getuigen gestraft worden of gedwongen worden te getuigen?

Als een getuige niet ter terechtzitting verschijnt of weigert een verklaring af te leggen, wordt een boete opgelegd, behalve als de getuige minderjarig is. Er wordt geen boete opgelegd als de getuige een geldige reden heeft om niet aan zijn verplichtingen te voldoen.

De rechter kan een getuige die na de eerste oproeping niet is verschenen, bevelen te verschijnen. Bij dringende zaken kunnen getuigen al bij de eerste oproeping worden bevolen te verschijnen. Als de getuige ook na een rechterlijk bevel niet verschijnt, wordt de procedure voortgezet. De rechter kan ermee instemmen de getuige thuis te verhoren als hij of zij niet in staat is ter terechtzitting te verschijnen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als de partij weigert vragen te beantwoorden die bedoeld zijn om houderschap van het document vast te stellen of als uit de overgelegde bewijsmiddelen blijkt dat het is verborgen of vernietigd, of als houderschap is vastgesteld maar de akte niet wordt overgelegd, houdt de rechter de stellingen van de partij op wier verzoek de akte moest worden overgelegd voor bewezen. Onder dergelijke omstandigheden geldt een feitelijk vermoeden dat de rechter de proceshouding van de partij die voor verhoor was opgeroepen, in aanmerking kan nemen.

De tweede hypothese betreft de situatie waarin het document door een overheidsdienst of andere persoon wordt gehouden. In een dergelijk geval beveelt de rechter dat het document op de vastgestelde dag wordt geproduceerd.

Aan de houder die een document niet overlegt, kan een boete worden opgelegd. Op verzoek van de betrokken partij kan de persoon die opzettelijk of door schuld het document niet overlegt, worden bevolen de door de vertraging veroorzaakte schade te betalen.

Er zijn uitzonderingen op de regel dat de rechter kan bevelen dat documenten worden overgedragen, namelijk kadasterdocumenten en blauwdrukken, gegevens uit openbare registers en originelen van akten die bij gerechten of notarissen zijn gedeponeerd. Al deze akten kunnen echter wel ter plaatse door de rechter worden bestudeerd of door middel van een rogatoire commissie.

d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen?

(Volwassen die niet handelingsbekwaam zijn, minderjarigen, personen die bepaalde belangen met de partijen delen, personen die voor bepaalde strafbare feiten zijn veroordeeld.)

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, met inbegrip van echtgenoten (zelfs als het echtpaar is gescheiden van tafel en bed), curandi en personen die onbekwaam om te getuigen zijn verklaard, en personen die veroordeeld zijn wegens meineed kunnen niet als getuigen worden gehoord of zijn vrijgesteld van de plicht te getuigen.

In zaken over de persoonlijke staat en in echtscheidingzaken kunnen bloed- en aanverwanten echter wel als getuigen optreden. Om ethische redenen mogen verwanten in neergaande lijn in dergelijke zaken niet worden gehoord. Getuigenverklaringen om de gronden voor echtscheiding te bewijzen, zijn niet toegestaan. Curandi, personen die onbekwaam om te getuigen zijn verklaard en personen die zijn veroordeeld wegens meineed, kunnen niet als getuigen optreden.

Geestelijken, artsen, verloskundigen, apothekers, advocaten, notarissen en alle andere beroepsgroepen die wettelijk gehouden zijn vertrouwelijk te behandelen hetgeen hun in hoedanigheid is meegedeeld, kunnen zich verschonen (tenzij zij door de betrokken persoon of autoriteit van hun geheimhoudingsplicht worden ontslagen); datzelfde geldt voor ambtenaren in actieve dienst of voormalige ambtenaren in verband met de geheimen die zij bij de uitoefening van hun ambt hebben leren kennen (tenzij zij door de betrokken persoon of autoriteit van hun geheimhoudingsplicht worden ontslagen) en voor personen die door een bepaalde vraag te beantwoorden zichzelf of anderen aan strafrechtelijke vervolging of publieke minachting zouden blootstellen.

De bepalingen betreffende het horen van bloed- en aanverwanten en echtgenoten (zelfs als het echtpaar is gescheiden van tafel en bed) zijn van regelend recht, aangezien ze in het belang van de partijen zijn vastgesteld. Daarom is bepaald dat bloed- en aanverwanten als getuigen kunnen worden gehoord als de partij ten gunste van wie een dergelijk verschoningsrecht geldt er geen bezwaar tegen heeft.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Curandi, personen die onbekwaam om te getuigen zijn verklaard en personen die zijn veroordeeld wegens meineed, kunnen in geen geval als getuigen optreden.

7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing?

(Wie hoort een getuige? Kan de rechter de getuige vragen stellen? Kan de wederpartij op haar beurt vragen stellen?)

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevat enkele belangrijke regels over het horen van getuigen.

In de eerste plaats roept de rechter de getuige op te verschijnen. Een getuige die niet verschijnt, kan worden beboet. In zaken betreffende rechten op land worden getuigen niet opgeroepen te verschijnen. Het is de taak van de partij die het getuigenbewijs heeft aangeboden ervoor te zorgen dat zij ter terechtzitting aanwezig zijn. De rechter stelt vast in welke volgorde de getuigen worden ondervraagd. Elke getuige wordt apart ondervraagd. Getuigen die nog niet zijn ondervraagd, mogen niet in de rechtszaal aanwezig zijn. Na het verhoor moet de getuige in de rechtszaal blijven totdat de zitting is geëindigd, tenzij de rechter anders bepaalt. Dit is wettelijk voorgeschreven, zodat de al ondervraagde getuige de nog niet gehoorde getuigen niet kan beïnvloeden.

Vóór het verhoor wordt de getuige door de president om de volgende gegevens gevraagd: naam, beroep, woonplaats en leeftijd; of hij/zij een bloed- of aanverwant van een van de partijen is en zo ja, van welke aard de relatie is; of hij/zij in dienstverband staat tot een van de partijen, in een proces tegen een van hen is verwikkeld, wrok tegen een van hen koestert of de belangen van een van hen deelt. Deze gegevens zijn noodzakelijk om de getuige te identificeren en de bewijskracht van zijn verklaring vast te stellen. Een ander wettelijk vereiste is de eed of belofte. Nadat de getuige de eed heeft afgelegd, stelt de president de getuige ervan in kennis dat hij of zij zich blootstelt aan vervolging wegens meineed als hij of zij niet de waarheid vertelt. In het Roemeense burgerlijk procesrecht kunnen getuigen die jonger zijn dan 14 geen eed afleggen. Zij worden aangemaand de waarheid te vertellen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Nadat de getuige zijn verklaring heeft afgelegd, kunnen de partijen vragen stellen. De partij die de getuige heeft aangeboden, krijgt als eerste de kans vragen te stellen, gevolgd door de wederpartij. De getuige mag geen voorbereid antwoord voorlezen, maar met instemming van de rechter kan hij wel aantekeningen meenemen als geheugensteun (enkel voor namen en nummers). Indien de rechter dat noodzakelijk acht, kan de getuige opnieuw worden gehoord. Getuigen kunnen tegenover elkaar worden gesteld als hun verklaringen met elkaar in strijd zijn.

III. De toepasbaarheid van bewijs

8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

(Zoals onrechtmatig geregistreerde geluidsopnamen.)

Een akte die niet authentiek kan zijn omdat de ambtenaar onbevoegd of onbekwaam was of omdat formaliteiten niet in acht zijn genomen, kan als onderhandse akte gelden als ze door de overeenkomende partijen is ondertekend.

Als de echtheid van de akte of de ondertekening wordt betwist, wordt deze vastgesteld aan de hand van een procedure die verificatie van geschriften wordt genoemd. De verificatie van geschriften is de procedure die wordt gevolgd als een partij de inhoud of de ondertekening van een akte ontkent. Na de verificatie kan de rechter zich een oordeel vormen over de echtheid van de akten. Als de rechter na de verificatie van geschriften niet in staat is zich een oordeel te vormen over de echtheid van de akte, wordt een deskundige ingeschakeld.

Een vervalsing wordt vastgesteld via een bijzondere en complexe procedure nadat de betrokken partij persoonlijk of door middel van een vertegenwoordiger met een bijzondere volmacht een rapport heeft neergelegd. De partij die zich van de akte als bewijsmiddel wil bedienen, moet het originele exemplaar overleggen. De rechter kan bevelen dat de zitting wordt geschorst totdat het openbaar ministerie het onderzoek naar de echtheid van de akte heeft afgerond.

9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs?

Als een partij die voor de rechter is gedaagd vanwege een geldschuld de schuld erkent en verklaart dat zij bereid is deze aan de door de rechter aangewezen persoon te betalen, hoeft zij niet in rechte te verschijnen als zij het gevorderde bedrag in bewaring geeft. Als de gedaagde de vordering van de eiser deels erkent, wijst de rechter op verzoek van de eiser een vonnis waarin de vordering deels wordt erkend.

Eisers kunnen tijdens het proces voor de rechter te allen tijde hun eis prijsgeven, zelfs als de gedaagde daartegen bezwaar maakt. De eisen van de gedaagde worden hierdoor niet beïnvloed. Echtscheidingszaken kunnen in elke stand van het geding worden beëindigd door een verzoening van de echtgenoten, zelfs in hoger beroep of cassatie of als het beroeps- of cassatieschrift niet overeenkomstig de wet is gestempeld. De eiser kan echter na de verzoening een nieuwe eis indienen en in dat geval kan hij of zij de oude feiten opnieuw aanvoeren.

Als de persoon die als rechthebbende is aangegeven, de stellingen van de gedaagde erkent en de eiser ermee instemt, kan hij of zij de plaats van de gedaagde innemen en wordt de gedaagde buiten de zaak gesteld. Als een aldus opgeroepen persoon niet in rechte verschijnt of de verschijning van de gedaagde voor de rechter betwist, kan degene tegen wie de vordering is ingesteld in zijn of haar eigen belang interveniëren. Het vonnis is dan bindend voor hem of haar.

Nadere inlichtingen

(Links naar websites enzovoort.)

www.just.ro română

internationale justitiële samenwerking

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Roemenië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 19-02-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk