Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Portugal

Laatste aanpassing: 16-12-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Portugal

 

INHOUDSOPGAVE

I. DE BEWIJSLAST I.
1.
a) Hoe is de bewijslast geregeld? a)
b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren? b)
2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren? 2.
II. HET LEVEREN VAN BEWIJS II.
3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen? 3.
4.
a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan? a)
b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen? b)
5.
a) Welke bewijsmiddelen bestaan er? a)
b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten? b)
c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere? c)
d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? d)
6.
a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen? a)
b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren? b)
c) Kan een persoon die weigert te getuigen bestraft worden of gedwongen worden te getuigen? c)
d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen? d)
7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing? 7.
III. DE TOEPASBAARHEID VAN BEWIJS III.
8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs? 8.
9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs? 9.

 

I. DE BEWIJSLAST

1.

a) Hoe is de bewijslast geregeld?

De regels inzake de bewijslast bepalen welk van de betrokken partijen in een zaak bepaalde feiten moet bewijzen, zodat de geldigheid van het betoog van die partij door de rechter kan worden beoordeeld.

De hoofdregel is op dit terrein de volgende: degene die de rechtsgevolgen van een feit inroept, moet de rechtscheppende feiten bewijzen, of beter gezegd de elementen die normaliter dat recht opleveren.

De wederpartij moet vervolgens aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de factoren die het betwiste recht opleveren in casu opzij worden gezet of worden uitgesloten.

Het is dus aan de partij tegen wie het recht wordt ingeroepen om rechtsverhinderende, rechtswijzigende of bevrijdende feiten aan te tonen. Rechtsverhinderende feiten zijn feiten die een obstakel vormen voor het geldig ontstaan van het recht. Rechtswijzigende feiten zijn feiten die de strekking van het gevestigde recht veranderen. Bevrijdende rechtsfeiten zijn feiten waardoor het recht, dat geldig is ontstaan, weer tenietgaat.

Bij twijfel moeten de feiten als rechtscheppend worden beschouwd. Het bewijs moet dan worden geleverd door de partij die het betrokken recht wil uitoefenen.

In zaken waarin een partij geen veroordeling van de wederpartij vordert, maar enkel een verklaring voor recht dat een bepaald recht of een feit niet bestaat, is het aan de gedaagde (de wederpartij van degene die de zaak aanhangig heeft gemaakt) om de elementen te bewijzen die het gestelde recht opleveren.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In rechtszaken die binnen een bepaalde termijn na de datum waarop de eiser (de partij die de zaak aanhangig heeft gemaakt) op de hoogte is geraakt van een bepaald feit moeten worden aangebracht, moet de gedaagde bewijzen dat deze termijn al is verstreken, tenzij de wet anders bepaalt.

Als de eiser een recht onder opschortende voorwaarde inroept (een onzekere gebeurtenis in de toekomst waarvan de partijen de gevolgen van een rechtshandeling afhankelijk hebben gesteld) of onder opschortende tijdsbepaling (een zekere gebeurtenis in de toekomst waardoor het recht ontstaat), moet de eiser bewijzen dat aan de voorwaarde is voldaan of dat de termijn is verstreken. Als het een recht onder ontbindende voorwaarde betreft (een onzekere gebeurtenis in de toekomst waarvan de partijen de ontbinding van de rechtsbetrekking afhankelijk hebben gesteld) of onder ontbindende tijdsbepaling (een zekere gebeurtenis in de toekomst waardoor het recht vervalt), is het aan de gedaagde te bewijzen dat aan de voorwaarde is voldaan of dat de termijn is verstreken.

De bovenstaande regels worden omgekeerd in geval van een wettelijk vermoeden (gevolgtrekking of conclusie die op grond van de wet wordt afgeleid uit een bekend feit), in geval van vrijstelling van deze regels voor het overleggen van bewijsmiddelen of een geldige bewijsovereenkomst met dezelfde werking, in geval een partij door schuld van de wederpartij niet meer in staat is het bewijsmiddel over te leggen, en in het algemeen in geval de wet dat bepaalt.

Een overeenkomst over de omkering van de bewijslast is ongeldig wanneer het gaat om een onvervreemdbaar recht (waarvan een partij niet kan afzien door een verklaring met die strekking af te leggen) of wanneer het door een dergelijke overeenkomst voor een van de partijen uitzonderlijk bezwarend wordt om haar recht uit te oefenen. Ook een overeenkomst om een wettelijk bewijsmiddel uit te sluiten of een bewijsmiddel toe te laten dat niet in de wet is voorzien, is ongeldig. Als de bewijsrechtelijke bepalingen zijn gebaseerd op overwegingen van openbare orde, zijn dergelijke overeenkomsten onder alle omstandigheden ongeldig.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als bewijs wordt overgelegd door de partij waarop de bewijslast van een bepaald feit rust, kan de wederpartij tegenbewijs leveren om daarover twijfel of onzekerheid te doen ontstaan bij de rechter. In geval van voldoende twijfel moet de partij waarop de bewijslast van het betrokken feit rustte, in het ongelijk worden gesteld.

Als het onzeker is op welke partij de bewijslast rust, moet deze worden toegedeeld aan de partij die voordeel heeft bij het betreffende feit.

b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren?

Sommige feiten hoeven inderdaad niet te worden bewezen.

In de eerste plaats hoeven notoire feiten, dat wil zeggen feiten van algemene bekendheid, niet te worden bewezen.

Een wettelijk vermoeden (hierboven omschreven) ten gunste van een partij hoeft door die partij niet te worden bewezen.

In de regel kunnen wettelijke vermoedens door tegenbewijs worden weerlegd. Er zijn echter situaties waarin de wet weerlegging van een vermoeden niet toelaat. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een derde een recht verkrijgt nadat de gesimuleerde aard van een rechtshandeling is vastgesteld. Hierbij gaat het om situaties waarin partijen een bepaalde rechtshandeling hebben voorgewend met het doel om derden te misleiden; de rechtshandeling en de werkelijke bedoeling van de verklarende partijen kwamen dus niet overeen. De verkrijgende derde wordt in een dergelijk geval geacht niet te goeder trouw te zijn.

Er zijn verschillende soorten vermoedens die door tegenbewijs kunnen worden weerlegd. Bijvoorbeeld:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • de bezitter van een roerende of onroerende zaak met een zorgplicht en iemand die een zorgplicht heeft voor dieren, is aansprakelijk voor schade die de zaak of het dier veroorzaakt, tenzij wordt bewezen dat hem geen verwijt kan worden gemaakt of dat de schade ook zou zijn ontstaan als de bezitter geen verwijt kon worden gemaakt;
  • iemand die schade veroorzaakt door werkzaamheden die uit hun aard of door de gebruikte hulpmiddelen gevaarlijk zijn, moet deze schade vergoeden, tenzij wordt aangetoond dat deze persoon alle voorzorgsmaatregelen heeft getroffen die onder deze omstandigheden noodzakelijk waren om de schade te voorkomen;
  • het is aan een schuldenaar te bewijzen dat de niet-nakoming of tekortkoming in de nakoming van een verbintenis niet aan hem kan worden toegerekend;
  • de bezitter die over een titel beschikt, wordt vermoed te goeder trouw te zijn, maar de bezitter zonder titel wordt niet vermoed te goeder trouw te zijn;
  • een bezitter wordt vermoed het eigendomsrecht te hebben, behalve in geval van een vermoeden ten gunste van een ander op grond van een inschrijving die dateert van voor de aanvang van het bezit;
  • bij conflicterende wettelijke vermoedens op grond van inschrijvingen wordt de onderlinge rangorde bepaald door de wet;
  • de scheidsmuur die twee gebouwen gemeen hebben, wordt vermoed over de gehele hoogte gemeenschappelijk eigendom te zijn wanneer de gebouwen even hoog zijn, en tot aan de hoogte van het laagste gebouw als ze niet even hoog zijn;
  • vrijstaande scheidsmuren tussen landelijke percelen, of tussen patio's en tuinen op stedelijke percelen, worden ook vermoed gemeenschappelijk eigendom te zijn, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Aanwijzingen die het vermoeden van gemeenschappelijk eigendom weerleggen zijn: a) een steunbeer aan slechts één zijde; b) kraagstenen over de gehele lengte van de muur aan slechts één zijde; c) het belendende perceel is aan de andere zijden niet op dezelfde manier ommuurd. In het eerste geval wordt vermoed dat de muur toebehoort aan het perceel waarop de steunbeer zich bevindt; in de andere gevallen wordt hij vermoed toe te behoren aan het perceel waarop de bovengenoemde constructies zich bevinden of waarop de aanwijzingen worden aangetroffen. Als zich over de gehele lengte van slechts één zijde van de muur een constructie uitstrekt, wordt eveneens vermoed dat de muur uitsluitend toebehoort aan de eigenaar van de constructie;
  • de man die op het tijdstip van de geboorte of de verwekking van een kind met de moeder is gehuwd, wordt vermoed de vader van het kind te zijn;
  • als een erfenis onder voorrecht van boedelbeschrijving wordt aanvaard, is de erfgenaam niet aansprakelijk voor de lasten voor zover deze de baten van de geïnventariseerde nalatenschap te boven gaan, tenzij de crediteuren of legatarissen het bestaan van andere vermogensrechten kunnen bewijzen;
  • als een nalatenschap zuiver wordt aanvaard, is de erfgenaam niet aansprakelijk voor lasten voor zover deze de geërfde vermogensrechten te boven gaan. In dit geval is het echter aan de erfgenaam te bewijzen dat er onvoldoende baten in de nalatenschap zijn om de lasten te kunnen voldoen;
  • als een testament is verscheurd of versnipperd, wordt het vermoed te zijn herroepen, tenzij kan worden bewezen dat de beschadiging is veroorzaakt door een ander dan de erflater, dat de erflater niet de bedoeling had het testament te herroepen of dat hij of zij wilsonbekwaam was. De beschadiging wordt vermoed te zijn veroorzaakt door een ander dan de erflater als het testament niet werd aangetroffen bij de bezittingen van de erflater ten tijde van zijn of haar overlijden;
  • als een gelegateerd goed geheel of gedeeltelijk is vervreemd, wordt het legaat vermoed te zijn herroepen; de herroeping heeft rechtsgevolg zelfs als de vervreemding wordt vernietigd op grond van een wilsgebrek van de overdragende partij, of zelfs als de overdragende partij de eigendom met andere middelen opnieuw heeft verkregen. Herroeping van het legaat wordt daarnaast aangenomen door het vormen van een nieuwe zaak uit de gelegateerde zaak, met een andere vorm en naam of van een andere aard, wanneer de zaak door de erflater is bewerkt. Het vermoeden dat de erflater, door het vervreemden of bewerken van de zaak, niet de bedoeling had het legaat te herroepen, kan dus door tegenbewijs worden weerlegd.

2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren?

De rechtbank is vrij in de waardering van het bewijs en de rechter beslist op basis van een behoedzame overweging van alle feiten. De overtuiging van de rechter berust op rationele, gefundeerde redeneringen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Om tot zijn overtuiging te komen, kan de rechter in de regel elk bewijsmiddel gebruiken.

Als de wet echter een vormvereiste stelt voor het bestaan of het bewijs van een juridisch relevant feit, kan daaraan niet voorbij worden gegaan. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de wet schriftelijke bewijsmiddelen voorschrijft of wanneer getuigenbewijs door de wet niet wordt toegelaten.

Het beginsel van de vrije waardering van bewijs wordt ook opzij gezet in geval van een gerechtelijke bekentenis of van een wettelijk vermoeden.

Omdat de rechter niet kan weigeren een uitspraak te doen op grond van aanhoudende twijfel over de feiten in geding, moet hij, wanneer afdoende bewijs ontbreekt, de partij waarop de bewijslast rust in het ongelijk stellen.

II. HET LEVEREN VAN BEWIJS

3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

Het bewijs hoeft niet altijd door een van de partijen te worden geleverd. De wet staat de rechter toe het initiatief te nemen tot het verkrijgen van bewijs.

Het is de verantwoordelijkheid van de rechter alle noodzakelijke maatregelen te nemen of op te dragen, ook ambtshalve, om de waarheid te vinden en de feiten die nodig zijn voor het beslechten van het geschil vast te stellen.

De rechter kan de partijen in elke stand van het geding oproepen om in persoon voor hem te verschijnen om een verklaring af te leggen over de feiten die van belang zijn voor de beslechting van het geding.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechter kan ook bij gemotiveerde beschikking informatie inwinnen wanneer hij van oordeel is dat deze informatie van wezenlijk belang is voor de voortgang van de zaak of om de ware aard van het geschil te doorgronden. Dat is bijvoorbeeld mogelijk bij vertrouwelijke gegevens die bij overheidsorganen berusten.

Het is de verantwoordelijkheid van de rechter om ambtshalve of op verzoek van een van de partijen informatie, technisch advies, plattegronden, foto’s, tekeningen, voorwerpen of andere documenten op te vragen die noodzakelijk zijn voor de waarheidsvinding. Een dergelijk verzoek kan worden gericht aan overheidsorganen, de partijen in het geding of derden.

De rechter kan, wanneer hij dat geraden acht, ambtshalve of op verzoek van een van de partijen, een onderzoek laten doen naar personen of voorwerpen. Daarbij moet het privé- en gezinsleven van de betrokkenen en de menselijke waardigheid worden geëerbiedigd. Het onderzoek moet ertoe strekken duidelijkheid te krijgen over feiten die relevant zijn voor de beslechting van het geschil. De rechtbank kan een plaatselijke gesteldheid opnemen of een reconstructie van gebeurtenissen bevelen, als zij dat noodzakelijk acht.

Als er in de loop van een rechtszaak aanwijzingen zijn dat een persoon die niet als getuige is opgeroepen, op de hoogte is van feiten die van belang zijn voor een juiste beslissing, moet de rechter deze persoon oproepen om een verklaring af te leggen.

De rechter kan ambtshalve een deskundige om advies vragen.

De feiten waarvan de rechtbank vanwege de uitoefening van haar functies kennis heeft, hoeven niet te worden gesteld noch bewezen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechter moet alle overgelegde bewijsmiddelen in aanmerking nemen, ongeacht of ze afkomstig zijn van de partij waarop de bewijslast rustte.

4.

a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

Bewijs wordt in de regel geleverd door de partijen tijdens het onderzoek van de zaak, oftewel in de fase die volgt op die waarin wordt vastgesteld welke feiten moeten worden bewezen. In de regel wordt bewijs tijdens de afsluitende zitting geleverd.

Bij uitzondering kan bewijs ook eerder worden geleverd. Het kan gaan om getuigenverklaringen, deskundigenrapporten of plaatsopneming en bezichtiging. Om van dergelijke bewijsmiddelen gebruik te kunnen maken, moet een gegronde vrees bestaan dat het onmogelijk of uiterst moeilijk zal zijn om tijdens de behandeling van de zaak bepaalde personen te horen of bepaalde feiten later te verifiëren.

Behalve in die gevallen waarin de omstandigheden een andere volgorde rechtvaardigen, begint de bewijslevering tijdens de afsluitende zitting met de verklaringen van de partijen.

Vervolgens worden films vertoond of geluidsopnamen afgespeeld, als die onder de bewijsmiddelen zijn.

Daarna komen eventueel deskundigen aan het woord die op verzoek van een van de partijen of ambtshalve door de rechter zijn opgeroepen.

In de regel wordt bewijs door getuigen tijdens de afsluitende zitting geleverd.

Na de bewijslevering worden de feiten besproken. Tijdens deze bespreking proberen de advocaten de rechter ervan te overtuigen welke feiten hij als bewezen moet beschouwen en welke naar hun mening niet of onvoldoende zijn bewezen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Na deze bespreking trekt de rechtbank zich terug om te overleggen en een beslissing te nemen. Als de rechtbank van oordeel is dat de zaak niet voldoende duidelijk is, kan zij de zitting heropenen om personen te horen en de noodzakelijke maatregelen te treffen om onduidelijkheden op te helderen.

b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

Een bewijsaanbod kan worden afgewezen als het wordt gedaan na de termijn die in de wet is neergelegd.

Bewijsmiddelen die bij wet verboden zijn kunnen evenmin worden toegelaten. Voorbeelden van dergelijke bewijsmiddelen zijn verklaringen van getuigen die niet in staat zijn verklaren omdat hun geestelijke of lichamelijke vermogens tekortschieten, verklaringen van een partij over onbetamelijke of strafbare feiten waarvan de partij wordt beschuldigd, of over niet-persoonlijke feiten of feiten waarvan de verklarende partij geen kennis kan hebben. Tot deze categorie behoren ook verklaringen van getuigen die onrechtmatig een telefoongesprek hebben afgeluisterd, als privédetective zijn opgetreden of informatie hebben verkregen door middel van foltering of vernederende behandeling. Andere bewijsmiddelen die niet worden toegelaten zijn privédagboeken van de wederpartij en alle middelen waarbij mogelijk de persoonlijke levenssfeer en menselijke waardigheid niet zijn geëerbiedigd, of waarbij een staatsgeheim, beroepsgeheim of het dienstgeheim van ambtenaren wordt geschonden.

Met betrekking tot het opheffen van dit geheim, kan een hoger gerecht dan datgene waarin de kwestie aan de orde is gekomen, bevelen de betreffende feiten openbaar te maken vanwege andere belangen met een groter gewicht.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een bewijsaanbod kan worden afgewezen als een ander bewijsmiddel wordt aangeboden dan bij wet is voorgeschreven (bijvoorbeeld wanneer de wet bepaalt dat uitsluitend een bepaald document als bewijsmiddel van een feit kan worden bijgesloten en er wordt aangeboden in plaats daarvan getuigen te horen) of als een in de regels van het burgerlijk procesrecht neergelegde beperking wordt overschreden (als bijvoorbeeld het maximumaantal getuigen voor een bepaald type proces is bereikt, moeten de overige getuigen worden afgewezen).

5.

a) Welke bewijsmiddelen bestaan er?

Bewijsmiddelen zijn:

  1. onroerende of roerende zaken;
  2. vermoedens (in de bovengenoemde zin);
  3. geschriften;
  4. verklaringen van partijen bij het geding, voor zover die gerechtelijke bekentenissen inhouden;
  5. deskundigenrapporten opgesteld door deskundigen met specifieke technische kennis;
  6. plaatsopneming en bezichtiging, dat wil zeggen de directe confrontatie van de rechter met het feit dat moet worden bewezen;
  7. bewijs door getuigen.

b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten?

Er is geen verschil in bewijskracht tussen mondelinge en schriftelijke verklaringen.

In overeenstemming met het beginsel van de vrije waardering van bewijsmiddelen, een algemene regel in het burgerlijk procesrecht, komt de rechter tot zijn overtuiging van de (on)waarheid van een feit door middel van een intern intellectueel proces van rationeel onderzoek van de bewijsmiddelen. De eigen kennis en ervaring van de rechter spelen ook een belangrijke rol. De enkele inachtneming van bepaalde vormvereisten is niet van belang, met name wanneer schriftelijke bewijsmiddelen worden overgelegd om een feit te staven.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In het Portugese burgerlijk procesrecht zijn vereist: onmiddellijkheid (persoonlijk contact tussen de rechter en de verschillende bewijsmiddelen), concentratie (afbakening van een beperkte plaats en tijd en, waar mogelijk, continuïteit van het vergaren van bewijs, het behandelen van de zaak en het wijzen van het vonnis), mondelinge behandeling, en identiteit van de rechter (de rechter moet het gehele onderzoek en de bespreking tijdens de afsluitende zitting bijwonen). Het onderscheid dat in deze vraag wordt gemaakt is in het Portugese recht dus niet relevant.

c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere?

De verschillende bewijsmiddelen hebben volgens de wet inderdaad een uiteenlopende bewijskracht.

De vrije waardering van het bewijs wordt terzijde gesteld, en sommige bewijsmiddelen hebben voorrang boven andere, indien de wet aan een bepaald bewijsmiddel een specifiek belang toekent of als een bepaalde vorm is vereist voor het bestaan of het bewijs van een rechtsfeit. In geval van negatief wettelijk bewijs verbiedt de wet de rechter bepaalde bewijsmiddelen aan zijn beslissing ten grondslag te leggen.

Wat betreft het verkrijgen van bewijs door het horen van getuigen en deskundigen (in de regel alleen tijdens de afsluitende zitting als een mondelinge toelichting op hun schriftelijke deskundigenrapport nodig is), plaatsopneming en bezichtiging, onderzoeksrapporten en documenten waaraan de wet geen bijzondere betekenis toekent, is de rechter vrij in de waardering.

De bewijskracht van getuigenverklaringen kan door de rechter vrij worden vastgesteld. Een getuigenverklaring kan echter niet dienen ter vervanging van een wettelijk voorgeschreven bewijsmiddel, of om de inhoud van bepaalde documenten te weerleggen of aan te vullen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De bewijskracht van verklaringen van deskundigen wordt door de rechtbank vrij gewaardeerd, evenals de resultaten van een plaatsopneming en bezichtiging.

Authentieke akten (akten die door een bevoegde overheidsinstelling of ambtenaar in de uitoefening van zijn of haar bevoegdheden zijn opgemaakt) leveren dwingend bewijs op van de feiten die volgens de akte door deze ambtenaar of instelling zijn verricht en van de feiten die door de opmakende ambtenaar of instelling zijn waargenomen (dat wil zeggen dat de feiten in dergelijke akten alleen kunnen worden weerlegd door tegenbewijs; het is niet voldoende de rechter aan de inhoud van deze documenten te doen twijfelen). Onderhandse akten, waarvan de handtekening of het handschrift door een notaris zijn gewaarmerkt, leveren bewijs op van hetgeen door de opsteller is verklaard, maar argumenten en bewijzen waaruit zou blijken dat een dergelijke akte is vervalst, zijn niettemin toegelaten. De feiten in de verklaring leveren bewijs ten nadele van de verklarende partij op. De verklaring moet echter in haar geheel worden beschouwd.

d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

Dat is in het Portugese recht inderdaad het geval.

Als de wet voor een wilsverklaring een bepaalde vorm voorschrijft, kan een dergelijk document niet worden vervangen door een ander bewijsmiddel of door een ander document, tenzij dit een grotere bewijskracht heeft.

Als de wet een vormvereiste stelt voor het bestaan of het bewijs van een rechtsfeit, kan daaraan niet voorbij worden gegaan.

Dat geldt bijvoorbeeld in de volgende gevallen:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • een leenovereenkomst (een overeenkomst waarin geld wordt geleend of goederen die naar hun soort, hoedanigheid en hoeveelheid kunnen worden gespecificeerd) met een waarde van meer dan 20 000 EUR is enkel geldig als deze bij authentieke akte is gesloten. Een leenovereenkomst met een waarde van meer dan 2 000 EUR is enkel geldig als het document door de schuldenaar is ondertekend;
  • overeenkomsten voor de verkoop of schenking van onroerende zaken zijn enkel geldig als ze bij authentieke akte zijn gesloten.

6.

a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Iedereen, of zij nu partij bij het geding zijn of niet, is verplicht aan de waarheidsvinding mee te werken. Getuigen moeten antwoorden op vragen, meewerken aan de nodige onderzoeken, overleggen wat de rechter hun opdraagt en zijn bevelen uitvoeren.

b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren?

In de volgende situaties kan een getuige zich verschonen (behalve bij vragen die ertoe strekken de geboorte of het overlijden van kinderen vast te stellen):

  • bloedverwanten in de rechte opgaande lijn in zaken met betrekking tot bloedverwanten in de rechte nederdalende lijn, en adoptieouders in zaken met betrekking tot geadopteerde kinderen (en vice versa);
  • schoonouders in zaken met betrekking tot een schoonzoon of dochter (en vice versa);
  • echtgenoten of voormalige echtgenoten in zaken waar een van de partijen de (voormalige) echtgenoot is;
  • samenwonenden of voormalig samenwonenden in zaken waar een van de partijen de (voormalige) partner is.

Het is aan de rechter de betrokkenen erop te wijzen dat zij zich kunnen verschonen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Getuigen die gebonden zijn aan een beroepsgeheim, ambtsgeheim of staatsgeheim, kunnen weigeren te verklaren over feiten die onder dat geheim vallen. Getuigen kunnen zich ook verschonen wanneer zij, door te voldoen aan hun plicht mee te werken met de gerechtelijke autoriteiten, de fysieke of morele integriteit van personen zouden schenden of inbreuk zouden maken op het privé- of gezinsleven, het huisrecht, het briefgeheim of het telefoon- en telegraafgeheim.

c) Kan een persoon die weigert te getuigen bestraft worden of gedwongen worden te getuigen?

Getuigen die weigeren naar behoren mee te werken, worden beboet. In bepaalde gevallen kunnen dwangmiddelen worden ingezet.

Als een getuige zonder goede reden niet ter terechtzitting verschijnt, kan de rechter bevelen dat hij voor hem wordt gebracht en moet hij hem beboeten.

d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen?

Er zijn inderdaad personen van wie geen bewijs kan worden verkregen.

Dat zijn degenen die niet in staat zijn een verklaring af te leggen vanwege een geestelijke stoornis en zij die geestelijk of lichamelijk onbekwaam zijn over de te bewijzen feiten te verklaren.

Het is aan de rechter te beoordelen of opgeroepen getuigen in staat zijn een verklaring af te leggen.

De partijen in het geding kunnen niet tevens als getuigen optreden.

7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing?

Getuigen leggen hun verklaring af op de afsluitende zitting in persoon of door middel van videoconferencing, behalve onder de volgende omstandigheden:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • wanneer het bewijs in een eerder stadium wordt geleverd (bijvoorbeeld wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het onmogelijk of uiterst moeilijk zal zijn om een bepaalde persoon te horen);
  • wanneer bewijs wordt verkregen door middel van een rogatoire commissie aan een Portugees consulaat dat niet over de technische voorzieningen voor videoconferencing beschikt;
  • wanneer bewijs wordt verkregen in een ambtswoning of ambassade (een voorrecht van de Portugese president en buitenlandse diplomaten op voorwaarde van wederkerigheid);
  • wanneer een getuige niet ter terechtzitting kan verschijnen;
  • wanneer gebruik wordt gemaakt van het voorrecht eerst een schriftelijke verklaring af te leggen of wanneer de rechter toestemming geeft voor een schriftelijke verklaring in het licht van de onmogelijkheid of ernstige moeilijkheden om ter terechtzitting te verschijnen. De partijen moeten hiermee instemmen.

De voorzitter van de rechtbank beschikt over alle bevoegdheden om te waarborgen dat de zaak op een zinvolle manier en beknopt wordt behandeld en dat een juiste beslissing wordt genomen. Hij leidt de zitting, handhaaft de orde en het respect voor de instellingen, het recht en de rechtbank, treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de zaak op een waardige en rustige manier wordt behandeld, geeft aanwijzingen aan de advocaten en de openbare aanklager over onduidelijke en aan twijfel onderhevige punten die opheldering behoeven en geeft zo nodig opdracht om feiten die bewezen moeten worden aan te vullen.

De getuige wordt gehoord over de feiten die zijn gesteld of betwist door de partij die de getuige heeft opgeroepen. De getuige legt een nauwkeurige verklaring af en geeft de redenen en omstandigheden aan waarop zijn kennis van de feiten berust. Voor zover mogelijk worden de redenen voor zijn kennis gedetailleerd en gemotiveerd uiteengezet.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als de getuigenverklaring voor een meervoudige rechtbank wordt afgelegd, wordt de getuige ondervraagd door de advocaat van de partij die hem of haar heeft opgeroepen. De advocaat van de wederpartij kan de getuige vragen stellen over de feiten in de verklaring om deze aan te vullen of te verduidelijken.

De voorzitter van de rechtbank moet voorkomen dat de advocaten zich onbehoorlijk gedragen tegenover de getuigen of ongepaste, suggestieve, misleidende of beledigende vragen stellen of opmerkingen maken. Zowel de voorzitter als de leden van de rechtbank kunnen vragen stellen die zij voor de waarheidsvinding geraden achten.

De getuigen worden door de advocaten van de partijen ondervraagd. De leden van de rechtbank kunnen steeds om verduidelijking vragen.

De voorzitter van de rechtbank ondervraagt de getuigen zelf als dit noodzakelijk is om een getuige op zijn gemak te stellen of om een einde te maken aan een ongepaste ondervraging.

Voordat de getuige de vragen beantwoordt, kan hij het dossier raadplegen, verzoeken bepaalde documenten te mogen inzien die in het dossier zijn opgenomen of documenten overleggen om zijn verklaring kracht bij te zetten.

Getuigen die buiten het rechtsgebied van de rechtbank wonen (of niet op het eiland in geval van autonome regio's) worden door de partijen aangeboden wanneer de getuigen zelf hebben verklaard dat zij beschikbaar zijn. Zij kunnen echter ook via videoconferencing worden gehoord in de rechtszaal van de rechtbank van het arrondissement (comarca) waaronder hun woonplaats valt. Als deze rechtbank niet over voorzieningen voor videoconferencing beschikt, kunnen zij worden gehoord vanuit de belangrijkste rechtbank in het ressort (círculo judicial) waaronder hun woonplaats valt.

III. DE TOEPASBAARHEID VAN BEWIJS

8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

De rechter mag onrechtmatig verkregen bewijs niet in aanmerking nemen.

9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs?

Een verklaring van een partij kan bewijs opleveren als het gaat om een gerechtelijke bekentenis, dat wil zeggen als de verklaring in het nadeel is van de verklarende partij en in het voordeel van de wederpartij.

Nadere inlichtingen

Op de volgende websites vindt u nadere informatie:

  • Supremo Tribunal de Justiça English - français - português (Hooggerechtshof)
  • Tribunal Constitucional português (Grondwettelijk Hof)
  • Ministério da Justiça English - português (Ministerie van Justitie)
  • Tribunal da Relação de Lisboa português (Hof van beroep van Lissabon)
  • Tribunal da Relação de Coimbra português (Hof van beroep van Coimbra)
  • Tribunal da Relação de Évora English - français - português (Hof van beroep van Évora)
  • Tribunal da Relação de Porto português (Hof van beroep van Porto)
  • Procuradoria Geral da República português (Procureur-generaal van de Republiek)
  • Bases de dados jurídicos português (Juridische databanken)
  • Centro de Estudos Judiciários English - português (Centrum voor Juridische Studies - organisme bevoegd voor de opleiding van de Portugese magistraten)
  • Direcção Geral da Administração da Justiça English - português (Directoraat-generaal van de Rechterlijke macht - verstrekt met name inlichtingen over de adressen en verdere gegevens van de rechtscolleges en hun territoriale bevoegdheid en geeft toegang tot de pagina van de gerechtsdeurwaarders)
  • Gabinete de Política Legislativa e Planeamento do Ministério da Justiça português (Bureau voor Wetgevingsbeleid en planning van het ministerie van Justitie)
  • Direcção Geral dos Registos e do Notariado português (Directoraat-generaal voor de registratie en het notariaat)
  • Associação Sindical dos Juízes Portugueses português (Beroepsvereniging van de Portugese rechters)
  • Sindicato dos Magistrados do Ministério Público português (Beroepsvereniging van de magistraten van het openbaar ministerie)
  • Ordem dos Advogados português (Orde van advocaten)
  • Base de legislação «on-line» português (Online wetgevingsdatabank - bevat de regelgeving en akten gepubliceerd in reeks I van de Diario da República vanaf 1 januari 1970; verschaft kosteloze toegang tot de wetgeving gepubliceerd in reeks I vanaf 1 januari 2000)
  • Câmara dos Solicitadores português (Kamer van juridisch adviseurs (solicitadores))

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Portugal - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 16-12-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk