Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Nederland

Laatste aanpassing: 13-04-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Nederland

 

INHOUDSOPGAVE

I. De bewijslast I.
1.
a) Hoe is de bewijslast geregeld? a)
b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt ? In welke gevallen ? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren ? b)
2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren? 2.
II. Het leveren van bewijs II.
3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen ? 3.
4.
a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan ? a)
b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen? b)
5.
a) Welke bewijsmiddelen bestaan er? a)
b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten? b)
c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere? c)
d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? d)
6.
a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen? a)
b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren? b)
c) Kan een persoon die weigert te getuigen gestraft worden of gedwongen worden te getuigen? c)
d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen? d)
7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing? 7.
III. De toepasbaarheid van bewijs III.
8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs? 8.
9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs? 9.

 

I. De bewijslast

1.

a) Hoe is de bewijslast geregeld?

In het Nederlandse procesrecht wordt uitgegaan van de hoofdregel ‘wie stelt moet bewijzen’. Anders gezegd: iedere partij zal de feiten die hijzelf aandraagt en heeft moeten aandragen om het door hem beoogde rechtsgevolg te kunnen inroepen, moeten bewijzen . Wel kan uit een bijzondere wettelijke regeling of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere bewijslastverdeling voortvloeien.

De wettelijke bewijsregels uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (art. 149-207 Rv) gelden in dagvaardingsprocedures en zijn ook toepasselijk in verzoekschriftprocedures, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. Zij gelden niet verplicht in kort geding procedures. Ook in arbitragezaken gelden de gewone bewijsregels niet. Partijen kunnen voor wat betreft arbitragezaken echter afspreken dat deze regels wel van toepassing zijn.

b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt ? In welke gevallen ? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren ?

Feiten die door de ene partij zijn gesteld en niet voldoende worden tegengesproken door de andere partij moeten door de rechter als vaststaand worden beschouwd. Een uitzondering hierop is de situatie dat aanvaarding hiervan zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije beschikking staat van partijen. In dat geval kan de rechter wel bewijs verlangen.

Ook van feiten en omstandigheden van algemene bekendheid en van algemene ervaringsregels wordt geen bewijs verlangd. Deze mogen door de rechter worden gebruikt ongeacht of zij zijn gesteld. Met feiten of omstandigheden van algemene bekendheid worden feiten of omstandigheden bedoeld die ieder normaal ontwikkeld mens kent of kan kennen. Algemene ervaringsregels zijn op algemeen weten berustende gevolgtrekkingen. Eveneens hoeven feiten die de rechter zelf waarneemt tijdens het geding, de zogenaamde processuele feiten, niet bewezen te worden.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Soms is in de wet een vermoeden opgenomen. Sommige feiten en omstandigheden worden dan zo waarschijnlijk geacht dat degene die zich hierop beroept deze niet (verder) hoeft te bewijzen. Het is dan aan de wederpartij om tegenbewijs te leveren. Ook de rechter kan met behulp van de algemene ervaringsregels een vermoeden ontlenen omtrent het vaststaan van gestelde feiten. Ook dan staat de mogelijkheid van tegenbewijs open voor de wederpartij.

2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren?

De rechter is vrij in de waardering van het bewijs, tenzij de wet anders bepaalt. Deze uitzondering betreft de regels over de dwingende bewijskracht van bewijsmiddelen. In het geval van dwingend bewijs is de rechter verplicht de inhoud van bepaalde bewijsmiddelen als waar aan te nemen of een bepaalde bewijskracht hieraan toe te kennen. Wel staat ook hier tegenbewijs open.

De rechter kan voorts alleen die feiten aan zijn beslissing ten grondslag leggen, die in voldoende mate overeenkomstig de regels van het bewijsrecht zijn komen vast te staan.

II. Het leveren van bewijs

3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen ?

In bepaalde gevallen (openlegging van boeken, getuigenverhoor) wordt door de rechter de bewijslevering opdragen aan een partij op verzoek van een van de partijen of wordt dit ambtshalve opgedragen, dat wil zeggen op eigen initiatief van de rechter. In beide gevallen wordt een partij met de bewijslevering belast.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Eveneens kan op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een deskundigenonderzoek of een plaatsopneming of bezichtiging door de rechter worden bevolen. Het is de rechter die de deskundige benoemt en aan wie door de deskundige verslag wordt gedaan en het is de rechter die een plaatselijke gesteldheid gaat opnemen. Aan een deskundigenonderzoek zijn partijen verplicht mee te werken

Zowel bij een deskundigenonderzoek als bij een plaatsopneming worden partijen in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken of verzoeken te doen.

4.

a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan ?

Nadat een verzoek tot het leveren van bewijs is toegewezen, zal de rechter een partij tot het bewijs toelaten. Op die partij rust dan de bewijslast. De bewijslast houdt de verplichting in om het bewijs van bepaalde aangegeven feiten te leveren. De wederpartij van de partij die het bewijs moet leveren mag altijd tegenbewijs leveren, tenzij de wet dit niet toestaat.

b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

In geval een partij niet duidelijk aangeeft wat hij aanbiedt te bewijzen of dit aanbod niet terzake dienend is, kan de rechter aan een bewijsaanbod voorbijgaan.

5.

a) Welke bewijsmiddelen bestaan er?

In Nederland geldt de vrije bewijsleer. Dit betekent dat bewijs in principe geleverd kan worden door alle middelen, tenzij de wet anders bepaalt. In de wet wordt een aantal bewijsmiddelen genoemd. Dit zijn:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

- akten en vonnissen

- openlegging van boeken, bescheiden en geschriften

- getuigenverhoor

- bericht of verhoor van deskundigen

- plaatsopneming en bezichtiging.

b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten?

Bewijs door getuigen moet door de wet worden toegestaan en vindt plaats op verzoek van een van de partijen of wordt op initiatief door de rechter aan een van de partijen opgedragen. Ook partijen kunnen als getuige optreden (zie hierna ook onder 9). In het geval van een getuigenverhoor zijn het de partijen die de getuigen aanwijzen.

Bewijs door middel van getuigen vindt plaats in de vorm van een getuigenverhoor. Een getuigenverhoor vindt plaats ter terechtzitting en is mondeling. Een getuigenverklaring kan alleen tot bewijs dienen voorzover deze verklaring betrekking heeft op feiten die door de getuige zelf zijn waargenomen. Een partij die verzoekt getuigenbewijs te mogen leveren, zal daartoe worden toegelaten wanneer de feiten waarvoor het bewijs wordt aangeboden betwist zijn en tot de beslissing van de zaak kunnen leiden.

Op verzoek van een van de partijen of op eigen initiatief van de rechter kan ook een deskundigenbericht of verhoor plaatsvinden (art. 194 Rv). Het kan gaan om een schriftelijk bericht of een mondeling verslag. In het geval van een schriftelijk bericht wordt door de rechter een termijn bepaald waarbinnen het deskundigenbericht moet worden ingeleverd. In het geval het om een mondeling bericht gaat zal op de bepaalde dag van de terechtzitting door de deskundige mondeling verslag worden gedaan.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In het geval van een deskundigenonderzoek wordt de deskundige, na overleg met de partijen, door de rechter aangewezen. Bij een deskundigenbericht spelen vooral ook de eigen wetenschap en ervaring van de deskundige een rol. Ten aanzien van de honorering van een verzoek tot het houden een deskundigenonderzoek is de rechter vrij.

b) Ook zonder bewijsopdracht kunnen partijen steeds schriftelijke stukken in het geding brengen. Schriftelijk bewijs kan betrekkelijk eenvoudig worden geleverd door aan een processtuk een kopie van het geschrift te hechten. Hierdoor wordt de gewone gang van zaken bij de procedure niet onderbroken. In het geval van een deskundigenbericht of verhoor vindt eerst een beslissing van de rechter plaats die de bewijslevering inleidt en waarvoor termijnen worden gesteld (zie ook a).

c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere?

Er is een onderscheid in dwingend bewijs en niet-dwingend bewijs. Indien er sprake is van dwingend bewijs moet de rechter de inhoud van het bewijsmiddel voor waar aannemen dan wel de bewijskracht erkennen die de wet eraan verbindt. Tegenbewijs is ook tegen dwingend bewijs toegestaan, tenzij de wet dit uitsluit. Dwingend bewijs zijn bijvoorbeeld authentieke akten en strafvonnissen.

Bij het niet-dwingende bewijs is de rechter vrij om hiervan zelf de bewijskracht vast te stellen.

d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

In bepaalde gevallen geldt een geschrift als uitsluitend bewijsmiddel. Een voorbeeld is het bewijzen van een niet-professionele borgtocht. In bepaalde gevallen geldt het geschrift ook als ontstaansvereiste voor het bestaan van een bepaald recht. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan het bestaan van huwelijkse voorwaarden en testamenten waarvoor een notariële akte is vereist.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6.

a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Het uitgangspunt is dat een ieder die daartoe op wettige wijze is opgeroepen, verplicht is een getuigenis af te leggen. Dit houdt in dat de getuige verplicht is om te verschijnen ter terechtzitting en aldaar een verklaring af te leggen.

b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren?

In bepaalde gevallen kan een persoon zich verschonen van zijn getuigplicht.

Het verschoningsrecht aan personen die een nauwe persoonlijke relatie hebben met één van de partijen, het familiale verschoningsrecht. Hiertoe behoren de (ex-)echtgenoot of (ex-)geregistreerd partner van een partij, de bloed- of aanverwanten van een partij of van de echtgenoot of de geregistreerd partner van een partij tot de tweede graad ingesloten, zoals de ouder(s), kind(eren), grootouder(s), kleinkind(eren), broer(s), zus(sen).

Daarnaast bestaat het functionele verschoningsrecht. Hierop kunnen personen een beroep doen die door hun ambt, beroep of betrekking verplicht zijn tot geheimhouding over wat hun in die hoedanigheid is toevertrouwd. Voorbeelden zijn geestelijken, medici, advocaten en notarissen.

Tenslotte kan de getuige zich ook beroepen op het verschoningsrecht voor wat betreft het beantwoorden van een specifieke vraag als hij door beantwoording zichzelf of een persoon, zijnde een bloed of aanverwant in de rechte lijn of zijlijn in de tweede of derde graad, of zijn (ex-)echtgenoot of (ex-)geregistreerd partner zou blootstellen aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf (art. 165 lid 3 Rv).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

c) Kan een persoon die weigert te getuigen gestraft worden of gedwongen worden te getuigen?

Indien een getuige die per aangetekende brief is opgeroepen niet ter terechtzitting verschijnt, bepaalt de rechter op verzoek van de belanghebbende partij een dag waartegen de getuige per exploot kan worden opgeroepen. Wanneer de getuige dan nog niet verschijnt, kan rechter bevelen dat hij door de openbare macht voor hem wordt gebracht. Indien een verschenen getuige weigert om een verklaring af te leggen, kan hij op verzoek van de belanghebbende partij door de rechter in gijzeling worden gesteld. De verzoekende partij zal ook de kosten van de gijzeling moeten betalen. De rechter zal een gijzeling alleen toelaten indien hij van mening is dat voor het vinden van de waarheid de gijzeling wordt gerechtvaardigd.

d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen?

In beginsel is niemand uitgesloten van de verplichting om te getuigen, met uitzondering van de personen die zich terecht kunnen beroepen op het verschoningsrecht (zie hiervoor het antwoord op vraag 6b).

7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing?

Het is de rechter die de getuigen hoort. Hij hoort ieder van de getuigen buiten tegenwoordigheid van de eveneens ter terechtzitting verschenen getuigen die nog niet zijn gehoord, tenzij het gaat om een partijgetuige. Partijen en hun raadslieden kunnen voorts aan de getuigen vragen stellen. De rechter kan ambtshalve of op verzoek van een partij getuigen tegenover elkaar of tegenover partijen stellen. De rechter kan naar aanleiding van de getuigenverklaring aan partijen vragen stellen en ook partijen kunnen elkaar vragen stellen.

De Nederlandse bewijsregels bevatten geen regeling over videoconferencing. Aan een verzoek op grond van artikel 10, derde lid, van de EG-bewijsverordening om gebruik te maken van videoconferencing zal in het algemeen kunnen worden voldaan. Het Nederlandse recht sluit een dergelijke vorm niet uit en er bestaan in beginsel geen grote praktische moeilijkheden om deze vorm te realiseren.

III. De toepasbaarheid van bewijs

8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

Onrechtmatig bewijs kan worden onderdeeld in onrechtmatig verkregen bewijs en onrechtmatig gebruikt bewijs. Het feit dat bewijs onrechtmatig verkregen is, wil niet zeggen dat het gebruik van het middel onrechtmatig is. Het is steeds aan het oordeel van de rechter of om aan de hand van de omstandigheden van het geval te beslissen of al dan niet sprake is van onrechtmatig bewijs.

9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs?

Partijen kunnen worden gehoord als partij in een geding. In zo’n geval zal de afgelegde verklaring geen bewijs in het voordeel van de als getuige gehoorde partij kunnen opleveren, tenzij de verklaring tot doel heeft onvolledig bewijs aan te vullen (art. 164 Rv).

Nadere inlichtingen

De hierboven genoemde informatie is deels te vinden in de artikelen 149-207 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.

- klik op wet- en regelgeving

- typ in: burgerlijke rechtsvordering (onder nr. 3 in titel)

- kies: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

In internationaal verband kan gewezen worden op de EG-bewijsverordening (Verordening (EG) Nr. 1206/2001 van de raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken) en op het Haags Bewijsverdrag 1970 (Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en handelszaken, ’s-Gravenhage, 18 maart 1970)

Zie voor de tekst van de Verordening en voor de tekst van het Haags Bewijsverdrag 1970 .

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Nederland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 13-04-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk