Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Letland

Laatste aanpassing: 27-02-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Letland

 

INHOUDSOPGAVE

I. De bewijslast I.
1.
a) Hoe is de bewijslast geregeld? a)
b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren? b)
2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren? 2.
II. Het leveren van bewijs  II.
3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen? 3.
4. Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan? 4.
a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan? a)
b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen? b)
5.
a) Welke bewijsmiddelen bestaan er? a)
b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten? b)
c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere? c)
d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? d)
6.
a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen? a)
b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren? b)
c) Kan een persoon die weigert te getuigen gestraft worden of gedwongen worden te getuigen? c)
d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen? d)
7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing? 7.
III. De toepasbaarheid van bewijs III.
8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs? 8.
9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs? 9.

 

I. De bewijslast

1.

a) Hoe is de bewijslast geregeld?

Iedere partij is verantwoordelijk voor het aantonen van de feiten waarop zijn eis of verweer berust. De eiser dient zijn of haar eisen te onderbouwen en de verweerder zijn of haar verweer.

Bewijs wordt geleverd door de partijen in het geding en andere betrokkenen bij de zaak. Indien het de partijen of andere bij de zaak betrokkenen redelijkerwijs onmogelijk is bewijs te leveren, kan de rechter op een met redenen omkleed verzoek besluiten eigener beweging bewijs te verkrijgen.

b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren?

Indien de rechter vaststelt dat een feit algemeen wordt erkend, is geen bewijs vereist.

Voorts behoeven feiten die middels een in een civielrechtelijke procedure rechtsgeldig gewezen vonnis zijn vastgesteld niet nogmaals te worden bewezen tijdens de behandeling van andere civielrechtelijke zaken waarbij dezelfde partijen zijn betrokken.

Een vonnis dat in een strafrechtelijke procedure is gewezen, bindt de rechter slechts voorzover deze een zaak behandelt inzake de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de persoon op wie de strafrechtelijke uitspraak betrekking heeft, wat betreft de vraag of het strafbare feit heeft plaatsgevonden en door dezelfde persoon is begaan.

Feiten die geacht worden ingevolge de wet te zijn vastgesteld, behoeven niet te worden bewezen. Er bestaan algemene procedures ter betwisting van een dergelijk aanname.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Ingevolge de Wet op de burgerlijke rechtsvordering behoeft een partij geen feiten te bewijzen die niet door de wederpartij worden betwist.

2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren?

De waardering van het bewijs door de rechter is gebaseerd op integraal, volledig en objectief geverifieerd bewijs, dat tijdens terechtzittingen wordt beoordeeld op grond van juridische criteria, met gebruikmaking van de regels der logica, wetenschappelijke gevolgtrekkingen en waarnemingen die op ervaring berusten. De rechter dient in zijn uitspraak te motiveren waarom een bepaald bewijsmiddel zwaarder weegt dan een ander en waarom bepaalde feiten bewezen worden geacht en andere niet.

II. Het leveren van bewijs 

3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

In de Wet op de burgerlijke rechtsvordering is vastgelegd dat de partijen verantwoordelijk zijn voor de bewijslevering. Ook voorziet de wet in bepaalde situaties waarin de rechter eigener beweging bewijs verkrijgt (zoals indien de zaak de belangen van een kind betreft). Indien de rechter oordeelt dat ter zake van door een der partijen gestelde feiten geen bewijs is geleverd, stelt hij de partijen hiervan in kennis en stelt hij, indien nodig, een termijn vast voor de productie van dergelijk bewijs.

4. Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

Schriftelijk bewijs en concrete bewijsstukken worden door de partijen bij het geding aan de rechter voorgelegd. Indien een der partijen zich op mondeling bewijs beroept, roept de rechter de door de partijen aangewezen getuigen op voor een terechtzitting om hun verklaringen te horen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

De rechter staat alleen bewijsmiddelen toe waarin de wetgeving voorziet en die voor de zaak van belang zijn. De rechter kan bewijs afwijzen dat later dan zeven dagen vóór de terechtzitting is ingediend, tenzij de rechter een afwijkende termijn heeft vastgesteld voor indiening van bewijs. Op een met redenen omkleed verzoek van een der partijen in of een betrokkene bij het geding kan er tijdens de behandeling bewijs worden ingediend indien dit de zitting niet verstoort en indien de rechter de redenen voor niet-tijdige indiening van het bewijs aanvaardt, of indien het bewijs dient ter staving van feiten die in de loop van de zitting naar voren komen.

Getuigenverklaringen die zijn gebaseerd op inlichtingen uit een onbekende bron of inlichtingen afkomstig van anderen die niet zijn ondervraagd, kunnen niet als bewijs dienen.

5.

a) Welke bewijsmiddelen bestaan er?

  1. Verklaringen van de partijen en derden die inlichtingen bevatten omtrent feiten waarop hun eisen of verweer berusten, worden als bewijs beschouwd indien deze worden bevestigd door ander bewijs dat door de rechter wordt bestudeerd en gewaardeerd;
  2. verklaringen van getuigen en getuige-deskundigen;
  3. schriftelijk bewijs - documenten of andere teksten waarin inlichtingen omtrent voor de zaak relevante feiten zijn vastgelegd middels letters, cijfers of ander symbolen of met gebruikmaking van andere technische hulpmiddelen, en alle daarmee verband houdende opslagmedia (beeld- en geluidsbanden, diskettes, enz.);
  4. concrete bewijsstukken.

b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten?

Er is geen wezenlijk verschil, aangezien zowel mondelinge als schriftelijke verklaringen van getuige-deskundigen als bewijs worden beschouwd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere?

De rechter beschouwt vooraf geen van de bewijsmiddelen sterker dan andere, maar de rechter dient in zijn uitspraak wel te motiveren waarom een bepaald bewijsmiddel zwaarder weegt dan een ander en waarom bepaalde feiten bewezen worden geacht en andere niet.

d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

Ja. Feiten die op grond van de wet slechts met bepaalde bewijsmiddelen kunnen worden bewezen, mogen niet met andere bewijsmiddelen worden bewezen.

6.

a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Getuigen die zijn opgeroepen om ter zitting te verschijnen, mogen slechts in bij wet bepaalde gevallen weigeren te verschijnen.

b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren?

  1. Bloedverwanten die in de rechte lijn staan tot een partij in het geding, bloedverwanten in de zijlijn in de eerste of tweede graad, echtgenoten en hun aanverwanten in de eerste graad en gezinsleden van de partijen.
  2. Voogden van een der partijen en enige andere persoon die de voogdij over een der partijen uitoefent.
  3. Personen die met een der partijen in een ander juridisch geschil zijn verwikkeld.

c) Kan een persoon die weigert te getuigen gestraft worden of gedwongen worden te getuigen?

Op een getuige van ten minste 14 jaar oud die weigert te getuigen om redenen die de rechter als ongeldig aanmerkt, zijn de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien een getuige na een oproeping van de rechtbank of van de rechter niet verschijnt en zijn afwezigheid niet kan rechtvaardigen, kan de rechter een boete tot ten hoogste LVL 40 opleggen of verschijning ter zitting afdwingen.

d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen?

  1. Leden van de clerus waar het omstandigheden betreft waarvan zij kennis hebben verkregen in het kader van een biecht, alsmede personen die uit hoofde van beroep of functie niet het recht hebben inlichtingen die hun zijn toevertrouwd bekend te maken;
  2. minderjarigen waar het omstandigheden betreft aangaande bewijs tegen een ouder, grootouder, broer of zuster;
  3. personen die als gevolg van een lichamelijke of geestelijke beperking niet in staat zijn op de juiste wijze omstandigheden waar te nemen die voor de zaak van belang zijn;
  4. kinderen tot de leeftijd van zeven jaar.

7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing?

Personen die als getuige zijn opgeroepen, dienen ter zitting te verschijnen en oprechte verklaringen af te leggen omtrent omstandigheden die hun bekend zijn. Getuigen dienen te antwoorden op vragen die hun door de rechter en de betrokkenen bij de zaak worden gesteld. Indien een getuige vanwege ziekte, ouderdom, invaliditeit of een andere geldige reden niet in staat is te verschijnen, kan de rechter hem of haar ter plaatse ondervragen. De wet kent geen specifieke bepalingen voor het ondervragen van een getuige via videoconferencing.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

III. De toepasbaarheid van bewijs

8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

Het is aan de partij die de geldigheid van het bewijs betwist om aan te tonen dat het onrechtmatig is verkregen. Daartoe dient een aparte procedure ter betwisting van bewijs te worden gevoerd. Daarnaast kan een partij in het geding een met redenen omkleed verzoekschrift indienen waarin wordt gesteld dat een schriftelijk bewijsstuk is vervalst. De verzoeker kan de rechter vragen aan het bewijsstuk voorbij te gaan en de officier van justitie van de vervalsing in kennis te stellen. De rechter kan een deskundige inschakelen of nader bewijs omtrent het vervalste schriftelijke bewijsstuk verlangen. Indien de rechter echter oordeelt dat de betrokkene de zaak zonder deugdelijke grond aanhangig heeft gemaakt, kan hij een boete opleggen.

9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs?

Verklaringen van de partijen en derden die inlichtingen bevatten omtrent feiten waarop hun eisen of verweer berusten, worden als bewijs beschouwd indien deze worden bevestigd door ander bewijs dat door de rechter wordt bestudeerd en beoordeeld. Indien een der partijen een feit erkent waarop de wederpartij zijn eis of verweer baseert, kan de rechter een dergelijk feit als bewezen aannemen, mits het boven iedere twijfel verheven is dat de erkenning niet voorkomt uit fraude, geweld, bedreiging of bedrog of dient om de waarheid te verhelen.

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Letland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 27-02-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk