Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Italië

Laatste aanpassing: 18-03-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Italië

 

INHOUDSOPGAVE

I. De bewijslast I.
1.
a) Hoe is de bewijslast geregeld? a)
b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren? b)
2. Tot op welke hoogte dient de rechter overtuigd te zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren? 2.
II. Het leveren van bewijs II.
3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen? 3.
4.
a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan? a)
b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen? b)
5.
a) Welke bewijsmiddelen bestaan er? a)
b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten? b)
c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere? c)
d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? d)
6.
a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen? a)
b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren? b)
c) Kan een persoon die weigert te getuigen, worden gestraft of gedwongen om te getuigen? c)
d) Zijn er personen van wie geen getuigenis kan worden verkregen? d)
7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals televisie of videoconferencing? 7.
III. De toepasbaarheid van bewijs III.
8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs? 8.
9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs? 9.

 

I. De bewijslast

1.

a) Hoe is de bewijslast geregeld?

(Welke partij draagt de bewijslast voor welke feiten? Wat zijn de gevolgen indien de twijfel met betrekking tot een bepaald feit niet kan worden opgeheven?)

De regels voor de bewijslast zijn gebaseerd op de uitgangspunten genoemd in artikel 2697 van het burgerlijk wetboek, waarin is bepaald dat 'zij die voornemens zijn een recht af te dwingen voor een rechtbank, bewijs dienen over te leggen ter staving van de vordering' en dat 'de partij die de geldigheid van die feiten betwist of die stelt dat het ingeroepen recht is gewijzigd of is uitgeput, bewijs zal overleggen van de feiten die een dergelijk bezwaar ondersteunen'. Deze beginselen vereisen dan ook dat de eiser de feiten aantoont die ten grondslag liggen aan zijn vordering of die de genoemde rechtsgevolgen hebben. De verweerder daarentegen dient bewijs te leveren ter ondersteuning van feiten die de aansprakelijkheid uitsluiten of die aantonen dat rechten zijn uitgeput of veranderd, met als mogelijk gevolg dat de vordering van de eiser wordt afgewezen en ongeldig verklaard.

Indien de eiser geen bewijs kan leveren van de feiten ten aanzien van de uitoefening van zijn rechten, wordt het verzoekschrift afgewezen, ongeacht of de verweerder een verweer indient met bewijs ter ondersteuning daarvan.

Artikel 2698 van het burgerlijk wetboek verklaart iedere overeenkomst nietig die als doel heeft de bewijslast over te dragen of te veranderen ten aanzien van niet-onderhandelbare rechten of die tot gevolg heeft dat het buitengewoon moeilijk wordt voor een van de partijen om haar rechten uit te oefenen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Onvolkomen bewijs doet afbreuk aan de zaak van de partij - eiser of verweerder - die de feiten moet bewijzen of weerleggen, aangezien de onvolkomenheden worden beschouwd als een teken van gebrek aan bewijs.

b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren?

In de volgende gevallen is geen bewijslast nodig:

  1. In gevallen waarin de wet de rechtsgevolgen van bepaalde feiten bepaalt wanneer bewijs is verkregen, of de rechter in staat stelt van een bekend feit te switchen naar een onbekend feit. In het eerste geval spreken we van rechtsvermoedens, die twee vormen kunnen aannemen: weerlegbare vermoedens, die kunnen worden weerlegd door bewijs van het tegendeel (juris tantum) en onweerlegbare vermoedens (juris et de jure), indien geen bewijs van het tegendeel aan de rechter kan worden overgelegd. Het laatste geval heeft betrekking op wat bekend staat als enkele vermoedens die ter de beoordeling van de rechter staan. De rechter kan deze vermoedens slechts dan toelaten indien ze zijn gegrond op serieuze, specifieke en overtuigende feiten. Bovendien worden enkele vermoedens niet toegelaten met betrekking tot feiten waarbij de wet geen getuigenbewijs toestaat.
  2. In het geval van feiten van algemene bekendheid die ten tijde en ter plaatse van de uitspraak aan de meeste mensen bekend zijn; daarom kan er geen twijfel bestaan over hun aard.
  3. In het geval van ervaringsregels, dat wil zeggen de logische principes en theorieën over gedeelde ervaringen waaruit algemene criteria voor de weging en beoordeling van feiten kunnen worden afgeleid.
  4. In het geval van onbetwiste of toegegeven feiten, dat wil zeggen feiten die door de partijen in overeenstemming worden aangehaald, of feiten die worden toegegeven (eventueel stilzwijgend) door de partij die belang zou kunnen hebben bij de betwisting daarvan.

2. Tot op welke hoogte dient de rechter overtuigd te zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren?

(Dient de rechtbank geheel overtuigd te zijn van het feit, of volstaat het indien het feit in hoge mate waarschijnlijk is, maar er bepaalde twijfel blijft bestaan?)

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het oordeel van de rechter ten gunste van een verzoekschrift of van een verweer dient puur gebaseerd te zijn op heldere, direct bewezen feiten of op rechtsvermoedens.

Het oordeel van de rechter mag niet steunen op onbewezen feiten, zelfs niet als ze mogelijk of zelfs in hoge mate waarschijnlijk zijn.

II. Het leveren van bewijs

3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

Krachtens het Italiaanse rechtssysteem wordt de bewijsverkrijging geregeld door het uitgangspunt van de autonomie van partijen op grond van het eerste lid van artikel 115 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering: 'met uitzondering van de in de wet genoemde gevallen' dient de rechter zijn oordeel te gronden op de door de partijen overgelegde bewijzen. Om in aanmerking te worden genomen dienen de overgelegde bewijzen relevant te zijn, dat wil zeggen hun bestaan dient te worden aangetoond of anderszins van betekenis voor de zaak te zijn.

Daarom kan de rechter in de regel niet ambtshalve bewijs verkrijgen dat zou kunnen bijdragen tot de vaststelling van de feiten.

Er zijn echter bepaalde uitzonderingen op deze regel, die worden genoemd in de volgende artikelen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering:

  • Artikel 257 staat toe dat getuigen worden opgeroepen die door een andere getuige zijn genoemd.
  • Artikel 317 staat toe dat een vrederechter ambtshalve de verkrijging van getuigenverklaringen gelast indien partijen personen hebben genoemd die van de feiten op de hoogte kunnen zijn. (Dit heeft dus geen betrekking op zaken voor arrondissementsrechtbanken of hoven van beroep).
  • Artikel 118 staat toe dat onderzoek naar personen en zaken wordt gelast.
  • Artikel 117 staat toe dat partijen informeel worden gehoord.
  • De artikelen 61 en 191 staan toe dat de rechter technisch advies inwint.

4.

a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

Een verzoek van een partij tot het verkrijgen van bewijs geeft de tegenpartij de mogelijkheid het tegendeel te bewijzen. In dit geval wijst de rechter beide verzoeken toe, zolang hij gelooft dat de overgelegde feiten relevant zullen zijn om tot een uitspraak te kunnen komen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien de rechter het bewijs toelaat, zal hij vervolgens van dit bewijs kennisnemen.

Nadat het bewijs is verkregen en alle door de wet voorgeschreven stappen zijn gezet, wordt over de zaak beraadslaagd.

b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

(bijvoorbeeld in gevallen waarin het bewijs niet geschikt, verkrijgbaar of toelaatbaar is)

De rechter wijst verzoeken voor de verkrijging van bewijs af in gevallen waarin het bewijs op grond van de wet niet wordt toegelaten (bijvoorbeeld een poging om aan de hand van getuigenverklaringen te bewijzen dat een onroerende zaak werd verkocht) of in gevallen waarin de feiten waarnaar het verzoekschrift verwijst, niet relevant zijn met het oog op de uitspraak (bijvoorbeeld een getuigenverklaring met betrekking tot een feit dat geen verband houdt met het geschil).

5.

a) Welke bewijsmiddelen bestaan er?

Het Italiaanse recht maakt onderscheid tussen schriftelijk en niet-schriftelijk bewijs.

Schriftelijk bewijs heeft zowel betrekking op officiële als particuliere documenten. Specifieke vormen van particuliere documenten zijn telegrammen en huishoudelijke archieven en documenten, de financiële gegevens van ingeschreven vennootschappen, mechanisch of elektronisch vervaardigde afschriften, afschriften van officiële documenten, schriftelijke ontvangstbevestigingen en schriftelijke berichten van verlenging.

Niet-schriftelijk bewijs bestaat uit bekentenissen, verklaringen onder ede, getuigenbewijs, inspecties en technisch advies.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten?

Getuigenbewijs wordt toegelaten door de rechter die de zaak onderzoekt. Hij gelast de getuige te verschijnen om te getuigen op straffe van dwangmaatregelen en een boete indien de getuige niet verschijnt.

Deze verplichting geldt ook voor technische deskundigen die door de rechtbank zijn gedagvaard.

Technische deskundigen stellen op verzoek van de rechter schriftelijke rapporten op. Ook kan de rechter zich ertoe beperken om de deskundigen te vragen tijdens een hoorzitting mondeling te getuigen.

c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere?

(bijvoorbeeld schriftelijk bewijs in plaats van een getuigenverklaring, authentieke akte in plaats van een particulier document)

Het Italiaanse rechtssysteem hecht de meeste waarde aan officiële documenten, die uitsluitend kunnen worden betwist als het om vervalsingen gaat, en aan onweerlegbare vermoedens juris et de jure.

d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

(bijvoorbeeld, is schriftelijk bewijs vereist voor schulden boven een bepaalde drempel?)

De wet vereist dat bepaalde feiten uitsluitend met bepaalde bewijsmiddelen kunnen worden bewezen, in sommige gevallen met officiële documenten en in andere met schriftelijke documenten (officieel of particulier).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6.

a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Getuigen zijn verplicht om te getuigen, tenzij de wet anders bepaalt. De wet voorziet in onbekwaamheid om te getuigen, een verbod om te getuigen en de keuze om zich te onthouden van het leveren van bewijs.

b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren?

(bijvoorbeeld indien de getuige een familielid is van een partij (welke?), of indien getuigen nadelig zou zijn voor de getuige)

In de gevallen bestreken door de artikelen 199 en 200 van het wetboek van strafvordering, waarnaar wordt verwezen door het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

c) Kan een persoon die weigert te getuigen, worden gestraft of gedwongen om te getuigen?

Ja, zoals hierboven aangegeven.

d) Zijn er personen van wie geen getuigenis kan worden verkregen?

(volwassenen die onbekwaam zijn, minderjarigen, personen met gemeenschappelijke belangen met een partij, partijen die voor bepaalde strafbare feiten zijn veroordeeld...)

Zie hierboven.

7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals televisie of videoconferencing?

(Wie leidt het horen van een getuige? Kan de rechter vragen stellen aan de getuige? Mag de andere partij de getuige aan een kruisverhoor onderwerpen?)

De rechter hoort de getuige door het stellen van directe vragen over de toegegeven feiten en eventuele vragen die door de advocaat voor de verdediging tijdens het horen zijn ingebracht.

Op dit moment staat de wet niet toe dat getuigenbewijs wordt verkregen met behulp van technologie zoals televisie en videoconferencing.

III. De toepasbaarheid van bewijs

8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

(zoals onwettig verkregen bandopnamen, etc.)

De rechter neemt geen nota van bewijs dat niet formeel is verkregen en toegelaten.

9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs?

Het telt niet mee als bewijs in mijn voordeel. Het kan echter wel gelden als bewijs tegen mij als mijn verklaring een bekentenis is die tijdens formeel horen is afgelegd.

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Italië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 18-03-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk