Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Griekenland

Laatste aanpassing: 04-03-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Griekenland

 

INHOUDSOPGAVE

I. De bewijslast I.
1.
a) Hoe is de bewijslast geregeld? (Welke partij dient het bewijs te leveren voor welke feiten? Wat zijn de implicaties indien twijfels over een bepaald feit niet kunnen worden weggenomen?) a)
b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren? b)
2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren? 2.
II. Het leveren van bewijs II.
3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen? 3.
4.
a) Als de partijen afspraken hebben gemaakt over het leveren van bewijs, welke stappen volgen dan? a)
5.
a) Welke bewijsmiddelen bestaan er? a)
b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? b)
c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere? c)
d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? (Is bijvoorbeeld bij financiële schulden die een bepaald bedrag te boven gaan, schriftelijk bewijs vereist?) d)
6.
a) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? a)
b) Kan een persoon die weigert te getuigen gedwongen worden te getuigen? b)
c) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen? c)
7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie? 7.
III. De toepasbaarheid van bewijs III.
8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs? 8.
9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs? 9.

 

I. De bewijslast

1.

a) Hoe is de bewijslast geregeld? (Welke partij dient het bewijs te leveren voor welke feiten? Wat zijn de implicaties indien twijfels over een bepaald feit niet kunnen worden weggenomen?)

Ten aanzien van bewijskwesties volgt het Grieks recht het beginsel van vervolging op initiatief van een partij. Dit betekent dat de rechter alleen handelt op verzoek van een partij en beslist op basis van de door de partijen ingestelde en aangetoonde feitelijke vorderingen en van de door hen ingediende aanvragen. Procedurele stappen worden genomen op initiatief van een partij, tenzij de wet anders bepaalt. Elke partij dient uitsluitend die feiten aan te tonen die relevant zijn voor de uitspraak in de zaak en die nodig zijn om haar vordering of tegenvordering te onderbouwen. Een aanvraag van een partij die niet wordt bewezen, wordt afgewezen.

b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren?

Wanneer wettelijk is vastgelegd dat een feit moet worden bewezen, is tegenbewijs toegestaan, tenzij anders is bepaald. Feiten die zo bekend zijn dat er geen gerede twijfel over de echtheid ervan kan bestaan of die de rechter bekend zijn uit een andere gerechtelijke procedure, worden automatisch in aanmerking genomen, zonder bewijs. Ten slotte houdt de rechter automatisch rekening met de algemene ervaringsregels, zonder bewijs. De wetten, gewoonten en gebruiken van andere landen worden automatisch in aanmerking genomen, hoewel bewijs verlangd kan worden als de rechter er niet mee vertrouwd is.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren?

De rechter is vrij in zijn oordeel over het bewijs en beslist naar eigen geweten of de verklaringen echt zijn. In zijn beslissing zet de rechter uiteen welke redenen ten grondslag liggen aan zijn oordeel. Wanneer volgens de wet een afweging van de waarschijnlijkheid volstaat (bijvoorbeeld bij bewarende maatregelen), is de rechter niet gebonden aan de bepalingen inzake het leveren van bewijs, het bewijs zelf en de kracht ervan, maar neemt hij alles in aanmerking wat hij passend acht om tot een oordeel over de feiten te komen.

II. Het leveren van bewijs

3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

Het grondbeginsel is dat de partijen het bewijs voorstellen en aanvoeren. De rechter kan evenwel eigener beweging bij wet toegestaan bewijs verlangen, ook als de partijen zich er niet op hebben beroepen.

4.

a) Als de partijen afspraken hebben gemaakt over het leveren van bewijs, welke stappen volgen dan?

Nadat het bewijs is verkregen doet de rechter inhoudelijk uitspraak, tenzij hij van mening is dat het bewijs onvoldoende is, in welk geval hij nieuw, aanvullend bewijs kan verlangen.

5.

a) Welke bewijsmiddelen bestaan er?

Tot bewijs worden gerekend bekentenissen, deskundigenverslagen, schriftelijke stukken, verhoren van partijen, getuigenissen, de eed van de partij en feitelijke vermoedens.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige?

De bepalingen inzake getuigen zijn ook van toepassing wanneer wordt getracht feiten uit het verleden aan te tonen door bewijs te verkrijgen van personen die deze feiten hebben waargenomen op grond van hun deskundige kennis. Voor het horen van deskundigen als getuigen wordt dezelfde procedure gevolgd als voor gewone getuigen.

c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere?

Een mondelinge of schriftelijke bekentenis van een partij tegenover de rechter of rechter-commissaris geldt als volledig bewijs tegen die partij, terwijl de rechter vrij oordeelt over buitengerechtelijke bekentenissen en alle overige bewijzen.

d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? (Is bijvoorbeeld bij financiële schulden die een bepaald bedrag te boven gaan, schriftelijk bewijs vereist?)

Overeenkomsten en onderlinge afspraken kunnen niet worden bewezen middels getuigenissen indien zij een waarde van meer dan 5 869,405 euro vertegenwoordigen. Bewijzen uit getuigenissen tegen de inhoud van een stuk worden niet toegelaten, ook als de rechtshandeling een waarde van minder dan 5 869,405 euro vertegenwoordigt. Bewijzen uit getuigenissen zijn echter wel toegestaan in de volgende gevallen:

  1. indien getuigenbewijs toegelaten is blijkens een schriftelijk stuk met bewijskracht;
  2. indien het wegens fysieke of morele oorzaken niet mogelijk was een schriftelijk stuk te bemachtigen;
  3. indien wordt aangetoond dat het opgestelde stuk onopzettelijk is zoekgeraakt;
  4. indien bewijzen uit getuigenissen gerechtvaardigd zijn gelet op de aard van de rechtshandeling of de specifieke omstandigheden waaronder die tot stand kwam, en met name indien het handelstransacties betreft.

6.

a) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

Iedereen die als getuige wordt opgeroepen, is verplicht te verschijnen en datgene te verklaren wat hem bekend is. Als de opgeroepen getuige niet verschijnt zonder gegronde reden, gelast de rechter hem betaling van de kosten die voortkomen uit zijn afwezigheid, naast een eventuele geldboete.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) Kan een persoon die weigert te getuigen gedwongen worden te getuigen?

Een getuige die verschijnt en weigert te getuigen, ook wanneer dat van hem wordt verlangd, kan door de rechter een geldboete worden opgelegd.

c) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen?

De volgende personen kunnen niet als getuige worden gehoord:

  1. priesters, over al hetgeen hun ter ore is gekomen bij het afnemen van de biecht;
  2. degenen die ten tijde van de onderzochte feiten niet bij machte waren de feiten waar te nemen of thans niet in staat zijn hun waarnemingen te communiceren;
  3. degenen die ten tijde van de onderzochte feiten in een zodanige staat van geestelijk verwarring verkeerden dat hun wil en oordeel wezenlijk werden beperkt of die tijdens het verhoor in een dergelijke staat verkeren;
  4. advocaten, notarissen, artsen, apothekers, verpleegkundigen, verloskundigen, hun assistenten, evenals de raadslieden van de partij, over feiten die aan hen zijn toevertrouwd of waarvan zij kennis hebben genomen in de uitoefening van hun beroep en die zij gehouden zijn vertrouwelijk te behandelen, tenzij degene die deze aan hen toevertrouwde en de vertrouwelijkheid geniet, hun toestemming geeft te getuigen;
  5. ambtenaren en actief militair personeel, over feiten die zij gehouden zijn vertrouwelijk te behandelen, tenzij de bevoegde minister toestemming geeft voor hun verhoor;
  6. degenen die belang kunnen hebben bij het proces.

Personen die aan de partijen verwant zijn door bloed- of aanverwantschap of door adoptie tot en met de derde graad, echtgenoten (ook na ontbinding van het huwelijk) en verloofden van de partijen kunnen zich eveneens verschonen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie?

Voordat een getuige wordt gehoord, moet hem de eed worden afgenomen (door een eed of belofte af te leggen). Getuigen worden apart gehoord en een kruisverhoor met andere getuigen of met de partijen is slechts mogelijk indien dit van essentieel belang wordt geacht. Getuigen leveren mondeling bewijs. Getuigen moeten verklaren hoe zij datgene waarvan zij getuigen, hebben vernomen. In het geval van feiten waarvan zij niet rechtstreeks hebben kennisgenomen, moeten zij aangeven wie hen heeft geïnformeerd over deze feiten waarvan zij getuigen. De rechter kan vragen van partijen of hun raadslieden aan getuigen weigeren indien zij duidelijk onnodig of irrelevant zijn, en hij verklaart het verhoor van een getuige beëindigd wanneer hij oordeelt dat de getuige alles heeft verklaard wat hem over de te bewijzen feiten bekend is.

III. De toepasbaarheid van bewijs

8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

De rechter kan alleen rechtmatig bewijs in zijn overwegingen betrekken. Het begrip “rechtmatig” strekt zich tevens uit tot de wijze waarop het bewijs is verkregen. Onrechtmatig verkregen bewijs is niet rechtsgeldig en mag niet in aanmerking worden genomen.

9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs?

Ja, verklaringen van partijen gelden als bewijs.

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Griekenland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 04-03-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk