Europese Commissie > EJN > Verkrijging van bewijs en bewijsvoering > Tsjechië

Laatste aanpassing: 12-01-2009
Printversie Voeg toe aan favorieten

Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Tsjechië

 

INHOUDSOPGAVE

I. De bewijslast I.
1.
a) Hoe is de bewijslast geregeld? a)
b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren? b)
2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren? 2.
II. Het leveren van bewijs II.
3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen? 3.
4.
a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan? a)
b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen? b)
5.
a) Welke bewijsmiddelen bestaan er? a)
b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten? b)
c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere? c)
d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht? d)
6.
a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen? a)
b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren? b)
c) Kan een persoon die weigert te getuigen bestraft worden of gedwongen worden te getuigen? c)
d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen? d)
7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing? 7.
III. De toepasbaarheid van bewijs III.
8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs? 8.
9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs? 9.

 

I. De bewijslast

1.

a) Hoe is de bewijslast geregeld?

De bewijslast vloeit voort uit de stelplicht, die in wezen kan worden afgeleid uit de wettelijke bepaling van materieel recht op grond waarvan een recht in een gerechtelijke procedure kan worden afgedwongen; meer in het bijzonder gaat het om het feitencomplex dat in een bepaald geval moet worden gesteld. Het Tsjechische wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat elke partij haar stellingen moet bewijzen door relevante bewijsmiddelen aan te dragen. Dit is de zogenoemde 'bewijslast'. In de regel berust de bewijslast voor een bepaald feit bij de partij die stelt dat het betreffende feit relevant is in een geding.

Alle partijen moeten de voor hun vordering relevante feiten stellen en bewijzen. Als de feiten die door een partij worden gesteld en de aangedragen bewijsmiddelen onvolledig zijn, is de rechter gehouden de partij daarvan op de hoogte te stellen.

Als de rechter in een contentieuze procedure van oordeel is dat feiten die door de partijen zijn gesteld, niet zijn bewezen, is hij verplicht de betrokken partij erop te wijzen dat zij bewijs moet leveren voor al haar stellingen en dat zij in het ongelijk kan worden gesteld als zij hierin niet slaagt. De rechter hoeft partijen hierop echter enkel tijdens zittingen te wijzen, niet op schrift (bijvoorbeeld in een dagvaarding).

Als een rechter twijfelt over bepaalde feiten, kan hij een partij opdragen aanvullende bewijsmiddelen over te leggen. Als feiten enkel door deskundigen kunnen worden bewezen, vraagt de rechter gewoonlijk advies aan een deskundige. Als de rechter twijfelt aan de juistheid van een deskundigenadvies, moet dat worden aangevuld of moet een nieuw advies worden opgesteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) Zijn er feiten waarvoor geen bewijslast geldt? In welke gevallen? Is het mogelijk (deze) vermoedens te weerleggen door bewijs te leveren?

Feiten van algemene bekendheid (feiten die een grote groep mensen op een bepaalde plek en een bepaald tijdstip, dus ook de rechters, bekend zijn) of feiten die de rechter uit hoofde van zijn functie kent en wettelijke regelingen die in het Tsjechische staatsblad (Sbírka zákonů) zijn gepubliceerd of bekendgemaakt, hoeven niet te worden bewezen. De rechter kan zich door eigen onderzoek, door een verklaring van het ministerie van Justitie of door advies van een deskundige op de hoogte stellen van buitenlands recht. Al deze feiten kunnen door tegenbewijs worden weerlegd.

Voor bepaalde categorieën feiten zijn in de wet vermoedens neergelegd. Deze vermoedens opsommen valt buiten het bestek van deze tekst; op grond van het toepasselijke materiële recht moet dit per geval worden beoordeeld. Bij weerlegbare vermoedens is tegenbewijs toegelaten, onweerlegbare vermoedens kunnen niet worden weerlegd, maar deze categorie vermoedens vormt de uitzondering. De rechter acht een weerlegbaar vermoeden bewezen als geen van de partijen gedurende het proces bewijsmiddelen overlegt om het vermoeden te ontkrachten en zodoende bewijst dat de feiten in dit geval anders liggen. Bij sommige weerlegbare vermoedens kan tegenbewijs alleen binnen een wettelijke termijn worden geleverd.

Een andere groep feiten die niet hoeft te worden bewezen - en waarvoor tegenbewijs zelfs niet mogelijk is - zijn beslissingen van bevoegde organen dat een strafbaar feit is gepleegd of een bestuursrechtelijke bepaling is overtreden waarop een sanctie is gesteld, beslissingen over daderschap en beslissingen over de staat van personen. De rechter is echter niet gebonden aan een beslissing dat een strafbaar feit is gepleegd of over daderschap als deze beslissing in een spoedprocedure is genomen. Andere beslissingen in een strafprocedure of beslissingen over bestuurlijke overtredingen hebben geen gezag van gewijsde.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een bijzonder soort weerlegbaar vermoeden geldt als een partij stelt dat zij het slachtoffer is geweest van directe of indirecte discriminatie op grond van geslacht of andere kenmerken. De bewijslast berust dan bij de wederpartij, die moet bewijzen dat de eiser niet gediscrimineerd is.

Indien feiten worden bewezen door authentieke akten, rust de bewijslast op de partij die de echtheid van de akte betwist. Gaat het echter om onderhandse akten, dan rust de bewijslast op de partij die zich van de akte als bewijsmiddel wil bedienen. Als een partij haar stellingen onderbouwt met een onderhandse akte en de wederpartij betwist de echtheid of juistheid van deze akte, dan verplaatst de bewijslast zich weer naar de partij in het geschil die dit bewijsmiddel heeft overgelegd. Zij moet het bewijs van haar stelling dan met behulp van een ander bewijsmiddel leveren. In de regel hoeven feiten die door geen der partijen worden betwist, niet te worden bewezen. De rechter beschouwt deze als vaststaand.

2. Tot op welke hoogte moet de rechter overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel op het bestaan van dat feit te baseren?

In gerechtelijke procedures geldt dat de rechter vrij is in de waardering van het bewijs, dat wil zeggen dat de wet niet precies bepaalt wanneer een rechter een feit al dan niet als bewezen moet beschouwen. De wet bepaalt dat de rechter elk bewijsmiddel afzonderlijk en al het bewijsmateriaal in zijn onderlinge samenhang beoordeelt en waardeert; en dat de rechter alles wat tijdens de procedure naar voren is gekomen bij zijn beslissing betrekt, met inbegrip van de feiten die door de partijen zijn gesteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als de weging van de bewijsmiddelen tot de conclusie leidt dat de stellingen niet kunnen worden bewezen of weerlegd, zal in het algemeen de partij op wie de bewijslast voor de juistheid van haar stellingen rustte, in het ongelijk worden gesteld.

De rechter doet uitspraak op grond van zijn overtuiging. Overtuiging is een situatie waarin er geen redelijke of rechtmatige twijfels zijn (dat wil zeggen dat de rechter bepaalde twijfels mag hebben, maar zij mogen niet van wezenlijke aard zijn).

II. Het leveren van bewijs

3. Moet het leveren van bewijs altijd door een partij worden gedaan, of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

In contentieuze procedures neemt het gerecht in beginsel alleen aangeboden bewijsmiddelen aan. De rechter kan echter beslissen dat bepaalde bewijsmiddelen niet worden toegelaten, in de regel als hij het feit in kwestie bewezen acht. Als geen van de partijen aanbiedt bepaalde bewijsmiddelen aan te dragen, maar in de loop van de procedure wordt duidelijk dat dergelijk bewijs noodzakelijk is, zal de rechter dit bewijs ambtshalve vergaren.

In niet-contentieuze (voluntaire) zaken daarentegen, dat wil zeggen in zaken die kunnen worden ingeleid zonder verzoekschrift, en bij verzoeken om toestemming voor een huwelijk, procedures tot vaststelling of ontkenning van het vaderschap, procedures tot vaststelling of de toestemming van de ouders van een kind vereist is voor zijn adoptie, adoptieprocedures, procedures over de benoeming van een arbiter of de voorzitter van een arbitraal college, procedures over het handelsregister, procedures over de bekrachtiging van de beëindiging van de huur van woonruimte, procedures over de ontbinding van een politieke partij of beweging dan wel de schorsing of hervatting van haar activiteiten, procedures over de rechtmatigheid van de vrijheidsberoving en invrijheidstelling van een vreemdeling, en procedures in bepaalde zaken met betrekking tot ondernemingen, coöperaties en andere rechtspersonen, is de rechter verplicht om, naast de bewijsmiddelen die door de partijen zijn aangedragen, aanvullende bewijsmiddelen te vergaren om de feiten vast te stellen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4.

a) Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

Als het verzoek tijdens een zitting is gedaan, kan de rechter indien mogelijk opdracht geven onmiddellijk bewijs te leveren. Zo niet, dan beslist hij hoe en wanneer het bewijs moet worden geleverd (afhankelijk van onder meer het soort bewijs).

b) In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

Het is aan de rechter te beslissen welke bewijsmiddelen worden toegelaten. In het algemeen laat de rechter geen bewijsmiddelen toe als zij, naar zijn mening, de feitelijke toedracht niet kunnen verhelderen (het doel hiervan is het onnodig leveren van bewijs te voorkomen) of als de kosten van de bewijsgaring niet in verhouding staan tot het voorwerp van het geding. Zie ook het antwoord op vraag 8. Om ervoor te zorgen dat de rechter een duidelijk beeld krijgt van het te leveren bewijs, moeten de partijen een specifiek bewijsaanbod doen, dus namen en andere identificatiegegevens van getuigen opgeven en aangeven over welke feiten de voorgestelde getuige kan verklaren. Partijen zijn ook verplicht schriftelijke stukken te specificeren en de reikwijdte aan te geven van een kwestie die een deskundige in een deskundigenadvies kan verduidelijken.

5.

a) Welke bewijsmiddelen bestaan er?

Alle middelen die kunnen dienen om de feiten in een zaak vast te stellen kunnen als bewijsmiddel worden gebruikt. Daaronder vallen met name het bewijs door getuigen, de verklaring van partijen of deskundigen, het onderzoek van een persoon of voorwerp en natuurlijk schriftelijke stukken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) Zijn er verschillen tussen het verkrijgen van bewijs van een getuige en van een deskundige? Welke regels gelden voor het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten?

Elke natuurlijke persoon die geen partij is bij het geding en als getuige wordt opgeroepen, is verplicht te verschijnen en een verklaring af te leggen. Een getuige legt een verklaring af over wat hij of zij zelf heeft ervaren of waargenomen. Hij moet de waarheid vertellen en mag niets verzwijgen. Aan het begin van een verhoor moet de identiteit van de getuige worden vastgesteld en de eventuele omstandigheden die van invloed kunnen zijn op zijn geloofwaardigheid. Getuigen moeten op de hoogte worden gesteld van de betekenis van hun verklaring, hun rechten en plichten en van de strafrechtelijke consequenties van een valse getuigenverklaring. De voorzitter vraagt de getuigen alles te beschrijven wat zij weten over het onderwerp van het verhoor. De rechter stelt dan de nodige vragen om de getuigenverklaring op onderdelen aan te vullen of te verduidelijken. Ook de leden van de rechtbank en, na toestemming van de voorzitter, partijen en deskundigen kunnen de getuige vragen stellen.

De bewijslevering door deskundigen verschilt hiervan omdat deskundigen in de meeste gevallen een schriftelijk advies opstellen en daarop tijdens de zitting een mondelinge toelichting geven. Bewijs op basis van een deskundigenadvies wordt geleverd in gevallen waarin omstandigheden moeten worden gewaardeerd waarvoor de kennis van een deskundige nodig is. Een deskundigenrapport bestaat uit drie delen: de bevindingen, waarin de deskundige de omstandigheden beschrijft die hij heeft onderzocht; het advies, met de beoordeling van de feiten door de deskundige (conclusie) en de deskundigenclausule. In de regel behandelen deskundigen specifieke vraagstukken die door de rechter zijn vastgesteld, tenzij voor een advies uit hoofde van de wet aanvullende eisen gelden (met name in het ondernemingsrecht). Door de rechter benoemde deskundigen worden gekozen uit een lijst van geregistreerde deskundigen en tolken, die door de regionale gerechten wordt bijgehouden.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Getuigen leggen een verklaring af over feiten die zij uit eigen waarneming kennen, terwijl deskundigen enkel een oordeel geven op terreinen waar de waardering van de feiten afhangt van de wetenschap van deskundigen. De conclusies van een deskundige worden door de rechter niet op hun juistheid gewaardeerd; de rechter beoordeelt de overtuigingskracht van het advies aan de hand van zijn volledigheid in verband met de gestelde eisen, interne samenhang en overeenstemming met ander geleverd bewijs.

Schriftelijk bewijs wordt geleverd doordat het document of een deel ervan tijdens de zitting door de voorzitter wordt voorgelezen of de inhoud ervan wordt weergegeven. De voorzitter kan een partij die over een bepaald document beschikt dat voor het bewijs noodzakelijk is, opdragen dit document over te leggen of het van een ander gerecht, autoriteit of rechtspersoon te verkrijgen.

c) Zijn bepaalde bewijsmiddelen sterker dan andere?

Er is geen voorkeur voor een bepaalde bewijsmethode, hoewel sommige bewijsmiddelen enkel mogen worden toegelaten nadat de wettelijk voorgeschreven bewijsmiddelen onmogelijk zijn geworden (hierbij gaat het in de regel om in de voorgeschreven (schriftelijke) vorm opgemaakte akten – bewijs kan alleen met andere middelen, bijvoorbeeld getuigen, worden geleverd als deze akten verloren zijn gegaan). Bewijs verkrijgen door een partij te horen over haar stellingen kan in contentieuze zaken alleen worden bevolen als het betwiste feit niet met andere middelen kan worden bewezen (anders dan instemming met een verhoor). Andere bewijsmiddelen hebben dus een grotere bewijskracht.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

d) Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

In sommige gevallen kan de wet voorschrijven hoe het bewijs moet worden geleverd. Dat hangt af van het geschil. In een procedure tot verkrijging van toestemming voor een huwelijk moeten bijvoorbeeld beide aanstaande echtgenoten worden gehoord.

Bepaalde feiten kunnen alleen met bepaalde middelen worden bewezen. Een orderwissel of -cheque kan bijvoorbeeld alleen worden afgegeven op basis van het originele papier, een aflossingspapier of ander document; een bevelschrift kan enkel ten uitvoer worden gelegd op grond van een uitvoerbare beslissing of executoriale titel enzovoort.

Voor het vaststellen van bepaalde persoonlijke of zakelijk rechten (vooral met betrekking tot onroerende zaken) is rechtens een schriftelijke overeenkomst vereist. In dat geval geldt uitsluitend deze overeenkomst als bewijsmiddel.

6.

a) Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Ja, iedereen die als getuige wordt opgeroepen is wettelijk verplicht te verschijnen en een verklaring af te leggen. Vertegenwoordiging is niet mogelijk. Getuigen die voldoen aan hun plicht een verklaring af te leggen, hebben recht op een schadeloosstelling (vergoeding van kosten en gederfde inkomsten).

Als een partij niets onderneemt of, ondanks verzoeken van de rechter, verzuimt alle noodzakelijke bewijsmiddelen over te leggen en de procedure daardoor vertraging oploopt, kan de rechter, op verzoek van de wederpartij, een termijn stellen voor het overleggen van bewijsmiddelen voor beslissende feiten in het geding. Deze termijn mag niet korter zijn dan vijftien dagen. Na afloop van deze termijn neemt de rechter geen nieuwe bewijsmiddelen meer in aanmerking, met uitzondering van middelen waarmee partijen de betrouwbaarheid van het tot dusver verkregen bewijs in twijfel trekken of bewijsmiddelen die partijen buiten hun schuld niet eerder hebben kunnen overleggen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) In welke gevallen kan een getuige weigeren bewijs te leveren?

Getuigen kunnen zich verschonen als zij zichzelf of verwanten door een verklaring bloot zouden stellen aan het risico van strafvervolging. De rechter beslist of de getuige terecht een verschoningsrecht inroept. De rechtbank moet de wettelijke verplichting van getuigen om bepaalde feiten geheim te houden of vertrouwelijk te behandelen, in acht nemen (bijvoorbeeld informatie die wettelijk behoort tot de categorie gerubriceerde gegevens: feiten uit een patiëntendossier, feiten die onder het medisch beroepsgeheim of het bankgeheim vallen, enzovoorts).

c) Kan een persoon die weigert te getuigen bestraft worden of gedwongen worden te getuigen?

Een weigerachtige getuige kan door de Tsjechische politie voor de rechter worden gebracht. In extreme gevallen kan een boete van maximaal 50 000 CZK worden opgelegd.

d) Zijn er personen van wie geen bewijs kan worden verkregen?

Er zijn geen regels voor categorieën personen die niet als getuige kunnen optreden. Er zijn wel omstandigheden waaronder bepaalde personen geen verklaring hoeven af te leggen (zie het antwoord op vraag 6.b).

7. Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologie zoals videoconferencing?

Alleen de voorzitter van een rechtbank is gerechtigd een getuige te ondervragen. Hij leidt het verhoor. De overige leden van de rechtbank, partijen en deskundigen mogen een getuige alleen na toestemming van de voorzitter aanvullende vragen stellen. De voorzitter kan beletten dat een vraag wordt beantwoord, bijvoorbeeld een suggestieve vraag die bedoeld is om de getuige in de val te laten lopen, of een vraag die niet passend of ter zake dienend is.

Momenteel is het niet mogelijk moderne technologie in te zetten om getuigen op afstand te horen.

III. De toepasbaarheid van bewijs

8. Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

Ja. Als een partij ter staving van haar stellingen bewijs aanbiedt dat zij in strijd met algemeen verbindende wettelijke voorschriften heeft verkregen en bij deze bewijsverkrijging de rechten van een andere natuurlijke of rechtspersoon zijn geschonden, zal de rechter dit bewijsmateriaal niet toelaten. Onder ontoelaatbaar bewijs vallen dus ook telefoongesprekken die zonder medeweten van de betrokken personen zijn opgenomen (dit is bij de Tsjechische telecommunicatiewet verboden).

9. Als ik partij ben in de zaak, kan mijn verklaring dan gelden als bewijs?

Een wezenlijke voorwaarde voor de toelating van dit bewijsmiddel is dat de betrokken feiten niet met andere middelen kunnen worden bewezen. Enkel als een verhoor van partijen door de rechter afzonderlijk is bevolen als procedureel bewijs om gestelde feiten te bewijzen, wordt het als bewijsmiddel beschouwd.

« Verkrijging van bewijs en bewijsvoering - Algemene informatie | Tsjechië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 12-01-2009

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk