Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
De uitspraak van de rechter is het slot van de procedure. Die uitspraak kan inhouden dat de schuldenaar wordt veroordeeld tot een prestatie aan de schuldeiser (bijvoorbeeld het betalen van een bedrag aan schadevergoeding). Indien de schuldenaar niet vrijwillig die prestatie levert, dan kan de schuldeiser de nakoming van deze prestatie afdwingen met behulp van het executierecht. Het executierecht regelt de tenuitvoerlegging (executie) van een veroordelende rechterlijke uitspraak. Het executierecht bevat daartoe de wettelijke regeling van de dwangmiddelen en de wijze waarop die dwangmiddelen kunnen worden toegepast. Gerechtsdeurwaarders (kortweg: deurwaarders), zijn bevoegd de tenuitvoerlegging (executie) te doen. Zij krijgen de opdracht tot tenuitvoerlegging over te gaan van de schuldeiser die zijn recht verwezenlijkt wil zien. Er zijn twee voorwaarden om van de dwangmiddelen van het executierecht gebruik te maken: men moet beschikken over een executoriale titel (bijvoorbeeld een ten uitvoer te leggen vonnis) en deze titel dient voorafgaand aan de tenuitvoerlegging betekend te zijn aan degene tegen wie de tenuitvoerlegging zich zal richten.
Het belangrijkste dwangmiddel is het executoriaal beslag. Dit middel wordt hierna in dit informatieblad meer uitgebreid behandeld.
Andere dwangmiddelen zijn de dwangsom en lijfsdwang (gijzeling).
Dwangsom is een bij rechterlijke uitspraak vast te stellen geldsom, die de veroordeelde zal moeten betalen als hij aan de hoofdverplichting niet voldoet. Vooral in kort geding wordt de dwangsom gebruikt als pressiemiddel. Een dwangsom kan alleen verbonden worden aan een hoofdverplichting die iets anders is dan het betalen van een geldsom, bijvoorbeeld een veroordeling tot afgifte van bepaalde documenten, of het rechterlijk verbod een bepaald merk te gebruiken.
Lijfsdwang of gijzeling is een pressiemiddel te dwingen aan een bepaalde verplichting te voldoen. Lijfsdwang wordt niet vaak door de rechter opgelegd en in nog minder gevallen daadwerkelijk uitgevoerd. Lijfsdwang is alleen mogelijk wanneer de rechter daartoe veroordeelt.
De belangrijkste personen die bij de executie betrokken zijn, zijn de executant (degene die om de tenuitvoerlegging verzoekt, de schuldeiser), de geëxecuteerde (de schuldenaar tegen wie de executie zich richt) en de deurwaarder (de openbaar ambtenaar die met de feitelijke tenuitvoerlegging is belast op verzoek van de executant).
Uitspraken van de Nederlandse rechter (vonnis, beschikking, arrest), authentieke akten (notariële akten) en sommige andere stukken zijn executoriale titels. Van de categorie andere stukken, die door de wet als executoriale titel worden aangewezen, kunnen worden genoemd : dwangbevel van het Openbaar Ministerie, dwangbevel uitgegeven door de belastingdienst, arbitraal vonnis voorzien van verlof tot tenuitvoerlegging, het proces-verbaal van een minnelijke schikking.
Van een rechterlijke uitspraak wordt aan de partijen kosteloos een “grosse” afgegeven. Dit is een authentiek afschrift van de uitspraak, waarop bovenaan de woorden “In naam der Koningin” zijn vermeld. Hieraan kan men de grosse herkennen, dit is dus een rechterlijke uitspraak die in executoriale vorm is uitgegeven. Alleen met de grosse kan tenuitvoerlegging plaats vinden.
Ook van een notariële akte kan een grosse worden afgegeven.
Door overhandiging van een grosse wordt de deurwaarder gemachtigd tot de tenuitvoerlegging. De schuldeiser kan de grosse zelf aan de deurwaarder afgeven; hij hoeft hiervoor geen advocaat in te schakelen.
Voorafgaand aan de tenuitvoerlegging zal de deurwaarder de titel betekenen aan de persoon tegen wie de tenuitvoerlegging zich richt. De betekening heeft tot doel het vonnis aan de wederpartij ter kennis te brengen en hem te laten weten dat de schuldeiser nakoming van de uitspraak verlangt.
Voor betekening zie de Europese Betekeningsverordening : Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken
En verder “Betekening en kennisgeving van stukken – Gemeenschapsrecht”
De deurwaarder is de centrale figuur bij de tenuitvoerlegging. Alle handelingen die hij verricht doet hij in opdracht en voor degene die om tenuitvoerlegging verzoekt. Deze opdracht wordt gegeven door overhandiging van de grosse. De deurwaarder heeft in het algemeen geen aparte machtiging nodig.
De deurwaarder kan in het kader van de tenuitvoerlegging onder meer de volgende handelingen doen :
- betekening van de executoriale titel aan degene tegen wie de tenuitvoerlegging zich richt ;
De deurwaarder kan zich zo nodig laten bijstaan door de politie (bijvoorbeeld bij beslaglegging).
Voor ambtshandelingen van gerechtsdeurwaarders bestaan vaste tarieven die aan de schuldenaar in rekening gebracht mogen worden. Voor de schuldeiser gelden geen vaste tarieven, hierover valt dus te onderhandelen met de deurwaarder. De tarieven die de deurwaarder aan de schuldenaar rekent, zijn te vinden in het Besluit van 4 juli 2001, houdende nadere regels inzake de ambtshandelingen van gerechtdeurwaarders en tarieven (Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarderspdf).
Hierin zijn de tarieven per 1 januari 2005 genoemd.
De twee algemene voorwaarden voor tenuitvoerlegging zijn :
Zie vraag 1.
Het belangrijkste dwangmiddel is, zoals hierboven al aangegeven, het executoriaal beslag. Er zijn ook maatregelen die getroffen kunnen worden in afwachting van het verkrijgen van een executoriale titel. Maatregelen die gevraagd kunnen worden vóór de uitspraak is gegeven, gedurende of zelfs voorafgaande aan het proces. Dit noemt men conservatoire maatregelen : maatregelen ter bewaring van recht. Conservatoire maatregelen zijn bijvoorbeeld het conservatoir beslag, verzegeling, en boedelbeschrijving. In dit informatieblad gaat het om het executoriale beslag.
Executoriaal beslag kan worden gelegd op:
De executant is in het algemeen vrij in de keuze van de goederen waarop hij beslag wil leggen.
Beslag mag in beginsel worden gelegd op alle goederen van de schuldenaar. Er zijn goederen waarop geen beslag mag worden gelegd. Zo mag geen beslag worden gelegd op zaken die nodig zijn voor de eerste levensbehoeften, zoals kleding, voedsel, gereedschappen van werklieden, vakliteratuur, zaken ten behoeve van onderwijs, kunst en wetenschap. Bij periodieke betalingen van loon, alimentatie of uitkeringen is een gedeelte niet vatbaar voor beslag.
Beslag mag niet worden gelegd voor goederen bestemd voor de openbare dienst. De executant mag tegelijkertijd op verschillende goederen beslag leggen, dus bijvoorbeeld op roerende en op onroerende zaken.
Het beslag heeft tot gevolg dat handelingen van de schuldenaar, verricht na de beslaglegging, geen nadeel kunnen toebrengen aan de rechten van de beslaglegger. Zou de schuldenaar bijvoorbeeld de zaak verkopen, dan kan de koper in beginsel niet tegenover de schuldeiser stellen dat hij eigenaar is geworden. Een ander gevolg is dat de baten die de zaak oplevert, ook onder het beslag vallen.
Er zijn geen bijzondere rechtsgevolgen.
Het stemrecht blijft gedurende het beslag bij de geëxecuteerde.
In geval van derdebeslag legt de schuldeiser (beslaglegger) beslag onder een derde (dus niet bij de schuldenaar), omdat deze derde iets is verschuldigd jegens de schuldenaar of een zaak van die schuldenaar onder zich houdt. Het beslag ligt dus op zaken van de schuldenaar welke zaken zich onder een derde bevinden. De beslaglegger wordt beschermd tegen rechtshandelingen van zijn wederpartij. Rechtshandelingen, verricht na de beslaglegging kunnen niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen.
Twee vormen van derdenbeslag die vaak voorkomen zijn beslag onder een bank op een bank- of girorekening en onder een werkgever op het loon van een werknemer.
Het beslag wordt vermeld in de openbare registers. Het beslag werkt vanaf het ogenblik van de inschrijving. Opbrengsten uit de onroerende zaak die na de beslaglegging worden verkregen, vallen onder het beslag. De beslaglegger wordt beschermd tegen rechtshandelingen die de schuldenaar verricht na de beslaglegging. Een vervreemding (verkoop) van de onroerende zaak kan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen.
Als hoofdregel geldt dat de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak verjaart door verloop van twintig jaren na de dag volgende op die van de uitspraak. Als voor tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak vereisten zijn gesteld, waarvan de vervulling niet afhankelijk is van de wil van degene die de uitspraak heeft verkregen, dan verjaart de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop deze vereisten zijn vervuld.
Echter, de verjaringstermijn bedraagt vijf jaren voor wat betreft hetgeen ingevolge de uitspraak bij het jaar of kortere termijn moet worden betaald. Gaat het om renten, boeten, dwangsommen en andere bijkomende veroordelingen, dan treedt de verjaring, behoudens stuiting of verlenging, niet later in dan de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de hoofdveroordeling.
Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering bevat een algemene regeling voor geschillen in verband met een tenuitvoerlegging. Deze geschillen worden executiegeschillen genoemd. De schuldenaar kan in zo’n geschil proberen de tenuitvoerlegging tegen te houden. Het gaat bijvoorbeeld om geschillen over de betekenis en omvang van de executoriale titel, de invloed van feiten die zich na de uitspraak (de executoriale titel) hebben voorgedaan, de geldigheid van een beslag, de vraag wie de eigenaar is van de goederen waarop beslag is gelegd. In een executiegeschil kan de schuldenaar bijvoorbeeld aangeven dat er sprake is van misbruik van recht door de executant, of dat beslag buitensporig is gezien de uitspraak. De schuldenaar (de geëxecuteerde) mag geen inhoudelijke bezwaren tegen de uitspraak meer aanvoeren. Daarvoor dient het verzet, hoger beroep of de cassatie. Dit zijn rechtsmiddelen. In een executiegeschil is dus alleen de executie het onderwerp van het geschil. De hoofdzaak waarin reeds een uitspraak over is, wordt niet opnieuw beoordeeld.
De rechtbank is de bevoegde rechter voor alle executiegeschillen, ongeacht welke rechter de te executeren uitspraak heeft gegeven. De rechtbank is bevoegd ook al heeft het hof of de Hoge Raad de uitspraak gegeven.
Relatieve bevoegdheid. De relatief bevoegde rechter is de rechtbank die volgens de algemene regels van bevoegdheidsrecht bevoegd is, óf de rechtbank in het rechtsgebied waar het beslag is of wordt gelegd, óf de rechtbank in het rechtsgebied waar de betrokken zaken zich bevinden, óf de rechtbank is het rechtsgebied waar de tenuitvoerlegging zal plaats vinden. Voor iedere tenuitvoerlegging die in Nederland plaats vindt, is een bevoegde Nederlandse rechter te vinden.
Executiegeschillen worden meestal in kort geding behandeld. De rechter kan bijvoorbeeld de executie voor een bepaalde tijd schorsen of het beslag opheffen.
« Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen - Algemene informatie | Nederland - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 09-11-2006

