Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
Voor de laatst bijgewerkte tekst: zie
Tenuitvoerlegging is een begrip uit het procesrecht dat inhoudt dat een materiële vordering met staatsdwang wordt geïnd. Alleen de staat is bevoegd om de tenuitvoerlegging af te dwingen: hij heeft het monopolie om de vorderingen via zijn organen van overheidswege te innen.
Ja. In kracht van gewijsde overgegane of voorlopig uitvoerbaar verklaarde eindvonnissen (§ 704 ZPO - Zivilprozessordnung - Duits Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) komen in aanmerking, evenals de in § 794 ZPO genoemde andere executoriale titels; daartoe behoren naast gerechtelijke titels ook schikkingen voor een bemiddelingsinstantie, schikkingen door advocaten en notariële oorkonden.
In het geval van beslag op vorderingen en andere vermogensrechten van de schuldenaar is een gerechtelijke beslissing nodig, alsook bij de gedwongen tenuitvoerlegging om de schuldenaar handelingen te doen verrichten of na te laten, en bij de beslaglegging op onroerende goederen overeenkomstig het Zwangsversteigerungsgesetz (de Duitse wet betreffende de gedwongen openbare verkoop).
In het geval van beslag op vorderingen: het Amtsgericht (kantongerecht) van de plaats waar de schuldenaar zijn of haar verblijfplaats heeft.
In het geval van een gedwongen tenuitvoerlegging om de beklaagde handelingen te doen verrichten of na te laten: het gerecht van eerste aanleg waar de procedure aanhangig is.
In het geval van beslaglegging op onroerende goederen: het Amtsgericht (kantongerecht) van het district waar het onroerend goed gelegen is.
Een gerechtsdeurwaarder is een gerechtelijk ambtenaar van een deelstaat en staat onder toezicht van de voor hem bevoegde directeur van het kantongerecht. De gerechtsdeurwaarder oefent zijn beroep evenwel onafhankelijk uit.
Hij is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van burgerrechtelijke beslissingen overeenkomstig Boek 8 van de ZPO. Daarbij ligt het zwaartepunt tegenwoordig niet meer op het beslag op roerende goederen, maar op de activiteiten in het kader van het beslag op vorderingen van de schuldenaar. De gerechtsdeurwaarder is in het bijzonder bevoegd om de schuldenaar in termijnen te laten betalen. Hij heeft tevens de opdracht om te streven naar een snelle en minnelijke afwikkeling van de tenuitvoerleggingsprocedure. Een zeer wezenlijke taak van de gerechtsdeurwaarder is de afname van de vermogensverklaring bij de schuldenaar, die moet dienen voor de voor de schuldeiser zeer belangrijke openbaarmaking van het vermogen van de schuldenaar. Andere bevoegdheden van de gerechtsdeurwaarder zijn:
Over het algemeen zijn de Amtsgerichte (kantongerechten) als executierechtbank bevoegd om over de executieverzoeken te oordelen; in dat geval is vertegenwoordiging door een advocaat niet vereist.
Het verzoek om een beslissing waarbij de beklaagde handelingen moet uitvoeren of van handelingen moet afzien moet daarentegen worden ingediend bij het gerecht van eerste aanleg waar de procedure aanhangig is, in sommige gevallen dus bij een hogere rechtbank, met name het Landgericht (de arrondissementsrechtbank); in dat geval is vertegenwoordiging door een advocaat in principe wel vereist.
Afhankelijk van het soort vordering voorziet de wet in verschillende executiemogelijkheden, waarvan de kosten onderling verschillen:
In het geval van een veroordeling tot de betaling van een bepaalde geldsom, zal de schuldeiser de gerechtsdeurwaarder over het algemeen met de invordering belasten. Een beslag op roerende goederen van de schuldenaar door de gerechtsdeurwaarder kost 20 euro. De (al dan niet openbare) verkoop van het goed waarop beslag is gelegd kost 40 euro extra. Daarbovenop komen nog de door de gerechtsdeurwaarder gemaakte kosten.
Op basis van een betalingstitel kan worden verzocht om gerechtelijk beslag op een vordering van de schuldenaar (bijvoorbeeld de aanspraak op de betaling van het loon) en overdracht van de vordering op de schuldeiser (§en 829 en 835 ZPO). Deze procedure kost 15 euro. Onkosten (in het bijzonder de kosten voor de betekening van de rechterlijke beslissing) worden afzonderlijk aangerekend.
Wanneer met het beslag en de verkoop niet volledig aan de schuld is voldaan, is de schuldenaar op verzoek van de schuldeiser verplicht aan de gerechtsdeurwaarder een vermogensverklaring voor te leggen en die verklaring te beëdigen. Voor het afnemen van de vermogensverklaring rekent de gerechtsdeurwaarder 30 euro aan.
Beslag op onroerend goed van de schuldenaar gebeurt door het vestigen van een hypotheek om de vordering zeker te stellen, door gedwongen openbare verkoop of door sekwestratie van het onroerend goed.
Voor de inschrijving in het kadaster van een hypotheek om de vordering zeker te stellen wordt volgens de Duitse wet betreffende de kosten in procedures van vrijwillige rechtspraak (Gesetz über die Kosten in Angelegenheiten der freiwilligen Gerichtsbarkeit - Kostenordnung - KostO) een tarief aangerekend dat in verhouding staat tot de waarde van de zeker te stellen vordering. In bijlage 1
(PDF File 11 KB) is een tabel opgenomen met de tarieven voor vorderingen tot 1 miljoen euro.
Voor de beslissing over het verzoek om een onroerend goed openbaar te laten verkopen wordt 50 euro aangerekend. Verder worden ook kosten aangerekend – gewoonlijk een tarief van 0,5% – voor de afwikkeling van de procedure, het houden van de openbare verkoop, het doen van de toewijzing en de verdeling van de opbrengst. Hoe hoog de kosten zijn die voor de procedure in het algemeen en voor het houden van de openbare verkoop in het bijzonder worden aangerekend, wordt in elk afzonderlijk geval bepaald op basis van de verkoopwaarde van het onroerend goed en door de kosten voor het doen van de toewijzing en voor de verdeling van de opbrengst van de openbare verkoop. In bijlage 2
(PDF File 12 KB) is een tabel opgenomen met de tarieven voor bedragen tot 500 000 euro. Naast deze kosten worden ook procedurekosten aangerekend, met name de kosten van een deskundigenadvies over de verkoopwaarde van de onroerende goederen.
Voor de beslissing over het verzoek om sekwestratie wordt 50 euro aangerekend. Voor de afwikkeling van de procedure wordt bovendien 0,5% van de totale waarde van de inkomsten uit de sekwestratie aangerekend.
Wordt de schuldenaar veroordeeld tot de verkoop van een roerend goed, dan voert de gerechtsdeurwaarder deze beslissing op verzoek van de schuldeiser uit. Daarvoor wordt 20 euro aangerekend. Indien een grondstuk of een woning van de schuldenaar moet worden verkocht, dan wordt voor de uitzetting 75 euro aangerekend. Daarbovenop komen nog de onkosten van de gerechtsdeurwaarder, in het bijzonder wanneer de hulp van derden moet worden ingeroepen (bijvoorbeeld verzendingskosten, slotenmaker enz.). Vergt de afhandeling meer dan drie uur, dan wordt een toeslag van 15 euro per aangevangen extra uur aangerekend.
Voor procedures voor het gerecht die tot doel hebben de schuldenaar handelingen te doen verrichten, dulden of na te laten, wordt 15 euro aan proceskosten aangerekend.
De schuldeiser moet in het bezit zijn van een executoriale titel, die de vordering van de schuldeiser aantoont. Dat kan een in kracht van gewijsde gegaan of voorlopig uitvoerbaar verklaard eindvonnis zijn (§ 704 ZPO) of een in § 794 ZPO genoemde executoriale titel (bv. gerechtelijke schikkingen, beschikkingen tot tenuitvoerlegging of notariële akten.)
Voor de schuldenaar gelden geen specifieke eisen.
Voor beslaglegging en beslissing bij voorraad gelden specifieke voorwaarden. Deze executiemaatregelen dienen om de vordering zeker te stellen tot in de procedure over de hoofdzaak een gerechtelijke titel wordt afgegeven.
Het roerend vermogen, de vorderingen en andere vermogensrechten zoals onroerend goed van de schuldenaar kunnen aan executie onderworpen worden.
§ 811 ZPO somt persoonlijke voorwerpen waarop geen beslag mag worden gelegd: de schuldenaar en de personen in zijn huishouden mogen een minimum aan voorwerpen behouden die voor hun persoonlijk gebruik of de uitoefening van hun beroep absoluut noodzakelijk zijn.
Er gelden eveneens beperkingen voor loonbeslag. Daaromtrent voorziet § 850 ZPO en volgende in bedragen waarop geen loonbeslag mag worden gelegd, zodat de schuldenaar in zijn levensonderhoud kan voorzien.
Wanneer de schuldenaar geen vermogen bezit waarop beslag kan worden gelegd, zijn executiemaatregelen niet mogelijk. De schuldeiser kan echter nieuwe executiemaatregelen tegen de schuldenaar laten uitvoeren, wanneer hij kennis krijgt van tot dusverre verborgen of nieuwe vermogens van de schuldenaar.
Met een rechtsgeldige titel kan de schuldeiser 30 jaar lang executiemaatregelen laten uitvoeren. Zolang de schuldeiser geen verdere executiemaatregelen laat uitvoeren, kan de schuldenaar over zijn vermogen beschikken.
De schuldenaar die een vermogensverklaring heeft afgegeven of die tot een gevangenisstraf is veroordeeld omdat hij heeft geweigerd een vermogensverklaring af te geven, wordt ingeschreven in het debiteurenregister van de executierechtbank waar de procedure van tenuitvoerlegging aanhangig is. Onder bepaalde voorwaarden kan informatie uit het debiteurenregister aan derden worden verstrekt.
Op grond van de wetgeving op de gegevensbescherming zijn banken noch ten aanzien van de schuldeiser, noch ten aanzien van de rechtbank of de gerechtsdeurwaarder verplicht informatie over de schuldenaar, en in het bijzonder over zijn vermogenstoestand, te verstrekken.
In het geval van een beslag of overdracht van vorderingen van de schuldenaar ten aanzien van een derde, mag deze derde niet meer aan de schuldenaar betalen; hij kan zijn schuld alleen nog inlossen wanneer hij de vordering die voor inning aan de schuldeiser is overgedragen, aan de schuldeiser betaalt. Wanneer de derde deze verplichting niet nakomt, kan van hem schadevergoeding worden geëist.
Rechtsgeldige vorderingen en vorderingen op grond van uitvoerbare schikkingen of akten verjaren overeenkomstig § 197 BGB (Bürgerliches Gesetzbuch – Duits Burgerlijk Wetboek) na 30 jaar. Tijdens die dertig jaar kan de schuldeiser te allen tijde executiemaatregelen laten uitvoeren.
De schuldeiser kan onmiddellijk bezwaar aantekenen tegen de weigering om een executiemaatregel op te leggen.
De schuldenaar kan tegen de executiemaatregel de volgende rechtsmiddelen aanwenden:
Voor het bezwaar dat bij het Amtsgericht (kantongerecht) moet worden ingediend, geldt geen specifieke termijn. Onmiddellijk verzet moet echter binnen twee weken worden aangetekend bij het Amtsgericht of Landgericht (de arrondissementsrechtbank), dat als beroepsinstantie fungeert.
Wanneer de schuldenaar een rechtsmiddel aanwendt, heeft dat geen onmiddellijke invloed op de voortzetting van de ingeleide tenuitvoerleggingsprocedure; de procedure wordt evenmin opgeschort.
« Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen - Algemene informatie | Duitsland - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 06-06-2006

