Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
Wanneer een schuldenaar de rechterlijke uitspraak niet vrijwillig naleeft, kan de schuldeiser de naleving in rechte afdwingen; dit noemt men gedwongen tenuitvoerlegging. Zij vereist een uitvoerbare titel (art. 1386 van het Gerechtelijk Wetboek), aangezien het een ingreep op de rechtssfeer van de schuldenaar inhoudt. Deze titel zal meestal een vonnis of een notariële akte zijn. Uit respect voor de persoonlijke levenssfeer van de schuldenaar is tenuitvoerlegging op bepaalde momenten uitgesloten (art. 1387 Ger.W.). De tenuitvoerlegging wordt verricht door een gerechtsdeurwaarder.
Meestal gebeurt gedwongen tenuitvoerlegging met het oog op de inning van geldsommen, maar het kan ook gaan over de verrichting van een doen of een laten.
Daarnaast is de dwangsom belangrijk (art. 1385 bis Ger.W.). Een dwangsom is een drukkingsmiddel, gebruikt om de veroordeelde aan te sporen om de rechterlijke uitspraak na te leven. In bepaalde gevallen is het opleggen van een dwangsom echter uitgesloten: bij veroordeling tot betaling van een geldsom of tot nakoming van een arbeidsovereenkomst en wanneer het niet strookt met de menselijke waardigheid. De tenuitvoerlegging van een dwangsom gebeurt op basis van de titel waarin ze werd vastgesteld. Er is dus geen nieuwe titel vereist.
Gaat om een veroordeling tot het betalen van een geldsom, dan gebeurt de tenuitvoerlegging op het vermogen van de schuldenaar. We spreken in dat geval van beslag. Hierin onderscheiden we, naargelang de aard van de beslagen goederen, roerend en onroerend beslag en, naargelang de aard van het beslag, bewarend en uitvoerend beslag. Bij bewarend beslag worden de beslagen goederen in spoedeisende gevallen zogenaamd "onder de hand van het gerecht" geplaatst: de situatie wordt bevroren om de latere tenuitvoerlegging veilig te stellen. Dit houdt in dat de beslagene niet meer over de beslagen goederen kan beschikken. Hij mag ze niet meer verkopen of wegschenken. Bij uitvoerend beslag worden de goederen van de schuldenaar verkocht en de opbrengst gaat naar de schuldeiser. De schuldeiser heeft immers geen recht op de beslagen goederen zelf, maar enkel op de opbrengst van hun verkoop.
Naast het gewone bewarende en uitvoerende beslag op roerende en onroerende goederen zijn er ook bijzondere regels voor beslag op schepen (art. 1467 tot 1480 en art. 1545 tot 1559 Ger.W.), beslag inzake namaak (art. 1481 tot 1488, pandbeslag (art. 1461 Ger.W.), beslag tot terugvordering (art. 1462 tot 1466 Ger.W.) en beslag op tak- en wortelvaste vruchten (art. 1529 tot 1538 Ger.W.). In het vervolg van dit dossier concentreren we ons nog uitsluitend op het gewone beslag.
Voor bewarend beslag is in principe de toestemming van de beslagrechter vereist (art. 1413 Ger.W.). Deze machtiging moet gevraagd worden bij éénzijdig verzoekschrift (art. 1417 Ger.W.). Hetzelfde verzoekschrift mag niet tegelijk voor roerend als voor onroerend beslag dienen. Voor beslag op onroerende goederen is immers steeds een afzonderlijke aanvraag vereist.
De beslagrechter beslist ten laatste acht dagen na de neerlegging van het verzoekschrift (art. 1418 Ger.W.). Hij kan beslissen om de toelating te weigeren of om ze deels of volledig te verlenen aan de schuldeiser. De beschikking van de beslagrechter moet betekend worden aan de schuldenaar. De beschikking van de beslagrechter wordt aan een gerechtsdeurwaarder afgegeven die vervolgens het nodige doet.
Er bestaat een belangrijke uitzondering in welk geval geen toestemming van de beslagrechter wordt vereist: elk vonnis geldt als toelating om bewarend beslag te leggen voor de uitgeproken veroordelingen (art. 1414 Ger.W.). Ook hier moet het gaan om een spoedeisend geval. Het volstaat het vonnis aan een gerechtsdeurwaarder af te geven opdat die het nodige zou doen voor het beslag.
Bewarend beslag kan omgezet worden in uitvoerend beslag (art. 1489 tot 1493 Ger.W.).
A. Algemeen
Een uitvoerend beslag mag alleen worden gelegd dan krachtens een uitvoerbare titel (art. 1494 Ger.W.). Vonnissen en akten kunnen alleen ten uitvoer worden gelegd op de overlegging van de uitgifte of van de minuut, voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging dat de Koning bepaalt.
Het vonnis van de rechter wordt vooraf aan de verweerder betekend (art. 1495 Ger.W.). Is de uitvoerbare titel een vonnis, dan is de voorafgaande betekening van dit vonnis immers verplicht om de schuldenaar op de hoogte te brengen. Dit is niet nodig als de uitvoerbare titel een notariële akte is, want dan kent de schuldenaar de titel al. De betekening van het vonnis doet de termijnen voor het instellen van de gewone rechtsmiddelen lopen. De beroepstermijnen hebben schorsende werking voor uitvoerend beslag (in tegenstelling tot het bewarend beslag) in geval van veroordeling tot het betalen van een geldsom. Een uitzondering op de schorsende werking van de gewone rechtsmiddelen is de voorlopige tenuitvoerlegging (vonnis uitvoerbaar bij voorraad).
De tweede stap in de weg naar uitwinning van de schuldeiser door gedwongen tenuitvoerlegging is het bevel tot betalen (art. 1499 Ger.W.). Dit is de eerste daad van tenuitvoerlegging. Dit bevel is de laatste waarschuwing voor de schuldenaar, die het beslag dus nog kan vermijden. De wachttermijn die loopt vanaf het bevel is een dag voor roerend beslag (art. 1499 Ger.W.) en 15 dagen voor onroerend beslag (art. 1566 Ger.W.). Het bevel moet betekend worden aan de schuldenaar, wat geldt als een ingebrekestelling, d.i. een aanmaning tot betalen. De tenuitvoerlegging kan enkel strekken tot voldoening van de in het bevel vermelde bedragen.
Na de wachttermijn die het bevel tot betalen doet lopen, kan tot beslag worden overgegaan. Dit moet gebeuren bij deurwaardersexploot. Tenuitvoerlegging gebeurt dus door middel van tussenkomst van een bevoegde ambtenaar. Deze ambtenaar wordt beschouwd als lasthebber van de schuldeiser wiens taak wettelijk omschreven staat en die onder gerechtelijk toezicht staat. Hij is contractueel aansprakelijk tegenover de schuldeiser en buitencontractueel tegenover derden (uit de wet en uit schending van de algemene zorgvuldigheidsplicht).
De gerechtsdeurwaarder zendt binnen de 24 uur na de akte een bericht van beslag naar der griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar het beslag werd gelegd (art. 1390 Ger.W.). Dit is zowel voor roerend als onroerend beslag verplicht. Er is geen uitvoerend beslag of procedure van verdeling mogelijk zonder voorafgaande raadpleging van de beslagberichten (art. 1391 Ger.W.). Deze regel werd ingevoerd om overbodige beslagen te voorkomen en om de collectieve dimensie van het beslag te versterken.
B. Uitvoerend roerend beslag
Voor uitvoerend beslag op roerende goederen is een bevel tot betalen vereist. De schuldenaar kan hiertegen verzet aantekenen. Het beslag wordt gelegd bij deurwaardersexploot en heeft in de eerste plaats een bewarend karakter: de goederen worden niet verplaatst en het bezit en genot van de goederen wijzigt niet. Het beslag is ook mogelijk buiten de woonplaats van de schuldenaar en bij een derde.
Bij roerend uitvoerend beslag is er geen eenheid van beslag, maar een tweede beslag op dezelfde goederen blijft vrij nutteloos aangezien dit kostelijk is. Bij de evenredige verdeling van de opbrengst van de goederen van de schuldenaar komen ook de andere schuldeisers dan degene die beslag hebben laten leggen in samenloop (art. 1627 en volgende Ger.W.).
Van het beslag wordt proces-verbaal opgemaakt. Ten vroegste 1 maand na de betekening of kennisgeving van het afschrift van het proces verbaal van beslaglegging worden de beslagen goederen verkocht. Deze wachttermijn wil aan de schuldenaar een laatste kans geven om de verkoop te voorkomen. De verkoop moet aangekondigd worden aan het publiek door middel van aanplakbrieven en berichten in de pers. De verkoop vindt plaats in een veilingzaal of op een openbare markt, tenzij er verzocht wordt om een meer geschikte plaats, en hij wordt geleid door een gerechtsdeurwaarder. Die maakt er een proces verbaal van op en ontvangt de verkoopsommen. De opbrengst van de verkoop wordt door de gerechtsdeurwaarder binnen de 15 dagen verdeeld in een procedure van evenredige verdeling (art. 1627 e.v. Ger.W.). Deze procedure verloopt in beginsel in der minne. Is dit niet mogelijk, dan wordt de beslagrechter ingeschakeld.
C. Uitvoerend onroerend beslag (art. 1560 en volgende Ger.W.)
De eerste daad van tenuitvoerlegging is de betekening van het bevel tot betalen.
Daarna moet, ten vroegste binnen de 15 dagen en ten laatste binnen de 6 maanden, beslag worden gelegd. Zoniet verliest het bevel van rechtswege zijn gevolg. Het beslagexploot moet vervolgens binnen de 15 dagen worden overgeschreven op het hypotheekkantoor en binnen de 6 maanden betekend worden. De overschrijving leidt tot onbeschikbaarheid van de goederen en is maximum zes maanden geldig. Bij gebreke van overschrijving is het beslag nietig. Bij onroerend uitvoerend beslag geldt, in tegenstelling tot bij roerend uitvoerend beslag, het beginsel van eenheid van beslag: “saisie sur saisie ne vaut”.
De laatste stap is het verzoek voor de beslagrechter tot aanstelling van een notaris, die belast wordt met de verkoop van de goederen en met de rangregeling. De schuldenaar kan voor de beslagrechter in verzet komen tegen de handelingen die de aangestelde notaris stelt. De nadere regelen van de verkoop zijn door de wetgever duidelijk vastgelegd (zie art. 1582 e.v. Ger.W.). In principe is de verkoop openbaar, maar op initiatief van de rechter of op verzoek van de beslagleggende schuldeiser is een verkoop uit de hand mogelijk. De verkoopopbrengst wordt volgens de rangregeling verdeeld onder de verschillende schuldeisers (zie art. 1639 tot 1654 Ger.W.). Betwistingen inzake de rangregeling worden voor de beslagrechter gebracht.
Onder beslag onder derden verstaat men het beslag op schuldvorderingen die de schuldenaar op een derde heeft (vb. zijn werkgever voor zijn loon). Die derde is dus de onderschuldenaar van de beslagleggende schuldeiser. Beslag onder derden is niet hetzelfde als beslag bij derden: hieronder verstaat men beslag op goederen van de schuldenaar die zich bij een derde bevinden.
De schuldvordering waarvoor beslag wordt gelegd is deze die de beslagleggende schuldeiser heeft op de beslagen schuldenaar. De schuldvordering waarop beslag wordt gelegd is deze die de beslagene op de derde/onderschuldenaar heeft.
De nadere regels voor beslag onder derden zijn te vinden in art. 1445 tot 1640 Ger.W. voor bewarend beslag en in art. 1539 tot 1544 Ger.W. voor uitvoerend beslag.
Behalve de gerechtskosten moet er inzake beslag ook rekening gehouden worden met de kosten voor de gerechtsdeurwaarder. Het tarief voor deze ambtshandeling van de gerechtsdeurwaarder is vastgelegd bij het Koninklijk Besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen (zie Federale Overheidsdienst Justitie).
A. Bewarend beslag
Bewarend beslag kan gelegd worden door elke schuldeiser die beschikt over een schuldvordering met bepaalde kwaliteiten, ongeacht de waarde van de beslagen goederen en van het bedrag van de schuldvordering (zie art. 1413 Ger.W.).
Om te kunnen overgaan tot beslaglegging moet er in de eerste plaats sprake zijn van urgentie: de solvabiliteit van de schuldenaar moet bedreigd zijn, zodat de latere uitwinning van zijn vermogen in gevaar komt. Of aan deze voorwaarde is voldaan wordt door de rechter beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven. De urgentie moet niet enkel op het moment van de beslaglegging aanwezig zijn, maar ook op het moment dat er geoordeeld wordt over de handhaving van het beslag. Er zijn wel enkele uitzonderingen op deze voorwaarde: beslag inzake namaak, beslag voor wisselschulden en tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis.
Een tweede voorwaarde om tot bewarend beslag te kunnen overgaan is dat de schuldeiser moet beschikken over een schuldvordering. Indien er een schuldvordering vereist is, moet deze voldoen aan bepaalde kwaliteiten(art. 1415 Ger.W.): de schuldvordering moet zeker (in tegenstelling tot voorwaardelijk), eisbaar (maar ook tot zekerheid van toekomstige schuldvorderingen) en vaststaand (bedrag is bepaald of bepaalbaar) zijn. De aard en omvang van deze schuldvordering zijn daarentegen irrelevant. De beslagrechter oordeelt of aan deze eisen is voldaan, maar de bodemrechter is later niet gebonden door deze beslissing.
Ten derde moet de schuldeiser die bewarend beslag wil leggen hiertoe bekwaam zijn. Het gaat hier om een loutere daad van beheer (niet van beschikking), die eventueel door een wettelijk vertegenwoordiger kan worden gesteld.
De toestemming van de beslagrechter is vereist tenzij de schuldeiser reeds beschikt over een vonnis (zie hoger). Die is echter niet vereist voor bewarend derdenbeslag, voor pandbeslag en voor een schuldeiser die reeds over een vonnis beschikt (art. 1414 Ger.W.: elk vonnis geldt als titel). Ook een notariële akte levert een uitvoerbare titel.
B. Uitvoerend beslag
Ook voor uitvoerend beslag is er een uitvoerbaretitel vereist (art. 1494 Ger.W.). Het kan gaan om een rechterlijke beslissing, een authentieke akte, een fiscaal dwangbevel, een buitenlandse beslissing na exequatur, ...
De schuldvordering moet immers worden vastgesteld in een akte met een bepaalde kwaliteit. Het moet net zoals bij bewarend beslag gaan om een zekere, vaststaande en opeisbare vordering. Art. 1494, tweede lid Ger.W. bepaalt dat beslag, gelegd ter verkrijging van periodiek te vervallen inkomsten, ook voor nog te vervallen termijnen geldt, naarmate deze vervallen.
Daarnaast moet de titel ook nog actueelzijn. De beslagrechter zal de titel niet meer actueel achten wanneer de beslaglegger geen schuldeiser meer is of wanneer de schuldvordering deels of volledig is uitgedoofd (door verjaring, betaling of dading).
A. Algemeen
Beslag kan enkel gelegd worden op de (roerende en onroerende) goederen van de schuldenaar. Beslag op goederen van een derde is niet mogelijk, maar het is wel irrelevant in wiens bezit de goederen van de schuldenaar zich bevinden. Beslag bij een derde is dus wel mogelijk mits hiertoe rechterlijke toestemming werd verleend (art. 1503 Ger.W.).
De schuldeiser kan zich in principe enkel verhalen op het actuele vermogen van de schuldenaar. Enkel wanneer de schuldenaar zich op bedrieglijke wijze onvermogend maakt is ook beslag op diens vroeger vermogen mogelijk. Beslag op toekomstige goederen is principieel ook uitgesloten, met uitzondering van toekomstige schuldvorderingen.
De vruchten van de beslagen goederen blijven in geval van bewarend beslag in principe bij de beslagene. Bij uitvoerend beslag daarentegen, vallen de vruchten ook onder het beslag en gaan ze dus naar de beslaglegger.
Beslag op een onverdeeldheid is mogelijk, maar de uitwinning wordt in dat geval opgeschort tot na de verdeling (zie o.a. art. 1561 Ger.W.). Er gelden bijzondere regels voor echtgenoten.
B. Beslagbaarheid
De goederen waarop beslag wordt gelegd moeten vatbaar zijn voor beslag. Sommige goederen zijn immers onbeslagbaar. Deze onbeslagbaarheid kan enkel voortvloeien uit de wet, uit de aard van de goederen of uit het feit dat de goederen strikt verbonden zijn met de persoon van de schuldenaar. Er is dus bijvoorbeeld geen onbeslagbaarheid op basis van het doel mogelijk. Niet voor beslag vatbare goederen zijn aldus:
Vroeger gold het principe van uitvoeringsimmuniteit van de overheid, waardoor elk beslag op overheidsgoederen uitgesloten was. Dit principe werd intussen genuanceerd door art. 1412 bis Ger.W.
Voor beslag op schepen en luchtvaartuigen gelden bijzondere regels (voor bewarend beslag: zie art. 1467 tot 1480 Ger.W. en voor uitvoerend beslag: zie art. 1545 tot 1559 Ger.W.)
Opmerking: nzake beslag op bankrekeningen werd er in België onlangs een nieuwe wet aangenomen: De wet betreffende de onvatbaarheid voor beslag en de onoverdraagbaarheid van de bedragen waarvan sprake is in de artikelen 1409, 1409 bis en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek wanneer die bedragen op een zichtrekening gecrediteerd zijn (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 2 juli 2004). Deze wet is vooralsnog echter niet in werking getreden, hiertoe is een Koninklijk Besluit vereist (zie art. 5 van de wet). De wet breidt de beperkingen en uitsluitingen van de in zijn titel opgesomde artikelen van het Gerechtelijk Wetboek uit tot bedragen op zichtrekeningen gecrediteerd.
C. Kantonnement
Wanneer een goed in beslag wordt genomen treft het beslag normaal gezien dit goed in zijn geheel, ook al overstijgt de waarde van dit goed de omvang van de schuldvordering. Dit is zeer nadelig voor de schuldenaar, want het goed wordt voor hem volledig onbeschikbaar. Om de gevolgen van deze onbeschikbaarheid te temperen heeft de Belgische wetgever voorzien in de mogelijkheid van het kantonnement: de schuldenaar geeft een bepaald bedrag in consignatie (zie art. 1403 tot 1407 Ger.W.) en kan terug over zijn goed beschikken.
Zowel bij bewarend als bij uitvoerend beslag is kantonnement van zowel de oorzaak, als van het voorwerp van het beslag mogelijk. Bij kantonnement van de oorzaak komt het gekantonneerde bedrag in plaats van het beslagen goed, dit wordt dan terug beschikbaar voor de schuldenaar. Bij kantonnement van het voorwerp gaat het eigenlijk gewoon om de verplaatsing van het beslagen goed.
A. Beslag
De schuldenaar wordt vanaf het beslag beschikkingsonbevoegd over de beslagen goederen. Het beslag creꤲt echter geen voorrecht in hoofde van de beslaglegger. De beschikkingsonbevoegdheid van de schuldenaar houdt in dat hij de beslagen goederen niet meer kan vervreemden of bezwaren, maar ze blijven dus wel in het bezit van de schuldenaar. Feitelijk gezien verandert de situatie dus niet, juridisch gezien wel.
De sanctie op het niet naleven van deze beschikkingsonbevoegdheid is dat de door de beslagene gestelde handelingen niet tegenstelbaar zijn aan de beslaglegger.
De beschikkingsonbevoegdheid is echter slechts relatief, dit wil zeggen dat ze alleen in het voordeel van de beslagleggende schuldeiser geldt. Andere schuldeisers moeten nog steeds fluctuaties in het vermogen van hun schuldenaar dulden. Zij kunnen zich evenwel op eenvoudige wijze bij het reeds gelegde beslag aansluiten.
Deze beschikkingsonbevoegdheid is de eerste fase van de uitwinning van het vermogen. De goederen komen aldus "onder de hand van het gerecht". Zo heeft dus ook het uitvoerend beslag in de eerste plaats een bewarende functie.
B. Beslag onder derden
Door dit beslag wordt de volledige beslagen schuldvordering onbeschikbaar, ongeacht het bedrag van de schuldvordering waarvoor beslag wordt gelegd. De derde kan wel kantonneren. Handelingen die de schuldvordering doen tenietgaan zijn niet tegenstelbaar aan de beslaglegger. Er is vanaf het beslag ook geen compensatie meer mogelijk tussen de beslagen schuldenaar en de derde.
A. Bewarend beslag
Bewarend beslag is maximum 3 jaar geldig. Voor roerend beslag en voor beslag onder derden loopt deze termijn vanaf de datum van de beschikking of van het exploot (art. 1425 en 1458 Ger.W.). Voor onroerend beslag geldt de dagtekening van de overschrijving op het hypotheekkantoor als beginpunt van de driejarige termijn (art. 1436 Ger.W.).
Deze termijn kan omwille van gegronde redenen verlengd worden (art. 1426, 1459 en 1437 Ger.W.).
B. Uitvoerend beslag
Bij uitvoerend beslag is enkel het aan het beslag voorafgaand bevel onderworpen aan een maximum geldigheidsduur. Voor uitvoerend beslag op roerende goederen is deze termijn 10 jaar (gemene verjaringstermijn want geen bijzondere bepaling), voor uitvoerend beslag op onroerende goederen 6 maanden (art. 1567 Ger.W.). Voor scheepsbeslag geldt een termijn van 1 jaar (art. 1549 Ger.W.).
A. Bewarend beslag
Wanneer de beslagrechter de toelating tot bewarend beslag weigert te verlenen kan de verzoeker (dit is de schuldeiser) binnen een maand bij het Hof van Beroep hoger beroep tegen die beschikking instellen. De procedure in hoger beroep blijft eenzijdig. Staat de rechter in hoger beroep het beslag wel toe, dan kan de schuldenaar hiertegen derdeverzet aantekenen. (zie art. 1419 Ger.W.).
Wanneer de beslagrechter het bewarend beslag toestaat kan de schuldenaar of elke andere belanghebbende derdenverzet instellen tegen deze beschikking. Dit moet binnen een termijn van 1 maand gebeuren bij de rechter die de beschikking heeft gewezen. Dit keer zal de rechter oordelen in een rechtspleging op tegenspraak. Het derdenverzet werkt in beginsel niet schorsend. (zie art. 1419 en art. 1033 Ger.W.).
Tegen een bewarend beslag dat kon worden gelegd zonder rechterlijke machtiging kan de beslagen schuldenaar opkomen door aan de beslagrechter opheffing van dat beslag te vragen (art. 1420 Ger.W.). Dit is de procedure van verzet tegen het beslag. Deze procedure wordt behandeld zoals in kort geding en kan eventueel gepaard gaan met het opleggen van een dwangsom. De vordering kan worden gegrond op het gebrek aan urgentie (Cass. 14 september 1984, Arr. Cass. 1984-85, 87).
In geval van gewijzigde omstandigheden kan zowel de beslagene (door dagvaarding van alle partijen voor de beslagrechter) als de beslaglegger of een tussenkomende partij (op verzoekschrift) de beslagrechter verzoeken om de wijziging of intrekking van het beslag.
B. Uitvoerend beslag
De schuldenaar kan verzet aantekenen tegen het bevel tot betalen en aldus de rechtsgeldigheid van het bevel aanvechten. Hiertoe is geen wettelijke termijn voorzien en het verzet werkt niet schorsend. De grieven waarop het verzet gebaseerd kan zijn, zijn onder andere vormgebreken en het verzoek om respijt (wanneer de uitvoerende titel een notariële akte is).
De schuldenaar kan zich bij de beslagrechter verzetten tegen de verkoop van zijn goederen, maar ook dit verzet schorst het beslag niet.
Andere schuldeisers dan de beslaglegger kunnen zich wel verzetten tegen afgifte van de verkoopprijs, maar niet tegen de verkoop zelf.
Ook een derde, die beweert eigenaar te zijn van de beslagen goederen, kan in verzet komen bij de beslagrechter (art. 1514 Ger.W.). Dit verzet werkt wel schorsend.
in afkorting: Ger. W.
beslag op roerende goederen, beslag op onroerende goederen
gewezen door een rechter
in beginsel afgeleverd door een notaris
het eerste afschrift. De partij die het vonnis ten uit voer wenst te laten leggen krijgt maar een enkele uitgifte. De uitgifte van ene vonnis wordt afgeleverd door de griffie mits betaling van een belasting (uitgifterecht).
het orignineel van het vonnis of de akte. Dit gebeurt alleen in zeer dringende gevallen.
koninklijk besluit van 9 augustus 1993, Belgisch Staatsblad van 9 augustus 1993 ( www.just.fgov.be ):
"Wij, Albert II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, doen te weten :
Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurswaarders dit arrest, dit vonnis, deze beschikking, dit bevel of deze akte ten uitvoer zullen leggen;
Dat Onze procureurs-generaal en Onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;
Ten blijke waarvan dit arrest, dit vonnis, deze beschikking, dit bevel of deze akte is ondertekend en gezegeld met het zegel van het hof, de rechtbank of de notaris."
wat zijn handelingen betreffende de tenuitvoerlegging van het vonnis of de akte aangaat staat de gerechtdeurwaarder onder toezicht van de beslagrechter en wat zijn plichtenleer betreft staat hij onder toezicht van het openbaar ministerie en de arrondissementele kamer van gerechtsdeurwaarders.
het kantoor van de plaats waar de goederen zijn gelegen (art. 1565 ger.W.). Op dit kantoor wordt publiciteit verschaft over de onroerende goederen, vb. over het eigendomsrecht, over de hypotheken die op de goederen rusten.
dit wil zeggen dat alle partijen in zake komen.
« Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen - Algemene informatie | België - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 29-08-2005

