Europese Commissie > EJN > Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen > Oostenrijk

Laatste aanpassing: 17-11-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen - Oostenrijk

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De originele taalversie is bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat betekent executie in burgerlijke en handelszaken? 1.
2. Onder welke omstandigheden mag een uitvoerbare titel worden verstrekt? 2.
2.1. Procedure 2.1.
2.2. Wat zijn de grondvoorwaarden voor het verlof tot executie? 2.2.
3. Executiemiddelen 3.
3.1. Welk soort goederen van de schuldenaar kunnen aan executie worden onderworpen? 3.1.
3.2. Wat zijn de gevolgen van de executiemaatregelen? 3.2.
3.3. Wat is de geldigheidsduur van de executiemaatregelen? Wordt de geldigheidsduur vastgesteld bij wet of door de rechter? 3.3.
4. Kunnen rechtsmiddelen worden ingesteld tegen het verlof tot executie? Wie kan een dergelijk rechtsmiddel instellen? Bij welk gerecht en binnen welke termijn moet een dergelijk rechtsmiddel worden ingesteld? Wat zijn de gevolgen van het instellen van een dergelijk rechtsmiddel? 4.

 

1. Wat betekent executie in burgerlijke en handelszaken?

Executie (gedwongen tenuitvoerlegging) is de uitoefening van dwang door de staat met het oog op de tenuitvoerlegging van uitvoerbare claims.

De regeling inzake executie voorziet in meerdere soorten executie, afhankelijk van de vraag of de executoriale titel betrekking heeft op een geldvordering of op het verrichten van een specifieke prestatie, en van de vraag welke goederen vatbaar zijn voor executie.

Indien een in geld luidende executoriale titel op de roerende goederen van de schuldenaar ten uitvoer moet worden gelegd, kan gebruik worden gemaakt van de executie op roerende goederen (Fahrnisexekution), de executie op vorderingen (Forderungsexekution), de revindicatoire executie (Anspruchsexekution in Ausfolgungsansprüche) en de executie op andere vermogensrechten. De Fahrnisexekution (of Mobiliarexekution) is in principe een procedure in drie fasen: beslag, verkoop en betaling.

De executie op onroerende goederen heeft betrekking op het onroerende vermogen van de schuldenaar en geschiedt naar keuze van de executant door de gedwongen vestiging van een pandrecht (Pfandrechtsbegründung), sekwestratie (Zwangsverwaltung) of gedwongen openbare verkoop (Zwangsversteigerung).

Voor executoriale titels die op een specifieke prestatie betrekking hebben, is er geen uniforme procedure voor tenuitvoerlegging. Met betrekking tot een handelen of een nalaten kunnen de volgende middelen worden gebruikt: gedwongen afname (Zwangsabnahme), uitvoering van de prestatie door een derde (Ersatzvornahme) of het opleggen van dwangsommen (Beugestrafen; geldboete en gevangenisstraf).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Onder welke omstandigheden mag een uitvoerbare titel worden verstrekt?

2.1. Procedure

Zowel gerechtelijke als buitengerechtelijke beslissingen kunnen als executoriale titel worden erkend.

Buitengerechtelijke beslissingen omvatten:

  • besluiten van bestuurlijke instanties over privaat‑ en publiekrechtelijke vorderingen en over geldboeten en administratieve sancties, voorzover voor de executie ervan naar de gerechten is verwezen, alsook schikkingen voor bestuurlijke instanties;
  • besluiten van socialezekerheidsorganen over het recht op uitkeringen;
  • schikkingen en besluiten van scheidsgerechten;
  • uitvoerbare notariële akten;
  • certificaat inzake achterstallige schulden (Rückstandsausweise).

Om tot executie te kunnen overgaan, moet de executant in principe over een uitvoerbaarheidsverklaring (Vollstreckbarkeitsbestätigung) beschikken, die door de bevoegde instantie (Titelbehörde) in het kader van de betrokken procedure (Titelverfahren) wordt verstrekt.

Het verlof tot executie wordt in principe verleend door het voor de tenuitvoerlegging bevoegde gerecht. Ratione materiae is dat altijd het kantongerecht (Bezirksgericht). Ratione loci is voor de executie op (in het kadaster geregistreerde) onroerende goederen het gerecht bevoegd dat het kadaster bijhoudt en voor de executie op vorderingen in principe het gerecht van de woonplaats van de schuldenaar. In alle overige gevallen is in de eerste plaats het gerecht bevoegd in het rechtsgebied waarvan de voor executie vatbare goederen zich bij de aanvang van de executieprocedure bevinden en, subsidiair, het gerecht in het rechtsgebied waarvan de eerste executiemaatregel moet worden uitgevoerd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor beslissingen in executieprocedures zijn uitsluitend alleensprekende rechters en hulprechters (Rechtspfleger) bevoegd. Aan de hulprechters, die speciaal daartoe opgeleide personeelsleden van de federale overheid zijn, zijn talrijke bevoegdheden inzake executie overgedragen. Daartoe behoort met name de executie op het roerende vermogen van de schuldenaar. Een rechterlijke beslissing sensu stricto is wel nog steeds vereist voor de executie op het onroerende vermogen (met uitzondering van de gedwongen vestiging van een pandrecht, die tot de bevoegdheid van de hulprechters behoort), het verlof tot executie met betrekking tot buitenlandse titels, het opleggen van gevangenisstraffen en de beslissingen op beroep/bezwaar.

De eigenlijke uitvoeringshandelingen worden verricht door met tenuitvoerlegging belaste functionarissen, d.w.z. gerechtsdeurwaarders (Gerichtsvollzieher). Zij zijn belast met de eigenlijke executie, bijvoorbeeld het beslag op roerende goederen, de ontruiming, het opstellen van een lijst met de goederen van de schuldenaar, enz. De gerechtsdeurwaarders zijn hulporganen van de gerechten en zijn gebonden door de door de gerechten verstrekte opdrachten en instructies. Zij hebben tot taak op eigen initiatief de executiemaatregelen te nemen die nodig zijn voor de volledige vervulling van hun opdracht of totdat vaststaat dat deze opdracht niet kan worden vervuld.

Voor de indiening van een verzoek tot executie is geen vertegenwoordiging door een advocaat vereist.

Voor de indiening van een verzoek tot executie worden de volgende vaste gerechtelijke vergoedingen in rekening gebracht, die worden berekend op basis van de waarde van de ten uitvoer te leggen vordering:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • in executieprocedures met uitzondering van de onder b) vermelde procedures - waarde van de vordering:

t.e.m. 150 EUR

13 EUR

meer dan 150 EUR

t.e.m. 360 EUR

29 EUR

meer dan 360 EUR

t.e.m. 730 EUR

34 EUR

meer dan 730 EUR

t.e.m. 2 180 EUR

46 EUR

meer dan 2 180 EUR

t.e.m. 3 630 EUR

62 EUR

meer dan 3 630 EUR

t.e.m. 7 270 EUR

79 EUR

meer dan 7 270 EUR

t.e.m. 36 340 EUR

114 EUR

meer dan 36 340 EUR

t.e.m. 72 670 EUR

138 EUR

meer dan 72 670 EUR en voor elke nieuwe,
begonnen schijf van 72 670 EUR

138 EUR extra

  • in executieprocedures die betrekking hebben op onroerende goederen - waarde van de vordering:

t.e.m.

150 EUR

26 EUR

meer dan 150 EUR

t.e.m. 360 EUR

34 EUR

meer dan 360 EUR

t.e.m. 730 EUR

44 EUR

meer dan 730 EUR

t.e.m. 2 180 EUR

62 EUR

meer dan 2 180 EUR

t.e.m. 3 630 EUR

86 EUR

meer dan 3 630 EUR

t.e.m. 7 270 EUR

132 EUR

meer dan 7 270 EUR

t.e.m. 36 340 EUR

190 EUR

meer dan 36 340 EUR

t.e.m. 72 670 EUR

305 EUR

meer dan 72 670 EUR en voor elke nieuwe, begonnen schijf van 72 670 EUR

156 EUR extra

2.2. Wat zijn de grondvoorwaarden voor het verlof tot executie?

Voor het verlenen van het verlof tot executie moet er zowel aan de algemene voorwaarden voor executie (binnenlandse rechtsmacht, ontvankelijkheid van het verzoek, proces- en vertegenwoordigingsbevoegdheid van de verzoeker) als aan de bijzondere voorwaarden voor executie (bevoegdheid van de geadieerde rechter, executoriale titel met een uitvoerbaarheidsverklaring, inhoudelijke voorwaarden voor het verzoek tot executie, het betrokken goed is vatbaar voor executie) worden voldaan. Daarnaast moet het verzoek tot executie objectief gerechtvaardigd zijn (in wezen moeten de in het verzoek genoemde partijen dezelfde zijn als de in de executoriale titel genoemde partijen; de vordering moet in principe reeds opeisbaar zijn en de betalingstermijn moet zijn verstreken).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3. Executiemiddelen

3.1. Welk soort goederen van de schuldenaar kunnen aan executie worden onderworpen?

Hoewel het gehele vermogen van de schuldenaar in principe als onderpand voor zijn schuldeisers dient, heeft de gedwongen tenuitvoerlegging, anders dan het faillissement, slechts betrekking op afzonderlijke activa van de schuldenaar (specialiteitsbeginsel). Het verhaalrecht van meerdere schuldeisers heeft in de regel betrekking op onderscheiden activa. Indien het vermogen ter voldoening van de schuldeisers ontoereikend is, moet nogmaals beslag worden gelegd op reeds in beslag genomen activa. Wat de rangorde van de schuldeisers betreft, wordt het prioriteitsbeginsel strikt toegepast: de schuldeiser die het eerst beslag heeft gelegd, heeft voorrang boven de andere schuldeisers. Bij gelijktijdige inbeslagneming ten behoeve van meerdere schuldeisers, hebben deze schuldeisers dezelfde rang.

Ter bescherming van de schuldenaar zijn bepaalde goederen niet vatbaar voor executie: bijvoorbeeld het voor een bescheiden levenswijze noodzakelijke huisraad; de gereedschappen die kleine ondernemers/landbouwers nodig hebben voor de uitoefening van hun beroep; de voorhanden zijnde voorraad spijs, drank en brandstof, dienende tot behoefte van het huisgezin van de schuldenaar, gedurende een maand; contant geld nodig om de essentiële kosten van levensonderhoud te dekken; hulpmiddelen voor gehandicapten; geneesmiddelen; familiefoto's; brieven; enz. Een soortgelijke bescherming tegen beslag geldt ook met betrekking tot de executie op vorderingen: er kan geen beslag worden gelegd op vorderingen betreffende representatievergoedingen, zorguitkeringen en gezinsbijslagen. Het lopende salaris en pensioen zijn slechts gedeeltelijk vatbaar voor beslag, waarbij het niet voor beslag vatbare gedeelte (“minimuminkomen”) afhankelijk is van het bedrag van het salaris/pensioen en van de omvang van de alimentatieverplichtingen van de schuldenaar.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3.2. Wat zijn de gevolgen van de executiemaatregelen?

Daden van beschikking van de schuldenaar met betrekking tot zijn vermogen zijn ondanks de ingestelde executieprocedure in principe rechtsgeldig, maar kunnen strafrechtelijke gevolgen hebben wanneer de schuldenaar een vermogensbestanddeel vervreemdt of wanneer zijn vermogenspositie door zijn optreden verslechtert, en de betaling van een schuldeiser als gevolg daarvan onmogelijk of moeilijker wordt. Strafrechtelijke vervolging is ook mogelijk wanneer een schuldenaar een officieel in beslag genomen goed aan beslag onttrekt. Wanneer de betaling van een vordering in het gedrang wordt gebracht door een rechtshandeling van de schuldenaar, kan een schuldeiser deze rechtshandeling onder bepaalde voorwaarden voor de rechter aanvechten en ze ongeldig laten verklaren en kan hij het door de schuldenaar onttrokken vermogensbestanddeel aanwenden ter voldoening van zijn vordering.

De executie op banktegoeden van de schuldenaar geschiedt door beslag en overmaking: het verlof tot executie houdt in dat de instelling waar de betrokken rekening wordt aangehouden aan de schuldenaar geen betalingen meer mag verrichten en dat de schuldenaar niet meer over zijn vordering ten aanzien van de instelling mag beschikken. Het beslag gaat in op het ogenblik dat het verlof tot executie aan de instelling wordt betekend. De instelling moet de rechter en de executant vervolgens in kennis stellen van het (eventuele) bedrag van het banktegoed. De realisatie van de in beslag genomen vordering geschiedt door overmaking. Door de toewijzing van het verzoek tot overmaking verkrijgt de executant het recht van de derde‑schuldenaar betaling te eisen (d.w.z. van de instelling waar de betrokken rekening wordt aangehouden), indien nodig ook via een gerechtelijke procedure. Indien de bank ondanks het beslag betalingen aan de rekeninghouder verricht, hebben deze betalingen geen bevrijdend karakter.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3.3. Wat is de geldigheidsduur van de executiemaatregelen? Wordt de geldigheidsduur vastgesteld bij wet of door de rechter?

Het verlof tot executie (met het oog op betaling) heeft een onbeperkte geldigheidsduur. (Alleen conservatoire en voorlopige maatregelen hebben een beperkte geldigheidsduur).

De gerechtsdeurwaarder moet de executie stopzetten wanneer de vordering wordt voldaan, wanneer uitstel van betaling wordt verleend of ingeval afstand van executie wordt gedaan, mits de gerechtsdeurwaarder daarvan in kennis wordt gesteld door de schuldeiser of mits de schuldenaar dat kan bewijzen aan de hand van een authentieke akte of een geauthentiseerde akte.

Daarnaast kan de schuldenaar of een derde met een aantoonbaar belang bij de opschorting van de executie, verzoeken dat de executie wordt opgeschort. De gronden voor opschorting zijn limitatief opgesomd in de wet en hebben met name betrekking op de gevallen waarin de executie wordt aangevochten of rechtsmiddelen zijn ingesteld. Indien kan worden aangenomen dat de opschorting van de executie de betaling aan de executant in gevaar zal brengen, wordt de opschorting enkel toegestaan wanneer diegene die om opschorting verzoekt een passende zekerheid stelt.

Op verzoek van de executant, de schuldenaar of een andere belanghebbende moet de executieprocedure voorts in sommige gevallen worden stopgezet, bijvoorbeeld wanneer afstand wordt gedaan van executie of wanneer de schuldenaar aan de hand van passende akten aantoont dat de vordering is betaald of dat hij uitstel van betaling heeft verkregen, of wanneer de executoriale titel naar aanleiding van een verzoek tot nietigverklaring of herziening naderhand ongeldig wordt verklaard. Ingeval het verlof tot executie onrechtmatig is verleend of in geval van ernstige tekortkomingen bij de executie zelf (bv. ongeoorloofde voortzetting van de executieprocedure, wanneer het beschikbare vermogen van de schuldenaar zelfs ontoereikend is om de procedurekosten te dekken) moet de executieprocedure ook ambtshalve worden stopgezet.

4. Kunnen rechtsmiddelen worden ingesteld tegen het verlof tot executie? Wie kan een dergelijk rechtsmiddel instellen? Bij welk gerecht en binnen welke termijn moet een dergelijk rechtsmiddel worden ingesteld? Wat zijn de gevolgen van het instellen van een dergelijk rechtsmiddel?

Tegen het verlof tot executie (en – voorzover in de wet niet anders is bepaald – tegen de overige beslissingen die in eerste aanleg zijn gegeven in het kader van de executieprocedure) staat beroep (Rekurs) open bij een hogere rechter, dat echter geen opschortende werking heeft. Het beroep moet binnen een termijn van 14 dagen bij de executierechter worden ingesteld. Beroep kan worden ingesteld door de partijen bij de executieprocedure. Het instellen van beroep tegen het verlof tot executie is een grond voor opschorting van de executie. Daarnaast heeft de schuldenaar onder bepaalde voorwaarden (bv. in geval van afstand van executie) ook de mogelijkheid om het verlof tot executie aan te vechten door tegen de executant een procedure in te stellen.

« Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen - Algemene informatie | Oostenrijk - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 17-11-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk