Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Na aanpassing van de wet 15/2005, is het in Spanje mogelijk om bij een echtscheiding direct een beroep te doen op de juridische autoriteit zonder vooraf van tafel en bed te scheiden of eerst aan andere wettelijke bepalingen te voldoen (de scheiding moet worden uitgesproken door een rechter door middel van een onaantastbaar vonnis).
De echtscheidingsprocedure kan geïnitieerd worden op verzoek van één van de echtgenoten, van beiden of van één van hen met instemming van de andere, opdat de volgende voorwaarden en omstandigheden kunnen worden bepaald:
Uit het voorgaande kan opgemaakt worden dat het volstaat als één van de echtgenoten het huwelijk wil ontbinden, zodat de echtscheiding kan worden aangevraagd en getoetst zonder dat de gedaagde bezwaar kan maken op materiële gronden binnen de reeds genoemde termijn, inclusief in het laatste geval waarbij geen termijn gesteld wordt.
Behalve echtscheiding kunnen de echtgenoten ook opteren voor een scheiding van tafel en bed, waarvoor dezelfde eisen gelden, zij het dat door het opschorten van het samenleven de huwelijksband in stand wordt gehouden, wat bij een echtscheiding niet het geval is.
Zoals hiervoor reeds is aangegeven, kan een echtscheiding (en ook een scheiding van tafel en bed) als volgt aangevraagd worden:
In het eerste geval gaat het verzoek vergezeld van een voorstel van maatregelen die de consequenties die voortvloeien uit de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed moeten regelen en het onderwerp van discussie zal zijn tijdens de beslissingsprocedure van de juridische autoriteit in het geval er geen overeenstemming bereikt wordt tussen de echtgenoten.
Bij het tweede verzoek wordt er een echtscheidingsconvenant meegestuurd waarin de afspraken over de te nemen maatregelen met betrekking tot de echtelijke woning, de zorg voor en het onderhoud van de kinderen, de verdeling van de gemeenschappelijke goederen en de eventuele pensioenen tussen de echtgenoten zijn vastgelegd.
De regeling voor scheiden van tafel en bed en echtscheiding bepaalt dat alle personen van hetzelfde of het verschillende geslacht met elkaar in het huwelijk kunnen treden, omdat sinds de wet 13/2005 wordt erkend dat de man en de vrouw het recht hebben om een huwelijk aan te gaan. Echtgenoten van hetzelfde of het verschillende geslacht hebben dezelfde rechten en plichten.
Na aanpassing van de wet 15/2005 bestaat er in Spanje geen grond meer om een echtscheiding te verbieden, de echtgenoten zijn vrij om te beslissen of zij de huwelijksband in stand willen houden.
De enige eis is de inachtneming van een minimum termijn die begint bij de huwelijksvoltrekking, voordat de echtscheiding wordt aangevraagd (bepaalde gevallen uitgezonderd). Deze termijn is:
Het eerste gevolg van de echtscheiding is de ontbinding van de huwelijksband. Een echtscheiding veroorzaakt dientengevolge de opheffing van de verplichting tot samenleven en de daarmee samenhangende verplichting tot wederzijdse bijstand, zodat de echtgenoten weer vrij zijn om een ander huwelijk aan te gaan.
De echtscheiding leidt tot de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel en tot de vereffening en de uiteindelijke verdeling onder de echtgenoten van de eventueel gevormde gemeenschappelijke goederen, afhankelijk van het tijdens het huwelijk geldende vermogensstelsel.
De uitspraak betreffende de echtscheiding verandert de betrekkingen tussen de ouders en de gezamenlijke kinderen alleen ten aanzien van de uitoefening van het gezag over de kinderen, waarover wordt beslist door de rechter die de echtscheiding uitspreekt: deze kan ofwel het gezag toevertrouwen aan één van de ouders en voor de andere een omgangsregeling vaststellen, ofwel een regeling vaststellen waardoor het gezag door beide echtgenoten wordt gedeeld.
Men kan het eens worden dat er in beginsel een overeenkomst nodig is tussen de ouders voor de verdeling van het gezag over de kinderen (opgenomen in het aanvankelijke voorstel van het echtscheidingsconvenant, hetzij in het verloop van de procedure). In het uitzonderlijke geval beslist de rechter, op verzoek van één van de ouders en altijd met een positief advies van het openbaar ministerie, over de verdeling van het gezag waarbij het belang van de minderjarige adequaat wordt beschermd.
Het beginsel is dat de echtscheiding de ouders niet ontheft van hun verplichtingen ten aanzien van de kinderen; beiden moeten bijdragen aan hun levensonderhoud.
Dit brengt normaliter met zich mee dat de ouder die niet met het gezag is belast een onderhoudsuitkering moet betalen aan degene bij wie de kinderen wonen tot zij economisch onafhankelijk zijn of blijkt dat zij deze economische onafhankelijkheid niet hebben verworven om redenen die hun toe te rekenen zijn.
De echtscheiding leidt tot de opheffing van de verplichting tot samenleven en wederzijdse bijstand, waardoor geen van beide echtgenoten nog verplicht is de andere te onderhouden. Indien de echtscheiding voor een van de echtgenoten in vergelijking tot de situatie van de andere echter tot een economisch onevenwichtige situatie leidt, waardoor deze slechter af is dan tijdens het huwelijk, heeft de benadeelde recht op een onderhoudsuitkering van de andere, waardoor deze onevenwichtige situatie wordt opgeheven.
Scheiding van tafel en bed betekent dat de verplichting tot samenleven van de echtgenoten wordt opgeschort, dat wil zeggen dat de verplichting tot samenwonen vervalt, maar het huwelijk wordt niet ontbonden. In geval van een ongelijke situatie tussen de echtgenoten kan echter een onderhoudsuitkering worden toegekend. De echtgenoten hebben voorts niet langer de mogelijkheid om de middelen van de andere te gebruiken om de kosten te dekken die noodzakelijk zijn voor het in stand houden van het huwelijk.
Na aanpassing van de wet 15/2005 bestaat er in Spanje geen grond meer om, evenals bij echtscheiding, een scheiding van tafel te verbieden, de echtgenoten zijn vrij om te beslissen of zij het samenleven als man en vrouw in stand willen houden.
De enige eis is de inachtneming van een minimum termijn die begint bij de huwelijksvoltrekking, voordat de scheiding van tafel en bed wordt aangevraagd. (bepaalde gevallen uitgezonderd) Deze termijn is:
De juridische gevolgen van scheiding van tafel en bed komen overeen met die van echtscheiding, met als enige uitzondering dat bij scheiding van tafel en bed de huwelijksband niet wordt verbroken. Verzoening met het complete herstel van het huwelijk is derhalve mogelijk zonder dat de echtgenoten opnieuw in het huwelijk hoeven te treden.
Nietigverklaring van het huwelijk (van toepassing op alle huwelijken tussen personen van hetzelfde of het verschillende geslacht) houdt de verklaring door de rechter in dat het gesloten huwelijk leed aan gebreken die het vanaf het begin ineffectief maakten, hetgeen betekent dat de rechter verklaart dat het huwelijk nooit heeft bestaan en aldus nooit gevolgen heeft gehad. Derhalve hernemen de echtgenoten hun staat van ongehuwde.
Nietigverklaring veronderstelt de ontbinding en vereffening van het huwelijksvermogensstelsel en het vervallen van de verplichting tot samenleven en wederzijdse bijstand.
In tegenstelling tot wat het geval is bij scheiding van tafel en bed en echtscheiding, verhindert het ontbreken van een huwelijk dat een compenserende vergoeding kan worden toegekend, aangezien hiervoor vereist is dat een geldig huwelijk heeft bestaan. Er is echter voorzien in de mogelijkheid een schadevergoeding toe te kennen aan de echtgenoot die bij het sluiten van het huwelijk te goeder trouw heeft gehandeld, terwijl de andere te kwader trouw heeft gehandeld.
Ten aanzien van de kinderen blijven de rechtsgevolgen gelden die reeds zijn ingetreden gedurende de periode voorafgaand aan de uitspraak waarbij het huwelijk nietig wordt verklaard. Deze juridische gevolgen zijn derhalve dezelfde als die van scheiding van tafel en bed en echtscheiding.
Gronden voor de nietigverklaring van het huwelijk zijn:
De nietigverklaring van het huwelijk bepaalt dat de geldigheid van het huwelijk vanaf zijn sluiting heeft ontbroken. Dit rechtvaardigt dat de echtgenoten hun staat van ongehuwde hernemen.
Niettemin blijven de reeds ingetreden gevolgen met betrekking tot de kinderen en de echtgenoot of echtgenoten die te goeder trouw handelden van een vanaf de sluiting nietig huwelijk geldig tot de nietigverklaring.
De echtgenoot te kwader trouw deelt niet in de winst van de echtgenoot te goeder trouw wanneer het schijnbare huwelijksvermogensstelsel wordt vereffend.
Tevens kan de echtgenoot te goeder trouw voor een schadevergoeding in aanmerking komen als zij samenleefden, teneinde aldus de economisch onevenwichtige situatie die de nietigverklaring van het huwelijk met zich kan meebrengen op te heffen.
In Spanje bestaat geen nationale wet die gezinsbemiddeling regelt, afgezien van de vastgelegde regionale wetten zoals wet 5/1997 van 25 juni, die het systeem van maatschappelijke diensten regelt in het gebied van Valencia, wet 4/2001 van 31 mei, bemiddelaar in de gezinssfeer in Galicië, wet 1/2001 van 15 maart die de bemiddeling regelt voor gezinszaken in Catalonië, de wet van 19 december 2001 van Valencia, wet 15/2003 van 8 april voor gezinsbemiddeling op de Canarische Eilanden of de wet van 2 juni 2005 van Castilla La Mancha.
Dit staat, na het opstellen van artikel 55 van de verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Europese Unie, de mogelijkheid niet in de weg om op de lange termijn van het proces overeenkomsten te sluiten tussen de partijen die op verzoek van een centrale autoriteit of een persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt met de centrale autoriteiten samenwerken aan concrete zaken, met het doel de doelstellingen van de verordening te verwezenlijken en op deze wijze de juiste maatregelen te adopteren om, onder andere, overeenkomsten af te sluiten via bemiddeling of andere maatregelen met degenen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen om zo de grensoverschrijdende samenwerking vergemakkelijken. Op Europees niveau ligt er het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2004 voor bepaalde aspecten van de bemiddeling in burgerlijke en handelszaken na de publicatie van een eerder groenboek op 19 april
2002 over alternatieve oplossingen voor conflicten op het gebied van het burgerlijk en handelsrecht. Dit voorziet in het werkplan van juni 2005, de adoptie van een nieuwe richtlijn voor alternatieve conflict- en bemiddelingsoplossingen - voor 2006.
Wat betreft gezinsbemiddeling, de wet 15/2005 van 8 juli, verklaart in zijn toelichting de vastlegging van de bemiddeling als een rechtsmiddel voor een alternatieve en vrijwillige oplossing van de geschillen binnen het gezin door middel van wederzijdse overeenstemming met de tussenkomst van een onpartijdige en neutrale bemiddelaar. De genoemde wet introduceert een nieuwe regel 7ª in artikel 770 van de wet Burgerlijke Rechtsvordering die de tot overeenstemming gekomen partijen de mogelijkheid biedt om het proces van echtscheiding of scheiding van tafel en bed op te schorten in overeenstemming zoals voorzien in artikel 19.4 van de wet Burgerlijke Rechtsvordering betreffende de bemiddeling op basis van de vastgelegde beginselen van de Europese Unie en, in ieder geval, van de beginselen van vrijwilligheid, onpartijdigheid, neutraliteit en vertrouwelijkheid en ten aanzien van de bemiddelingsdiensten die door de autonome regio's zelf zijn gecreëerd. Zo is de impuls die de wet 15/2005 van 8 juli probeert te geven aan de procedures voor gezinnen belangrijk, vooral wanneer, zoals vermeld in verordening 2201/2003 in artikel 55, de samenwerking op Europees niveau van de centrale autoriteiten door middel van bemiddeling of andere maatregelen overeenkomsten mogelijk maken met degenen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen en hierdoor de grensoverschrijdende samenwerking vergemakkelijkt. De Spaanse organieke wet 1/2004 van 28 december, betreffende integrale beschermingsmaatregelen tegen het huiselijke geweld tegen de vrouw, voegt in artikel 44 over competentie een artikel 87 toe aan de organieke wet 6/1985 van 1 juli van de rechterlijke macht, waarin aandacht wordt besteed aan de bevoegdheden van de strafrechtbank met betrekking tot geweld tegen de vrouw in de civiele en strafrechtelijke rechtsorde en waar het rangtelwoord vijf wordt gesignaleerd dat in al deze zaken de bemiddeling belemmert.
In algemene zin zijn de Spaanse gerechten bevoegd om kennis te nemen van een vordering tot scheiding van tafel en bed, echtscheiding of nietigverklaring van het huwelijk wanneer:
Binnen Spaans grondgebied dient het verzoek scheiding van tafel en bed, echtscheiding of nietigheid van het huwelijk te worden ingediend bij de rechtbank. Concreet gaat het om de rechtbank van:
Voor de Spaanse rechterlijke indeling, zie Rechterlijke indeling
(ministerie van Justitie).
De vordering tot nietigverklaring van het huwelijk, scheiding van tafel en bed of echtscheiding dient bij schriftelijk en door de advocaat en procureur van de eiser ondertekend verzoek te worden ingediend. Als de echtgenoten gezamenlijk verzoeken om scheiding van tafel en bed of echtscheiding, dienen zij dezelfde advocaat en procureur te hebben.
Bij de vordering tot scheiding van tafel en bed, nietigverklaring van het huwelijk of echtscheiding dient verplicht te worden gevoegd:
Spanje erkent het recht op kosteloze rechtsbijstand voor wie aantoont over onvoldoende middelen te beschikken om te procederen, zonder onderscheid naar nationaliteit.
De natuurlijke personen wier totale jaarlijkse inkomsten en financiële middelen, berekend per fiscale eenheid, niet boven twee keer het geldende minimumloon ten tijde van het indienen van het verzoek liggen, worden geacht niet te beschikken over de noodzakelijke middelen om te procederen. (Interprofessioneel minimum salaris
)
Het verzoek dient door de eiser in de hoofdzaak te worden ingediend bij de orde van advocaten in het rechtsgebied waar de rechter die kennis zal moeten nemen van de zaak ten principale zich bevindt, of bij de rechter van zijn woonplaats; in het laatste geval zal de rechterlijke instantie het verzoek doorverwijzen naar de territoriaal bevoegde afdeling van de orde van advocaten.
De orde van advocaten is de aangewezen autoriteit om de verzoeken in ontvangst te nemen als het gaat om grensoverschrijdende geschillen. De orde van advocaten, die hoort bij de gewone verblijfplaats of woonplaats van de verzoeker, is de afzender van het verzoek.
De Europese burger, wiens lidstaat deel uitmaakt van het Europees Verdrag inzake het verzoeken om kosteloze rechtsbijstand, moet het verzoek doorsturen naar de centrale autoriteit van zijn land voor de toepassing het genoemde convenant.
Het verzoek dient voor het begin van de procedure ingediend te worden of, als de gedaagde gratis rechtsbijstand krijgt, voor het beantwoorden van het verzoek. Desondanks, kunnen zowel de eiser als de gedaagde altijd achteraf om rechtbijstand vragen als zij kunnen aantonen dat hun financiële situatie zich heeft gewijzigd.
Indien er onvoldoende gezamenlijke middelen zijn en één echtgenoot niet in aanmerking kan komen voor kosteloze rechtsbijstand omdat de financiële situatie van de andere dat verhindert, kan de eerste echtgenoot de andere verplichten om hem de gerechtskosten te vergoeden.
Uitspraken die in Spanje worden gedaan in procedures voor scheiding van tafel en bed, echtscheiding en nietigverklaring van het huwelijk zijn vatbaar voor hoger beroep. Het hoger beroep wordt binnen vijf dagen ingesteld bij de rechtbank die de bestreden beslissing heeft gegeven. Het rechtsmiddel wordt hier formeel opgesteld en het betreffende gerechtshof is bevoegd om de zaak te behandelen.
In Spanje zijn uitspraken in procedures over nietigverklaring van het huwelijk, scheiding van tafel en bed en echtscheiding niet vatbaar voor voorlopige tenuitvoerlegging als hiertegen in beroep wordt gegaan, aangezien het beroep de gevolgen van de maatregelen van de uitspraak niet opschort en deze direct uitvoerbaar zijn, ongeacht of er al dan niet beroep tegen is ingesteld. Als het rechtsmiddel bovendien alleen de uitspraken over bepaalde maatregelen betreft, wordt de uitspraak over de nietigverklaring van het huwelijk, scheiding van tafel en bed of echtscheiding bindend, ondanks het ingestelde hoger beroep.
In de procedure voor scheiding van tafel en bed of echtscheiding met wederzijds goedvinden zijn de uitspraak over de scheiding van tafel en bed of echtscheiding en het gehele voorgestelde echtscheidingsconvenant dat aan de rechter ter bekrachtiging wordt voorgelegd niet vatbaar voor hoger beroep, behalve voor het openbaar ministerie, als het intervenieert in het belang van minderjarige kinderen of handelingsonbekwamen. In deze procedures met wederzijds goedvinden is een uitspraak die de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed, of één of alle door de echtgenoten voorgestelde maatregelen afwijst wél vatbaar voor hoger beroep. In deze gevallen schort het rechtsmiddel tegen de uitspraak over de maatregelen noch de werking van deze maatregelen op, noch beïnvloedt het de verbindende kracht van de uitspraak betreffende de scheiding van tafel en bed of de echtscheiding.
Wat de voorlopige maatregelen betreft die gedurende de procedure voor scheiding van tafel en bed, nietigverklaring van het huwelijk of echtscheiding door de rechter kunnen worden genomen, moet worden vermeld dat de uitspraken met betrekking tot dergelijke maatregelen niet vatbaar zijn voor beroep, aangezien de gedane uitspraken geen kracht van gewijsde en geen bindende kracht hebben. De uitspraken over voorlopige maatregelen worden niet herzien door een rechtsmiddel, maar door de uitspraak die een einde maakt aan de procedure voor scheiding van tafel en bed, echtscheiding of nietigverklaring van het huwelijk.
Op dit terrein is bovenal van toepassing Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad
(PDF File 230 KB) van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke kinderen, die van kracht is in alle lidstaten met uitzondering van Denemarken.
Indien men slechts de gegevens van de burgerlijke stand van een lidstaat wil bijstellen op basis van uitspraken met betrekking tot een echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van een huwelijk die in een andere lidstaat zijn gedaan en die in overeenstemming met de wetgeving van dat land niet meer vatbaar zijn voor beroep, is het voldoende om aan degene die belast is met het beheer van de burgerlijke stand van elk betrokken land een verzoek in die zin te doen en dat vergezeld te doen gaan van:
Als het gaat om de erkenning in Spanje van een uitspraak betreffende echtscheiding, nietigverklaring van het huwelijk of scheiding van tafel en bed die in een lidstaat, met uitzondering van Denemarken, is gedaan, of om de verklaring in Spanje dat deze uitspraak niet hoeft te worden erkend, wordt bij de rechtbank van de woonplaats van de persoon tegen wie om de erkenning of de verklaring van niet-erkenning wordt verzocht een verzoek om erkenning ingediend, waarbij het niet noodzakelijk is dat de te erkennen uitspraak rechtskracht heeft in het land waar deze is uitgesproken. Als de gedaagde niet in Spanje woont, kan dit verzoek worden gedaan in de plaats in Spanje waar deze zich bevindt of in zijn laatste verblijfplaats in Spanje, of bij gebreke van deze plaatsen, in de woonplaats van de eiser.
Het verzoek moet schriftelijk en via een advocaat en procureur worden ingediend en vergezeld te gaan van dezelfde documenten als in het bovenstaande geval.
De erkenning in Spanje van uitspraken die in Denemarken zijn gedaan, wordt geregeld door de Spaanse normen. De procedure vangt aan met het formuleren van de vordering die rechtstreeks bij de rechtbank van de woonplaats van de betrokkene tegen wie de erkenning of de verklaring van niet-erkenning wordt ingediend.
Zoals uit de vorige vraag kan worden afgeleid, is de procedure voor een verzoek dat een uitspraak niet hoeft te worden erkend dezelfde als die voor een verzoek om te bepalen dat deze wél moet worden erkend. Indien de uitspraak is erkend op grond van Verordening (EG) nr. 2201/2003
(PDF File 230 KB), kan men slechts na ontvangst van de kennisgeving van de uitspraak die de erkenning toewijst en binnen de wettelijk bepaalde termijn tegen de uitspraak in beroep gaan door een rechtsmiddel in te dienen bij het betreffende gerechtshof.
Indien het gaat om een uitspraak die in Denemarken is gedaan, moet het verweer worden gevoerd op het moment dat de partij in kwestie wordt opgeroepen om voor het hoogste gerecht van Spanje te verschijnen in een procedure waarin de tegenpartij om erkenning heeft verzocht. In alle gevallen is een advocaat en procureur noodzakelijk om verweer te kunnen voeren.
In Spanje worden scheiding van tafel en bed en echtscheiding geregeld door de nationale wetgeving die voor beide echtgenoten op het moment van indienen van de vordering van kracht is; bij het ontbreken van een gezamenlijke nationaliteit, door de wet die geldt voor de gewone verblijfplaats van de echtgenoten op het moment en, bij het ontbreken hiervan, door regelgeving die van toepassing is op de laatste gewone gezamenlijke verblijfplaats als één van de echtgenoten nog woonachtig is in de betreffende lidstaat.
In alle gevallen is de Spaanse wet van toepassing wanneer één van de echtgenoten de Spaanse nationaliteit heeft of gewoon in Spanje woont:
Anderzijds wordt het recht dat de scheiding van tafel en bed, de echtscheiding of de nietigverklaring van het huwelijk regelt ook toegepast voor zowel het analyseren van de gronden voor echtelijke breuk als de gevolgen en de effecten hiervan.
De vereffening van het huwelijksvermogensstelsel wordt geregeld door de overeenkomsten en huwelijkse voorwaarden van de echtgenoten voorzover zij overeenkomen met het recht dat de gevolgen van het huwelijk regelt, of met het recht van de gewone verblijfplaats van één van de partijen ten tijde van het sluiten van het huwelijk.
De betrekkingen tussen ouder en kind worden geregeld door het persoonlijk recht van het kind, en als dat ontbreekt, door het recht van de gewone verblijfplaats van het kind.
Met betrekking tot voorlopige en toezichtmaatregelen moet logischerwijze het recht worden toegepast dat ook in elk onderscheiden geval de scheiding van tafel en bed, nietigverklaring van het huwelijk en de echtscheiding regelt.
Met betrekking tot het bewijs van het buitenlandse recht in Spanje moet, als dit concreet het geval is, de inhoud en geldigheid ervan worden bewezen; de Spaanse rechter kan dit doen, en deze kan ook gebruikmaken van alle middelen die hij noodzakelijk acht om dit recht te achterhalen en toe te passen.
Tot slot moet worden onderstreept dat processen die in hoofdzaak in Spanje worden gevoerd altijd worden geregeld door het Spaanse procesrecht, ongeacht het recht dat wordt toegepast op de echtscheiding, scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van het huwelijk zelf, met als enige uitzonderingen de regels die zijn opgenomen in de overeenkomsten en verdragen die Spanje heeft ondertekend, zoals in het geval van communautaire wetgeving, die in bepaalde gevallen procesregels bevat die de voorrang hebben op het Spaanse burgerlijk procesrecht.
« Echtscheiding - Algemene informatie | Spanje - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 09-01-2009

