Europese Commissie > EJN > Echtscheiding > Duitsland

Laatste aanpassing: 15-02-2005
Printversie Voeg toe aan favorieten

Echtscheiding - Duitsland



 

INHOUDSOPGAVE

1. Onder welke voorwaarden kunnen echtgenoten van elkaar scheiden? 1.
2. Welke echtscheidingsgronden worden in Duitsland erkend? 2.
3. Welke juridische gevolgen heeft een echtscheiding voor 3.
3.a) de persoonlijke betrekkingen tussen de echtgenoten (bijvoorbeeld voor de te gebruiken naam) 3.a)
3.b) de verdeling van het vermogen van de echtgenoten 3.b)
3.c) de minderjarige kinderen van de echtgenoten (ouderlijk gezag en te betalen alimentatie) 3.c)
3.d) de te betalen alimentatie aan de ex-echtgenoot 3.d)
4. Wat houdt “scheiding van tafel en bed” in de praktijk in? 4.
5. Onder welke voorwaarden is “scheiding van tafel en bed” mogelijk? 5.
6. Welke juridische gevolgen heeft “scheiding van tafel en bed”? 6.
7. Wat houdt “nietigverklaring”, resp. “opheffing van het huwelijk” in de praktijk in? 7.
8. Onder welke voorwaarden kan een huwelijk worden opgeheven? 8.
9. Welke juridische gevolgen heeft opheffing van het huwelijk? 9.
10. Welke alternatieven zijn er om scheidingsproblemen zonder rechter op te lossen? 10.
11. Waar moet ik mijn verzoek om echtscheiding, resp. opheffing van mijn huwelijk indienen? 11.
12. Kan ik rechtsbijstand krijgen? 12.
13. Kan ik tegen een echtscheidingsbeschikking of beschikking tot opheffing van mijn huwelijk in hoger beroep gaan? 13.
14. Wat moet ik doen om een echtscheidingsbeschikking of beschikking tot opheffing van mijn huwelijk uit een ander land in Duitsland erkend te krijgen? 14.
15. Waar moet ik een verzoek indienen, als ik wil dat een echtscheidingsbeschikking of beschikking tot opheffing van mijn huwelijk uit een ander land in Duitsland niet wordt erkend? Hoe ziet de procedure er in dit geval uit? 15.
16. Welk recht is bij echtscheidingen van toepassing, als de echtgenoten niet in Duitsland wonen of niet dezelfde nationaliteit hebben? 16.

 

1. Onder welke voorwaarden kunnen echtgenoten van elkaar scheiden?

Echtgenoten kunnen alleen door een uitspraak van de rechter van elkaar scheiden. De echtscheiding kan worden aangevraagd door één echtgenoot of beide echtgenoten (art. 1564, lid 1, zin 1, van het Duitse Burgerlijk Wetboek, het BGB).

Een echtscheiding is mogelijk, als het huwelijk ontwricht is. Hiervan is sprake, als de echtgenoten geen duurzame band meer met elkaar hebben en niet te verwachten valt dat daar nog verandering in komt (art. 1565, lid 1, van het BGB). Het huwelijk wordt onweerlegbaar als ontwricht beschouwd, als de echtgenoten al een jaar lang uit elkaar zijn en beide echtgenoten een verzoek tot echtscheiding hebben ingediend of de verweerder met echtscheiding instemt. Wanneer de echtgenoten al drie jaar uit elkaar zijn, wordt van het onweerlegbare vermoeden uitgegaan dat het huwelijk ontwricht is. In dit geval hoeven de partijen tijdens het proces geen uitspraak over de ontwrichting van het huwelijk te doen (art. 1566, lid 2 BGB). Indien het bij wijze van uitzondering om bijzondere redenen in het belang van de minderjarige kinderen uit het huwelijk nodig is dat het huwelijk blijft voortbestaan, kan de rechter bepalen dat een ontwricht huwelijk - gedurende bepaalde tijd - moet worden voortgezet. Dit is tevens het geval, als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor een echtscheiding niet te dragen gevolgen zou hebben voor de partij die niet wil scheiden. Mede met inachtneming van de belangen van de partij die om echtscheiding heeft gevraagd, kan ook in dit geval worden beslist dat het huwelijk bij wijze van uitzondering moet worden voortgezet (art. 1568 BGB).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Volgens art. 1567, lid 1, zin 1 BGB zijn de echtgenoten uit elkaar, als ze geen gezamenlijke huishouding meer voeren en een echtgenoot geen duurzame band met de ander meer wil en dan ook duidelijk geen gezamenlijke huishouding meer wil voeren. Hiervoor moeten eventueel bewijzen worden geleverd. Dit kan met name problemen opleveren als de echtgenoten uit elkaar zijn, maar wel in de echtelijke woning zijn blijven wonen. Deze mogelijkheid wordt in art. 1567, lid 1, zin 2 BGB uitdrukkelijk genoemd.

2. Welke echtscheidingsgronden worden in Duitsland erkend?

Ontwrichting van het huwelijk is de enige reden die in Duitsland als echtscheidingsgrond wordt erkend.

Of een van de echtgenoten “schuldig” is aan de ontwrichting van het huwelijk, is niet relevant.

3. Welke juridische gevolgen heeft een echtscheiding voor

3.a) de persoonlijke betrekkingen tussen de echtgenoten (bijvoorbeeld voor de te gebruiken naam)

Na een echtscheiding kunnen de echtgenoten de achternaam aanhouden, waarvoor zij bij hun huwelijk hadden gekozen. Ook kunnen zij door een verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand aangeven dat zij hun eigen naam of hun vóór het huwelijk gevoerde naam weer willen gebruiken. Zij kunnen hun eigen naam tevens voor of achter de naam plaatsen die zij tijdens hun huwelijk hadden (art. 1355, lid 5 BGB).

Als een erflater een echtscheiding had aangevraagd of met een echtscheiding had ingestemd en de voorwaarden voor een echtscheiding bij zijn of haar overlijden aanwezig waren, heeft de overlevende echtgenoot geen recht meer op het wettelijk erfdeel (art. 1933 BGB). In het geval van een echtscheiding geldt ook een testament ten gunste van de overlevende echtgenoot niet. Een dergelijk testament is alleen rechtsgeldig, als aan te nemen valt dat de erflater het ook in het geval van een echtscheiding zou hebben opgemaakt (art. 2077 BGB).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3.b) de verdeling van het vermogen van de echtgenoten

Wanneer de echtgenoten in “Zugewinngemeinschaft” getrouwd zijn, wordt het tijdens het huwelijk verworven deel van het vermogen volgens art. 1372 e.v. BGB tussen de echtgenoten verevend (de zgn. “Zugewinnausgleich”). Als dit zeer onbillijke gevolgen heeft, kan op deze regel een uitzondering worden gemaakt. Dit is met name het geval, als de echtgenoot die tijdens het huwelijk minder vermogen heeft verworven gedurende lange tijd door eigen schuld niet aan de uit het huwelijk voortvloeiende financiële verplichtingen heeft voldaan (art. 1381 BGB). Het is voor de verevening tussen de echtgenoten niet relevant wie aanleiding tot de echtscheiding heeft gegeven.

Wanneer de echtgenoten in “Gütergemeinschaft” getrouwd zijn, moeten al hun bezittingen worden verdeeld. De echtgenoot die er de oorzaak van is dat het tot een echtscheiding is gekomen, kan bij de verdeling niet worden “bestraft”.

Uit hoofde van art. 1 van de “Hauratsverordnung" (verordening over de toewijzing van de echtelijke woning en de inboedel) kan de rechter de echtelijke woning aan een van de echtgenoten toewijzen, als de echtgenoten het hier zelf niet over eens worden. Bij een huurwoning kan de rechter bepalen dat een van de echtgenoten in de huurovereenkomst treedt. Het is aan de rechter om naar recht en billijkheid te beslissen wie dit zal zijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Inboedel in gemeenschappelijk eigendom van beide echtgenoten wordt op rechtvaardige en doelmatige wijze door de rechter verdeeld. Huishoudelijke voorwerpen die eigendom zijn van een echtgenoot worden aan de partner toegekend, als de laatstgenoemde ze nodig heeft en dit geen al te groot verlies voor de eerstgenoemde met zich meebrengt.

Ook de rechten die de echtgenoten tijdens het huwelijk bijvoorbeeld in het kader van hun wettelijke ouderdomsverzekering, ambtenarenpensioen, bedrijfspensioen of particuliere pensioenverzekering hebben opgebouwd, worden in het geval van een echtscheiding verevend (de zgn. “Versorgungsausgleich”).

3.c) de minderjarige kinderen van de echtgenoten (ouderlijk gezag en te betalen alimentatie)
aa) ouderlijk gezag

Wanneer beide echtgenoten het ouderlijk gezag over hun kinderen hebben, blijft dit ook na een echtscheiding het geval. Het ouderlijk gezag van beide ouders

kan alleen worden opgeheven, als het welzijn van het kind in gevaar is of één van de ouders het ouderlijk gezag alléén wil uitoefenen en daartoe een verzoek bij de rechter heeft ingediend. De rechter willigt het verzoek in, als aan te nemen valt dat het het best voor het kind is als het ouderlijk gezag niet langer door beide ouders, maar slechts door één ouder wordt uitgeoefend. In het Duitse recht wordt ervan uitgegaan dat omgang met beide ouders in het belang van het kind is. Het kind heeft dan ook recht op omgang met beide ouders. Beide ouders hebben in Duitsland niet alleen een omgangsrecht, maar ook een omgangsplicht.

bb) te betalen alimentatie

Ouders zijn verplicht om in het levensonderhoud van hun kinderen te voorzien (art. 1601 BGB). Kinderen hebben er recht op dat hun ouders voor hun levensonderhoud zorgen, als zij daar zelf niet toe in staat zijn (art. 1602 BGB). De onderhoudsplicht is afhankelijk van de financiële mogelijkheden die de ouders hebben (art. 1603 BGB). Bij de bepaling daarvan wordt niet alleen rekening gehouden met het inkomen waarover de ouders daadwerkelijk beschikken. Maatgevend is vooral het inkomen waarover zij zouden kunnen beschikken (art. 1603, lid 2 BGB). In beginsel moeten beide ouders naar draagkracht in de kosten van het levensonderhoud van de kinderen voorzien. Neemt een ouder de zorgtaak voor de kinderen op zich, dan voldoet hij of zij daarmee evenwel aan zijn of haar financiële verplichtingen (art. 1606, lid 3 BGB).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De kosten van levensonderhoud omvatten niet alleen de kosten voor de verzorging en opvoeding van de kinderen, maar ook de kosten voor een passende opleiding (art. 1610 BGB).

3.d) de te betalen alimentatie aan de ex-echtgenoot

Na een echtscheiding moet de ex-echtgenoot zelf in het eigen levensonderhoud voorzien (art. 1569 en 1577 BGB). Hieruit volgt dat hij of zij alleen passend betaald werk hoeft te hebben. Om passend betaald werk te vinden moet de ex-echtgenoot verplicht een opleiding volgen of zich bij of om laten scholen. Daarbij moet er wel van kunnen worden uitgegaan dat de opleiding of cursus ook met succes zal kunnen worden afgerond (art. 1574, lid 3 BGB).

In de volgende gevallen moet alimentatie worden betaald:

  • De ex-echtgenoot kan door de verzorging van de kinderen (art. 1570 BGB) of door ziekte, lichamelijke gebreken of beperkte verstandelijke vermogens op het moment van de echtscheiding (art. 1570 BGB) geen betaald werk verrichten. Vallen de genoemde redenen weg, dan hoeft geen alimentatie meer te worden betaald.
  • De ex-echtgenoot heeft op het moment van de scheiding een leeftijd bereikt waarop hij of zij geen betaald werk meer kan verrichten (art. 1571 BGB).
  • De ex-echtgenoot volgt een opleiding of laat zich om- of bijscholen, omdat hij of zij daartoe tijdens het huwelijk niet in de gelegenheid was. Voorwaarde hiervoor is wel dat de ex-echtgenoot zo snel mogelijk met de opleiding of bij- en omscholing begint en het een en ander ook zo snel mogelijk afrondt om naar passend werk te zoeken waarmee in het eigen levensonderhoud kan worden voorzien.
  • De ex-echtgenoot vindt na de echtscheiding geen passend betaald werk (art. 1573, lid 1 BGB).
  • De ex-echtgenoot kan om andere zwaarwegende redenen geen betaald werk verrichten en het is ook in het licht van de belangen van de andere echtgenoot onredelijk om hem of haar geen alimentatie toe te kennen.
  • De ex-echtgenoot verdient ondanks passend betaald werk niet genoeg om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien (art. 1573, lid 2 BGB).

Bij de berekening van de alimentatie wordt uitgegaan van de levensomstandigheden tijdens het huwelijk. Premies voor een normale ziektekosten-, zorg-, ouderdoms- en arbeidsongeschiktheidsverzekering vallen eveneens onder de alimentatieplicht (art. 1578 BGB). Indien de onderhoudsplichtige echtgenoot ook nog andere financiële verplichtingen heeft en met zijn of haar inkomen en vermogen door de te betalen alimentatie niet meer in het eigen levensonderhoud kan voorzien, hoeft alleen zoveel te worden betaald als in het licht van de behoeften, het inkomen en het vermogen van de ex-echtgenoten billijk is (art. 1581, lid 1 BGB).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4. Wat houdt “scheiding van tafel en bed” in de praktijk in?

Er is sprake van “scheiding van tafel en bed” als de echtgenoten niet langer samenwonen. “Scheiding van tafel en bed" is niet aan formaliteiten gebonden en komt zonder uitspraak van de rechter tot stand.

5. Onder welke voorwaarden is “scheiding van tafel en bed” mogelijk?

Voorwaarde is dat de echtgenoten uit elkaar zijn. Dit is het geval, als de echtgenoten geen gezamenlijke huishouding meer voeren en een van de echtgenoten geen duurzame band meer met de ander wil.

6. Welke juridische gevolgen heeft “scheiding van tafel en bed”?

Wanneer het echtpaar uit elkaar is of uit elkaar wil gaan, kan een van beide echtgenoten eisen dat hij of zij alléén in de echtelijke woning of een deel daarvan mag blijven wonen, als het teveel van hem of haar zou vergen om te verhuizen. Daarbij wordt rekening gehouden met de vraag wie eigenaar van de woning is of daar woonrecht heeft. Als een vrouw bijvoorbeeld alleen maar naar een opvangcentrum voor vrouwen kan, kan haar de woning worden toegewezen. In de regel is het zo dat de echtgenoot die door de ander lichamelijk mishandeld of bedreigd wordt in de woning mag blijven. Doel van de toewijzing van de echtelijke woning is evenwel niet om een echtscheiding voor te bereiden of eenvoudiger te maken.

Voor de tijd dat het echtpaar uit elkaar is, kan ook een regeling voor de verdeling van de inboedel worden getroffen. Huishoudelijke voorwerpen die aan een echtgenoot behoren, kunnen van de ander worden teruggeëist. Wanneer de ander deze huishoudelijke voorwerpen evenwel voor zijn of haar nieuwe huishouding nodig heeft en het billijk is dat ze daar blijven, hoeven ze niet te worden teruggegeven.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7. Wat houdt “nietigverklaring”, resp. “opheffing van het huwelijk” in de praktijk in?

Een huwelijk kan in Duitsland alleen door een uitspraak van de rechter worden opgeheven (“Aufhebung”). Nietigverklaring (“Nichtigerklärung”) is naar Duits recht niet mogelijk.

8. Onder welke voorwaarden kan een huwelijk worden opgeheven?

Art. 1314 van het BGB bepaalt dat opheffing van het huwelijk mogelijk is als:

  • een van de echtgenoten nog niet meerderjarig is of geen rechtsgeldige ontheffing van deze eis heeft verkregen;
  • een van de echtgenoten niet handelingsbekwaam is:
  • een van de echtgenoten reeds gehuwd is;
  • de echtgenoten in opgaande of neergaande lijn met elkaar verwant zijn, resp. (half)broer en (half)zuster van elkaar zijn, ook al bestaan er door adoptie geen juridische familiebanden meer;
  • de echtgenoten elkaar niet persoonlijk en in elkaars aanwezigheid ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand het jawoord hebben gegeven of dit alleen onder bepaalde voorwaarden of voor bepaalde tijd hebben gedaan;
  • een van de echtgenoten bij de voltrekking van het huwelijk bewusteloos of tijdelijk geestelijk gestoord was;
  • een van de echtgenoten bij de voltrekking van het huwelijk niet wist dat hij of zij in het huwelijk tradeen van de echtgenoten het huwelijk door arglistig bedrog is aangegaan;
  • een van de echtgenoten het huwelijk onder invloed van een onrechtmatige bedreiging is aangegaan;
  • beide echtgenoten het er bij de voltrekking van het huwelijk over eens waren dat zij niet met elkaar wilden samenleven.

Hiervan duidelijk te onderscheiden zijn de gevallen waarin het huwelijk niet tot stand is gekomen. Hiervan is sprake, als

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • het huwelijk niet ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is gesloten;
  • de verloofden elkaar het jawoord hebben gegeven ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand die geweigerd had om aan de voltrekking van het huwelijk mee te werken;
  • de verloofden elkaar bij de voltrekking van het huwelijk geen jawoord hebben gegeven;
  • het huwelijk is aangegaan door twee personen van gelijk geslacht. Twee mannen of twee vrouwen kunnen in Duitsland alleen een geregistreerd partnerschap sluiten. Dit geregistreerde partnerschap staat niet gelijk aan een huwelijk.

9. Welke juridische gevolgen heeft opheffing van het huwelijk?

Ook bij opheffing van een huwelijk wordt overgegaan tot de hierboven beschreven “Zugewinnausgleich”. Hiervan wordt alleen afgezien, als dit gezien de omstandigheden waaronder het huwelijk voltrokken is of de belangen van een derde persoon waarmee een van de echtgenoten reeds getrouwd is zeer onbillijk zou zijn (art. 1318, lid 3 BGB).

Voor de inboedel en de echtelijke woning gelden dezelfde regelingen als in het geval van een echtscheiding. Ook hier wordt weer in het bijzonder rekening gehouden met de omstandigheden waaronder het huwelijk voltrokken is en de belangen van een eventueel betrokken derde persoon waarmee reeds een huwelijk bestaat (art. 1318, lid 4 BGB).

De tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten worden alleen tussen de echtgenoten verdeeld (de zgn. “Versorgungsausgleich”), als dit niet tot grote onrechtvaardigheid leidt (art. 1318, lid 3 BGB).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als de voorwaarden voor opheffing van het huwelijk aanwezig zijn en de echtgenoten schriftelijk van de opheffing op de hoogte zijn gesteld, komt net als in het geval van een echtscheiding ook het wettelijk erfrecht tussen de echtgenoten te vervallen. Het wettelijk erfrecht is evenmin van toepassing, als de erfgenaam er reeds bij de voltrekking van het huwelijk van op de hoogte was dat het huwelijk niet aan de vormvoorschriften voldeed of dat zijn of haar echtgenoot handelingsonbekwaam, met hem of haar verwant, reeds gehuwd of geestelijk gestoord was (art. 1318, lid 5 BGB).

Volgens art. 1318, lid 2 BGB kan net als bij een echtscheiding aanspraak worden gemaakt op alimentatie door:

  • de echtgenoot die niet wist dat het huwelijk in strijd was met de wet of door de ander of met zijn of haar medeweten arglistig bedrogen of onrechtmatig bedreigd is;
  • beide echtgenoten, indien zij er beiden van op de hoogte waren dat het huwelijk op grond van bigamie of bloedverwantschap niet gesloten had mogen worden of in strijd met de vormvoorschriften voltrokken is. In het geval van bigamie mogen de alimentatieaanspraken van een van de echtgenoten er evenwel niet toe leiden dat de “derde” echtgenoot geen aanspraak meer op alimentatie kan maken.

10. Welke alternatieven zijn er om scheidingsproblemen zonder rechter op te lossen?

In het geval van een echtscheiding kunnen ouders bij de bureaus voor kinder- en jeugdzorg (“Kinder- und Jugendhilfe”) aankloppen. Ouders die uit elkaar zijn of een echtscheiding achter de rug hebben, krijgen hier advies over de manier waarop verder goed voor de kinderen

Bovenkant paginaBovenkant pagina

kan worden gezorgd. In gezamenlijk overleg met de ouders wordt een plan voor de uitoefening van het ouderlijk gezag uitgewerkt. De kinderen zelf worden hierbij zoveel mogelijk betrokken. Een databank met alle bureaus is te vinden onder www.dajeb.de Deutsch. Daarnaast

kan de hulp worden ingeroepen van een bemiddelaar om eventuele conflicten in der minne te schikken. Meer informatie over echtscheidingsbemiddeling (“mediation”) is te vinden onder www.bafm-mediation.de Deutsch.

11. Waar moet ik mijn verzoek om echtscheiding, resp. opheffing van mijn huwelijk indienen?

Volgens art. 606 van het Duitse wetboek van burgerlijke rechtsvordering (“Zivilprozessordnung”) en art. 23 b van de Duitse Wet op de rechterlijke organisatie (“Gerichtsverfassungsgesetz”) moet u uw verzoek indienen bij het “Amtsgericht/Familiengericht” (de laagste rechterlijke instantie in Duitsland). Bevoegd tot behandeling van echtscheidingszaken is in de regel het “Familiengericht” van de plaats, waar beide echtgenoten gewoonlijk verblijven.

12. Kan ik rechtsbijstand krijgen?

U kunt voor een civiele zaak rechtsbijstand krijgen, wanneer u in een zodanige persoonlijke of financiële situatie verkeert dat u de proceskosten niet, slechts ten dele of alleen in termijnen kunt opbrengen. Voorwaarde hiervoor is wel dat u een goede kans van slagen met het proces en geen kwaadaardige bedoelingen hebt. Al naar gelang de hoogte van uw inkomen worden de door u te betalen proceskosten en kosten van een advocaat geheel of gedeeltelijk overgenomen. Ook mensen met lage inkomens kunnen dankzij deze gratis rechtsbijstand naar de rechter stappen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

13. Kan ik tegen een echtscheidingsbeschikking of beschikking tot opheffing van mijn huwelijk in hoger beroep gaan?

Ja. Voor echtscheidingsbeschikkingen of beschikkingen tot opheffing van een huwelijk gelden de algemene voorschriften voor het instellen van rechtsmiddelen. Dit betekent dat u overeenkomstig de voorwaarden in art. 511 “Zivilprozessordnung” in hoger beroep kunt gaan. Over het hoger beroep wordt door het “Oberlandesgericht” (hoogste rechterlijke instantie van de Duitse deelstaten) beslist.

14. Wat moet ik doen om een echtscheidingsbeschikking of beschikking tot opheffing van mijn huwelijk uit een ander land in Duitsland erkend te krijgen?

Uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1347/2000 van de Raad van 29 mei 2000 worden dergelijke beschikkingen automatisch en zonder enige procedure erkend. Volgens deze verordening moet de echtscheidingsprocedure of procedure tot opheffing van het huwelijk in beginsel ná 1 maart 2001 bij de rechtbank aanhangig zijn gemaakt. Beschikkingen uit Denemarken worden nog steeds alleen na een specifieke procedure erkend.

15. Waar moet ik een verzoek indienen, als ik wil dat een echtscheidingsbeschikking of beschikking tot opheffing van mijn huwelijk uit een ander land in Duitsland niet wordt erkend? Hoe ziet de procedure er in dit geval uit?

Volgens Verordening (EG) nr. 1347/2000 van de Raad van 29 mei 2000 ligt de bevoegdheid voor erkenning, resp. niet-erkenning van dergelijke beschikkingen bij:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • het “Familiengericht” van de plaats waar de verweerder zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of,
  • indien deze rechtbank niet bevoegd is,bij het “Familiengericht” waar een uitspraak van bijzonder belang is, en
  • in alle andere gevallen bij de rechtbank die in het ressort van het “Kammergericht” (hoogste rechterlijke instantie van de deelstaat Berlijn) om een uitspraak is verzocht.

Het verzoek kan rechtstreeks bij de rechtbank worden ingediend. In het proces bij het “Familiengericht” wordt alleen de partij gehoord die om tenuitvoerlegging van de beschikking of een uitspraak over erkenning, resp. niet-erkenning heeft verzocht.

16. Welk recht is bij echtscheidingen van toepassing, als de echtgenoten niet in Duitsland wonen of niet dezelfde nationaliteit hebben?

In art. 17 van het “Einführungsgesetz zum Bürgerlichen Gesetzbuch” (invoeringswet Duits Burgerlijk Wetboek) is vastgelegd welk recht van toepassing is op de voorwaarden en rechtsgevolgen van echtscheidingen waarbij ook buitenlands recht een rol speelt. In beginsel geldt het recht van het land dat op het moment van de indiening van het verzoek om echtscheiding bij de rechtbank bepalend is voor de “algemene rechtsgevolgen van het huwelijk”. Indien de echtgenoten op dit punt geen keuzemogelijkheid hebben, geldt voor de algemene rechtsgevolgen van het huwelijk in principe het recht van het land waarvan beide echtgenoten de nationaliteit bezitten of - in het geval dat slechts nog een van hen die nationaliteit bezit - tijdens het huwelijk bezaten. Indien beide echtgenoten in deze zin niet dezelfde nationaliteit hebben, geldt voor de algemene rechtsgevolgen van het huwelijk

  • het recht van het land, waar beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben of - indien dit slechts nog voor een van de echtgenoten het geval is - tijdens hun huwelijk hadden, en
  • in alle andere gevallen, het recht van het land, waarmee beide echtgenoten andere nauwe banden hebben.

« Echtscheiding - Algemene informatie | Duitsland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 15-02-2005

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk