Europese Commissie > EJN > Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven > Polen

Laatste aanpassing: 23-11-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven - Polen

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Verkrijgen van schadevergoeding van de dader 1.
1.1. Onder welke voorwaarden kan ik een schadeclaim indienen in de strafzaak tegen de dader? 1.1.
1.2. Op welk moment van de strafrechtelijke procedure moet ik mijn claim indienen? 1.2.
1.3. Hoe moet ik het verzoek doen en bij wie? 1.3.
1.4. Kan ik rechtsbijstand krijgen voor of gedurende het proces? 1.4.
1.5. Hoe moet ik mijn claim duidelijk maken? Wat voor bewijs is vereist om mijn claim te onderbouwen? 1.5.
1.6. Zijn er andere mogelijkheden om schadevergoeding van de dader te verkrijgen (bevel tot schadevergoeding)? 1.6.
1.7. Als het gerecht mij schadevergoeding heeft toegekend, is er dan speciale hulp beschikbaar voor mij als slachtoffer om die rechterlijke beslissing bij de dader af te dwingen? 1.7.
2. Verkrijgen van schadevergoeding van de Staat of een overheidsinstelling 2.

 

1. Verkrijgen van schadevergoeding van de dader

De herziening van het strafrecht en het strafprocesrecht van 1997 heeft geresulteerd in aanzienlijke veranderingen in de positie van het slachtoffer in het strafproces en het voorbereidend onderzoek. Zij ging gepaard met een nieuwe filosofie van de bestraffing waarbij een van de belangrijkste doelstellingen van strafprocessen de oplossing is van het conflict dat tussen dader en slachtoffer is ontstaan ten gevolge van het strafbare feit dat tegen het slachtoffer is begaan. Dit conflict kan worden opgelost of aanzienlijk worden verminderd indien de aan het slachtoffer berokkende schade wordt vergoed.

1.1. Onder welke voorwaarden kan ik een schadeclaim indienen in de strafzaak tegen de dader?

Artikel 39, lid 5 van het Poolse strafwetboek voorziet in de verplichting tot schadevergoeding als mogelijke straf. Deze verplichting heeft zowel betrekking op het geleden verlies (damnum emergens) als op de gederfde inkomsten (lucrum cessans). Het feit dat het slachtoffer schade heeft geleden, vormt de basisvoorwaarde voor het eisen van schadevergoeding. Daarnaast is er ook schadevergoeding mogelijk voor immateriële schade, dat wil zeggen voor schade aan niet-materiële belangen.

Krachtens artikel 299 van het wetboek van strafvordering is het slachtoffer partij bij het voorbereidend onderzoek. Deze bepaling heeft een aantal belangrijke gevolgen voor de eisen aan de levering van individueel bewijs, voor bijdragen aan het ingebrachte bewijs en voor eventuele indiening van verzoeken waarin de wet voorziet en die het slachtoffer ten gunste komen. Zij is essentieel voor de juiste vorm van het proces in de volgende fasen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het slachtoffer kan ter ondersteuning van zijn rechten in het rechtsgeding de rol van “hulpaanklager” op zich nemen (artikelen 53-58 van het wetboek van strafvordering); dit kan hij (als “bijkomend hulpaanklager”) samen met het openbaar ministerie doen of in de plaats van het openbaar ministerie (als “plaatsvervangend hulpaanklager”). Ten aanzien van particuliere vervolging van strafbare feiten kan het slachtoffer optreden als “particuliere aanklager” (artikelen 59-61 van het wetboek van strafvordering). Ten slotte kan een slachtoffer zich voor een geldvordering in het strafproces voegen door zich civiele partij te stellen.

De burgerlijke vordering tot schadevergoeding door de dader is een afzonderlijke kwestie. De materiële gronden voor dergelijke procedures worden gevormd door de bepalingen van het Poolse burgerlijk wetboek betreffende aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad (artikelen 415-449).

De bepaling dat iemand die schuldig is aan het veroorzaken van schade aan een ander verplicht is deze schade te vergoeden (artikel 415 van het burgerlijk wetboek) is een algemene regel. De bepalingen over onrechtmatige daden bevatten gedetailleerde regels over de aansprakelijkheid van minderjarigen die onder invloed van alcohol of bedwelmende middelen verkeerden. Zij omvatten eveneens regels over de aansprakelijkheid van personen die toezicht houden op of verantwoordelijk zijn voor hun ondergeschikten enzovoorts. Artikel 444 van het burgerlijk wetboek regelt de aansprakelijkheid voor letselschade of schade aan de gezondheid. Er kan vergoeding worden geëist voor geleden verlies (artikel 445 van het burgerlijk wetboek) en voor het overlijden van de gewonde persoon (artikel 446 van het burgerlijk wetboek). Artikel 448 van het burgerlijk wetboek omvat de gedetailleerde procedure (waarnaar wordt verwezen in artikel 23 van het burgerlijk wetboek) voor eisen tot vergoeding wegens inbreuk op persoonlijke belangen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Hieraan dient te worden toegevoegd dat de schuld van de dader, die de voorwaarde is voor het indienen van schadeclaims, in het burgerlijk recht een iets andere inhoud heeft dan in het strafrecht. Dit kan van invloed zijn op de keuze van de te volgen methode voor het vorderen van schadevergoeding. Ook zijn de verjaringstermijnen voor het indienen van de vorderingen in het burgerlijk recht anders (veel langer) dan in het strafrecht.

1.2. Op welk moment van de strafrechtelijke procedure moet ik mijn claim indienen?

Artikel 46 van het strafwetboek kent gedetailleerde bepalingen voor dit soort strafmaatregelen. De wetgever beschouwt schadevergoeding als integraal onderdeel van een uitspraak over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de dader indien de schade voortvloeit uit een strafbaar feit dat heeft geleid tot overlijden, ernstige schade aan de gezondheid, een verstoorde functie van een lichaamsorgaan of een verstoorde gezondheid, uit een verkeersovertreding, uit een milieudelict of uit strafbare feiten in verband met vermogens- of zakelijke transacties. Het wordt beschouwd als een plicht van de rechter om, op verzoek van het slachtoffer of een andere rechthebbende (bijvoorbeeld de naaste verwanten volgens het strafwetboek), in zijn uitspraak een schadevergoedingsbevel op te nemen indien de geleden schade het gevolg is van het strafbare feit. Een dergelijk verzoek dient direct tijdens het onderzoek ter terechtzitting ingediend te worden. Het vormt geen probleem indien het slachtoffer tijdens het voorbereidend onderzoek daartoe al een verzoek wenst in te dienen, maar het is aan de rechter om de doeltreffendheid daarvan in zijn einduitspraak te beoordelen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In een dergelijk geval moet de rechter in zijn vonnis beslissen over een verplichting tot een gehele of gedeeltelijke vergoeding van de schade. De rechter mag niet weigeren deze verplichting op te leggen indien zowel de schuld van de dader als de schade is bewezen. Bij twijfel over de omvang van de veroorzaakte schade, dient de rechter passende voorzieningen te treffen.

Krachtens artikel 46 van het strafwetboek ten aanzien van de verplichting tot schadevergoeding zijn de bepalingen in het burgerlijk recht over de verjaring van vorderingen en de mogelijkheid om een jaargeld toe te kennen niet van toepassing. Deze regeling dient als voordelig voor het slachtoffer te worden beschouwd, omdat verjaringstermijnen voor vonnissen, vooral die met betrekking tot de genoemde strafbare feiten, langer zijn dan in het burgerlijk recht.

Vaak is het vooral na een langere periode niet mogelijk om de exacte omvang van de schade als gevolg van een strafbaar feit te beoordelen. Artikel 46, lid 2 van het strafwetboek voorziet in de mogelijkheid om te beslissen over een aanvullende betaling ter compensatie van het slachtoffer voor eventuele ernstige schade aan de gezondheid, verstoring van lichaamsfuncties of een verstoorde gezondheid. Ook de beslissing over een aanvullende betaling is afhankelijk van een verzoek van het slachtoffer.

Met het oog op toekomstige schadeloosstelling van het slachtoffer is het van belang dat het openbaar ministerie het slachtoffer ervan op de hoogte stelt dat er strafvervolging zal plaatsvinden. Het slachtoffer dient te worden geïnformeerd over zijn rechten met betrekking tot geldvorderingen en in voorkomende gevallen over zijn recht om te verklaren dat hij optreedt als “hulpaanklager”. Slachtoffers dienen dus adequaat op de hoogte te worden gesteld van hun rechten door de met het onderzoek belaste autoriteiten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Er is een onlosmakelijk verband tussen deze bepalingen en artikel 415, lid 6 van het wetboek van strafvordering dat bepaalt dat indien de verdachte wordt veroordeeld of het proces voorwaardelijk wordt stopgezet, de rechter in de gevallen waarin de wet voorziet een uitspraak doet over een aanvullende betaling of een verplichting tot schadevergoeding. Indien de verdachte is veroordeeld of het proces voorwaardelijk is stopgezet, biedt lid 5 van dit artikel de rechter bovendien de mogelijkheid ook ambtshalve te beslissen over schadevergoeding aan het slachtoffer, tenzij de wet anders bepaalt.

Er bestaat een verplichting tot schadevergoeding indien bij wijze van proeftijd een voorwaardelijke stopzetting van het proces wordt toegepast. Krachtens artikel 67, lid 3 van het strafwetboek dient de rechter in het geval van een voorwaardelijke stopzetting van het strafproces de dader te verplichten tot schadevergoeding.

Het is optioneel om een schadevergoeding op te leggen als de uitvoering van een vrijheidsstraf of een boete voorwaardelijk wordt opgeschort. In dat geval kan een rechter krachtens artikel 71, lid 2 van het strafwetboek de veroordeelde persoon opdragen om de schade te vergoeden, tenzij het een vonnis betreft waarin is voorzien door artikel 46 van het strafwetboek.

De wetgever spant zich in om het conflict op te lossen dat het gevolg is van het strafbare feit. Het doel van de vervolging en de rechtszaak dient een minnelijke schikking te zijn, onder andere met behulp van bemiddelingsprocedures. Indien het slachtoffer en de dader zich hebben verzoend, de schade is vergoed, of het slachtoffer en de dader het eens zijn over de wijze van schadevergoeding, kan de rechter besluiten tot een buitengewone strafvermindering. Zelfs indien de rechter besluit de dader niet te veroordelen, kan hij een strafrechtelijke schadevergoeding opleggen indien langs deze weg het nagestreefde doel kan worden bereikt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In die gevallen waarin artikel 46 van het strafwetboek niet van toepassing is en het openbaar ministerie een verzoek heeft ingediend tot een verkorte procedure, kan de rechter de toewijzing van dat verzoek laten afhangen van de gehele of gedeeltelijke schadevergoeding (krachtens artikel 335 van het wetboek van strafvordering).

Krachtens artikel 299 van het wetboek van strafvordering is het slachtoffer partij bij het voorbereidend onderzoek. Deze bepaling heeft een aantal belangrijke gevolgen voor de eisen aan de levering van individueel bewijs, voor bijdragen aan het ingebrachte bewijs en voor eventuele indiening van verzoeken waarin de wet voorziet en die het slachtoffer ten gunste komen. Zij is essentieel voor de juiste vorm van het proces in de volgende fasen.

Het slachtoffer kan de rol van “hulpaanklager” (artikelen 53-58 van het wetboek van strafvordering), naast het openbaar ministerie (“bijkomend hulpaanklager”) of in de plaats van het openbaar ministerie (plaatsvervangend “hulpaanklager”) op zich nemen. Ten aanzien van particuliere vervolging van strafbare feiten kan het slachtoffer optreden als “particuliere aanklager” (artikelen 59-61 van het wetboek van strafvordering). Het slachtoffer kan zich voor een geldvordering in het strafproces voegen door zich civiele partij te stellen.

Krachtens artikel 12 van het wetboek van strafvordering is toewijzing van vorderingen tot vergoeding van schade als gevolg van een strafbaar feit mogelijk, hetzij in burgerlijke, hetzij in bij de wet voorziene strafprocessen. De “voegingsprocedure” is een instrument in het strafproces dat wordt beheerst door het wetboek van strafvordering, maar tot doel heeft te komen tot een uitspraak over de burgerlijke rechtsvorderingen van de burgerlijke eiser tegen de verdachte. Deze voegingsprocedure is vergelijkbaar met de Franse “partie civile”-procedure. Het inbrengen van een burgerlijke rechtsvordering in een strafproces maakt een geding aanhangig (lis pendens) en is een omstandigheid die civielrechtelijke procedures uitsluit. En in het tegenovergestelde geval: een geding dat voor het burgerlijk gerecht aanhangig is, schept een beletsel om de civielrechtelijke vordering te behandelen in het strafproces. De zaak zal daarom in die gevallen worden beëindigd of niet in behandeling genomen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Op vergelijkbare wijze leidt een geldige uitspraak van de rechter over de vorderingen van het slachtoffer in het strafproces ertoe dat de zaak in kracht van gewijsde gaat, waardoor hiertegen geen nieuwe procedure mogelijk is en wordt uitgesloten dat de zaak opnieuw wordt onderzocht in een burgerlijk proces. Indien de toegekende schadevergoeding echter niet alle schade dekt of onvoldoende schadeloosstelling vormt voor het geleden verlies, kan het slachtoffer een civiele procedure inleiden om aanvullende schadevergoeding te eisen (artikel 415 van het wetboek van strafvordering).

1.3. Hoe moet ik het verzoek doen en bij wie?

Het slachtoffer kan de vordering tot vergoeding van schade krachtens artikel 46 van het strafwetboek samen met de betekening van een voorbereidend onderzoek van een strafbaar feit indienen of na een tenlastelegging door het openbaar ministerie. Zodra het slachtoffer als zodanig is aangemerkt, kan hij een vordering van deze aard bij het gerecht instellen. Hij moet door de autoriteiten die de procedure voeren op de hoogte worden gesteld van deze mogelijkheid.

Wat betreft de termijn voor civiele partijstelling in een strafproces: het slachtoffer heeft tot aan het begin van het onderzoek ter terechtzitting de mogelijkheid om tegen de verdachte een geldvordering in te stellen voor schade die rechtstreeks het gevolg is van het strafbare feit. Met nadruk zij gesteld dat het onderzoek ter terechtzitting aanvangt op het moment van het voorlezen van de tenlastelegging.

Deze vordering dient te worden ingesteld bij het gerecht dat bevoegd is in strafzaken. De civielrechtelijke vordering kan al in de loop van het voorbereidend onderzoek worden ingediend. In een dergelijk geval voegen de bevoegde autoriteiten de vordering toe aan het zaaksdossier. De rechter beslist over de toelating ervan. Als datum voor het instellen van een vordering geldt dan de datum van de proceshandeling. Parallel aan de partijstelling in het voorbereidend onderzoek kan het slachtoffer verzoeken om zekerheidstelling voor de vordering. Het openbaar ministerie dient over deze kwestie te beslissen. Tegen zijn beslissing staat beroep bij de rechtbank open.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Tot aan het begin van het onderzoek ter terechtzitting kunnen de naaste verwanten een vordering instellen in het geval dat het slachtoffer is overleden. Indien het slachtoffer overlijdt na instelling van de vordering (dus in het geval dat de civiele eiser eveneens overlijdt), kunnen de naaste verwanten de rechten van de overledene overnemen en de aan het slachtoffer verschuldigde schadevergoeding toegewezen krijgen (krachtens artikel 63 van het wetboek van strafvordering).

Indien de strafrechter weigert om de vordering toe te laten, kan het slachtoffer binnen 30 dagen na de datum van afwijzing verzoeken om verwijzing van de vordering naar de burgerlijke rechter.

Uitsluitend in gevallen van veroordeling of voorwaardelijke stopzetting van het proces dient de rechter te beslissen over de inhoud van de vordering in de civielrechtelijke procedure door de vordering geheel of gedeeltelijk af te wijzen. In geval van een afwijkende beslissing dient de rechter de vordering buiten beschouwing te laten. In dat geval kan het slachtoffer zijn vordering voor een burgerlijk gerecht brengen.

De rechter kan weigeren een uitspraak te doen over de verplichting tot schadevergoeding. In dat geval wordt de zekerheidstelling opgeheven, maar kan het slachtoffer binnen een wettelijke termijn van drie maanden nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan een vordering bij de burgerlijke rechter instellen. Indien een vordering tot schadevergoeding wordt ingesteld, blijft de zekerheidstelling geldig, tenzij de rechter in het burgerlijk proces anders beslist (artikel 294 van het wetboek van strafvordering).

Ook de rol van “hulpaanklager” stelt het slachtoffer in staat om zijn wettelijke rechten te laten gelden (waaronder recht op geld en schadeloosstelling) doordat hij het openbaar ministerie bijstaat, dat zoals de naam al aangeeft in de eerste plaats het openbaar belang dient.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien het openbaar ministerie een aanklacht heeft ingediend, kan het slachtoffer tot het moment waarop het onderzoek ter terechtzitting een aanvang neemt, mondeling of schriftelijk (middels een akte) aangegeven dat hij zal optreden als “hulpaanklager”. Andere slachtoffers van hetzelfde strafbare feit kunnen zich in het proces voegen tot aan het begin van het onderzoek ter terechtzitting (dus binnen dezelfde termijn).

Indien het openbaar ministerie beslist om niet te vervolgen, verliest de “hulpaanklager” daardoor zijn rechten niet.

Het overlijden van de “hulpaanklager” sluit voortzetting van het proces niet uit. In iedere fase van het proces kunnen de naaste verwanten zich voegen in het proces in de rol van “bijkomend hulpaanklager”. Wat de “plaatsvervangend hulpaanklager” betreft, de naaste verwant kan zich binnen een periode van drie maanden in het proces voegen.

Het slachtoffer kan zijn rechten doen gelden door “particuliere strafvervolging” in te stellen in het geval van strafbare feiten waarbij “particuliere strafvervolging” tot de mogelijkheden behoort. Andere slachtoffers van hetzelfde strafbare feit kunnen zich hangende het voorbereidend onderzoek voegen tot aan het begin van het onderzoek ter terechtzitting. Het openbaar ministerie kan het proces beginnen of zich voegen in het hangende proces, indien het openbaar belang dit vereist. Praktisch gezien gaat het hierbij om situaties waarin het in het allereerste stadium van het proces niet bekend is of het openbaar ministerie optreedt als strafvervolger dan wel dat een burger de strafvervolging instelt (bijvoorbeeld of het feit een misdrijf inhoudt waarop artikel 156 van het wetboek van strafvordering van toepassing is of slechts een inbreuk vormt op iemands persoonlijke onschendbaarheid).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Schadevergoeding kan nauw samenhangen met de preventieve maatregelen die zijn voorzien in het wetboek van strafvordering, indien de verdachte of een ander een borg stelt in de vorm van contant geld, waardepapieren, een schuldbrief of onderpand (een borg op eigendom wordt beschouwd als een preventieve maatregel die wordt toegepast om de geëigende loop van het proces te waarborgen). De bezitting of geldsom voor de borg die is verbeurd of geïnd, wordt overgedragen of betaald aan de schatkist. Het slachtoffer heeft voorrang bij het verhalen van zijn vordering in verband met schade ten gevolge van het strafbare feit indien de schade niet uit andere middelen kan worden vergoed.

Indien het slachtoffer vergoeding vordert voor schade die is veroorzaakt door een onwettige handeling, is voorafgaande zekerheidstelling op bezittingen met het oog op de toekomstige verplichting tot schadevergoeding krachtens artikel 46 van het wetboek van strafrecht even belangrijk als het indienen van de vordering tot schadevergoeding zelf.

1.4. Kan ik rechtsbijstand krijgen voor of gedurende het proces?

Er kan een advocaat worden toegewezen aan de civiele partij in het strafproces overeenkomstig de regels voor burgerlijke rechtszaken. Tijdens het proces kan een advocaat voor de “hulpaanklager” en voor de “particuliere aanklager” in het proces optreden.

In het geval van een strafbaar feit waarop als straf een boete, verbeurdverklaring van een zaak, een schadevergoedingsverplichting of een aanvullende betaling staat, kan ambtshalve zekerheid worden gesteld door beslag te leggen op de bezittingen van de verdachte (artikel 291 van het wetboek van strafvordering). De zekerheidstelling geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Op grond daarvan is het mogelijk om roerende zaken of andere eigendomsrechten in beslag te nemen en de verkoop en het bezwaren van onroerende zaken te verbieden. Dit verbod dient te worden vermeld in het hypotheekregister of, in die gevallen waarin een dergelijk register niet bestaat, te worden aangegeven in het dossier. Voor zover mogelijk kunnen onroerende zaken of een bedrijf dat in eigendom is van de verdachte onder bewind worden gesteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechter kan weigeren een uitspraak te doen over de verplichting tot schadevergoeding. In dat geval wordt de zekerheidstelling opgeheven, maar kan het slachtoffer binnen een wettelijke termijn van drie maanden nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan een vordering bij de burgerlijke rechter instellen. Indien een vordering tot schadevergoeding wordt ingesteld, blijft de zekerheidstelling geldig, tenzij de rechter in het burgerlijk proces anders beslist (artikel 294 van het wetboek van strafvordering).

Het wetboek van strafvordering voorziet in de mogelijkheid van zekerheidstelling van materiële rechtsvorderingen van het slachtoffer van een strafbaar feit, ook in een vroegere fase van het proces (artikel 295). Op deze manier kan de politie roerende zaken die aan de verdachte toebehoren voorlopig in beslag nemen indien er gronden zijn om te vrezen dat de verdachte ze zou kunnen verplaatsen op een wijze die nadelig is voor het slachtoffer van het strafbare feit. De voorlopige inbeslagneming vereist goedkeuring middels een bevel van het openbaar ministerie, dat binnen vijf dagen moet worden uitgevaardigd.

1.5. Hoe moet ik mijn claim duidelijk maken? Wat voor bewijs is vereist om mijn claim te onderbouwen?

Voor zover het gaat om een bevel tot schadevergoeding vanwege een strafbaar feit (artikel 46 van het strafwetboek) dient het slachtoffer daartoe een verzoek in te dienen. De rechter dient dit verzoek te onderzoeken en zijn eigen conclusies te trekken ten aanzien van de beoordeling van de door het slachtoffer geleden schade. Hierbij kunnen verklaringen van het slachtoffer bruikbaar zijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In het geval van een civielrechtelijke vordering dient de waarde van het onderwerp van de rechtszaak te worden beoordeeld overeenkomstig het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. De rechter dient te beslissen tot opschorting van het proces over de in het strafproces gevoegde civielrechtelijke vordering indien de bewijsvoering tijdens de zitting onvoldoende is voor een uitspraak over de vordering en het verkrijgen van aanvullend bewijs een aanzienlijke verlenging van het proces zou betekenen. In een civielrechtelijke zaak vervult het slachtoffer noodzakelijkerwijs een grotere rol.

1.6. Zijn er andere mogelijkheden om schadevergoeding van de dader te verkrijgen (bevel tot schadevergoeding)?

Bij strafbare feiten die voorwerp vormen van onderzoek in verkorte procedures (artikel 469 van het wetboek van strafvordering), dat wil globaal gesproken zeggen voor minder zware delicten, kan de rechter op grond van het in het voorbereidend onderzoek verzamelde materiaal een strafrechtelijke schadevergoeding opleggen (artikel 500 en verder van het wetboek van strafvordering). Bij het opleggen van de strafrechtelijke schadevergoeding dient de rechter te beslissen over de gehele civielrechtelijke vordering die krachtens artikel 415, lid 5 van het wetboek van strafvordering was ingediend.

1.7. Als het gerecht mij schadevergoeding heeft toegekend, is er dan speciale hulp beschikbaar voor mij als slachtoffer om die rechterlijke beslissing bij de dader af te dwingen?

Een rechter die een vordering tot vergoeding van schade aan bezittingen toewijst, moet op verzoek van de rechthebbende een executoriale titel hechten aan een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing (artikel 107 van het wetboek van strafvordering). Een uitspraak waarbij een verplichting tot schadevergoeding wordt opgelegd, wordt tegelijk beschouwd als een uitspraak over een vordering tot schadevergoeding aan bezittingen indien de uitspraak volgens het wetboek van burgerlijke rechtsvordering tenuitvoerlegging mogelijk maakt. Er kan ook een tenuitvoerleggingsclausule worden gehecht aan een ten overstaan van de rechter getroffen schikking.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Verkrijgen van schadevergoeding van de Staat of een overheidsinstelling

Op 21 september 2005 trad de wet op de schadeloosstelling van slachtoffers van bepaalde misdrijven door de overheid in werking. Schadeloosstelling is een financiële vergoeding die wordt betaald uit de overheidsbegroting aan slachtoffers van bepaalde misdrijven of hun naaste verwanten. “Slachtoffer” in de zin van de artikelen 156, lid 1 en 157, lid 1 van het strafwetboek is een natuurlijk persoon (een burger van de Republiek Polen of een andere lidstaat) die ten gevolge van een geweldsmisdrijf is overleden of een verstoorde functie van een lichaamsorgaan of schade aan de gezondheid heeft opgelopen.

De wet heeft betrekking op misdrijven die uitsluitend op het grondgebied van de Republiek Polen zijn begaan. In de wet is schadeloosstelling door de overheid gekoppeld aan een subsidiariteitsbeginsel. Dat beginsel houdt in dat een vergoeding uitsluitend wordt toegekend als de persoon die daarvoor in aanmerking komt deze vergoeding niet op een andere manier heeft kunnen verkrijgen.

Toekenning van schadeloosstelling is mogelijk ongeacht of de daders zijn geïdentificeerd, in staat van beschuldiging gesteld en/of veroordeeld.

Toekenning van schadeloosstelling door de overheid ontheft de dader niet van zijn verplichting tot schadevergoeding en evenmin vormt het een beperking voor het recht van het slachtoffer om schadevergoeding van de dader te vorderen voor het gerecht.

Artikel 3 van de wet omvat een strak omschreven opsomming van gedekte kosten: deze kunnen uitsluiten bestaan in gederfde inkomsten of andere bestaansmiddelen, medische kosten of uitvaartkosten. Schade aan materiële belangen en immateriële schade worden niet gedekt. Het maximale bedrag voor vergoeding is bepaald op 12 000 PLN.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een schadeloosstellingsverzoek dient binnen twee jaar nadat het strafbare feit is begaan, te worden ingediend.

Een andere voorwaarde voor het verkrijgen van schadeloosstelling is de instelling van strafvervolging. Situaties waarin er geen strafproces werd ingesteld, bijvoorbeeld omdat een bepaalde gebeurtenis, zoals de dood van de dader, dat uitsloot, worden in buitengewone gevallen in behandeling genomen. Vergoeding is echter niet verschuldigd indien het ingestelde strafproces op de volgende gronden wordt stopgezet:

  • er is geen strafbaar feit gepleegd of er is onvoldoende bewijs om aan te tonen dat er een strafbaar feit is gepleegd;
  • de handeling in kwestie levert geen strafbaar feit op of de verantwoordelijke persoon heeft volgens de wet geen misdrijf begaan;
  • de schok voor de maatschappij ten gevolge van de daad in kwestie is verwaarloosbaar;
  • een strafproces over hetzelfde strafbare feit begaan door dezelfde persoon is rechtsgeldig beëindigd of een eerder ingesteld proces is nog hangende;
  • er is geen aanklacht ingediend door een bevoegde aanklager;

of als de rechter na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting de verdachte vrijspreekt op grond van de omstandigheden die zijn omschreven in artikel 17, leden 1 en 2 van het wetboek van strafvordering.

Indien wordt vastgesteld dat er geen grond was voor de betaalde vergoeding na stopzetting van het strafproces en vrijspraak van de verdachte, voorziet artikel 13, lid 1 van de wet in een verplichting tot terugbetaling van de vergoeding.

De districtsrechtbank beslist over toekenning van de vergoeding en betaalt tevens de financiële middelen uit de overheidsbegroting uit.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor het gemak van de eiser zijn er formulieren beschikbaar om een verzoek tot schadeloosstelling in te dienen.

Het bijstaande gezag op het grondgebied van Polen is de openbare aanklager van het district.

Een slachtoffer van een strafbaar feit kan vergoeding vorderen van schade die is veroorzaakt door een rijksambtenaar of een ambtenaar van een lagere overheid in de uitoefening van zijn functie (artikelen 415-421 van het burgerlijk wetboek). In sommige gevallen wordt de aansprakelijkheid gedeeld tussen het rijk en een lagere overheid indien het strafbare feit werd gepleegd tijdens de uitoefening van functies die door de centrale overheid zijn gedelegeerd. Op 18 december 2001 oordeelde het constitutionele hof dat artikel 418 van het burgerlijk wetboek, dat de mogelijkheid tot indiening van een verzoek tot schadeloosstelling door de overheid aanzienlijk beperkte, in strijd was met de grondwet en derhalve ongeldig.

De Poolse wet op de uitvoering van straffen (artikel 43 leden 1, 2 en 3) voorziet in de mogelijkheid om bijstand te verlenen aan slachtoffers van strafbare feiten en hun gezinnen door het post-penitentiair bijstandsfonds dat wordt beheerd door de minister van Justitie. Deze vorm van sui generis-bijstand door de overheid behoeft niet te worden terugbetaald en wordt niet meegerekend bij toekomstige vergoedingen. Een dergelijke bijstand wordt direct toegekend door een president van een bevoegd gerecht of door daartoe gemachtigde rechters en beroepsfunctionarissen voor reclassering en toezicht. Indirect kan dergelijke bijstand worden toegekend door een niet-gouvernementele organisatie die middelen heeft verkregen uit het fonds voor bijstand aan slachtoffers van strafbare feiten en hun gezinnen. De bijstand bestaat in het bijzonder uit de toekenning van contant geld ter dekking van kosten voor het kopen van voeding, medicijnen, kleding, huur of ter dekking van de kosten voor gespecialiseerd juridisch of psychologisch advies.

« Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven - Algemene informatie | Polen - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 23-11-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk