Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
Voor de laatst bijgewerkte tekst: zie O P M E R K I N G | Deze bijdrage bevat de stand van de wetgeving die op 1 januari 2004 in werking is getreden, maar die vanaf deze datum ook geldt voor verzoeken die reeds vóór deze datum zijn ingediend (en aanhangig zijn bij de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden). Voor een overzicht van de huidige wetgeving: zie de website van de Federale Overheidsdienst JUSTITIE:
Zie ook de rubriek "Informatie", "Justitie van A tot Z" (zie met name "Slachtoffers van een misdaad" Zie ook “Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden" |
Het slachtoffer van een misdrijf dat in de strafzaak schadevergoeding wil krijgen, moet zich formeel burgerlijke partij stellen (d.i. de zogeheten burgerlijke partijstelling). Het is niet voldoende klacht in te dienen bij de politie of het gerecht.
Er zijn twee mogelijkheden voor het slachtoffer: burgerlijke partijstelling door vordering of burgerlijke partijstelling door zich bij de procedure te voegen (‘burgerlijke partijstelling door tussenkomst’).
De burgerlijke partijstelling door vordering, die de strafvordering op gang brengt, kan op twee manieren geschieden: klacht met burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter (de artikelen 66 tot en met 70 van het Wetboek van strafvordering) en rechtstreekse dagvaarding voor het gerecht (artikel 64, tweede alinea, en de artikelen 145, 182 en 183 van het Wetboek van strafvordering).
De burgerlijke partijstelling door tussenkomst is de meest gebruikte en de goedkoopste procedure. Het slachtoffer voegt zich dan bij de reeds door het openbaar ministerie ingestelde strafvordering.
De burgerlijke partijstelling door vordering geschiedt op het ogenblik dat de strafvordering nog niet aanhangig is voor de strafrechter. Overeenkomstig de wet kan het slachtoffer de strafvordering zelf op gang brengen en de zaak voor de strafrechter brengen zonder daarvoor afhankelijk te zijn van het openbaar ministerie.
De burgerlijke partijstelling door tussenkomst geschiedt op het ogenblik dat de strafvordering reeds aanhangig is bij de strafrechter. Dit soort burgerlijke partijstelling is mogelijk in elke stand van het geding tot de sluiting van de debatten voor de strafrechter in eerste aanleg (artikel 67 van het Wetboek van strafvordering).
Zoals al blijkt uit de naam, geschiedt de burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter bij de onderzoeksrechter, ongeacht of deze al dan niet reeds belast is met het gerechtelijk onderzoek. De klacht met het oog op de burgerlijke partijstelling is aan geen enkel vormvereiste onderworpen. De onderzoekstrechter legt de burgerlijke partijstelling vast in een proces-verbaal. De burgerlijke partij moet echter duidelijk aangeven op welke feiten de burgerlijke partijstelling betrekking heeft. Wanneer de strafvordering op gang wordt gebracht door burgerlijke partijstelling, moet de burgerlijke partij de som die voor de gerechtskosten vermoedelijk nodig is ter griffie deponeren (consignatie).
Wat de rechtstreekse dagvaarding betreft, laat het slachtoffer door een gerechtsdeurwaarder een dagvaarding betekenen om te verschijnen voor de correctionele rechtbank of de politierechtbank, waarbij de bevoegdheidsregels en de voorschriften inzake de termijnen voor verschijning in acht moeten worden genomen. De dagvaarding doet opgave van de feiten. In sommige gevallen is rechtstreekse dagvaarding niet mogelijk (voor misdaden en politieke en drukpersmisdrijven, en voor hoven van beroep en jeugdrechtbanken).
De burgerlijke partijstelling door tussenkomst geschiedt voor het vonnisgerecht. Zij is kosteloos en kan mondeling geschieden.
Wat de burgerlijke partijstelling door tussenkomst betreft, kan het slachtoffer wanneer de strafvordering bij de politierechtbank of de correctionele rechtbank is ingesteld door oproeping per proces-verbaal (artikel 216quater en artikel 216quinquies van het Wetboek van strafvordering), zich burgerlijke partij stellen door middel van een ter griffie ingediend verzoekschrift (artikel 4 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering).
In de claim moet de specifieke schade worden omschreven. De claim kan in de loop van de procedure worden aangevuld.
Zie "Rechtsbijstand - België".
De omvang van de schade en het causaal verband tussen de fout (het delict) en deze schade kan met alle middelen worden bewezen.
Neen, er is geen speciale hulp beschikbaar. Er kan echter wel rechtsbijstand worden verleend aan slachtoffers die de kosten voor handelingen betreffende de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten niet kunnen betalen (artikel 665 van het Gerechtelijk Wetboek) (zie "Rechtsbijstand – België").
Er kan schadevergoeding worden verkregen van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.
De toepasselijke wetsbepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk III, afdeling II ("Hulp van de Staat aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden"), van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen (hierna ‘de wet’ te noemen).
De mogelijkheid tot schadeloosstelling is beperkt tot slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Het gaat in beginsel om opzettelijke delicten. Het begrip opzettelijke gewelddaad kan echter vrij worden ingevuld door de Commissie (artikel 31, 1°, van de wet).
De mogelijkheid is beperkt tot slachtoffers die ernstige lichamelijke of psychische schade hebben geleden (artikel 31, 1°, van de wet).
Er kan eveneens hulp worden aangevraagd door:
De Commissie kan een aanvullende hulp toekennen wanneer na de toekenning van de hulp, het nadeel kennelijk is toegenomen (artikel 37 van de wet).
Nabestaanden van of personen die in duurzaam gezinsverband samenleefden met een persoon die overleden is als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad kunnen hulp krijgen (artikel 31, 2°, van de wet).
De mogelijkheid schadevergoeding te krijgen is niet beperkt tot personen met een bepaalde nationaliteit of personen die in een bepaald land wonen. Wel moet het slachtoffer op het moment van de gewelddaad de Belgische nationaliteit bezitten of gerechtigd zijn het Rijk binnen te komen, er te verblijven of er zich te vestigen (artikel 31bis, 2°, van de wet).
Uitzondering: er kan hulp worden verleend aan slachtoffers die op het moment van de gewelddaad illegaal in het Rijk verblijven maar die naderhand van de Dienst Vreemdelingenzaken een verblijfsvergunning van onbepaalde duur hebben verkregen in het kader van een onderzoek wegens mensenhandel (artikel 31bis, 2°, van de wet).
Om hulp te kunnen krijgen moet de gewelddaad in België zijn gepleegd (artikel 31bis, 1°, van de wet).
Uitzondering: wanneer bepaalde personen in bevolen dienst slachtoffer zijn van een in het buitenland gepleegde gewelddaad, kunnen zij steun krijgen (artikel 31bis, 1°, van de wet). Het gaat daarbij om:
Het is niet nodig van het delict aangifte te hebben gedaan om hulp te krijgen (uitzonderingen: zie de punten 2.10 en 2.17).
Er kunnen twee hypothesen worden onderscheiden (artikel 31bis, 3°, van de wet):
Indien de dader bekend is, is het nodig te trachten eerst schadevergoeding bij de dader te eisen. Door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank moet worden bewezen dat de verzoeker schadevergoeding heeft nagestreefd (artikel 31bis, 3°, van de wet).
Indien de dader niet bekend is, kan er toch hulp worden toegekend (artikel 31bis, 3°, tweede alinea, van de wet). Er moet wel worden bewezen dat de verzoeker zich burgerlijke partij heeft gesteld (artikel 31bis, 3°, eerste alinea, van de wet).
De Commissie kan echter oordelen dat het voldoende is dat de verzoeker klacht heeft ingediend of de hoedanigheid van benadeelde persoon heeft aangenomen (artikel 31bis, 3°, tweede alinea, van de wet).
Het verzoek moet binnen drie jaar worden ingediend. De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de eerste beslissing tot seponering, de beslissing van het onderzoeksgerecht, de dag waarop definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering of de dag, indien deze van latere datum is, waarop uitspraak is gedaan over de burgerlijke belangen (artikel 31bis, 4°, van de wet).
Het verzoek tot toekenning van een aanvullende hulp moet, op straffe van verval, binnen tien jaar te rekenen van de dag waarop de hulp is uitbetaald, worden ingediend.
De Commissie steunt uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade (artikel 32, lid 1, van de wet):
Voor de toekenning van een hulp aan de nabestaanden van overleden slachtoffers, steunt de Commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade (artikel 32, lid 2, van de wet):
Voor de toekenning van een hulp aan de personen die voorzien in het onderhoud van een kind dat als gevolg van een opzettelijke gewelddaad een langdurige medische of therapeutische behandeling behoeft en aan de ouders van een slachtoffer dat vermist is, steunt de Commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:
Het bedrag van de hulp wordt naar billijkheid bepaald door een kamer van de Commissie die is samengesteld uit drie leden en waarvan de voorzitter een magistraat is (artikel 33, lid 1, eerste alinea, van de wet).
Het minimumbedrag dat kan worden toegekend is 500 EUR. Het maximumbedrag is 62 000 EUR (artikel 33, lid 2, van de wet).
De aanvullende hulp is beperkt tot een bedrag van 62 000 EUR verminderd met de reeds toegekende hulp (artikel 37 van de wet).
De schadevergoeding die het slachtoffer uit andere bronnen heeft ontvangen of kan ontvangen voor dezelfde schade wordt afgetrokken van de toegekende hulp (artikel 31bis, 5°, van de wet).
De Commissie kan onder meer rekening houden met (artikel 33, lid 1, tweede alinea, van de wet):
De Commissie kan noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de verzoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie (artikel 36, eerste alinea, van de wet).
De noodhulp kan worden aangevraagd vanaf de burgerlijke partijstelling of de indiening van een klacht door de verzoeker (artikel 36, derde alinea, van de wet).
De noodhulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 EUR en is beperk tot een bedrag van 15 000 EUR (artikel 36, tweede alinea, van de wet).
De noodzakelijke formulieren en verdere informatie over hoe een aanvraag kan worden ingediend, is te verkrijgen bij:
De Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden;
Postadres: Waterloolaan 115, 1000 Brussel;
Lokalen: Hallepoortlaan 5‑8, 1060 Brussel;
Telefoon (Frans): +32 (0)2 542 08 of +32 (0)2 542 72 44;
Telefoon (Nederlands): +32 (0)2 542 72 18, +32 (0)2 542 72 24 of +32 (0)2 542 72 29;
Fax: +32 (0)2 542 72 40.
Kantooruren: elke werkdag van 9 uur tot 11.45 uur en van 14 uur tot 16.30 uur.
U kunt rechtsbijstand krijgen bij het opstellen van het verzoek (zie “Rechtsbijstand – België”).
De procedure voor de Commissie is kosteloos.
De aanwezigheid van het slachtoffer ter zitting is niet verplicht. Vertegenwoordiging door een advocaat is evenmin verplicht.
Het slachtoffer kan zich ook laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging (zie punt 2.21).
De vraag om financiële hulp, noodhulp of aanvullende hulp geschiedt bij verzoekschrift dat in twee exemplaren wordt neergelegd bij het secretariaat van de Commissie of haar wordt toegezonden bij een ter post aangetekende brief.
Postadres: Waterloolaan 115, 1000 Brussel;
Lokalen: Hallepoortlaan 5-8, 1060 Brussel;
Kantooruren: elke werkdag van 9 uur tot 11.45 uur en van 14 uur tot 16.30 uur.
In België zijn er meerdere instanties betrokken bij slachtofferhulp.
De politie staat slachtoffers bij in het kader van de zogeheten politiële slachtofferbejegening, in het bijzonder door hen de nodige informatie te verstrekken.
Justitie-assistenten (personeelsleden van de Dienst Justitiehuizen) staan de bevoegde magistraten bij bij de begeleiding van personen die betrokken zijn bij gerechtelijke procedures.
De verenigingen voor slachtofferhulp verstrekken slachtoffers en hun verwanten individuele psychologische en sociale hulp. Deze verenigingen kunnen slachtoffers ook bijstaan in procedures voor de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. U kunt de adressen van deze verenigingen verkrijgen bij:
De procureur des Konings kan beslissen de verdachte niet te vervolgen indien deze aan een aantal voorwaarden voldoet. De eerste voorwaarde is van direct belang voor het slachtoffer en betreft de vergoeding of het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade. Deze bijzondere procedure heet bemiddeling in strafzaken en is slechts mogelijk voorzover het delict volgens de procureur des Konings niet van die aard schijnt te zijn dat het gestraft moet worden met een hoofdstraf van meer dan twee jaar correctionele gevangenisstraf of een zwaardere straf (artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering). De procedure vindt plaats voor de parketmagistraat die belast is met de bemiddeling in strafzaken. De dader en het slachtoffer moeten overeenstemming bereiken over de schadevergoeding. Deze overeenkomst wordt vastgelegd in een proces‑verbaal. Indien de dader de opgelegde voorwaarden niet volledig naleeft, kan het slachtoffer bij de burgerlijke rechter een schadevordering instellen of zich burgerlijke partij stellen.
De beslissingen van de Commissie voor financiële hulp
zijn beschikbaar op de website van de Federale Overheidsdienst Justitie.
De toepasselijke wetsbepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk III, afdeling II, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen. Deze wet is beschikbaar op de website van de Federale Overheidsdienst Justitie:
- kies Frans of Nederlands;
- kies de rubriek "Geconsolideerde wetgeving";
- vul de vakken als volgt in:
- Zie de artikelen 28 tot en met 41 van de wet.
« Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven - Algemene informatie | België - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 19-10-2006

