Europese Commissie > EJN > Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven > Oostenrijk

Laatste aanpassing: 30-08-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven - Oostenrijk

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Schadevergoeding voor slachtoffers van een misdrijf door de dader 1.
1.1. Onder welke voorwaarden kan ik in een strafproces schadevergoeding vorderen van de dader? 1.1.
1.2. Op welk moment van de procedure moet ik mijn eis tot schadevergoeding indienen? 1.2.
1.3. Hoe en bij wie moet de eis tot schadevergoeding worden ingediend? 1.3.
1.4. Waaraan moet mijn eis tot schadevergoeding voldoen (moet ik een totaalbedrag noemen of een bedrag verdeeld over afzonderlijke posten)? 1.4.
1.5. Staat voor of tijdens de procedure rechtsbijstand ter beschikking? 1.5.
1.6. Welke bewijzen moet ik in verband met mijn eis tot schadevergoeding leveren? 1.6.
1.7. Staat voor het afdwingen van een rechterlijke beslissing waarin de veroorzaker van de schade wordt verplicht tot betaling van een schadevergoeding een bijzondere ondersteuning ter beschikking? 1.7.
2. Schadevergoeding voor slachtoffers van een misdrijf door de staat of overheidsinstellingen 2.
2.1. Is het voor slachtoffers van een misdrijf mogelijk om schadevergoeding te krijgen van de staat of van overheidsinstellingen? 2.1.
2.2. Staat deze schadevergoeding van de staat uitsluitend ter beschikking van personen die het slachtoffer zijn geworden van bepaalde misdrijven? 2.2.
2.3. Staat deze schadevergoeding van de staat uitsluitend ter beschikking van personen die een bepaalde schade hebben geleden? 2.3.
2.4. Hebben zijn familieleden of onderhoudsgerechtigde personen ook recht op schadevergoeding in het geval van overlijden van het slachtoffer? 2.4.
2.5. Is de eis tot schadevergoeding aan een bepaalde nationaliteit of een bepaald langdurig verblijf verbonden? 2.5.
2.6. Kan ik om schadevergoeding vragen, indien het strafbaar feit in een ander land is begaan? Onder welke voorwaarden? 2.6.
2.7. Is het noodzakelijk dat bij de politie aangifte van het strafbaar feit is gedaan? 2.7.
2.8. Moet voor het indienen van de aanvraag de afloop van het politieonderzoek of het strafproces worden afgewacht? 2.8.
2.9. Moet de eis tot schadevergoeding eerst worden ingesteld jegens de persoon die schuldig is bevonden als veroorzaker van de schade? 2.9.
2.10. Kan ook verzocht worden om bijstand van overheidswege indien de veroorzaker van de schade niet bekend is of niet veroordeeld is? 2.10.
2.11. Moet het verzoek om schadevergoeding binnen een bepaalde termijn worden ingediend? 2.11.
2.12. Voor welke schade kan ik schadevergoeding claimen? 2.12.
2.13. Hoe wordt de schadevergoeding berekend? 2.13.
2.14. Zijn er minimum- of maximumbedragen voor de vergoeding van overheidswege? 2.14.
2.15. Wordt bij het vaststellen van de schadevergoeding van overheidswege rekening gehouden met de schadevergoeding die van derden (bijvoorbeeld de verzekering) is/wordt ontvangen? 2.15.
2.16. Zijn er nog andere criteria aan de hand waarvan wordt bepaald of ik in aanmerking kom voor een schadevergoeding van overheidswege, of hoe de bijstand van overheidswege wordt bepaald, zoals mijn gedrag bij het strafbaar feit waardoor ik schade heb geleden? 2.16.
2.17. Is het mogelijk een voorschot op de schadevergoeding te krijgen? Onder welke voorwaarden? 2.17.
2.18. Waar krijg ik de voor de aanvraag benodigde formulieren en verdere informatie betreffende de indiening van de schadevergoeding van overheidswege? Is er een speciaal ingestelde informatielijn of website? 2.18.
2.19. Kan ik in verband met de indiening van mijn aanvraag rechtsbijstand krijgen? 2.19.
2.20. Bij wie moet ik mijn aanvraag indienen? 2.20.
2.21. Kan nader advies worden ingewonnen bij bestaande organisaties, die zich bezighouden met slachtofferhulp? 2.21.

 

1. Schadevergoeding voor slachtoffers van een misdrijf door de dader

1.1. Onder welke voorwaarden kan ik in een strafproces schadevergoeding vorderen van de dader?

In een strafproces kunnen personen, die schade hebben geleden als gevolg van een strafbare handeling, een vordering tot schadevergoeding instellen door te verklaren dat zij zich vanwege deze aanspraken willen voegen in het strafproces. De vermogensrechtelijke schade die het slachtoffer heeft geleden door een ambtshalve te vervolgen strafbare handeling komt voor vergoeding in aanmerking. Aantasting van louter immateriële belangen is niet voldoende.

1.2. Op welk moment van de procedure moet ik mijn eis tot schadevergoeding indienen?

In artikel 47, lid 1 Strafprozessordnung (Wetboek van Strafvordering) is bepaald dat een benadeelde persoon met civielrechtelijke aanspraken uit de strafbare handeling zich tot de aanvang van de openbare rechtszitting kan voegen. Ingevolge de jurisprudentie is dit ook tijdens de openbare rechtszitting nog mogelijk.

1.3. Hoe en bij wie moet de eis tot schadevergoeding worden ingediend?

Voor het voegen van een benadeelde persoon met civielrechtelijke aanspraken uit de strafbare handeling (voegen als civiele partij) is het niet nodig een – met het civiele recht vergelijkbare formele – eis in te dienen. Het volstaat dat de betrokkene een - juist vormloze – verklaring indient dat hij vergoeding van geleden schade verlangt en zich daarom in het strafproces voegt. In het strafprocesrecht is geen bijzondere vorm voorzien voor het als civiele partij voegen in de procedure. Dit kan mondeling bij het proces-verbaal gebeuren bij het doen van aangifte, bij het getuigenverhoor door organen van de veiligheidsdiensten (politie, marechaussee) respectievelijk de onderzoeksrechter tijdens het gerechtelijk vooronderzoek of - zie 1.2. - nog tijdens de openbare rechtszitting. Voor een eveneens mogelijke schriftelijke verklaring dat men zich in de procedure wil voegen, is vertegenwoordiging door een advocaat niet nodig. Door deze verklaring dat men zich in de procedure wil voegen verlangt de benadeelde dat hij als civiele partij wordt gesteld (artikel 47, lid 1 Strafprozessordnung) en wordt hij partij in het strafproces.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

1.4. Waaraan moet mijn eis tot schadevergoeding voldoen (moet ik een totaalbedrag noemen of een bedrag verdeeld over afzonderlijke posten)?

In de verklaring dat men zich als civiele partij in het strafproces wil voegen, hoeft de hoogte van de eis tot schadevergoeding niet becijferd te worden; het is echter praktisch om de hoogte van het gevorderde bedrag te vermelden. Indien de eisen op verschillende feitelijke veronderstellingen en verschillende rechtsgronden berusten (bijvoorbeeld ziekenhuiskosten en smartengeld), moet de eis tot schadevergoeding – uiterlijk tijdens de openbare rechtszitting – worden gespecificeerd.

1.5. Staat voor of tijdens de procedure rechtsbijstand ter beschikking?

Benadeelde personen ontvangen gratis rechtsbijstand – onafhankelijk of een strafproces aanhangig is – bij alle Bezirksgerichten (kantongerechten) en in het kader van een “eerste advocaatadvies”. Bovendien zijn alle bij het strafproces betrokken overheidsinstanties verplicht om benadeelde personen te informeren over hun rechten in het strafproces (artikel 47a, lid 1 Strafprozessordnung), hen te informeren over het aan de orde zijnde strafproces indien onzeker is of zij daarvan op de hoogte zijn (artikel 365, lid 1 Strafprozessordnung) en ambtshalve rekening te houden met de uit de strafbare handeling voortvloeiende schade en de overige bijkomende omstandigheden die voor de civielrechtelijke gevolgen van belang zijn (artikel 365, lid 1 Strafprozessordnung). In het strafproces kan elke civiele partij zich door een advocaat laten vertegenwoordigen; dwingend is de vertegenwoordiging door een advocaat echter niet. Minderjarige personen die slachtoffer zijn van mishandeling en seksueel misbruik komen in het kader van de zogenaamde “procesbegeleiding” vanaf het doen van de aangifte tot en met het afsluiten van het strafproces in aanmerking voor gratis vertegenwoordiging door een advocaat. Voor de civiele partij is er geen regeling die voorziet in algemene gratis vertegenwoordiging door een advocaat.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

1.6. Welke bewijzen moet ik in verband met mijn eis tot schadevergoeding leveren?

De rechtbank moet tijdens het strafproces ambtshalve rekening houden met de overige bijkomende omstandigheden die voor de civielrechtelijke gevolgen van belang zijn (artikel 365, lid 1 Strafprozessordnung). De rechtbank is ook verplicht om een eenvoudig bijkomend onderzoek in te stellen, indien de tijdens het strafproces verworven inzichten op zich niet voldoende zijn om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen over de eis tot schadevergoeding (artikel 366, lid 2 Strafprozessordnung). In het Oostenrijkse strafproces en in de procedure betreffende een uit de handeling voortvloeiende, tijdens het strafproces ingediende eis tot schadevergoeding (invoegingsprocedure) is de onderzoeksplicht van toepassing (onderzoeksbeginsel), d.w.z. dat niet de partijen, maar de rechtbank ambtshalve feiten en bewijsmiddelen moet verzamelen omtrent de feitelijke toedracht. De rechtbank is dus verplicht om de bewijzen toe te laten die van belang zijn om te komen tot een oordeel omtrent de eis tot schadevergoeding.

1.7. Staat voor het afdwingen van een rechterlijke beslissing waarin de veroorzaker van de schade wordt verplicht tot betaling van een schadevergoeding een bijzondere ondersteuning ter beschikking?

De door het Bundesministerium für Justiz (bondsministerie voor justitie) aangeboden ondersteunende procesbegeleiding van slachtoffers van een misdrijf, die zowel uit juridische als psychologische voorbereiding en hulp kan bestaan, wordt indien daaraan behoefte is in het volledige strafproces tot en met het einde daarvan geboden. Deze vorm van slachtofferhulp strekt zich echter niet uit tot een daarop volgende civiele procedure of een procedure tot het afdwingen van een toegewezen schadevergoeding (beslagleggingsprocedure).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Hierbij moet echter worden opgemerkt, dat rechterlijke beslissingen in een beslagleggingsprocedure doorgaans zonder voorafgaande mondelinge behandeling worden uitgevaardigd, zodat het in beginsel niet tot een verhoor van het slachtoffer van het misdrijf komt. In de weinige gevallen waarin de wet een verhoor verlangt, kan dit niet uitsluitend mondeling maar ook in de vorm van een schriftelijke verklaring plaatsvinden. Een mondeling verhoor kan – in het bijzijn van een gemachtigde en een vertrouwenspersoon - zonder gelijktijdige aanwezigheid van de overige te ondervragen personen plaatsvinden. Daardoor wordt een confrontatie van het slachtoffers met de dader vermeden.

2. Schadevergoeding voor slachtoffers van een misdrijf door de staat of overheidsinstellingen

2.1. Is het voor slachtoffers van een misdrijf mogelijk om schadevergoeding te krijgen van de staat of van overheidsinstellingen?

De door de overheid verleende bijstand vindt plaats krachtens het Bundesgesetz über die Gewährung von Hilfeleistungen an Opfer von Verbrechen van 9 juli 1972 (de Bondswet tot het verlenen van bijstand aan slachtoffers van misdrijven) BGBl. nr. 288/1972, (Verbrechensopfergesetz - VOG).

2.2. Staat deze schadevergoeding van de staat uitsluitend ter beschikking van personen die het slachtoffer zijn geworden van bepaalde misdrijven?

Voorwaarde voor de bijstand van overheidswege is dat sprake moet zijn van een in strijd met de wet en opzettelijk begaan strafbaar feit, dat wordt bedreigd met een vrijheidsstraf van meer dan zes maanden.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.3. Staat deze schadevergoeding van de staat uitsluitend ter beschikking van personen die een bepaalde schade hebben geleden?

In beginsel moet het onder 2.2. beschreven strafbaar feit lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid tot gevolg hebben.

Bij een verminderde arbeidsgeschiktheid wordt alleen dan bijstand verleend tengevolge van gederfd inkomen, indien deze toestand waarschijnlijk minstens zes maanden zal duren, of indien sprake is van zwaar lichamelijk letsel in de zin van het Wetboek van Strafrecht.

2.4. Hebben zijn familieleden of onderhoudsgerechtigde personen ook recht op schadevergoeding in het geval van overlijden van het slachtoffer?

Ingevolge het VOG hebben onderhoudsgerechtigde nabestaanden ook recht op schadevergoeding.

2.5. Is de eis tot schadevergoeding aan een bepaalde nationaliteit of een bepaald langdurig verblijf verbonden?

De bijstand wordt aan Oostenrijkse staatsburgers verleend, onafhankelijk van de plaats waar het misdrijf is gepleegd.

Bovendien zijn EER-ingezetenen gerechtigd in het geval van schade in het binnenland. In het geval van schade in het buitenland geldt als voorwaarde dat zij langdurig in Oostenrijk verblijven op grond van de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van personen ingevolge de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

2.6. Kan ik om schadevergoeding vragen, indien het strafbaar feit in een ander land is begaan? Onder welke voorwaarden?

Zoals vermeld onder 2.5. wordt ingevolge het VOG onder bepaalde voorwaarden ook schadevergoeding toegekend voor in het buitenland begane strafbare feiten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.7. Is het noodzakelijk dat bij de politie aangifte van het strafbaar feit is gedaan?

Aanvragers zijn in beginsel verplicht mee te werken aan de opheldering van het misdrijf en de opsporing van de dader. In het geval van verwijtbaar nalaten, bestaat geen recht op bijstand.

2.8. Moet voor het indienen van de aanvraag de afloop van het politieonderzoek of het strafproces worden afgewacht?

Aanvragen ingevolge het VOG kunnen onafhankelijk van de stand van het politieonderzoek of het strafproces worden ingediend.

2.9. Moet de eis tot schadevergoeding eerst worden ingesteld jegens de persoon die schuldig is bevonden als veroorzaker van de schade?

Om ingevolge het VOG bijstand van overheidswege te ontvangen, is het niet noodzakelijk eerst de dader civielrechtelijk te vervolgen.

Bij het vaststellen van de bijstand ingevolge het VOG moet evenwel rekening worden gehouden met door de dader betaalde schadevergoeding.

2.10. Kan ook verzocht worden om bijstand van overheidswege indien de veroorzaker van de schade niet bekend is of niet veroordeeld is?

Ook in het geval dat de dader onbekend is, kan bijstand van overheidswege worden verleend, voor zover met waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat sprake is van een onder 2.2. beschreven strafbaar feit.

2.11. Moet het verzoek om schadevergoeding binnen een bepaalde termijn worden ingediend?

Ten behoeve van individuele bijstand is voorzien in aanvraagtermijnen van zes maanden respectievelijk twee jaar vanaf het begaan van het strafbaar feit. Indien de aanvraag later wordt ingediend, wordt de bijstand doorgaans verleend met ingang van de maand volgend op de aanvraag.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.12. Voor welke schade kan ik schadevergoeding claimen?

Het VOG voorziet in de onderstaande bijstandsmogelijkheden:

  • Vergoeding van de loon- of onderhoudsderving
  • Medische verzorging
  • Orthopedische verzorging
  • Revalidatie
  • Verzorgingstoeslag of blindentoeslag
  • Vergoeding van de begrafeniskosten.
2.13. Hoe wordt de schadevergoeding berekend?

De bijstand van overheidswege ingevolge 2.12 wordt feitelijk berekend aan de hand van civielrechtelijke (schadevergoedingsrechtelijke) criteria.

Door toekenning van een vergoeding van loon- en onderhoudsderving wordt het causale inkomensverlies tot een vastgesteld maximum gecompenseerd. Door de bijstand in de vorm van verzorgings- en blindentoeslag worden de met verzorging verbonden meerkosten all-in vergoed.

2.14. Zijn er minimum- of maximumbedragen voor de vergoeding van overheidswege?

In beginsel zijn er geen minimum- en maximumbedragen voor de vergoeding van overheidswege. Voor de vergoeding van loon- of onderhoudsderving zijn echter maandelijkse inkomensgrenzen voorzien.

2.15. Wordt bij het vaststellen van de schadevergoeding van overheidswege rekening gehouden met de schadevergoeding die van derden (bijvoorbeeld de verzekering) is/wordt ontvangen?

Bij het vaststellen van de bijstand ingevolge het VOG wordt rekening gehouden met de door de dader betaalde schadevergoeding, alsook met uitkeringen van overheidswege en wettelijke uitkeringen krachtens sociale verzekeringen. Uitkeringen uit particuliere ongevallenverzekeringen worden daarentegen niet meegerekend.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.16. Zijn er nog andere criteria aan de hand waarvan wordt bepaald of ik in aanmerking kom voor een schadevergoeding van overheidswege, of hoe de bijstand van overheidswege wordt bepaald, zoals mijn gedrag bij het strafbaar feit waardoor ik schade heb geleden?

Het VOG normeert feiten, die leiden tot afwijzing of vermindering van de bijstand van overheidswege (bijvoorbeeld deelname aan het strafbaar feit, een vechtpartij, afzien van schadebeperking – zie ook 2.7).

2.17. Is het mogelijk een voorschot op de schadevergoeding te krijgen? Onder welke voorwaarden?

Bij dringende financiële behoefte kunnen voorschotten op de bijstand worden uitgekeerd.

2.18. Waar krijg ik de voor de aanvraag benodigde formulieren en verdere informatie betreffende de indiening van de schadevergoeding van overheidswege? Is er een speciaal ingestelde informatielijn of website?

Op de homepage van het Bundesministerium für soziale Sicherheit Generationen und Konsumentenschutz (bondsministerie voor sociale zekerheid, generaties en consumentenbescherming) is onder uitkeringen/handicap/schadevergoeding Deutsch - English informatie te vinden over het VOG. De bijstand van overheidswege ingevolge het VOG kan vormvrij worden aangevraagd.

2.19. Kan ik in verband met de indiening van mijn aanvraag rechtsbijstand krijgen?

De voor de uitvoering van het VOG verantwoordelijke overheidsinstantie zal uiteraard adviseren over de mogelijke bijstand en is ook behulpzaam bij het indienen van de aanvraag.

De inschakeling van een advocaat is ingevolge het VOG echter niet mogelijk.

2.20. Bij wie moet ik mijn aanvraag indienen?

De aanvragen moeten worden ingediend bij het Bundessozialamt (de sociale dienst) dat in elk bondsland over een vestiging beschikt. Voor in het buitenland gevestigde aanvragers van een uitkering is het vestiging te Wenen, Babenbergerstraße 5, 1010 Wenen bevoegd.

2.21. Kan nader advies worden ingewonnen bij bestaande organisaties, die zich bezighouden met slachtofferhulp?

Voor wat betreft de particuliere organisaties, die zich tot taak hebben gesteld om hulp te verlenen aan slachtoffers van geweldsmisdrijven kan in eerste instantie de Weiße Ring worden genoemd. Nadere informatie is te vinden op hun homepage onder Weisser Ring: hulp voor slachtoffers van geweldsmisdrijven Deutsch.

« Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven - Algemene informatie | Oostenrijk - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 30-08-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk