Europese Commissie > EJN > Faillissement > Spanje

Laatste aanpassing: 09-12-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Faillissement - Spanje

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. WELKE SOORTEN INSOLVENTIEPROCEDURES ZIJN ER EN WAT ZIJN DE DOELSTELLINGEN ERVAN? 1.
2. WAT ZIJN DE VOORWAARDEN VOOR HET OPENEN VAN ELK VAN DEZE INSOLVENTIEPROCEDURES? 2.
3. WELKE ROL SPELEN DE VERSCHILLENDE DEELNEMERS BIJ DE INSOLVENTIEPROCEDURE? 3.
4. WELKE GEVOLGEN HEEFT HET OPENEN VAN EEN PROCEDURE? 4.
5. WAT ZIJN DE SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN BIJ BEPAALDE CATEGORIEËN SCHULDVORDERINGEN? 5.
6. WAT ZIJN DE VOORSCHRIFTEN MET BETREKKING TOT HANDELINGEN DIE DE BOEDEL BENADELEN? 6.
7. WAT ZIJN DE VOORSCHRIFTEN INZAKE KENNISGEVING, ERKENNING EN RANGREGELING VAN DE SCHULDVORDERINGEN? 7.
8. WAT ZIJN DE VOORSCHRIFTEN VOOR HERSTRUCTURERINGSPROCEDURES? 8.
9. WAT ZIJN DE VOORSCHRIFTEN VOOR DE LIQUIDATIEPROCEDURE? 9.
10. WAT ZIJN DE VOORWAARDEN VOOR DE BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE? 10.

 

1. WELKE SOORTEN INSOLVENTIEPROCEDURES ZIJN ER EN WAT ZIJN DE DOELSTELLINGEN ERVAN?

De nieuwe insolventiewet (22/2003 van 9 juli 2003) stelt één enkele gerechtelijke procedure in om een oplossing te vinden voor de crisis die het gevolg is van de insolventie van een gemeenschappelijke schuldenaar, hierna „de insolventieprocedure” genoemd (concurso). De schuldenaar is duurzaam in een toestand van insolventie wanneer hij niet op regelmatige wijze kan voldoen aan zijn opeisbare verplichtingen.

De insolventieprocedure is de enige procedure die zowel op civiele schuldenaren als op kooplieden van toepassing is, ongeacht of het natuurlijke of rechtspersonen betreft. De voornaamste doelstelling is de uitstaande schuldvorderingen van de schuldeisers zo goed mogelijk te voldoen, ofschoon de insolventiewet voor het bereiken van deze doelstelling voorrang geeft aan de oplossingen die het voortbestaan van de onderneming en het behoud van de werkgelegenheid daarin mogelijk maken.

Na de opening van de insolventieprocedure volgt een gemeenschappelijke fase waarin het erom gaat het vermogen van de schuldenaar en de lijst van schuldeisers vast te stellen, naar behoren gerangschikt. Zodra de boedel en de lijst van schuldeisers zijn goedgekeurd, kan worden gekozen voor een van de twee wettelijke oplossingen:

  • een akkoord tussen de schuldenaar en zijn gewone schuldeisers dat in wezen neerkomt op een terugbetaling van niet meer dan 50% en/of een betalingsuitstel van niet meer dan vijf jaar;
  • liquidatie, met een voorkeur voor de verkoop van het bedrijf of van productieve eenheden ervan, teneinde met de verkregen baten de schuldvorderingen in goedgekeurde volgorde te voldoen.

2. WAT ZIJN DE VOORWAARDEN VOOR HET OPENEN VAN ELK VAN DEZE INSOLVENTIEPROCEDURES?

De wet gaat ervan uit dat de schuldenaar rechtspersoonlijkheid bezit, ongeacht of het om een natuurlijke dan wel een rechtspersoon gaat. Van de insolventieprocedure zijn alleen de overheidsinstanties of -organen uitgesloten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De economische toestand waarin de schuldenaar zich moet bevinden opdat tegen hem een insolventieprocedure kan worden geopend, is de insolventie, wat niet zozeer begrepen wordt als een toestand van onevenwicht van het vermogen, maar wel als de onmogelijkheid om op regelmatige wijze aan zijn opeisbare financiële verplichtingen te voldoen.

De insolventieprocedure kan worden geopend op verzoek van de schuldenaar of zijn schuldeisers of op verzoek van de vennoten die persoonlijk voor de schulden van een vennootschap instaan. Wanneer het verzoek van de schuldenaar uitgaat, gaat het om een vrijwillige insolventieprocedure; wanneer de andere rechthebbenden hierom verzoeken om een noodzakelijke insolventieprocedure.

De schuldenaar kan verzoeken insolvent te worden verklaard, niet alleen wanneer hij zich in een toestand van insolventie bevindt, maar ook reeds eerder, wanneer de insolventie op handen is. Dit recht wordt voor een schuldenaar evenwel tot een plicht wanneer de insolventie werkelijkheid wordt, waarbij hij twee maanden heeft om formeel zijn verzoek in te dienen. Dit verzoek moet vergezeld gaan van een juridisch en economisch document, een beschrijving van zijn boedel, een lijst van schuldeisers en de jaarrekeningen over de laatste drie jaar indien hij koopman was. De rechtbank buigt zich over de voorgelegde stukken en indien de insolventie of het naderen daarvan gerechtvaardigd voorkomt, verklaart zij de schuldenaar insolvent.

Wanneer het de schuldeisers zijn die om opening van de insolventieprocedure verzoeken, moet de rechtbank de schuldenaar voorafgaandeljk horen opdat deze verzet kan aantekenen. Om de insolventie gemakkelijker erkend te zien somt de wet een reeks externe feiten op (zoals het niet- betalen van bepaalde of van alle schuldvorderingen, het achterhouden van goederen uit de boedel of verkopen van goederen die niets opbrengen) die op zich voldoende bewijs vormen van de toestand van insolventie. De schuldenaar kan zich verzetten, niet alleen door het externe feit te ontkennen, maar ook omdat hij zich in werkelijkheid niet in een toestand van insolventie bevindt. Bij ontbreken van verzet verklaart de rechtbank de schuldenaar insolvent, terwijl bij verzet de bewijsstukken worden onderzocht, waarna de rechtbank beslist.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures kent de Spaanse insolventiewet de bevoegdheid om van de insolventieprocedure kennis te nemen toe aan de handelsrechtbank die bevoegd is voor de plaats waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is. Voor rechtspersonen wordt dit geacht de statutaire zetel te zijn. Verplaatsing van de statutaire zetel in de zes maanden voorafgaand aan de opening van een insolventieprocedure kan zonder gevolg worden verklaard.

Indien een insolventieprocedure wordt geopend tegen een schuldenaar die het centrum van zijn voornaamste belangen in het buitenland heeft, valt de bevoegdheid toe aan de handelsrechtbank die bevoegd is voor de plaats waar een vestiging van de schuldenaar gelegen is.

De beslissing waarbij de insolventieprocedure wordt geopend, moet worden bekendgemaakt en geregistreerd. Publicatie vindt plaats in de Diario Oficial en in een dagblad met zeer grote oplage in de streek van de schuldenaar. Bovendien wordt van de beslissing aantekening gemaakt bij de burgerlijke stand en in het handelsregister, alsmede in de goederenregisters waarin rechten ten gunste van de schuldenaar zouden zijn ingeschreven.

3. WELKE ROL SPELEN DE VERSCHILLENDE DEELNEMERS BIJ DE INSOLVENTIEPROCEDURE?

De rechtbank is het besluitvormend orgaan in de insolventieprocedure. Zij heeft de taak de procedure te openen en te beëindigen, het verloop te bespoedigen, toe te zien op het beheer van de schuldvorderingen door de curator en te beslissen over alle geschillen die in eender welk stadium mochten rijzen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De curator vervult een complexe rol: hij is niet alleen een technische instantie die de rechtbank informeert en ermee samenwerkt, maar ook een instantie die de algemene belangen van alle schuldeisers vertegenwoordigt en toezicht houdt op het beheer van en de beschikking over het vermogen van de schuldenaar.

Zodra de schuldenaar insolvent is verklaard dienen de schuldeisers binnen een maand hun schuldvorderingen schriftelijk aan te melden onder toevoeging van bewijsstukken dienaangaande. Zij kunnen zich persoonlijk melden en deelnemen aan het procedureverloop, ofschoon zij dit formeel via een procurador moeten doen; een dergelijke vertegenwoordiging per procuratie en met rechtsbijstand om hun schuldvorderingen aan te melden en de vergadering van schuldeisers bij te wonen die wordt bijeengeroepen om te stemmen over een akkoord, is evenwel niet noodzakelijk.

De vergadering van schuldeisers wordt bijeengeroepen wanneer, na goedkeuring van de boedelbeschrijving en de lijst van schuldeisers, een ontwerpakkoord ter aanvaarding wordt voorgelegd. Alle gewone schuldeisers maken van de vergadering deel uit, terwijl voor de totstandkoming ervan een quorum van de helft van het gewone passief is vereist.

De schuldenaar behoudt in de loop van de insolventieprocedure zijn eigen vertegenwoordiging en is verplicht de curator bij te staan wanneer die daarom verzoekt.

4. WELKE GEVOLGEN HEEFT HET OPENEN VAN EEN PROCEDURE?

De insolventieverklaring raakt alle tegenwoordige en toekomstige goederen en patrimoniale rechten van de schuldenaar, met uitzondering van de goederen en rechten waarop geen beslag mag worden gelegd. De insolventieverklaring wordt opgenomen in de goederenregisters waarin deze goederen en rechten zijn ingeschreven.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Ter waarborging van de integriteit van het vermogen van de schuldenaar kan de rechtbank ervoor kiezen om de schuldenaar te ontheffen van de uitoefening van het beheer van en de beschikking over deze goederen en hem in deze functies te vervangen door de curator, of om de schuldenaar deze functies onder toezicht van de curator te laten behouden.

De economische of beroepsmatige activiteit van de schuldenaar dient te worden voortgezet, behalve wanneer de rechtbank beslist dat deze moet worden beëindigd omdat voortzetting tot grote schade zou leiden.

Om maatregelen te nemen die de fundamentele rechten van de schuldenaar beperken (bijvoorbeeld inmenging in briefwisseling, huiszoeking, huisarrest en dergelijke) moet worden aangetoond dat deze onontbeerlijk zijn. De maatregel mag slechts voor de strikt nodige tijdsduur worden goedgekeurd.

Door de insolventieverklaring worden alle aan de insolventieverklaring voorafgaande schuldvorderingen getroffen. De schuldenaren moeten hun schuldvorderingen aanmelden om deze erkend te zien en in de rangregeling te doen opnemen. Na de insolventieverklaring genereren de schuldvorderingen binnen de insolventieprocedure geen rente meer, met uitzondering van die welke door een zakelijk zekerheidsrecht zijn gewaarborgd.

Elke vorm van gerechtelijke betwisting van de schuldvorderingen dient te geschieden voor de insolventierechtbank, waarmee de werking van de arbitrage-afspraken wordt opgeschort. Gerechtelijke vorderingen en arbitrageprocedures die tevoren waren ingeleid, blijven evenwel voortlopen totdat vonnis is geveld of uitspraak gedaan. De tenuitvoerlegging van die beslissing kan echter alleen via de insolventieprocedure plaatsvinden.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De insolventieverklaring zet de executiemaatregelen stop tegen de goederen en rechten van de schuldenaar die onder de insolventieprocedure vallen en verhindert dat er nog nieuwe executiemaatregelen kunnen worden genomen. Voor de voldoening van hun schuldvorderingen moeten de schuldeisers de insolventieprocedure volgen. Bij wijze van uitzondering kunnen arbeidsrechtelijke en administratieve executiemaatregelen die reeds voorafgaand aan de opening van de insolventieprocedure waren aangevat, voortgang vinden, behalve indien zij betrekking hebben op goederen die voor de voortzetting van de ondernemings- of beroepsactiviteit van de schuldenaar onontbeerlijk zijn.

De insolventieverklaring vormt op zich geen reden om contracten te ontbinden, aangezien de contractuele clausule die het partijen toestaat het contract om die reden te ontbinden, ongeldig is. Dit belet niet dat contracten om andere redenen kunnen worden ontbonden, zoals bijvoorbeeld de niet-nakoming ervan. Maar in die gevallen dient de ontbinding van het contract voor de insolventierechtbank te worden gebracht zodra de insolventieprocedure is geopend.

Arbeidsovereenkomsten ondervinden geen invloed van de insolventieverklaring, ofschoon het wel zo is dat nu de rechter bevoegd wordt om reguleringen van de arbeidsbetrekkingen of wijzigingen van de arbeidsvoorwaarden goed te keuren. Tevens beschikt de rechter over de bevoegdheid om naar aanleiding van de ontbinding van contracten met het hogere management overeengekomen vergoedingen te verlagen.

5. WAT ZIJN DE SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN BIJ BEPAALDE CATEGORIEËN SCHULDVORDERINGEN?

In beginsel raakt de insolventie niet die schuldenaren wier schuldvorderingen gewaarborgd zijn door een zakelijk zekerheidsrecht op een goed of recht van de schuldenaar. Zij kunnen zich bij de insolventieschuldeisers voegen met behoud van hun voorrecht van invordering of het zakelijk zekerheidsrecht buiten de insolventieprocedure uitoefenen. Het zakelijk zekerheidsrecht kan op eender welk ogenblik worden uitgeoefend, waarbij het goed aan de boedel wordt onttrokken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien het goed evenwel voor de uitoefening van het beroep of de ondernemingsactiviteit van de schuldenaar wordt gebruikt, wordt de executie van het zakelijk zekerheidsrecht stilgelegd totdat is overeengekomen dat het niet van belang is of de liquidatie wordt ingeleid. Dit mag nooit langer dan een jaar duren. Na afloop van deze termijn kan de zekerheid (opnieuw) worden uitgeoefend, maar daarbij dient wel de rechtbank betrokken te worden.

Deze opschorting is ook van toepassing op handelingen om roerende goederen terug te krijgen die op afbetaling zijn verkocht of die in leasing zijn gegeven, alsmede op de ontbinding van verkopen van onroerende goederen wanneer de termijnbetalingen niet worden gehonoreerd.

Een schuldeiser mag zijn schuldvorderingen op een insolvente schuldenaar niet verrekenen met zijn schulden jegens diezelfde schuldenaar.

Meteen vanaf de insolventieverklaring genereren de vorderingen geen rente meer, behalve wanneer zij door een zakelijk zekerheidsrecht zijn gewaarborgd en wanneer het salarisvorderingen betreft. Wel wordt de rente als ondergeschikte schuldvordering gerangschikt.

6. WAT ZIJN DE VOORSCHRIFTEN MET BETREKKING TOT HANDELINGEN DIE DE BOEDEL BENADELEN?

In de wet is een verdachte periode van twee jaar bepaald, voorafgaand aan de insolventieverklaring.

Patrimoniale handelingen die de schuldenaar in die periode heeft gesteld, kunnen worden ontbonden ingeval zij de boedel benadelen. Doorgaans is het aan de curator het nadeel te bewijzen.

Om de ontbinding te vergemakkelijken, voorziet de wet echter in vermoedens van benadeling. Die vermoedens zijn soms iuris tantum en soms iuris et de iure. Bij alle schenkingen en beschikkingen om niet tussen levenden en bij betalingen van schuldvorderingen die sedert de insolventieverklaring opeisbaar geworden zijn, geldt een wettelijk vermoeden van benadeling, zonder dat het bewijs van het tegendeel mag worden geleverd. Bij de vestiging van zakelijke zekerheidsrechten ten behoeve van reeds bestaande verplichtingen en bij zakelijke verrichtingen ten bezwarende titel met familieleden of, in het geval van een rechtspersoon, met de beheerder de jure of de facto, de voornaamste vennoten of de vennootschappen van de groep, geldt een wettelijk vermoeden van benadeling, waarbij het bewijs van het tegendeel echter wel mag worden geleverd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het gevolg van de ontbinding is het wederzijds terugdraaien van de prestaties, en wanneer restitutie van het vervreemde goed niet mogelijk is, dient de waarde ervan ten tijde van het verkrijgen van de beschikking erover, vermeerderd met de sedertdien opeisbaar geworden rente, te worden ingebracht. En ingeval de verkrijger te kwader trouw gehandeld heeft, is hij tevens verplicht tot vergoeding van de schade.

De ontbinding is verenigbaar met andere handelingen van wederinbreng (nietigheid, vernietigbaarheid, ontbinding wegens crediteurenfraude). De insolventierechtbank beslist hierover in een tussenprocedure die parallel aan de insolventieprocedure verloopt. In deze tussenprocedure wordt eerst schriftelijk verweer gevoerd (vordering en betwisting van de vordering), dan volgt een zitting waarop de bewijsstukken worden onderzocht en vervolgens beslist de rechtbank in een vonnis. Deze tussenprocedure wordt gebruikt om binnen de insolventieprocedure ongeacht welke declaratoir geschil te beslechten en verloopt parallel aan het gewone verloop van de insolventieprocedure.

Alleen de curator mag de ontbinding vorderen en uitsluitend in het geval dat de curator dit nalaat, mogen ook de schuldeisers die zich tevoren tot de curator hadden gericht, de ontbinding vorderen. De vordering is gericht tegen de schuldenaar en de verkrijger van het overgedragen goed of recht. Indien het goed aan een tweede verkrijger is overgedragen en de wederinbreng van het goed in de boedel wordt gevorderd, moet de tweede verkrijger in de procedure worden betrokken en moet worden aangetoond dat hij niet te goeder trouw was.

7. WAT ZIJN DE VOORSCHRIFTEN INZAKE KENNISGEVING, ERKENNING EN RANGREGELING VAN DE SCHULDVORDERINGEN?

De curator dient binnen twee maanden na de insolventieverklaring een lijst van schuldeisers op te stellen waarin de schuldvorderingen op de schuldenaar worden erkend en een rang krijgen. Tevoren dienen de schuldeisers hun vorderingen binnen een maand na de algemene publicatie van de insolventieverklaring aan te melden. Hiertoe dienen zij een ondertekend schrijven tot de curator te richten, vergezeld van de factuur of het document waaruit de schuldvordering blijkt. Laattijdige aanmelding kan ertoe leiden dat de schuldvordering haar oorspronkelijke rang verliest en ondergeschikt wordt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De curator houdt niet alleen rekening met de aangemelde schuldvorderingenen, maar ook met de schuldvorderingen die hij bij zijn onderzoek van de boekhouding van de schuldenaar mocht aantreffen. Indien de schuldvordering bij vonnis of bij administratieve certificering is erkend, kan het bestaan ervan niet meer worden betwist, enkel nog haar rang.

De wet onderscheidt drie soorten schuldvorderingen: bevoorrechte, concurrente (gewone) en ondergeschikte. De concurrente zijn de schuldvorderingen die noch bevoorrecht noch ondergeschikt zijn.

Binnen de bevoorrechte schuldvorderingen wordt in de insolventiewet onderscheid gemaakt tussen bijzondere en algemene voorrechten. De schuldeisers met een bijzonder voorrecht genieten voorrang bij de invordering wanneer het gaat om een concreet goed of recht, op gelijke voet met de schuldvorderingen die door een zakelijk zekerheidsrecht zijn gewaarborgd. De schuldeisers met een algemeen voorrecht genieten voorrang bij de invordering met betrekking tot het volledige vermogen van de schuldenaar dat in het boedel is inbegrepen, en wel in de volgende rangorde:

  1. arbeidsrechtelijke schuldvorderingen, met enkele beperkingen;
  2. belastingheffingen en premies voor de sociale zekerheid die de insolvente schuldenaar krachtens een wettelijke verplichting verschuldigd is;
  3. schuldvorderingen uit niet in loondienst verrichte arbeid en schuldvorderingen voortvloeiende uit intellectuele-eigendomsrechten;
  4. schuldvorderingen van het ministerie van Financiën en de sociale zekerheid, tot 50% van hun respectieve bedragen;
  5. schuldvorderingen uit hoofde van niet-contractuele burgerlijke aansprakelijkheid;
  6. alsmede de schuldvordering van de schuldeiser die om insolventieverklaring heeft verzocht, ten belope van eenvierde.

De ondergeschikte schuldvorderingen komen pas in aanmerking voor betaling wanneer de bevoorrechte schuldvorderingen en de concurrente schuldvorderingen zijn ingewilligd. De ondergeschikte schuldvorderingen zijn: de laattijdig aangemelde schuldvorderingen, de rente, de boeten en sancties en de schuldvorderingen van personen met een bepaalde relatie met de schuldenaar (in het geval van een natuurlijke persoon zijn verwanten en in het geval van een rechtspersoon, de bestuurders de jure of de facto, de vennootschappen van de groep, de vennoten met een grote deelneming in de vennootschap).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

8. WAT ZIJN DE VOORSCHRIFTEN VOOR HERSTRUCTURERINGSPROCEDURES?

Gewoonlijk vindt de herstructurering van de onderneming ten behoeve van haar instandhouding en voortzetting in het bedrijfsleven plaats door te kiezen voor de oplossing van een akkoord. Zodra de gemeenschappelijke fase met de vaststelling van het actief en het passief beëindigd is, kan de schuldenaar zijn schuldeisers een akkoord voorstellen met als voornaamste inhoud een terugbetaling van niet meer dan 50% en/of een betalingsuitstel van niet meer dan vijf jaar. Deze inhoud kan worden aangevuld met alternatieve voorstellen aan de schuldeisers, zoals de omzetting van de schuldvorderingen in aandelen in de vennootschap, de gehele of gedeeltelijke vervreemding van de onderneming op voorwaarde dat de verkrijger de verplichtingen van het akkoord op zich neemt of ook de fusie of splitsing van de onderneming met schulden.

Het akkoord krijgt vorm met een betalingsvoorstel en een plan voor de redding van de onderneming, waarover de curator informatie naar buiten brengt.

Dit ontwerpakkoord wordt voorgelegd aan de schuldeisers die het in groep kunnen aanvaarden of verwerpen. Gewoonlijk is voor goedkeuring de positieve stem nodig van de schuldeisers die ten minste de helft van het gewone passief vertegenwoordigen.

Het door de schuldeisers aanvaarde akkoord wordt nadien goedgekeurd door de rechtbank die eventuele betwistingen onderzoekt en erop toeziet dat alle wettelijke bepalingen in verband met de inhoud van het akkoord en de vorm van aanvaarding zijn nageleefd.

Het akkoord in verband met de terugbetaling of het betalingsuitstel geldt voor de concurrente en de ondergeschikte schuldeisers, doch niet voor de bevoorrechte schuldeisers.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De insolventieprocedure wordt niet beëindigd voordat eerst het akkoord is uitgevoerd. De fase van liquidatie kan pas ingaan indien het akkoord niet wordt nageleefd.

Gelijktijdig met het verloop van de insolventieprocedure kan de insolventierechtbank een regeling voor de werkgelegenheid nastreven – een collectief verbreken of opschorten van de arbeidsovereenkomsten - met een verlaging van het bedrag van de vergoedingen, op voorwaarde dat dit noodzakelijk is om de crisis te boven te komen. Ook kan een aanzienlijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden wordt gevraagd, op voorwaarde dat daartoe noodzaak bestaat om de crisis van de onderneming te boven te komen.

9. WAT ZIJN DE VOORSCHRIFTEN VOOR DE LIQUIDATIEPROCEDURE?

Liquidatie is de alternatieve oplossing voor het akkoord. Liquidatie is subsidiair van aard. Met liquidatie wordt alleen begonnen wanneer hier uitdrukkelijk om wordt verzocht en wanneer de aanvaarding, goedkeuring of uitvoering van het akkoord niet van de grond komt.

Liquidatie veronderstelt de ontbinding van de vennootschap of rechtspersoon met schulden.

Het liquidatiestelsel is zeer flexibel, omdat het zowel de verkoop van de onderneming of van de productieve eenheden ervan toelaat als de afzonderlijke vervreemding van de verschillende goederen en rechten van de schuldenaar of de vervreemding in gedeelten van de onderneming. De curator kan een specifiek liquidatieplan voorleggen. Bij ontstentenis daarvan zijn de wettelijke regels van toepassing die voorkeur geven aan de verkoop van de onderneming of van de productieve eenheden ervan, teneinde de instandhouding van de onderneming en van de werkgelegenheid daarin te bevorderen. In elk geval moet de rechtbank zowel het liquidatieplan als de vervreemdingen goedkeuren.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De verkrijger van de onderneming verkrijgt deze zonder schulden, met uitzondering van de schulden uit hoofde van arbeidsovereenkomsten, al kan hij van de rechtbank wel kwijtschelding krijgen voor de schuldvorderingen waarvoor het Fonds voor salariswaarborging (Fondo de garantía salarial) borg mocht hebben gestaan.

Met de opbrengst van de verkoop van een goed dat het pand vormt van een schuldvordering met een bijzonder voorrecht, wordt deze schuldvordering met voorrang op de andere schuldvorderingen voldaan. Voorts worden met de opbrengst van de rest van de goederen de schuldeisers met een algemeen voorrecht betaald, overeenkomstig de rangregeling. Indien er nog iets mocht resteren, worden de concurrente schuldeisers pro rata betaald en mocht er dan nog iets resteren, de ondergeschikte schuldeisers.

Er bestaan echter nog andere schuldvorderingen, de zogenaamde "schuldvorderingen tegen de boedel", die na de insolventieverklaring zijn ontstaan en waaraan moet worden voldaan wanneer zij opeisbaar worden. Bestaat er bij de tegeldemaking van de goederen geen liquiditeit, worden zij betaald vóór de schuldeisers in de procedure, met uitzondering van de schuldeisers met bijzondere voorrechten die recht hebben op de opbrengst van de verkoop van de goederen die het pand vormen.

10. WAT ZIJN DE VOORWAARDEN VOOR DE BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE?

De insolventieprocedure wordt beëindigd bij de volledige uitvoering van het akkoord of door de liquidatie van goederen en rechten van de schuldenaar en betaling van de opbrengst aan de schuldeisers. In dit geval kan de procedure niet worden beëindigd indien er nog goederen overblijven of er verwacht wordt dat nog goederen of rechten in de boedel zullen worden ingebracht. Evenmin kan de procedure worden beëindigd wanneer de kwalificatie van de procedure nog niet is beëindigd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Bij de zogenaamde kwalificatie wordt geoordeeld over de oorzaken die tot de insolventie hebben geleid. Insolventie kan als onvoorzien of als schuldig worden aangemerkt. Als onvoorzien wanneer er geen sprake is van schuld, als schuldig wanneer bij het veroorzaken of het verergeren van de insolventie bij de schuldenaar en, in het geval van rechtspersonen, bij de beheerders of vereffenaars de jure of de facto fraude of ernstige nalatigheid heeft meegespeeld. Om het bewijs te vergemakkelijken, zijn in de insolventiewet een reeks gedragingen opgesomd die op schuld wijzen, in het ene geval zonder dat het bewijs van het tegendeel mag worden geleverd, in het andere geval tot het bewijs van het tegendeel. De kwalificatie "schuldig aan insolventie" leidt tot tijdelijke onbekwaamheid van de schuldenaar of, bij rechtspersonen, van de beheerders of vereffenaars de jure of de facto daarvan, om handelsverrichtingen te realiseren en goederen van anderen te beheren. In de insolventieprocedure leidt de kwalificatie ertoe dat de betrokkenen en hun medeplichtingen hun economische rechten verliezen. De kwalificatie kan er tevens toe leiden dat de beheerders de jure of de facto van de laatste twee jaren die aan de insolventieverklaring voorafgaan worden veroordeeld tot gehele of gedeeltelijke betaling van de schuldvorderingen die bij de liquidatie niet waren voldaan.

Alleen de curator en het openbaar ministerie zijn bevoegd een voorstel tot kwalificatie te doen. De schuldeisers worden alleen bij aanvang dienaangaande gehoord. Indien de kwalificatie schuldig wordt voorgesteld, wordt dit medegedeeld aan de schuldenaar en aan de andere personen die door de kwalificatie worden getroffen, opdat zij zich hiertegen kunnen verzetten. Indien zij dit doen, volgt er een zitting waarop de bewijsstukken worden onderzocht, waarna de rechtbank beslist.

Bij de beëindiging van de insolventie legt de curator rekenschap af, wat door de rechtbank wordt verworpen of goedgekeurd.

Indien de insolventie wordt beëindigd bij gebrek aan verkoopbare activa, kan de insolventieprocedure in de toekomst opnieuw worden geopend indien nieuwe goederen of rechten aan het licht komen. Bij rechtspersonen is dit onbeperkt in tijd en bij natuurlijke personen alleen indien er binnen de vijf jaar volgende op de beëindiging van de insolventieprocedure nog goederen of rechten aan het licht komen.

« Faillissement - Algemene informatie | Spanje - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 09-12-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk