Europese Commissie > EJN > Faillissement > Nederland

Laatste aanpassing: 06-07-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Faillissement - Nederland

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke soorten van insolventieprocedures bestaan er en welke doelstellingen hebben die? 1.
2. Wat zijn de voorwaarden van elk van deze procedures? 2.
3. Welke rol hebben de deelnemers bij elk type procedure? 3.
4. Welke gevolgen heeft het starten van de procedure? 4.
5. Welke bijzondere regels zijn van toepassing op bepaalde typen vorderingen? 5.
6. Welke regels worden toegepast op handelingen die de boedel benadelen? 6.
7. Wat zijn de voorwaarden voor het indienen en verifiëren van schuldvorderingen? 7.
8. Welke voorschriften zijn van toepassing op de reorganisatie en sanering? 8.
9. Welke voorschriften zijn van toepassing op de vereffening? 9.
10. Wat zijn de voorwaarden voor de beëindiging van de procedure? 10.

 

1. Welke soorten van insolventieprocedures bestaan er en welke doelstellingen hebben die?

De Faillissementswet kent drie verschillende typen van gerechtelijke insolventieprocedures : Faillissement, Uitstel of surseance van betaling en Schuldsanering.

Alle drie typen zijn voor Nederland opgenomen in de (januari 2005 gewijzigde, COM 2004, 827) bijlagen A, B en C bij de Europese Insolventieverordening (EG) nr. 1346/2000 van 29 mei 2000 L 160.

Soorten

Voor faillissement geldt dat de schuldenaar (ondernemer of particulier) moet verkeren in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen (aldus artikel 1 van de Faillissementswet (Fw).

Voor de surseance of uitstel van betaling geldt dat de schuldenaar moet voorzien dat hij met betalen van zijn opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan (artikel 214 Fw). De surseanceprocedure is gereserveerd voor ondernemers.

Voor de Wet Schuldsanering Natuurlijke personen - zie Artikel 284 Faillissementswet:

- hetzij is redelijkerwijs te voorzien dat de persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden,

- hetzij de persoon verkeert in de toestand van opgehouden hebben te betalen

Doelstellingen

De faillissementsprocedure heeft als enige doelstelling de liquidatie van het aanwezige vermogen ter verdeling onder de schuldeisers.

De surseanceprocedure heeft geen liquidatie- maar een saneringsdoelstelling, ter voorkoming van liquidatie.

De schuldsaneringsprocedure bij de rechtbank heeft een dubbele doelstelling: liquidatie van het aanwezige vermogen, en sanering van de aanwezige schuldenlast.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Wat zijn de voorwaarden van elk van deze procedures?

Wanneer

- Faillissement: de schuldenaar moet in de toestand verkeren dat hij heeft opgehouden te betalen. Dat betekent dat er tenminste een opeisbare schuld is en een steunvordering (artikel 6 Fw).

De Faillissementswet eist zowel bij de faillissements- als bij de surseanceprocedure geen (gerechtelijke of buitengerechtelijke) voorprocedure. Wel uiteraard wordt een onderbouwd verzoekschrift bij de Rechtbank verlangd.

- Voor surseance dient de schuldenaar te voorzien dat hij met het betalen van zijn opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan (art. 214 Fw).

- Voor toelating tot de schuldsaneringsregeling gelden meer criteria:

Voorafgaand aan toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling stelt de wet het volgen van een buitengerechtelijk traject verplicht. Op grond van een door de gemeente afgegeven modelverklaring moet blijken dat men heeft geprobeerd een minnelijke schikking te bereiken, en waarom die pogingen tevergeefs zijn geweest. De op lokaal niveau georganiseerde schuldhulpverlening begeleidt dit zogenaamde minnelijke traject.

Bij toepassing van schuldsanering geldt:

1 Er moet sprake zijn van een uitzichtloze schuldenlast, dat wil zeggen dat perspectief op aflossing ontbreekt.

2. De schuldenaar moet een door de gemeente ingevulde en door hemzelf ondertekende modelverklaring bij het schuldsaneringverzoek voegen, en overigens een compleet verzoekschrift bij de Rechtbank indienen als omschreven in artikel 285 Fw.

3. De schulden moeten te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald zijn gelaten. Deze open maatstaf wordt door de rechter per geval ingevuld. Schulden uit misdrijf worden beschouwd als niet te goeder trouw ontstaan. Van belang is hierbij verder volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad en de Richtlijnen van rechterlijk beleid dat er geen pogingen zijn gedaan om schuldeisers te benadelen, dat de schulden niet zeer recent zijn ontstaan of onbetaald zijn gelaten, dat waar ook maar enigszins mogelijk gedeeltelijk is afbetaald, en de frequentie, namelijk dat er geen consequent patroon is van schulden maken zonder aantoonbare verbetering.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor wie

- Het faillissement staat open voor zowel natuurlijke personen als voor rechtspersonen.

- De surseance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijk persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch aan een verzekeraar.

- De schuldsaneringsregeling staat alleen open voor natuurlijke personen.

Dat betekent dat alle privé-personen in beginsel een verzoek kunnen indienen, alsmede die ondernemingen die niet in de vorm van een rechtspersoon worden gedreven, zoals de eenmanszaak.

- Het faillissement kan worden aangevraagd door de schuldenaar zelf (eigen aangifte) of door een schuldeiser, of door het Openbaar Ministerie om redenen van openbaar belang.

- Surseance van betaling kan worden aangevraagd door de schuldenaar zelf , mits die geen natuurlijk persoon is. Schuldeisers kunnen dus geen surseance aanvragen.

- De natuurlijke persoon die een zodanige schuldenlast heeft dat uitzicht op afbetaling ontbreekt die een volledig verzoekschrift tot schuldsanering indient bij de Rechtbank en die bovendien volgens de rechter te goeder trouw is. Schuldeisers kunnen dus geen schuldsanering aanvragen.

Een aantal kerngegevens van de uitspraak van de Rechtbank waarin de faillissements-, surseance- of schuldsaneringprocedure wordt geopend, dient door de griffier van de Rechtbank te worden gepubliceerd in de Staatscourant. Hierbij gaat het om onder andere naam, adres en woonplaats van de schuldenaar, en de naam van de behandelend rechter-commissaris en de aangestelde bewindvoerder.

3. Welke rol hebben de deelnemers bij elk type procedure?

De Rechtbank neemt de meest verstrekkende beslissingen in het faillissement en in de schuldsaneringsregeling, zoals de toelating tot of weigering van de procedure en de verlening van de kwijtschelding in de schuldsanering, of een opheffing van het faillissement of een eventuele tussentijdse beëindiging van de schuldsanering. De Rechtbank kan ook de bewindvoerder of curator ontslaan als hij zijn wettelijke taken verzaakt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor de talloze beslissingen van beheer en toezicht over de boedel tijdens de duur van de procedure wordt een behandelend rechter-commissaris uit de Rechtbank benoemd. Deze houdt toezicht op de bewindvoerder of curator, verleent toestemming voor sommige handelingen en beslist op mogelijke klachten van belanghebbenden.

Zodra de Rechtbank een insolventieprocedure heeft geopend, benoemt zij zowel een rechter-commissaris als een curator (in faillissement) of bewindvoerder (in surseance of schuldsanering). De taken van de curator en de bewindvoerder staan in de wet als volgt omschreven: toezicht houden op de naleving door de schuldenaar van de verplichtingen die voortvloeien uit de wet,, en het beheer en de vereffening van de boedel . Deze taken gelden ongeacht de schuldenaar een privé-persoon is of een onderneming.

In de surseanceregeling moet de bewindvoerder samen met de schuldenaar het beheer over de boedel uitvoeren.

- Een faillissement wordt soms op eigen initiatief van de debiteur, maar meestal op initiatief van een crediteur uitgesproken. Indien dit wordt afgewezen heeft de crediteur het recht van hoger beroep, indien het wordt toegekend heeft de debiteur het recht van hoger beroep. Ten behoeve van de crediteuren kan de curator bepaalde rechtshandelingen vernietigen die tot een jaar voorafgaande aan het faillissement zijn verricht door de debiteur en die tot schuldeiserbenadeling hebben geleid, bijvoorbeeld een verkoop van een waardevol goed beneden de marktwaarde. De verificatievergadering biedt schuldeisers inspraakmogelijkheden. Schuldeisers kunnen een klacht indienen over de curator bij de rechter-commissaris (art. 69 Fw).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Inspanningsplicht in de schuldsanering: De schuldenaar die is toegelaten tot de schuldsanering dient zich gedurende drie jaar looptijd maximaal in te spannen voor zijn schuldeisers, zodat er zoveel mogelijk geld in de boedel komt. Drie jaar lang zal hij zijn aflossingscapaciteit ter beschikking moeten stellen aan zijn crediteuren, tot op 95% van het geldende bijstandsniveau.

Informatieplicht in faillissement en in schuldsanering: De curator of bewindvoerder volledig en juist inlichten over alles waarvan hij weet of kan begrijpen dat dat van belang is voor een goede afwikkeling van de procedure.

- Een crediteur kan geen hoger beroep instellen tegen het vonnis waarbij een debiteur wordt toegelaten tot de schuldsanering. Wel kan hij een zaak bij de Rechtbank voordragen voor een tussentijdse beëindiging (artikel 350 Fw), bijvoorbeeld als er nieuwe schulden worden gemaakt tijdens de duur van de schuldsanering of als er aanwijzingen zijn dat de schuldenaar zijn schuldeisers probeert te benadelen. Ook kan hij inspreken tijdens de verificatievergadering, of een klacht indienen over de gang van zaken bij de rechter-commissaris. Ook is mogelijk dat schuldeisers in hoger beroep komen van het vonnis waarbij tegen het verstrijken van de schuldsaneringtermijn de schone lei wordt verstrekt aan de schuldenaar (artikel 355 Fw). De crediteur heeft een schone lei-vonnis te respecteren, ook al was hij niet betrokken bij de schuldsaneringprocedure (artikel 358 Fw).

4. Welke gevolgen heeft het starten van de procedure?

De boedel omvat alle goederen van de schuldenaar ten tijde van het vonnis waarmee hij wordt toegelaten tot de regeling, alsmede alle goederen die hij tijdens het faillissement of de toepassing van de schuldsanering verkrijgt, aldus de artikelen 20 en 295 Fw. De inboedel die niet-bovenmatig is, blijft – samen met andere in artikel 21 en in lid 4 van artikel 295 Fw omschreven goederen – buiten de boedel.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Zowel bij faillissement als bij de schuldsanering geldt het fixatiebeginsel: door het intreden van faillissement of schuldsanering wordt de rechtspositie van alle bij de boedel betrokkenen onveranderlijk.

Door het vonnis waarin de schuldenaar wordt toegelaten tot de faillissements- of schuldsaneringsregeling verliest de schuldenaar van rechtswege de bevoegdheid om over zijn goederen te beschikken: die goederen behoren vanaf dat moment tot de boedel die wordt beheerd door de curator of bewindvoerder. Hij verliest ook de bevoegdheid om ten aanzien van die goederen feitelijke handelingen te verrichten en toe te laten. Hij is verplicht om alle goederen die tot de boedel behoren op verzoek van de curator of bewindvoerder aan hem af te leveren. Voor sommige rechtshandelingen, zoals het aangaan van een krediettransactie, moet de schuldenaar toestemming verkrijgen van zijn curator of bewindvoerder.

Er bestaat geen verplichting voor de schuldeisers om alle vorderingen in te dienen bij de bewindvoerder of curator. Wie mee wil delen in de opbrengst, die via een zogenaamde uitdelingslijst wordt uitgekeerd aan de bekende schuldeisers, doet er goed aan om wel zijn vordering in te dienen.

Indien na afloop van een schuldsanering de schone lei wordt verstrekt (“remission of debts”) aan de schuldenaar, geldt dat voor alle schuldeisers, ook voor diegenen die hun vordering niet hebben ingediend bij de bewindvoerder. Er is hier een belangrijke beperking: De schuldsaneringsregeling werkt alleen ten aanzien van vorderingen die bestaan ten tijde van de uitspraak waarin de schuldenaar tot de regeling wordt toegelaten (artikel 299 Fw, het fixatiebeginsel). Vorderingen die ontstaan na dato van het toelatingsvonnis, zijn nieuwe schulden, vallen daarom niet onder de schuldsanering en daarop kan de kwijtschelding dan ook geen betrekking hebben.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In faillissement kan de rechter-commissaris op verzoek van elke belanghebbende bepalen dat een verhaalsbevoegdheid van derden voor maximaal een maand , te verlengen met maximaal een maand, niet mag worden uitgeoefend: de zogenaamde afkoelingsperiode. De curator kan zich dan een beeld vormen van de boedel. Deze afkoelingsbevel kan dus ook de hypotheekhouder of pandhouder betreffen, of diegene met een eigendomsvoorbehoud.

Men kan voorlopig tot de schuldsaneringsregeling worden toegelaten, in afwachting van een definitief rechterlijk oordeel. Deze wettelijke mogelijkheid wordt door de rechter zelden gebruikt, alleen in acute noodsituaties zoals een dreigende huisuitzetting.

Zodra de schuldsanering voorlopig of definitief van toepassing wordt verklaard, geldt een algeheel moratorium jegens crediteuren wat betreft de rechtsuitoefening. Reeds gelegde beslagen komen te vervallen en reeds aangevangen executies worden geschorst. Wettelijke of contractuele rente loopt vanaf dat moment evenmin door. Ook in de schuldsanering kan de rechter-commissaris op verzoek van elke belanghebbende bij beschikking een afkoelingsperiode bepalen.

Registratie van alle lopende insolventieprocedures vindt plaats in het Centraal Insolventie Register (CIR) bij de Raad voor de Rechtspraak te Den Haag, te raadplegen via www.rechtspraak.nl/registers.

5. Welke bijzondere regels zijn van toepassing op bepaalde typen vorderingen?

- Goederen onder eigendomsvoorbehoud geleverd vallen niet in de faillissements- of schuldsaneringboedel, zie artikelen 20 en295 Fw, maar kunnen wel geraakt worden door een eventuele rechterlijke beschikking waarin een afkoelingsperiode wordt afgekondigd, zie hierna.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

- De rechter-commissaris in faillissement kan op verzoek van elke belanghebbende bij beschikking een afkoelingsperiode bepalen die geldt voor elke bevoegdheid van derden tot verhaal op tot de boedel behorende goederen.

- Ondernemingen die niet in de vorm van een rechtspersoon worden gedreven, kunnen in beginsel ook tot de schuldsaneringsregeling worden toegelaten. Een zodanige onderneming wordt in de schuldsanering volgens rechterlijk beleid in beginsel altijd geliquideerd. Een voortzetting van het beroep of bedrijf als bedoeld in artikel 311 Fw zal zich dus in de schuldsanering niet snel voordoen. Met het oog op het risico van een teveel aan boedelschulden, zullen eventuele lopende arbeidsovereenkomsten in het bedrijf van de schuldenaar standaard worden opgezegd door de curator of bewindvoerder.

- Voor de rechten van schuldeisers zie het antwoord op vraag 2.

- De onderlinge rangorde van preferente (bevoorrechte) crediteuren ten opzichte van concurrente crediteuren is in de schuldsaneringsregeling anders dan in faillissement, namelijk volgens artikel 349 lid 2 Fw een verhouding van 2 : 1. De preferente crediteur is in faillissement dus beter af. Een meer specifieke verdeling in rangorde binnen de categorieen van preferente of concurrente schuldeisers zoals in faillissement bestaat in het kader van de schuldsaneringsregeling niet.

De schuldsaneringsregeling werkt in beginsel niet ten aanzien van vorderingen welke door pand of hypotheek zijn gedekt, ook in faillissement kan de pand- of hypotheekhouder zich gedragen alsof er geen faillissement was (zie voor faillissement de artikelen 57, 58 en 59 Fw, die in de schuldsanering van overeenkomstige toepassing zijn).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6. Welke regels worden toegepast op handelingen die de boedel benadelen?

Indien de schuldenaar voorafgaand aan het faillissement of de schuldsanering bepaalde onverplichte rechtshandelingen heeft verricht waarvan hij wist of behoorde te weten dat de schuldeisers daardoor zouden worden benadeeld, kan de curator of de bewindvoerder de actio pauliana inroepen, en die handelingen weer terugdraaien ten gunste van de boedel: artikel 42 en 43 Fw.

Een schuldenaar (maar ook een schuldeiser of de bewindvoerder) kan bij de Rechtbank de schuldsaneringzaak voordragen voor een tussentijdse beëindiging. De voorwaarden zijn omschreven in artikel 350 Fw. Het meest frequent zijn tussentijdse beëindigingen op de grond dat er bovenmatige nieuwe schulden ontstaan, of omdat de schuldenaar zijn schuldeisers tracht te benadelen of zijn bewindvoerder onjuist of onvolledig informeert. Het rechtsgevolg is dat de schuldenaar dan direct aansluitend in staat van faillissement komt te verkeren.

De duur van een faillissement is wettelijk onbepaald. De meeste faillissementen worden binnen anderhalf jaar afgewikkeld, de meeste bij gebrek aan baten, meestal op basis van de vereenvoudigde procedure zonder verificatie. Gecompliceerde grote faillissementen duren vaak langer. De rechter-commissaris bewaakt de voortgang die de curator boekt, zodat de afwikkeling blijft binnen de redelijke termijn die het EVRM vereist.

De schuldsanering duurt in de regel drie jaren. In uitzonderingsgevallen kan de termijn langer duren, maar nooit langer dan vijf jaren. In uitzonderingsgevallen kan de schuldsaneringtermijn ook korter duren, tot een minimum van een jaar, indien de Rechtbank geen aanleiding zag om een verificatievergadering te houden. Deze laatste procedure wordt ook wel de vereenvoudigde schuldsanering genoemd en wordt gereserveerd voor die gevallen waarin vaststaat dat er voor schuldeisers nagenoeg niets terug te verdienen valt op hun vordering.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7. Wat zijn de voorwaarden voor het indienen en verifiëren van schuldvorderingen?

- De griffier van de Rechtbank publiceert een uitspraak tot opening van een faillissements- of schuldsaneringprocedure in de Staatscourant, onder vermelding van de naam van de curator of bewindvoerder, de schuldenaar en de rechter-commissaris, alsmede het tijdstip waarop een eventuele verificatievergadering zal worden gehouden.

- In een openbaar register wordt van iedere geopende faillissements-, surseance- of schuldsaneringsprocedure een aantal kerngegevens bijgehouden. Dit register (Centraal Insolventieregister; CIR en Landelijk Register Schuldsanering; LRS) is raadpleegbaar voor faillissementen via www.rechtspraak.nl/registers of voor schuldsanering bij de Raad voor Rechtsbijstand te Den Bosch via www.wsnp.rvr.org

- In de faillissements- of schuldsaneringprocedure wordt niet altijd een verificatievergadering gehouden. De Rechtbank beoordeelt – meestal op verzoek van de curator of bewindvoerder – of het gezien de toestand van de boedel zinvol is om een dergelijke procedure te volgen, of juist dat de vereenvoudigde afwikkeling kan worden gevolgd. Zie verder het antwoord op vraag 5.

- Als een verificatievergadering wordt gepland, dan bericht de curator of bewindvoerder dat aan alle bekende schuldeisers. Schuldeisers kunnen hun vorderingen met de daarop betrekking hebbende bewijsstukken bij hem indienen. De verificatie van alle vorderingen verloopt net als in faillissement conform de artikelen 110 tot en met 116 Fw. Schuldeisers waarvan het bestaan en de omvang van de vordering wordt erkend, worden geplaatst op een lijst van erkende vorderingen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

- In de schuldsaneringsregeling bestaat uitsluitend een onderscheid tussen preferente en concurrente vorderingen; een rangorde binnen die twee categorieën, zoals in faillissement, is er niet (artikel 349 lid 2 Fw).

8. Welke voorschriften zijn van toepassing op de reorganisatie en sanering?

Een doorstart van een onderneming is in het kader van een faillissementsprocedure mogelijk. De curator zal de arbeidsovereenkomsten opzeggen (art. 40 Fw) omdat het ontstaan van boedelschulden zoveel mogelijk moet worden beperkt en omdat de gebruikelijke ontslagbescherming bij overgang van de onderneming in faillissement – in tegenstelling tot in surseance – niet geldt. De curator mag het bedrijf van de gefailleerde voortzetten, mits dat in het belang van de boedel is.

De surseanceprocedure is voor reorganisatie van ondernemingen bedoeld. De duur is maximaal anderhalf jaar, met een verlengingsmogelijkheid. Voor daden van beheer of beschikking heeft de schuldenaar machtiging nodig van zijn bewindvoerder. De schuldenaar kan tijdens de surseance niet tot betaling van zijn schulden worden gedwongen. Gelegde beslagen op niet preferente vorderingen vervallen. De surseance werkt immers niet ten aanzien van preferente vorderingen.

De essentie van de schuldsaneringsregeling is een algehele sanering van de bestaande schuldenlast van de schuldenaar die natuurlijk persoon is. Het rechterlijk toegangsvonnis houdt in een stopzetting van rechtsuitoefening door schuldeisers. Reeds gelegde beslagen komen te vervallen en reeds aangevangen executies worden geschorst (artikel 301 Fw). Wettelijke of contractuele rente loopt vanaf dat moment evenmin door (artikel 303 Fw). Indien een schuldenaar het drie jaar durende traject naar behoren doorloopt, en maximaal afbetaalt op zijn schulden, kunnen de resterende schulden bij rechterlijk vonnis worden omgezet in natuurlijke verbintenissen (artikel 358 Fw). Dit betekent dat die restschulden niet langer invorderbaar zijn voor een schuldeiser.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In faillissement wordt de reorganisatie en de doorstart geregisseerd door de curator. In een surseance geschiedt dat door de schuldenaar en de bewindvoerder gezamenlijk. De duur van het faillissement is onbepaald, de duur van de surseance in beginsel anderhalf jaar. Reorganisaties in faillissement hebben doorgaans meer kans van slagen omdat daar de wettelijke ontslagbescherming niet geldt en in surseance wel. De Rechtbank keurt in alle gevallen het saneringsplan goed.

De duur van een schuldsanering is drie jaar en vastgelegd in het saneringsplan (artikel 343 Fw). Dit wordt door de Rechtbank aan de hand van een model vastgesteld, in theorie aan de hand van een ontwerp van de kant van de schuldenaar, en bevat de verplichtingen waaraan de schuldenaar zich moet houden. In de praktijk verlopen de meeste schuldsaneringen zonder een dergelijk plan, omdat men de procedure als omslachtig ervaart. De wet zal dan ook binnenkort op dit punt worden gewijzigd (wetsvoorstel 29 942), zodat het saneringsplan als onderdeel in de procedure zal komen te vervallen.

9. Welke voorschriften zijn van toepassing op de vereffening?

Zowel de faillissementsprocedure als de schuldsaneringprocedure zijn gericht op liquidatie van het aanwezige vermogen. Dit in tegenstelling tot de surseance van betaling, die juist gericht is op het behoud van de activa, en bedoeld is ter overbrugging van in beginsel tijdelijke betalingsproblemen van de onderneming.

In faillissement kan de curator aan de pand- of hypotheekhouder een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten over te gaan.

In faillissement is openbare verkoop hoofdregel, tenzij de rechter-commissaris toestemt in ondershandse verkoop (art. 176 Fw). De curator is bevoegd om tot liquidatie over te gaan (art. 68 Fw). In de schuldsanering heeft de bewindvoerder integendeel in beginsel altijd machtiging van de rechter-commissaris nodig om tot liquidatie over te gaan, maar een openbare verkoop is als regel juist weer niet nodig. Liquidatie van het aanwezige actief kan ook geschieden in de vorm van een faillissements- of schuldsaneringakkoord.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als regel wordt door de curator of bewindvoerder slechts een keer een uitdeling gedaan aan de schuldeisers, en wel aan het einde van de procedure. De schuldsanering en het faillissement eindigen formeel door het verbindend worden van deze slotuitdelingslijst. Schuldeisers ontvangen bericht daarvan door de curator of bewindvoerder. Schuldeisers kunnen bezwaar maken (verzet) tegen deze lijst.

Zowel in faillissement als in schuldsanering bestaat een vereenvoudigde procedure. Dit is een procedure zonder verificatievergadering. In faillissement geldt als eis dat er onvoldoende baten zijn om de concurrente vorderingen te voldoen.

10. Wat zijn de voorwaarden voor de beëindiging van de procedure?

Essentieel verschil tussen faillissement en schuldsanering is dat na afwikkeling van een faillissement de onvoldaan gebleven vorderingen herleven en dus weer inbaar worden voor de schuldeisers (art. 195 Fw). Dit gebeurt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend wordt, dus wanneer verzet daartegen voor een schuldeiser niet meer mogelijk is. Een faillissement eindigt door middel van een akkoord, of door middel van een vereenvoudigde afwikkeling (opheffing bij gebrek aan baten) of door middel van een uitdeling aan de schuldeisers na verificatie van hun vorderingen.

Een surseanceprocedure eindigt hetzij door een intrekking op verzoek van de schuldenaar, hetzij door middel van een akkoord dat door de Rechtbank wordt goedgekeurd.

De schuldsanering kent een positieve en een negatieve afloop:

- Als een schuldenaar zich netjes aan zijn schuldsaneringverplichtingen houdt (bewindvoerder volledig informeren, drie jaar lang zoveel mogelijk geld in de boedel brengen, aan het werk gaan c.q. werk behouden) dan zal de rechtbank hem bij eindvonnis de “schone lei” verlenen. Dat houdt in (zie artikel 358 Faillissementswet) dat de restschulden voor schuldeisers niet langer juridisch invorderbaar zijn.

- Als een schuldenaar zich niet aan zijn schuldsaneringverplichtingen houdt, kan de schuldsanering tussentijds worden beëindigd zonder schone lei. Dan raakt de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement (zie artikel 350 Faillissementswet). Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de schuldenaar tijdens de duur van zijn schuldsanering bovenmatige nieuwe schulden laat ontstaan, of als hij zijn schuldeisers probeert te benadelen.

De omstandigheid dat iemand failliet is geweest of in de surseance of de schuldsanering heeft gezeten, blijft enige tijd geregistreerd bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel en bij het Centraal Insolventie Register (CIR) bij de Raad voor de Rechtspraak te Den Haag (www.rechtspraak.nl/registers). Voor kredietverstrekkers is dat immers een relevante risicofactor. Er zijn geen wettelijke belemmeringen om weer een onderneming te starten. Voor particulieren geldt dat men na een geslaagde schuldsaneringprocedure weer perspectief heeft op een goede financiële toekomst, nu de schuldenlast is kwijtgescholden.

Een ondernemer die in belangrijke mate aan het faillissement heeft bijgedragen door kennelijk onbehoorlijk bestuur van de onderneming, kan door de curator aansprakelijk worden gesteld op grond van het Burgerlijk Wetboek. Het Wetboek van Strafrecht kent bepalingen omtrent bedrieglijke bankbreuk. Voor ondernemers-niet-rechtspersoonbestaan geen specifieke sancties als zij zich niet houden aan hun schuldsaneringverplichtingen.

« Faillissement - Algemene informatie | Nederland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 06-07-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk