Europese Commissie > EJN > Faillissement > Luxemburg

Laatste aanpassing: 03-07-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Faillissement - Luxemburg

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke soorten insolventieprocedures bestaan er en welke doelstellingen hebben die? 1.
1.a) Definitie van insolventie 1.a)
1.b) Soorten procedures 1.b)
2. Wat zijn de voorwaarden voor elk van deze procedures? 2.
2.a) Materiële voorwaarden 2.a)
2.b) Openbaarmaking 2.b)
3. Welke rol spelen de verschillende deelnemers bij elk soort procedure? 3.
3.a) Faillissement 3.a)
3.b) Akkoord (Concordat) 3.b)
3.c) Uitstel (Sursis) 3.c)
3.d) Beheer onder toezicht (Gestion contrôlée) 3.d)
3.e) Collectieve schuldenregeling (Règlement collectif de dettes) 3.e)
4. Welke gevolgen heeft het starten van de procedure? 4.
5. Wat zijn de specifieke voorschriften bij bepaalde categorieën van vorderingen? 5.
6. Wat zijn de voorschriften met betrekking tot handelingen die de boedel benadelen? 6.
7. Wat zijn de voorwaarden voor het indienen en verifiëren van schuldvorderingen? 7.
8. Wat zijn de voorschriften voor reorganisatieprocedures? 8.
8.a) Collectieve schuldenregeling (Règlement collectif de dettes) 8.a)
8.b) Beheer onder toezicht (Gestion contrôlée) 8.b)
9. Wat zijn de voorschriften voor de liquidatieprocedure? 9.
10. Wat zijn de voorwaarden voor de beëindiging van de procedure? 10.

 

1. Welke soorten insolventieprocedures bestaan er en welke doelstellingen hebben die?

1.a) Definitie van insolventie

Volgens de Luxemburgse rechtsleer, die is geïnspireerd op de Belgische rechtsleer, is er sprake van insolventie wanneer een schuldenaar meer schulden (passiva) heeft dan activa.

1.b) Soorten procedures

Het Groothertogdom Luxemburg kent vijf soorten insolventieprocedures. Drie van deze procedures hebben alleen betrekking op handelaars (natuurlijke personen en rechtspersonen) en één procedure staat alleen open voor natuurlijke personen die geen handelaar zijn.

De vijfde en laatste procedure heeft uitsluitend betrekking op notarissen (deze procedure voor een specifieke beroepsgroep wordt in het kader van dit informatieblad niet behandeld).

Naast deze procedures kunnen handelaars onder bepaalde voorwaarden betalingsuitstel verkrijgen (zie de artikelen 593 e.v. van het Luxemburgse wetboek van koophandel (Code de Commerce)).

Beheer onder toezicht (gestion contrôlée) is een procedure die erop gericht is de financiële toestand van de daarom verzoekende handelaar te reorganiseren. De handelaar kan echter ook om de toepassing van deze procedure verzoeken om ervoor te zorgen dat zijn activa optimaal te gelde worden gemaakt.

De faillissementsprocedure (procédure de faillite) heeft ten doel het vermogen van de insolvente handelaar te gelde te maken.

Het akkoord ter afwending van faillissement (concordat préventif de faillite) is een procedure die onder bepaalde voorwaarden openstaat voor schuldenaars die aan de faillissementsvoorwaarden voldoen. In geval van akkoord met boedelafstand, heeft deze procedure, net als de faillissementsprocedure, ten doel de activa te verkopen van de handelaar die tot boedelafstand is overgegaan.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Deze procedure heeft voor de handelaar echter niet dezelfde gevolgen als de faillissementsprocedure.

Er bestaat ook een saneringsprocedure (procédure d’assainissement) voor notarissen die hun kredietwaardigheid hebben verloren, op grond waarvan zij in aanmerking komen voor een speciale regeling die is ingesteld om hun financiële toestand te reorganiseren of hun activa optimaal te gelde te maken.

De collectieve schuldenregeling (règlement collectif de dettes) is een procedure die alleen openstaat voor insolvente natuurlijke personen die geen handelaar zijn. Doel is de verzoeker in staat te stellen zijn financiële toestand te verbeteren door een aflossingsschema voor zijn schulden op te stellen.

2. Wat zijn de voorwaarden voor elk van deze procedures?

2.a) Materiële voorwaarden

Bij het beheer onder toezicht (gestion contrôlée) houden de voorwaarden verband met de hoedanigheid van de verzoeker, die hoe dan ook handelaar moet zijn en voorts te goeder trouw moet zijn.

Hij moet zijn kredietwaardigheid hebben verloren.

Ondanks dit verlies van kredietwaardigheid moet er een mogelijkheid bestaan om door een reorganisatie van de activiteiten de schulden te verminderen.

Bij de faillissementsprocedure (procédure de faillite) moet er naast de hoedanigheid van handelaar ook sprake zijn van staking van betaling en verlies van kredietwaardigheid.

Bij de akkoordprocedure (procédure de concordat) gelden dezelfde voorwaarden als bij de faillissementsprocedure, met als uitzondering dat de verzoekende schuldenaar onfortuinlijk en te goeder trouw moet zijn (artikel 2 van de wet van 14 april 1886 betreffende het akkoord ter afwending van faillissement).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De handelaar die als gevolg van buitengewone gebeurtenissen zijn schulden niet kan betalen, kan de handelsrechtbank (tribunal de commerce) om betalingsuitstel verzoeken.

Betalingsuitstel zal slechts worden toegestaan wanneer het – rekening houdend met de financiële toestand van de handelaar - mogelijk is het evenwicht tussen de activa en de passiva te herstellen.

De collectieve schuldenregeling (règlement collectif de dettes) is een procedure die alleen openstaat voor natuurlijke personen die geen handelaar zijn, mits zij hun insolventie niet moedwillig hebben bewerkstelligd en mits de verzoekende schuldenaar zijn wettige verblijfplaats in het Groothertogdom Luxemburg heeft.

Het beheer onder toezicht (gestion contrôlée; artikel 1 van het groothertogelijk besluit van 25 mei 1935 tot aanvulling van de betalingsuitstel-, akkoord-, en faillissementswetgeving door de invoering van de regeling inzake het beheer onder toezicht), de akkoordprocedure (artikel 3 van de wet van 14 april 1886 betreffende het akkoord ter afwending van faillissement), de collectieve schuldenregeling in geval van overmatige schuldenlast (artikel 3 van de wet van 8 december 2000 betreffende de preventie van een overmatige schuldenlast en tot invoering van een procedure inzake collectieve schuldenregeling in geval van overmatige schuldenlast) en het betalingsuitstel zijn procedures die alleen op verzoek van de schuldenaar kunnen worden ingeleid.

De faillissementsprocedure kan op meerdere manieren worden ingeleid.

Krachtens de wet moet de schuldenaar die zich in staat van faillissement bevindt zelf het faillissement aanvragen bij de territoriaal bevoegde handelsrechtbank (artikel 440 van het wetboek van koophandel).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Overeenkomstig artikel 442 van het wetboek van koophandel kunnen echter ook de schuldeisers van een handelaar eisen dat deze failliet wordt verklaard.

Nog volgens hetzelfde artikel kan de handelsrechtbank een handelaar ambtshalve failliet verklaren (met name wanneer de akkoordprocedure ter afwending van faillissement mislukt).

2.b) Openbaarmaking

In het kader van de faillissements-, akkoord-, betalingsuitstel-, en beheer-onder-toezicht-procedure moet een aantal openbaarmakingsmaatregelen worden genomen.

Het gaat daarbij om openbaarmaking door middel van aanplakbiljetten en/of via de pers.

3. Welke rol spelen de verschillende deelnemers bij elk soort procedure?

3.a) Faillissement

Zowel voor de faillissementsprocedure als voor alle in dit informatieblad beschreven procedures die op handelaars betrekking hebben, is de territoriaal bevoegde arrondissementsrechtbank, recht doende in handelszaken, bevoegd (hierna: de “handelsrechtbank”).

Deze rechterlijke instantie spreekt het faillissement uit, bepaalt op welke datum de betalingen zijn gestaakt, stelt de deelnemers aan de procedure aan (rechter-commissaris, curator), bepaalt op welke datum de vorderingen moeten zijn ingediend alsook de datum van sluiting van het proces-verbaal van verificatie van de vorderingen en spreekt de beëindiging van de faillissementsprocedure uit.

Een door de handelsrechtbank aangestelde curator wordt belast met het beheer van de boedel, en met de tegeldemaking van de goederen van de schuldenaar alsook met de verdeling van de verkoopopbrengst onder de verschillende schuldeisers, waarbij de regels inzake voorrechten en zakelijke zekerheden in acht moeten worden genomen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De curator voert zijn opdracht uit onder toezicht van een door de handelsrechtbank aangestelde rechter-commissaris.

Zodra het faillissement is uitgesproken, verliest de faillietverklaarde handelaar het beheer over zijn goederen; hij kan dan geen betalingen, transacties of andere rechtshandelingen meer verrichten met betrekking tot deze goederen.

3.b) Akkoord (Concordat)

Na de indiening van het verzoek wijst de handelsrechtbank een van zijn rechters aan om de situatie van de verzoeker te onderzoeken en een verslag op te stellen.

Op basis van dit verslag kan de handelsrechtbank een termijn vaststellen waarbinnen de handelaar zijn schuldeisers akkoordvoorstellen kan doen.

Tot slot zal de handelsrechtbank beslissen of het akkoord al dan niet wordt goedgekeurd.

In het kader van deze procedure wijst de handelsrechtbank een van zijn leden aan die een verslag over de situatie van de schuldenaar moet overleggen en moet toezien op het goede verloop van de akkoordprocedure.

Evenals in het kader van de faillissementsprocedure, kan de schuldenaar zijn goederen niet meer vervreemden, met een hypotheek belasten of verbinden (tenzij hij daarvoor de toestemming krijgt van de aangewezen rechter; artikel 6 van de wet van 14 april 1886).

3.c) Uitstel (Sursis)

De handelsrechtbank stelt een rechter-commissaris aan die bij haar verslag uitbrengt over de situatie van de schuldenaar en betalingsuitstel kan verlenen. In dit geval worden een of meer commissarissen aangesteld die toezicht uitoefenen op de verrichtingen van de schuldenaar tijdens de periode van betalingsuitstel.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Tijdens deze periode kan de schuldenaar zijn goederen niet meer vervreemden, met een hypotheek belasten of verbinden.

3.d) Beheer onder toezicht (Gestion contrôlée)

Het verzoek wordt ingediend bij de handelsrechtbank van het arrondissement waar zich de hoofdvestiging van de handelaar of de statutaire zetel van de betrokken vennootschap bevindt.

Indien aan de voorwaarden is voldaan, wijst de handelsrechtbank een van haar rechters aan om verslag uit te brengen over de situatie van de handelaar.

Vanaf dat ogenblik verliest de handelaar het recht om over zijn goederen te beschikken (bijvoorbeeld door ze te verkopen of in pand te geven), tenzij de door de handelsrechtbank aangewezen rechter daar schriftelijk mee instemt.

Na de overlegging van het verslag kan de handelsrechtbank het verzoek afwijzen of inwilligen.

In geval van afwijzing kan de handelsrechtbank de handelaar bij hetzelfde vonnis failliet verklaren.

In het tegenovergestelde geval wordt het vermogen van de verzoeker beheerd onder toezicht van een of meer door de handelsrechtbank aangewezen commissarissen (deze commissarissen zijn niet noodzakelijk rechters van de handelsrechtbank), die een inventaris van de goederen van de handelaar moeten opstellen alsook een overzicht van diens activa en passiva.

Hij(zij) stelt(stellen) vervolgens een ontwerp-reorganisatieplan of een ontwerp-plan voor de tegeldemaking van de activa op.

Dit ontwerp-plan wordt dan meegedeeld aan de schuldeisers van de handelaar alsook aan diens medeschuldenaars en borgen.

De handelsrechtbank kan het aan haar overgelegde plan afwijzen (en de schuldenaar dan failliet verklaren) of aanvaarden (waardoor het plan bindend wordt voor de handelaar en diens borgen en medeschuldenaars, alsook voor de schuldeisers van de schuldenaar).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3.e) Collectieve schuldenregeling (Règlement collectif de dettes)

Bij deze procedure zijn twee soorten instanties betrokken, afhankelijk van de fase in de procedure (minnelijke of gerechtelijke regeling).

In een eerste fase onderzoekt de ‘voorlichtings- en adviesdienst overmatige schuldenlast’ (Service d’information et de Conseil en surendettement - SIC) het dossier en stelt hij in overleg met de schuldenaar en diens schuldeisers een ontwerp-herstelplan op.

Dit ontwerp-herstelplan wordt dan voorgelegd aan de bemiddelingscommissie (Commission de médiation), die aan de belanghebbenden (schuldenaar, schuldeisers) een herstelplan voorstelt met een pakket maatregelen, die kunnen variëren van een betalingsuitstel of een schuldherschikking tot een gehele of gedeeltelijke schuldkwijtschelding.

Indien er geen minnelijke regeling mogelijk is, kan de gerechtelijke fase worden gestart.

De bevoegde rechter is de vrederechter (juge de paix) van de woonplaats van de schuldenaar.

De partijen worden dan opgeroepen voor de vrederechter te verschijnen, die kan eisen dat zij hem alle documenten of gegevens overleggen aan de hand waarvan hij kan vaststellen wat het vermogen (activa en passiva) van de schuldenaar is.

Op basis van de aan hem overgelegde gegevens stelt de vrederechter een herstelplan vast met maatregelen die het voor de schuldenaar mogelijk moeten maken zijn verplichtingen na te komen.

Het door de vrederechter vastgestelde herstelplan heeft een maximale looptijd van zeven jaar en kan in een beperkt aantal gevallen worden ingetrokken (met name wanneer de schuldenaar de krachtens het herstelplan aan hem opgelegde verplichtingen niet nakomt).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4. Welke gevolgen heeft het starten van de procedure?

In het kader van de akkoord-, faillissements-, betalingsuitstel-, en beheer-onder-toezicht-procedure wordt de gedwongen tenuitvoerlegging tegen de handelaar en diens goederen opgeschort. Daarentegen staat geen enkele wettelijke bepaling van het Groothertogdom Luxemburg eraan in de weg dat de schuldeisers maatregelen nemen om het vermogen van hun schuldenaar in zijn geheel te bewaren (bewarende maatregelen).

Bij al deze procedures kan de schuldenaar niet meer vrij beschikken over zijn goederen.

In sommige gevallen kunnen echter wel nog daden van beschikking worden gesteld mits de door de handelsrechtbank aangewezen persoon daarmee instemt (bij betalingsuitstel of beheer onder toezicht).

Wat de collectieve schuldenregeling betreft, leidt de indiening van het verzoek van de schuldenaar bij de SIC er van rechtswege toe dat de tenuitvoerlegging op de goederen van de schuldenaar wordt opgeschort, behoudens wanneer de tenuitvoerlegging betrekking heeft op onderhoudsverplichtingen (artikel 3 van de wet van 8 december 2000).

Indien er geen minnelijke regeling mogelijk is, kan de geadieerde vrederechter de tenuitvoerlegging opschorten onder dezelfde voorwaarden als hierboven beschreven.

5. Wat zijn de specifieke voorschriften bij bepaalde categorieën van vorderingen?

In beginsel brengen de in dit informatieblad beschreven procedures niet de beëindiging van de contracten van de schuldenaar met zich.

Op deze regel bestaan er echter uitzonderingen in het kader van de faillissementsprocedure. Het door de rechtbank uitgesproken faillissement heeft immers tot gevolg dat de arbeidscontracten worden beëindigd (artikel 30 van de wet van 24 mei 1989 inzake arbeidscontracten).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De hierboven vermelde procedures (met uitzondering van de akkoordprocedure) leiden niet tot het verval van de voorrechten van de schuldeisers.

Door deel te nemen aan de stemming over het akkoord verliezen de houders van zakelijke zekerheden immers hun positie van bevoorrechte schuldeisers (artikel 10 van de wet van 14 april 1886).

In het kader van de faillissements- en de beheer-onder-toezicht-procedure kunnen twee schulden worden verrekend, mits het gaat om schulden die reeds vóór de uitspraak houdende faillietverklaring of beheer onder toezicht vaststaan en opeisbaar zijn, dan wel om verwante schulden die dezelfde oorsprong hebben (arrondissementsrechtbank van Luxemburg, 14 mei 1986, nr. 32046 van de rol).

Bij de faillissementsprocedure zijn tijdens de verdachte periode (période suspecte) verrichte contractuele verrekeningen nietig.

In het kader van de beheer-onder-toezicht-, de akkoord- en de betalingsuitstelprocedure zijn dergelijke verrekeningen onmogelijk zodra de schuldenaar niet meer vrij over zijn rechten en goederen kan beschikken.

6. Wat zijn de voorschriften met betrekking tot handelingen die de boedel benadelen?

In het kader van de faillissements-, de beheer-onder-toezicht-, de betalingsuitstel- en de akkoordprocedure mag de schuldenaar bepaalde soorten handelingen (waaronder betalingen) niet meer verrichten.

Behoudens in het kader van de faillissementsprocedure, geldt dit verbod alleen wanneer de schuldenaar niet de instemming van de door de handelsrechtbank aangewezen persoon heeft verkregen.

Elke in strijd met dit verbod verrichte handeling is nietig.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In geval van faillissement kan de handelsrechtbank bovendien ook de handelingen die de schuldenaar tijdens de verdachte periode heeft gesteld nietig verklaren.

De verdachte periode wordt omschreven als de periode die loopt vanaf de datum waarop de schuldenaar zijn betalingen heeft gestaakt. Alle handelingen van de schuldenaar tijdens deze periode kunnen nietig worden verklaard. Indien handelingen onder bezwarende titel zijn verricht, moet worden aangetoond dat de medecontractanten van de schuldenaar op de hoogte waren van de staking van betaling.

7. Wat zijn de voorwaarden voor het indienen en verifiëren van schuldvorderingen?

In het kader van de faillissementsprocedure wordt de faillissementsuitspraak op verschillende manieren bekend gemaakt (pers, inschrijving in handelsregister) opdat de schuldeisers van de gefailleerde van de situatie op de hoogte zouden zijn en zich kenbaar zouden kunnen maken (artikel 472 van het wetboek van koophandel).

Vervolgens moeten de schuldeisers hun schuldvorderingen en bewijsstukken indienen bij de griffie van de handelsrechtbank (artikel 496 van het wetboek van koophandel).

De schuldvorderingen worden geverifieerd door de curator, die ze kan verwerpen (artikel 500 van het wetboek van koophandel).

Wat de akkoordprocedure betreft, moet de schuldenaar in zijn verzoek tot akkoord de identiteit en de woonplaats van zijn schuldeisers vermelden alsook het bedrag van hun schuldvorderingen (artikel 3 van de wet van 14 april 1886).

De kennisgeving aan de schuldeisers geschiedt bij aangetekend schrijven (artikel 8 van de wet van 14 april 1886). In dit schrijven worden zij verzocht deel te nemen aan een met het oog op het sluiten van een akkoord belegde vergadering.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Deze oproeping wordt ook in de pers gepubliceerd.

Tijdens deze vergadering declareren de schuldeisers het bedrag van hun schuldvorderingen.

Zoals reeds eerder vermeld, verliezen de houders van zakelijke zekerheden hun positie van bevoorrechte schuldeisers door deel te nemen aan de stemming (artikel 10 van de wet van 14 april 1886).

Ook in het kader van de betalingsuitstelprocedure moet de schuldenaar een lijst met de namen van zijn schuldeisers, het bedrag van hun schuldvorderingen en hun woonplaats overleggen.

De schuldeisers worden bij aangetekend schrijven (artikel 596 van het wetboek van koophandel) en via de pers opgeroepen voor een vergadering.

Tijdens de vergadering moeten zij het bedrag van hun schuldvorderingen declareren (artikel 597 van het wetboek van koophandel).

In het kader van het beheer onder toezicht is er geen specifieke procedure voor het indienen en verifiëren van de schuldvorderingen. De schuldenaar vermeldt in zijn verzoekschrift aan de rechter de identiteit van zijn schuldeisers.

De handelsrechtbank zal deze schuldeisers vervolgens op de hoogte brengen van het reorganisatieplan of van het plan voor de tegeldemaking van de activa dat door de door haar aangewezen commissarissen is opgesteld.

8. Wat zijn de voorschriften voor reorganisatieprocedures?

8.a) Collectieve schuldenregeling (Règlement collectif de dettes)

De SIC onderzoekt het dossier en stelt in overleg met de schuldenaar en diens schuldeisers een ontwerp-herstelplan op.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Dit ontwerp-herstelplan wordt dan voorgelegd aan de bemiddelingscommissie, die aan de belanghebbenden (schuldenaar, schuldeisers) een herstelplan voorstelt met een pakket maatregelen, die kunnen variëren van een betalingsuitstel of een schuldherschikking tot een gehele of gedeeltelijke schuldkwijtschelding.

Ingeval er overeenstemming wordt bereikt over een herstelregeling, wordt het herstelplan door alle belanghebbenden en door de voorzitter van de bemiddelingscommissie ondertekend en vervolgens aangenomen. Behoudens in uitzonderingsgevallen wordt het herstelplan niet meer gewijzigd.

Wanneer er zes maanden na de indiening van het verzoek door de schuldenaar nog geen herstelplan is aangenomen, stelt de SIC de schuldenaar ervan in kennis dat geen minnelijke regeling mogelijk is.

In het kader van de gerechtelijke fase stelt de vrederechter een herstelplan vast met maatregelen die het voor de schuldenaar mogelijk maken zijn verplichtingen na te komen.

Het door de rechter vastgestelde herstelplan heeft een maximale looptijd van zeven jaar en kan in een beperkt aantal gevallen worden ingetrokken (met name wanneer de schuldenaar de krachtens het herstelplan aan hem opgelegde verplichtingen niet nakomt).

8.b) Beheer onder toezicht (Gestion contrôlée)

De commissaris(sen) doet(doen) al het mogelijke om een inventaris van de goederen van de handelaar op te stellen alsook een overzicht van diens activa en passiva.

Hij(zij) stelt(stellen) vervolgens een ontwerp-reorganisatieplan of een ontwerp-plan voor de tegeldemaking en de verdeling van de activa op.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het ontwerp-plan voor de tegeldemaking moet de bij wet vastgelegde rang van de voorrechten en hypotheken in acht nemen.

Dit ontwerp-plan wordt dan meegedeeld aan de schuldeisers van de handelaar alsook aan diens medeschuldenaren en borgen.

De handelsrechtbank kan het aan haar overgelegde plan afwijzen (en de schuldenaar dan failliet verklaren) of aanvaarden (waardoor het plan bindend wordt voor de handelaar en diens borgen en medeschuldenaars, alsook voor de schuldeisers van de schuldenaar).

De handelsrechtbank moet het plan evenwel afwijzen indien een meerderheid van de schuldeisers van de handelaar zich tegen dat plan verzet (deze meerderheid moet in elk geval 50% van de totale faillissementsschulden vertegenwoordigen).

Indien het reorganisatieplan of het plan voor de tegeldemaking van de activa is aanvaard, kan de handelaar zijn rechten weer vrij uitoefenen.

9. Wat zijn de voorschriften voor de liquidatieprocedure?

De voorschriften voor de liquidatieprocedure hebben voornamelijk betrekking op de tegeldemaking van de activa bij faillissement. In geval van akkoord met boedelafstand zijn op de tegeldemaking van de activa dezelfde voorschriften van toepassing als bij de faillissementsprocedure (zie de wet betreffende de akkoordprocedure).

In geval van faillissement gaat de curator over tot de tegeldemaking van de activa van de schuldenaar en de aanzuivering van diens passiva. Hij verkoopt de verschillende goederen van de gefailleerde.

Vervolgens stelt de curator de rang van de bevoorrechte schuldeisers vast en bepaalt hij wat het voor de niet-bevoorrechte schuldeisers resterende bedrag is. Hij roept alle belanghebbenden bijeen, legt hen rekening en verantwoording af en presenteert hen de faillissementsrekeningen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Na het afleggen van rekening en verantwoording kan de curator de schuldeisers betalen overeenkomstig de rangregeling die is vastgelegd in het proces-verbaal van het afleggen van rekening en verantwoording dat door hem is opgesteld en door de rechter-commissaris en de griffier van de handelsrechtbank is ondertekend.

10. Wat zijn de voorwaarden voor de beëindiging van de procedure?

In het kader van de faillissementsprocedure kan de curator nadat de betalingen zijn verricht een verzoek tot beëindiging van het faillissement indienen. Daarna wordt de beëindiging van het faillissement uitgesproken.

De akkoord-, de betalingsuitstel- en de beheer-onder-toezicht-procedure wordt beëindigd door de beslissing waarbij de handelsrechtbank de gevraagde maatregel toewijst.

In de faillissementsuitspraak kunnen aan de gefailleerde twee soorten sancties worden opgelegd: strafrechtelijke en civielrechtelijke sancties.

De handelsrechtbank kan de faillietverklaarde handelaar civielrechtelijke en strafrechtelijke sancties opleggen.

Indien de handelsrechtbank vaststelt dat het faillissement het gevolg is van kennelijk grove fouten van de faillietverklaarde handelaar, kan zij hem het verbod opleggen om - hetzij rechtstreeks hetzij via derden - een handelsactiviteit uit te oefenen. Dit verbod omvat ook het verbod om in een vennootschap een directiefunctie uit te oefenen.

Andere civielrechtelijke sancties zijn onder meer de mogelijkheid om de faillietverklaring van handelsvennootschappen uit te breiden tot hun directieleden, en acties op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het burgerlijk wetboek (aansprakelijkheid naar gemeen recht) en de artikelen 59 en 192 van de wet op de handelsvennootschappen.

In geval van bankbreuk kunnen er ook strafrechtelijke sancties worden opgelegd aan de faillietverklaarde handelaar.

« Faillissement - Algemene informatie | Luxemburg - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 03-07-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk