Europese Commissie > EJN > Faillissement > Gemeinscheftsrecht

Laatste aanpassing: 25-09-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Faillissement - Gemeinscheftsrecht

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


De Europese Unie heeft een stelsel tot coördinatie van insolventieprocedures ingevoerd.

De Europese Unie heeft op 29 mei 2000 een verordening betreffende insolventieprocedures vastgesteld, die op 31 mei 2002 van kracht is geworden.

Het hoofddoel van deze verordening is te verhinderen dat er prikkels voor partijen (de failliete onderneming, d.w.z. de debiteur, en haar crediteuren) bestaan om geschillen of goederen van de ene lidstaat naar de andere over te brengen teneinde een gunstiger behandeling te verkrijgen.

De bepalingen van deze verordening zijn rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten behalve Denemarken, hetgeen betekent dat personen zich er rechtstreeks op kunnen beroepen voor de nationale rechter. De verordening is niet van toepassing op verzekeringsondernemingen, kredietinstellingen en beleggingsondernemingen.

Om haar doel te bereiken, bevat de verordening gemeenschappelijke regels betreffende de bevoegdheid van rechtbanken, de erkenning van beslissingen en het toepasselijke recht, alsmede een verplichte coördinatie van procedures die in verscheidene lidstaten worden geopend.

De verordening is van toepassing op insolventieprocedures, die de volgende elementen bevatten:

  • Het collectieve karakter van de insolventieprocedures; met andere woorden, het feit dat de rechten van alle crediteuren tegelijkertijd worden onderzocht en individuele vervolgingen derhalve worden opgeschort.
  • De insolventie van de debiteur, d.w.z. de vaststelling van het feit dat hij niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
  • Het feit dat de rechten van de debiteur om zijn goederen te beheren en erover te beschikken, worden beperkt en gecontroleerd door een curator.
  • De wijze van aanwijzing van de curator.

De rechtbanken van de lidstaat waar "het centrum van de voornaamste belangen van de debiteur zich bevindt", zijn bevoegd om de insolventieprocedure te openen. Voor een handelsmaatschappij is dit in principe haar hoofdzetel.

Er kunnen echter later secundaire procedures worden geopend om zich in een andere lidstaat bevindende goederen te liquideren. Het recht van de lidstaat waar insolventieprocedures worden geopend, is bepalend voor alle gevolgen van een dergelijke procedure.

In de verordening wordt bepaald dat in verscheidene lidstaten geopende procedures onderling worden gecoördineerd, met name door middel van een actieve samenwerking tussen de verschillende curatoren.

Tenslotte wordt elke beslissing van een voor de hoofdprocedure bevoegde rechtbank van een lidstaat in principe onmiddellijk zonder verder onderzoek in de andere lidstaten erkend.

Referentiedocument

« Faillissement - Algemene informatie | Gemeinscheftsrecht - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 25-09-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk