Europese Commissie > EJN > Faillissement > België

Laatste aanpassing: 22-08-2005
Printversie Voeg toe aan favorieten

Faillissement - België

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke soorten van insolventieprocedures bestaan er en welke doelstellingen hebben die? 1.
2. Welke zijn de voorwaarden van elke van deze procedures? 2.
3. Welke rol hebben de deelnemers bij elke soort van procedure? 3.
4. Welke gevolgen heeft de opening van de rechtspleging? 4.
5. Welke bijzondere regels zijn van toepassing op bepaalde soorten van schuldvorderingen? 5.
6. Welke regels worden op nadelige handelingen toegepast? 6.
7. Wat zijn de voorwaarden voor het aangeven en verifiëren van schuldvorderingen? 7.
8. Welke voorschriften zijn van toepassing op de aanzuiveringsregeling? 8.
9. Welke voorschriften zijn van toepassing op de vereffening? 9.
10. Wat zijn de voorwaarden voor de afsluiting van de procedure? 10.

 

1. Welke soorten van insolventieprocedures bestaan er en welke doelstellingen hebben die?

Artikel 8 van de hypotheekwet : "De goederen van de schuldenaar strekken tot gemeenschappelijke waarborg voor zijn schuldeisers, en de prijs ervan wordt onder hen naar evenredigheid van hun vordering verdeeld, tenzij tussen de schuldeisers wettige redenen van voorrang bestaan."

Onvermogen impliceert dat een schuldenaar niet in staat is om zijn schulden aan zijn schuldeiser(s) te betalen. Om de verbintenissen van de schuldenaar ten voordele van de schuldeiser niet verloren te laten gaan, zijn er wettelijke procedures waarmee de schuldeiser alsnog (gedeeltelijke) betaling kan verkrijgen.

De belangrijkste insolventieprocedures zijn het gerechtelijk akkoord, het faillissement en de collectieve schuldenregeling.

In de Belgische rechtsorde maakt men het onderscheid tussen handelaars en niet-handelaars. Handelaar is degene die daden van koophandel stelt en daarvan hoofdzakelijk of aanvullend zijn beroep maakt . Het essentieel element bij daden van koophandel is het winstoogmerk. Enkel handelaars kunnen een gerechtelijk akkoord verkrijgen en failliet worden verklaard.

De procedure van faillissement is geregeld door de Wet van 8 augustus 1997 (B.S., 28 oktober 1997, err., B.S., 7 februari 2001) als louter vereffeningsmechanisme. De Wet van 17 juli 1997 (B.S., 28 oktober 1997, err., B.S., 4 december 1997) heeft het gerechtelijk akkoord als voorafgaande procedure aan het faillissement geregeld. Tijdens de periode van het gerechtelijk akkoord wordt de schuldenaar beschermd tegen zijn schuldeisers en kan niemand het faillissement van de schuldenaar uitlokken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor niet-handelaars is er de procedure van de collectieve schuldenregeling die geregeld is in het Gerechtelijk Wetboek. Elke natuurlijke persoon met woonplaats in België die geen handelaar is, kan een collectieve schuldenregeling verkrijgen indien hij niet in staat is om op duurzame wijze zijn schulden te betalen en voor zover hij niet manifest zijn onvermogen heeft bewerkstelligd (art. 1675/2 lid 1 Ger.W.).

2. Welke zijn de voorwaarden van elke van deze procedures?

Gerechtelijk akkoord

Het gerechtelijk akkoord kan aan de handelaar-schuldenaar die geen blijk geeft van manifeste kwade trouw worden toegestaan indien hij tijdelijk zijn schulden niet kan aflossen of indien moeilijkheden die op min of meer korte termijn kunnen leiden tot het ophouden van betalen, de continuïteit van zijn onderneming bedreigen (art. 9 § 1 Wet Gerechtelijk Akkoord). Een bijkomende voorwaarde is dat de financiële toestand van de onderneming kan worden gesaneerd en het economisch herstel ervan mogelijk lijkt (art. 9 § 2 W. Ger. Akk.).

De aanvraag tot gerechtelijk akkoord kan door de schuldenaar geschieden via een verzoekschrift gericht aan de rechtbank van koophandel (art. 11 § 1 W. Ger. Akk.). Ook de procureur des Konings kan de akkoordprocedure inleiden bij dagvaarding (art. 11 § 2 W. Ger. Akk.).

Op de griffie van de rechtbank van koophandel worden nuttige inlichtingen en gegevens betreffende handelaars met betaalmoeilijkheden bijgehouden, die enkel toegankelijk zijn voor de procureur des Konings en de handelaar in kwestie (art. 5 W. Ger. Akk.). In de wet wordt dit de gegevensverzameling genoemd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Faillissement

Een handelaar verkeert in staat van faillissement wanneer twee voorwaarden samen vervuld zijn: hij moet op duurzame wijze hebben opgehouden met betalen en zijn krediet moet geschokt zijn (art. 2 lid 1 Faillissementswet).

De faillissementsprocedure kan aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank van koophandel, hetzij op aangifte van de schuldenaar zelf, hetzij opdagvaarding van één of meer schuldeisers, van het openbaar ministerie, van de door de rechtbank aangestelde voorlopige bewindvoerder of door een curator ingeval van een internationale territoriale insolventieprocedure in de Europese Unie (art. 6 Faill. W.). De rechtbank kan geen ambtshalve faillissement meer uitspreken.

De rechtbank moet het faillissement niet meteen uitspreken. Zij kan haar beslissing opschorten voor een termijn van vijftien dagen om de handelaar of het openbaar ministerie de kans te geven een gerechtelijk akkoord aan te vragen (art. 7 Faill. W.).

Art. 10 Faill. W. bepaalt dat de aangifte van de schuldenaar vergezeld moet zijn van de balans, de boekhoudkundige registers, het personeelsregister en een lijst met naam en adres van de klanten en de leveranciers.

3. Welke rol hebben de deelnemers bij elke soort van procedure?

Gerechtelijk akkoord

De materieel bevoegde rechtbank is de rechtbank van koophandel. De territoriaal bevoegde rechtbank is die welke gelegen is in het rechtsgebied waarbinnen de schuldenaar op de dag van de inleiding van het gerechtelijk akkoord zijn hoofdinrichting heeft of, indien het een rechtspersoon betreft zijn zetel (art. 53 W. Ger. Akk.) Deze doet uitspraak over de aanvraag tot gerechtelijk akkoord (art. 14 W. Ger. Akk.), kent een voorlopige opschorting van betaling toe (art. 15 § 1 lid 1 W. Ger. Akk.), wijst een of meer commissarissen inzake opschorting aan (art. 15 § 1 lid 2 W. Ger. Akk.) en staat desgevallend de definitieve opschorting van betaling toe (art. 33 lid 1 W. Ger. Akk.).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een cruciale rol wordt gespeeld door de commissaris inzake opschorting. Hij wordt ermee belast de schuldenaar bij te staan bij het bestuur van zijn vermogen, onder toezicht van de rechtbank (art. 19 lid 1 W. Ger. Akk.). Hij brengt verslag uit telkens de omstandigheden het vereisen en in ieder geval op verzoek van de rechtbank (art. 19 lid 1 W. Ger. Akk.). De eisen die aan de commissaris inzake opschorting opgelegd worden, zijn waarborgen van onpartijdigheid en onafhankelijkheid bieden, ervaring hebben met het bestuur van ondernemingen en met boekhouden, en gebonden zijn door een deontologische code (art. 19 lid 2 W. Ger. Akk.).

Specifieke taken van de commissaris inzake opschorting zijn het bijstaan van de schuldenaar bij het opstellen van het herstel- of betalingsplan (art. 29 § 1 lid 2 W. Ger. Akk.), het uitoefenen van toezicht en controle op de uitvoering van het plan en de akkoordprocedure (art. 36 lid 1 W. Ger. Akk.), het uitbrengen van verslag aan de rechtbank over de uitvoering van het plan en het akkoord (art. 36 lid 2 W. Ger. Akk.) en het uitbrengen van een eindverslag aan de rechtbank (art. 40 lid 1 W. Ger. Akk.). De commissaris dient eveneens over te gaan tot het onderzoek der ingediende aangiften van schuldvordering, hierin bijgestaan door de schuldenaar (art. 26 W. Ger. Akk.).

De schuldenaar heeft als plicht een herstel- of betalingsplan op te stellen (art. 29 W. Ger. Akk.). Hij riskeert strafsancties indien hij opzettelijk een gedeelte van zijn actief of passief verbergt dan wel zijn actief overdrijft of zijn passief minimaliseert en indien hij willens en wetens onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt (art. 46 W. Ger. Akk.). De schuldenaar mag dus op geen enkele wijze bedrog plegen. Hij mag ook geen daden van bestuur of van beschikking verrichten zonder machtiging van de commissaris inzake opschorting (art. 15 §1 lid 3 W. Ger. Akk.).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De schuldeiser heeft het recht om gehoord te worden door de rechtbank (art. 13 W. Ger. Akk.), om kosteloos inzage te nemen van het dossier en om tegen betaling van de griffierechten een kopie ervan te krijgen (art. 18 lid 2 W. Ger. Akk.), om herroeping van de opschorting van betaling te vragen wanneer hij niet voldaan wordt in zijn schuldvorderingen (art. 37 §1 lid 2 W. Ger. Akk.), en om het plan te laten wijzigen indien hij aantoont dat de uitvoering van het plan hem ernstige moeilijkheden kan opleveren (art. 38 lid 2 W. Ger. Akk.).

Faillissement

rechtbank van koophandel de materieel bevoegde rechtbank. De territoriaal bevoegde rechtbank is die welke gelegen is in het rechtsgebied waarbinnen de schuldenaar op de dag van de aangifte van het faillissement of van het instellen van de rechtsvordering zijn hoofdinrichting heeft of, indien het een rechtspersoon betreft zijn zetel (art. 115 Faill. W.). In haar vonnis van faillietverklaring benoemt ze een rechter-commissaris en stelt ze een of meerdere curators van de failliete boedel aan (art. 11 lid 1 Faill. W.).

De rechter-commissaris is er in het bijzonder mee belast toezicht te houden op het beheer en de vereffening van het faillissement en de verrichtingen ervan te bespoedigen. Hij brengt op de terechtzitting verslag uit over alle geschillen waartoe het faillissement aanleiding geeft (behoudens betwistingen van schuldvorderingen tot opname in het passief). Hij beveelt de dringende maatregelen die noodzakelijk zijn voor het beveiligen en het bewaren van de goederen van de boedel en hij zit de vergaderingen voor van de schuldeisers van de gefailleerde (art. 35 Faill. W.).

Curators zijn noodzakelijk advocaten die een bijzondere opleiding hebben genoten en waarborgen inzake bekwaam heid bieden op het gebied van vereffeningsprocedures (art. 27 lid 2 Faill. W.). Ieder jaar overhandigen zij aan de rechter-commissaris een omstandig verslag betreffende de toestand van het faillissement (art. 34 lid 1 Faill. W.). De curators beheren de failliete boedel als een goede huisvader onder toezicht van de rechter-commissaris (art. 40 Faill. W.) en maken een beschrijving van de boedel op (art. 43 lid 1 Faill. W.). Zij vertegenwoordigen de schuldeisers, met uitzondering van de zogenaamde separatisten ( dit zijn de pandhoudende, hypothecaire en bijzonder bevoorrechte schuldeisers).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De schuldenaar moet ingevolge art. 9 Faill. W. aangifte doen van het ophouden van betalen bij de griffie van de rechtbank van koophandel. Hij wordt van rechtswege ontheven van het beheer van de failliete boedel (art. 16 lid 1 Faill. W.), die onder het bewind van de curators komt te staan. Er wordt echter uitdrukkelijk bepaald dat bepaalde goederen niet onder het faillissement vallen, zoals de goederen die hij volstrekt nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep en de niet voor beslagbare sommen en goederen zoals voorzien in het gerechtelijk wetboek.

De schuldeisers die worden vertegenwoordigd door de curators, zijnde de chirografaire en de algemeen bevoorrechte schuldeisers, hebben recht op een evenredig deel van het bedrag van het actief van de gefailleerde en dit na aftrek van de kosten van de boedel en de uitkeringen aan de bevoorrechte schuldeisers (art. 99 Faill. W.). De separatisten komen elk uit eigen hoofde op in hun poging om hun schuldvordering te verzilveren ( zie infra).

4. Welke gevolgen heeft de opening van de rechtspleging?

5. Welke bijzondere regels zijn van toepassing op bepaalde soorten van schuldvorderingen?

Gerechtelijk akkoord

Het gerechtelijk akkoord leidt in de eerste fase tot een voorlopige opschorting van betaling voor een observatieperiode van maximaal zes maanden (art. 15 § 1 lid 1 W. Ger. Akk.). Bijgevolg kan de schuldenaar getroffen worden door een relatieve onbekwaamheid, waarvan de omvang bepaald wordt door de rechtbank, rekening houdend met de noden van de concrete situatie. Het is echter onmogelijk dat de gehele bestuurs- en beschikkingsbevoegdheid van de schuldenaar wordt overgeheveld naar de commissaris inzake opschorting. Hem kan enkel een bijstands-, machtigings- en/of toezichtsrol worden toebedeeld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Ook geldt er ten opzichte van de schuldeisers de opschorting van tenuitvoerlegging: de aangevangen uitvoeringsmaatregelen kunnen niet worden voortgezet en geen enkele schuldeiser kan nieuwe maatregelen treffen. Beslaglegging tijdens de observatieperiode is onmogelijk (art. 22 W. Ger. Akk.).

In de doctrine worden de schuldeisers onderverdeeld in groepen, waarbij de belangrijkste opdeling deze tussen de generalisten en de separatisten is. De generalisten zijn de chirografaire schuldeisers en de algemeen bevoorrechte schuldeisers. De separatisten betreffen de bijzonder bevoorrechte, de hypothecaire en de pandhoudende schuldeisers.

De generalisten zijn verplicht en definitief onderworpen aan het herstel- of betalingsplan, de separatisten enkel indien ze daar individueel en uitdrukkelijk mee hebben ingestemd. De separatisten kunnen geen uitvoeringsmaatregelen meer treffen: deze worden immers geschorst. Ze kunnen echter wel bijkomende zekerheden verwerven indien ze aantonen dat hun bestaande zekerheid een belangrijke waardevermindering zou kunnen ondergaan.

Faillissement

Vanaf de dag van het vonnis van de rechtbank van koophandel waarin het faillissement is uitgesproken, verliest de gefailleerde van rechtswege het beheer over al zijn goederen (art. 16 lid 1 Faill. W.). De curators nemen het beheer van de failliete boedel over met als doel deze vereffenen.

De vereffening houdt in dat het actief van de failliete boedel te gelde wordt gemaakt met het oog op de uitbetaling van de schuldeisers van de gefailleerde. Indien er meerdere schuldeisers zijn, is er een situatie van samenloop. In principe worden alle schuldeisers gelijk behandeld (de paritasregel van art. 8 Hypotheekwet), tenzij er wettige redenen van voorrang bestaan. De wettige redenen van voorrang zijn de voorrechten en de hypotheken. Ook de clausule van eigendomsvoorbehoud van de niet-betaalde verkoper en zakelijke zekerheidsrechten zoals inpandgeving geven een schuldeiser een sterkere positie ten opzichte van bepaalde andere schuldeisers.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In de doctrine worden de schuldeisers onderverdeeld in groepen, waarbij de belangrijkste opdeling deze tussen de generalisten en de separatisten is. De generalisten zijn de chirografaire schuldeisers (gebonden door de paritasregel en de onderling evenredige verdeling van het actief) en de algemeen bevoorrechte schuldeisers en worden vertegenwoordigd door de curator. Deze groep moet echter de separatisten laten voorgaan bij de verdeling van het actief van de failliete boedel. De separatisten komen elk uit eigen hoofde op en moeten zich dus niet laten vertegenwoordigen door de curator. Het betreft de bijzonder bevoorrechte, de hypothecaire en de pandhoudende schuldeisers.

Teneinde de gelijkheid van de schuldeisers-generalisten te waarborgen is het onmogelijk voor een schuldeiser-generalist om na het vaststellen van hun rechten in de samenloop nog technieken te gebruiken om zijn eigen positie te verbeteren. Bijgevolg is het onmogelijk om nog bewarend of uitvoerend beslag te leggen op goederen in de failliete boedel (zie art. 24-25 Faill. W.).

Voor de separatisten geldt het principe dat alle middelen van tenuitvoer-legging strekkende tot betaling van bevoorrechte schuldvorderingen in beginsel geschorst worden (art. 26 Faill. W.).

De niet-betaalde verkoper van een roerend goed dat zich nog in natura in de boedel bevindt zonder dat dit onroerend is geworden door incorporatie, kan het beding van eigendomsvoorbehoud inroepen (art. 101 Faill. W.).

In uitvoering van art. 21 Insolventieverordening worden, wanneer in het buitenland een insolventieprocedure wordt geopend en indien de schuldenaar in België een vestiging heeft, de hoofdzaken van de beslissing tot opening van de insolventieprocedure en de identiteit van de aangewezen curator in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt (art. 3 §2 Faill. W.).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De vonnissen tot faillietverklaring, tot uitspraak van de opheffing van het faillissement, tot uitspraak van de sluiting van de faillissementsverrichting, tot vaststelling van de verschoonbaarheid of onverschoonbaarheid van de gefailleerde en tot verklaring van rehabilitatie t.a.v. de gefailleerde worden in de Kruispuntbank van Ondernemingen bekendgemaakt (art. 23, §1, 12°, Wet 16.01.2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen).

6. Welke regels worden op nadelige handelingen toegepast?

Gerechtelijk akkoord

Gedurende de periode van het gerechtelijk akkoord is er geen verdachte periode door de wetgever bepaald. Er is wel een observatieperiode tijdens de voorlopige opschorting van betaling (art. 15 §1 W. Ger. Akk.). Deze mag in beginsel maximaal zes maanden duren, maar kan eenmalig worden verlengd met maximaal drie maanden (art. 23 W. Ger. Akk.).

Faillissement

De verdachte periode wordt omschreven in art. 12 lid 6 Faill. W. Het betreft in principe een periode van maximaal zes maanden voor het vonnis van faillietverklaring. Het beginpunt van de termijn is het moment waarop de handelaar zijn schulden niet meer kan betalen en geen krediet meer krijgt, het eindpunt is dus de dag waarop de rechtbank van koophandel hem failliet verklaart. Het tijdstip van staking van betaling kan enkel vervroegd worden wanneer ernstige en objectieve omstandigheden ondubbelzinnig aangeven dat de betalingen vroeger dan de datum van het faillissementsvonnis werden gestaakt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een handelaar die op een faillissement afstevent, laat zich wel eens verleiden tot zaken die hij anders niet zou doen. De curator kan dan eisen dat die handelingen nietig worden verklaard. Zo recupereert hij de goederen die de gefailleerde heeft weggegeven of te goedkoop heeft verkocht. Doel is om de gelijkheid van de schuldeisers die worden vertegenwoordigd door de curator, maximaal te garanderen.

7. Wat zijn de voorwaarden voor het aangeven en verifiëren van schuldvorderingen?

Gerechtelijk akkoord

Tijdens de observatieperiode dient de commissaris inzake opschorting eveneens over te gaan tot het onderzoek der ingediende aangiften van schuldvordering, hierin bijgestaan door de schuldenaar. Hij zal zich hiertoe dienen te conformeren aan de regels neergelegd in art. 26 e.v. W. Ger. Akk.

Zolang geen uitspraak zal zijn gedaan over een betwiste schuldvordering zal deze, op verzoek van de commissaris inzake opschorting en voor het bedrag bepaald door de rechtbank, provisioneel worden toegelaten in de verrichtingen van de akkoordprocedure en wordt er rekening mee gehouden bij het opstellen van het plan (art. 27 §3 W. Ger. Akk.).

Faillissement

De schuldeisers zijn gehouden aangifte van hun schuldvordering te doen uiterlijk op de door het vonnis van faillietverklaring bepaalde dag. De schuldeisers worden daartoe verwittigd door de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het uittreksel van het faillissementsvonnis, alsook door een rondschrijven dat hen door de curator wordt toegezonden, zodra die schuldeisers bekend zijn (art. 62 Faill. W.). De verificatie van de schuldvorderingen geschiedt door de curator in tegenwoordigheid of althans na behoorlijke oproeping van de gefailleerde (art. 65 Faill. W.).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De chirografaire schuldeisers en de algemeen bevoorrechte schuldeisers moeten de bijzonder bevoorrechte, de hypothecaire en de pandhoudende schuldeisers laten voorgaan bij de verdeling van het actief van de failliete boedel.

8. Welke voorschriften zijn van toepassing op de aanzuiveringsregeling?

Gerechtelijk akkoord

Tijdens de observatieperiode kan geen enkel middel van tenuitvoerlegging op de roerende of onroerende goederen worden voortgezet of aangewend. Deze opschorting is van toepassing op alle schuldeisers, ongeacht de zekerheid waarover ze beschikken, en op de terugvordering door de schuldeiser-eigenaar. De opschorting komt de medeschuldenaars en de borgen van de schuldenaar niet ten goede (art. 21, §1, lid 1, W. Ger. Akk.).

Wel voorziet de wet dat de rechtbank, op verzoek van de schuldeiser-eigenaar, de hypothecaire, pandhoudende en bijzonder bevoorrechte schuldeiser, die bewijst dat zijn zekerheid of eigendom een belangrijke waardevermindering ondergaat of kan ondergaan, ter compensatie bijkomende zekerheden kan toestaan rekening houdend met het bedrag van de schuldvordering (art. 21, §1, lid 2, W. Ger. Akk.).

Evenmin kan tijdens de observatieperiode nog beslag worden gelegd. Beslag, reeds voor de opschorting gelegd, behoudt evenwel zijn bewarende werking, maar de rechtbank van koophandel kan naar gelang van de omstandigheden daarvan opheffing verlenen, na de schuldenaar, de schuldeiser en de commissaris inzake opschorting te hebben gehoord (art. 22 W. Ger. Akk.).

De opschorting van tenuitvoerlegging vervalt, zodat de schuldeisers de volle uitoefening van hun rechten herwinnen, indien de interesten en lasten van de schuldvorderingen die sinds de toekenning van het akkoord lopen, niet worden betaald.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het vonnis tot toekenning van voorlopige opschorting maakt geen einde aan de overeenkomsten gesloten voor die datum (art. 28 W. Ger. Akk.).

Indien de overdracht van de onderneming bijdraagt tot de terugbetaling aan de schuldeisers en daardoor een economische activiteit en werkgelegenheid kan worden gehandhaafd, kan de rechtbank de commissaris inzake opschorting machtigen de overdracht van de onderneming of van een gedeelte ervan te verwezenlijken (art. 41 lid 1 W. Ger. Akk.).

Aan het einde van de onderhandelingsprocedure, waarin de verschillende overnamevoorstellen door de commissaris worden onderzocht en besproken met de bevoegde bestuursorganen van de onderneming alsook met de werknemersafvaardiging (art. 41, 2° W. Ger. Akk.), legt de commissaris inzake opschorting aan de rechtbank een voorstel tot gehele of gedeeltelijke overdracht van de onderneming ter goedkeuring voor. Vooraleer de rechtbank zich uitspreekt hoort zij een afvaardiging van het bestuur van de onderneming en van de werknemers.

Indien de algehele overdracht van de onderneming wordt voorgesteld, kan de rechtbank deze slechts goedkeuren als meer dan de helft van de schuldeisers, die aangifte hebben gedaan van hun schuldvordering, die hebben deelgenomen aan de stemming en die in waarde meer dan de helft van de schuldvorderingen vertegenwoordigen, hiermede instemmen. Uit de raadpleging van de schuldeisers volgt dat een gehele overdracht van de onderneming slechts kan worden overwogen na de verificatie van de ingediende schuldvorderingen.

Faillissement

De faillissementsprocedure is er louter op gericht om het actief van de failliete boedel te vereffenen ten behoeve van de schuldeisers. De failliete onderneming verdwijnt uit het economische en juridische verkeer.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

9. Welke voorschriften zijn van toepassing op de vereffening?

Gerechtelijk akkoord

Het gerechtelijk akkoord zorgt ervoor dat een onderneming in moeilijkheden tijdelijk wordt beschermd en zodoende een faillissement kan afwenden. Zolang de procedure van het gerechtelijk akkoord loopt, is er geen sprake van vereffening.

Faillissement

De gehele faillissementsprocedure vanaf het vonnis van faillietverklaring is erop gericht om het actief van de failliete boedel te vereffenen. Bijgevolg is alles wat hier geschreven is i.v.m. faillissement automatisch en noodzakelijk van toepassing op de vereffening van de failliete boedel.

In het bijzonder kan worden gewezen op de volgende voorschriften. Elk jaar en voor de eerste keer twaalf maanden na de aanvaarding van hun ambt, overhandigen de curators aan de rechter-commissaris een omstandig verslag betreffende de toestand van het faillissement (art. 34 Faill. W.). Tevens brengt de rechter-commissaris verslag uit over de geschillen waartoe het faillissement aanleiding geeft en beveelt hij de dringende maatregelen die noodzakelijk zijn voor het beveiligen van de boedel (art. 35 Faill. W.).

De rechter-commissaris roept de gefailleerde op om hem te horen, in aanwezigheid van de curators, nopens de best mogelijke tegeldemaking van de activa. Er wordt hiervan een proces-verbaal opgesteld. De curators verkopen o.m. de onroerende goederen, koopwaren en roerende goederen, een en ander onder toezicht van de rechter-commissaris en met naleving van de artikelen 51 en 52, zonder dat het nodig is om de gefailleerde op te roepen (art. 75 §1 Faill. W.).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien de curators zulks vorderen, kan de rechtbank in het kader van de vereffening van het faillissement de overdracht van een onderneming in werking bekrachtigen onder voorwaarden die de partijen hebben bedongen en waarvan de naleving door de curators of, na sluiting van het faillissement, door elke belanghebbende kan worden vervolgd (art. 75 §4 Faill. W.).

De rechter-commissaris beveelt, indien daartoe aanleiding is, een uitdeling aan de schuldeisers en bepaalt tot welk bedrag. Elke betaling die wordt verricht op bevel of met de toestemming van de rechter-commissaris, heeft voor de curators kwijting tot gevolg (art. 77 Faill. W.)

10. Wat zijn de voorwaarden voor de afsluiting van de procedure?

Gerechtelijk akkoord

Indien de definitieve opschorting van betaling door de rechtbank van koophandel wordt toegestaan, wordt de schuldenaar door de volledige uitvoering van het herstel- of betalingsplan in principe volledig en definitief bevrijd van alle hierin opgenomen schuldvorderingen (art. 35 lid 3 W. Ger. Akk.). De schuldenaar kan dus met een schone lei de zaak verderzetten, en indien het een onderneming betreft kan deze blijven bestaan.

Wanneer de rechtbank de definitieve opschorting van betaling niet toestaat, kan zij in hetzelfde vonnis het faillissement van de schuldenaar uitspreken na hem in het bijzonder te hebben gehoord over de faillissementsvoorwaarden (art. 33 lid 1 W. Ger. Akk.).

Faillissement

De faillissementsprocedure is louter een vereffeningsmechanisme. In eerste instantie beslecht de rechtbank de betwistingen betreffende de rekening en verbetert zij zo nodig de rekeningen. Vervolgens beveelt zij, op verslag van de rechter-commissaris, de sluiting van het faillissement. De rechter-commissaris doet aan de rechtbank in raadkamer mededeling van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid van de gefailleerde en brengt verslag uit over de omstandigheden van het faillissement (art. 80 Faill. W.).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Na de sluiting van het faillissement is de verschoonbaarheid van de gefailleerde de regel indien hij een natuurlijke persoon is (dus geen rechtspersoon), geen veroordeling voor strafbare feiten heeft opgelopen en zich als rekenplichtige correct heeft gedragen. Dankzij de verschoning gaan al zijn schulden definitief teniet en kunnen de natuurlijke personen die zich kosteloos borg hebben gesteld voor een verbintenis van de gefailleerde -natuurlijke persoon ontslagen worden van hun verplichtingen. De aan de gefailleerde-natuurlijke persoon toegekende kwijting komt ook toe aan de echtgenoot die ermee ingestemd heeft medeschuldenaar te zijn (art. 81-82 Faill. W.).

Een verschoonbaar verklaarde gefailleerde verkeert in de mogelijkheid om opnieuw als handelaar op te treden en wordt geacht gerehabiliteerd te zijn (art. 110 Faill. W.). Om rehabilitatie kan verzocht worden door niet verschoonbaar verklaarde gefailleerden die alle verschuldigde bedragen geheel voldaan hebben (art. 109 lid 1 Faill. W.)

Van het vonnis dat de sluiting van het faillissement gelast, wordt door toedoen van de griffier aan de gefailleerde kennis gegeven. Tevens kan de rechtbank beslissen dat het vonnis waarbij de sluiting van het faillissement wordt bevolen, bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het vonnis moet bekendgemaakt worden wanneer de rechtbank de gefailleerde verschoonbaar verklaart (art. 80 Faill. W.).

De sluiting van het faillissement maakt een einde aan de opdracht van de curators, behalve wat de uitvoering van de sluiting betreft, en houdt een algemene kwijting in.

Te vinden op www.just.fgov.be in "geconsolideerde wetgeving"; daar in het Burgerlijk Wetboek na het artikel 2091

« Faillissement - Algemene informatie | België - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 22-08-2005

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk