Europese Commissie > EJN > Faillissement > Oostenrijk

Laatste aanpassing: 22-05-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Faillissement - Oostenrijk

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


Voor de laatst bijgewerkte tekst: zie čeština - Deutsch - eesti keel - latviešu valoda - lietuvių kalba - magyar - Malti - polski - slovenčina - slovenščina
 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke soorten insolventieprocedures zijn er en wat zijn de doelen ervan? 1.
2. Wat zijn de voorwaarden voor het inleiden van een insolventieprocedure? 2.
3. Welke rol spelen de verschillende deelnemers in de procedure? 3.
4. Welke gevolgen heeft het inleiden van een procedure? 4.
5. Wat zijn de specifieke voorschriften bij bepaalde categorieën van vorderingen? 5.
6. Wat zijn de voorschriften met betrekking tot schadelijke handelingen? 6.
7. Wat zijn de voorwaarden voor de indiening en de toewijzing van vorderingen? 7.
8. Wat zijn de voorschriften voor reorganisatieprocedures? 8.
9. Wat zijn de voorschriften voor de liquidatieprocedure? 9.
10. Wat zijn de voorwaarden voor de beëindiging van de procedure? 10.

 

1. Welke soorten insolventieprocedures zijn er en wat zijn de doelen ervan?

In het Oostenrijkse recht wordt een onderscheid gemaakt tussen akkoordprocedures (Ausgleichsverfahren) volgens de Ausgleichsordnung (AO) en faillissementsprocedures (Konkursverfahren) volgens de Konkursordnung (KO).

Bij een faillietverklaring wordt ervan uitgegaan dat de debiteur niet in staat is te betalen. Deze insolventie wordt in het bijzonder vermoed wanneer de debiteur zijn betalingen opschort. Insolventie veronderstelt niet dat crediteuren aandringen op betaling. Het feit dat een debiteur de eisen van bepaalde crediteuren geheel of ten dele heeft vervuld of nog kan vervullen, volstaat niet om aan te nemen dat hij solvabel is (§66, KO). Handelsvennootschappen waarbij geen enkele persoonlijk aansprakelijke vennoot een natuurlijk persoon is, het vermogen van rechtspersonen en nalatenschappen worden ook failliet verklaard bij een te grote schuldenlast (§67, KO).

Wanneer de voorwaarden voor faillietverklaring of voor een dreigende insolventie vervuld zijn, kan de debiteur een aanvraag indienen om in plaats van het faillissement de akkoordprocedure in te leiden (§1, AO).

Het hoofddoel van de faillissementsprocedure is de gelijkmatige vergoeding van alle crediteuren. Afhankelijk van het beschikbare vermogen verkrijgt iedere crediteur een gelijk aandeel van zijn vordering. Voor zover mogelijk moet een ontmanteling van saneerbare ondernemingen worden voorkomen om de debiteur een kans op economische sanering te geven. Deze doelstelling komt op de voorgrond wanneer in het kader van de faillissementsprocedure een zogenaamde dwangakkoordprocedure (Zwangsausgleichsverfahren) plaatsvindt. Bij deze procedure worden de resterende schulden kwijtgescholden wanneer de gefailleerde binnen twee jaar minstens 20% van zijn schulden betaalt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Bij een faillissement van natuurlijke personen zijn bijzondere regels van toepassing. In dat geval is een kwijtschelding van de resterende schulden altijd mogelijk. Om sociale redenen wordt er immers naar gestreefd een nieuw begin mogelijk te maken voor personen die zich in een hopeloze economische situatie bevinden. De faillissementsprocedure voor natuurlijke personen die geen onderneming exploiteren, wordt schuldsaneringsregeling (Schuldenregulierungsverfahren) genoemd (§25, KO).

De akkoordprocedure maakt een gedeeltelijke kwijtschelding van de schulden mogelijk, op voorwaarde dat de meerderheid van de crediteuren hiertoe besluit met het oog op de sanering van de schuldplichtige onderneming, en dat de debiteur ten minste 40% van de vorderingen binnen twee jaar betaalt.

Naast gerechtelijke insolventieprocedures kan de debiteur ook trachten een buitengerechtelijke sanering te verkrijgen. Deze heeft echter tegenover de gerechtelijke procedure het nadeel dat de debiteur een akkoord met alle crediteuren moet bereiken en dat afzonderlijke weigerachtige crediteuren niet kunnen worden overstemd. Bovendien is de debiteur krachtens §69, lid 2, KO verplicht binnen 60 dagen een insolventieaanvraag in te dienen zodra de voorwaarden voor een faillietverklaring vervuld zijn.

Om het aantal insolventiegevallen te verminderen door een tijdige grondige sanering, bestaat voorts de mogelijkheid om een herstructurering uit te voeren overeenkomstig de desbetreffende wet (Unternehmensreorganisationsgesetz). Voorwaarde daarvoor is dat er weliswaar een herstructurering nodig is, maar dat nog geen sprake is van insolventie. Een herstructurering is noodzakelijk wanneer het voortbestaan van een onderneming ten gevolge van een ongunstige economische ontwikkeling bedreigd is, zodat moet worden ingegrepen om een verdere duurzame exploitatie mogelijk te maken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Wat zijn de voorwaarden voor het inleiden van een insolventieprocedure?

Faillissementsprocedure:
  • insolventie of te grote schuldenlast (zie hierboven);
  • een in wezen kostendekkend vermogen;
  • aanvraag van de debiteur of een crediteur.
Akkoordprocedure:
  • insolventie, dreigende insolventie of te grote schuldenlast;
  • aanvraag van de debiteur met een ontvankelijk voorstel van akkoord.

3. Welke rol spelen de verschillende deelnemers in de procedure?

Faillissementsprocedure:
  • De faillissementsrechtbank (Konkursgericht)
    • leidt de procedure in en voert deze uit;
    • stelt een curator aan en houdt toezicht op hem;
    • beveiligt de failliete boedel (Konkursmasse);
    • zit crediteurenvergaderingen voor, met name de stemming over een dwangakkoord of een betalingsplan;
    • beslist over bepaalde kwesties, die moeten worden opgelost;
    • heft de faillissementsprocedure op.
  • De curator (Masseverwalter)
    • is bevoegd voor de praktische uitvoering van de faillissementsprocedure;
    • onderzoekt de economische toestand van de gefailleerde;
    • beoordeelt of de onderneming kan worden voortgezet en of een reeds gesloten onderneming weer kan worden geopend;
    • onderzoekt of een dwangakkoord in het belang van de crediteuren is en in hoeverre dit akkoord kan worden uitgevoerd;
    • stelt de activa vast en maakt deze te gelde;
    • beheert en vertegenwoordigt de failliete boedel;
    • oefent het recht op beroep voor de failliete boedel uit;
    • werkt mee bij de vaststelling van de schuldsituatie;
    • verdeelt de boedelopbrengst.

Bij de faillissementsprocedure voor natuurlijke personen die geen onderneming exploiteren (schuldsaneringsregeling of Schuldenregulierungsverfahren), is de aanstelling van een curator niet verplicht. Wanneer de faillissementsrechtbank geen curator aanstelt, moet zij overeenkomstig de faillissementswetgeving de aan de curator toegewezen taken waarnemen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • De debiteur (Schuldner)
    • heeft het recht een faillissementsaanvraag in te dienen en rechtsmiddelen tegen de faillietverklaring in te stellen;
    • verliest door de inleiding van de faillissementsprocedure de beschikking over het vermogen dat tot de failliete boedel behoort;
    • heeft het recht deel te nemen aan de crediteurenvergaderingen en de zittingen van de crediteurencommissie;
    • heeft het recht een aanvraag voor het opstellen van een dwangakkoord in te dienen.
  • De crediteuren (Gläubiger)
    • De crediteurenvergadering (Gläubigerversammlung)
    • heeft het recht bepaalde aanvragen in te dienen (bv. voor het instellen van een crediteurencommissie, het ontslag van de curator);
    • stemt over een voorstel van dwangakkoord.
    • Een eventueel door de rechtbank ingestelde crediteurencommissie (Gläubigerausschuss)
    • staat de curator bij en houdt toezicht op hem;
    • spreekt zich van tevoren uit over belangrijke voorzorgsmaatregelen van de curator;
    • moet in bepaalde gevallen haar toestemming verlenen.
Akkoordprocedure:
  • De rechtbank (Ausgleichsgericht)
    • leidt de procedure in en voert deze uit;
    • stelt een akkoordbeheerder (Ausgleichsverwalter) aan en houdt toezicht op hem en de andere organen;
    • beslist over bepaalde kwesties, die moeten worden opgelost;
    • heft de akkoordprocedure op.
  • De akkoordbeheerder (Ausgleichsverwalter)
    • houdt toezicht op de debiteur en zijn bedrijfsbeheer;
    • onderzoekt de economische toestand van de debiteur en stelt een voorlopig schriftelijk verslag op;
    • onderzoekt de ingediende vorderingen;
    • moet instemmen met bepaalde transacties.
  • De debiteur
    • dient een aanvraag voor de inleiding van een akkoordprocedure in, die een ontvankelijk voorstel van akkoord bevat;
    • behoudt principieel zijn beschikkingsbevoegdheid en blijft zelf zijn vermogen beheren;
    • staat onder toezicht van de akkoordbeheerder.
  • De crediteuren
    • de crediteurenvergadering stemt over het voorstel van akkoord;
    • een eventueel door de rechtbank aangestelde adviescommissie geeft advies aan de akkoordbeheerder, staat hem bij en houdt toezicht op hem.

4. Welke gevolgen heeft het inleiden van een procedure?

Faillissementsprocedure:

Het faillissement wordt publiek bekendgemaakt door middel van een officiële mededeling (Edikt) op de websiteen. De rechtsgevolgen van het faillissement treden in werking vanaf het begin van de dag die volgt op die van de officiële mededeling. Het faillissement wordt bovendien ingeschreven in openbare registers (kadaster, bedrijfsregister, enz.).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Door het faillissement verliest de gefailleerde de beschikkingsbevoegdheid over het gehele voor executie in aanmerking komende vermogen dat hem op dat moment toebehoort of dat hij tijdens het faillissement verkrijgt (failliete boedel). De failliete boedel moet in bewaring en beheer worden genomen en dient te worden gebruikt ter gezamenlijke voldoening van de crediteuren (§1, KO).

Na het faillissement verrichte rechtshandelingen van de gefailleerde die betrekking hebben op de failliete boedel, hebben geen gevolgen voor de crediteuren (§3, lid 1, KO).

Rechtsvorderingen met betrekking tot het tot de failliete boedel behorende vermogen, kunnen na het faillissement aanhangig gemaakt noch voortgezet worden ten aanzien van de gefailleerde. Rechtsvorderingen tot afzondering of afscheiding van de niet tot de failliete boedel behorende goederen, kunnen ook na het faillissement aanhangig gemaakt en voortgezet worden, maar uitsluitend bij de curator (§6, leden 1 en 2, KO).

Alle aanhangige vorderingen door of tegen de gefailleerde worden opgeschort ten gevolge van het faillissement, met uitzondering van rechtsvorderingen die geen betrekking hebben op het vermogen dat tot de failliete boedel behoort (§7, lid 1, KO).

Akkoordprocedure:

Ook de inleiding van de akkoordprocedure wordt bekendgemaakt in de database van de officiële mededelingen. De rechtsgevolgen van het inleiden van de akkoordprocedure treden in werking vanaf het begin van de dag die volgt op die van de officiële mededeling (§7, lid 1, AO). De inleiding van de akkoordprocedure wordt bovendien ingeschreven in openbare registers (kadaster, bedrijfsregister, enz.).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Vanaf de dag van de indiening van de aanvraag tot inleiding van de procedure is het de debiteur niet toegestaan onroerend goed te verkopen of te bezwaren, afzonderingsrechten op zijn vermogen te verlenen, zich borg te stellen en kosteloze terbeschikkingstellingen te verlenen. Dergelijke rechtshandelingen zijn ongeldig jegens de crediteuren. Vanaf de inleiding van de procedure heeft de debiteur de toestemming van de rechtbank (Ausgleichsgericht) nodig om zijn onderneming te sluiten of te heropenen. Bovendien heeft hij voor bepaalde andere transacties en rechtshandelingen de instemming van de akkoordbeheerder (Ausgleichsverwalter) nodig. Tijdens de akkoordprocedure mag de debiteur de beschikbare middelen slechts voor zichzelf gebruiken indien dit absoluut noodzakelijk is voor een bescheiden levenswijze van zichzelf en zijn gezin (§8, AO).

Door de indiening van een vordering in het kader van de akkoordprocedure wordt de verjaring hiervan gestuit (§9, AO).

Vanaf de inleiding van de procedure kan geen pand- of voorrecht worden verworven op de bezittingen van de debiteur (§10, AO).

5. Wat zijn de specifieke voorschriften bij bepaalde categorieën van vorderingen?

Faillissementsprocedure:
Afscheidingsrechten (Aussonderungsrechte)

Het afscheidingsrecht heeft betrekking op goederen die zich weliswaar bij de debiteur bevinden, maar niet zijn eigendom zijn (§44, KO). Aangezien de failliete boedel enkel het vermogen van de gefailleerde omvat, heeft het faillissement in beginsel geen gevolgen voor de afscheidingsrechten.

Afzonderingsrechten (Absonderungsrechte)

Afzonderingsrechten zijn niet door het faillissement beïnvloede aanspraken op afzonderlijke vergoeding uit bepaalde goederen van de gefailleerde. Voorzover hun vordering wordt gedekt door de als zekerheid gestelde goederen (bv. een pand), hebben de crediteuren met afzonderingsrechten voorrang op de crediteuren van het faillissement. Overschot uit de verkoop wordt bij de gemeenschappelijke failliete boedel gevoegd (§48, KO). In beginsel heeft het faillissement geen gevolgen voor de afzonderingsrechten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Faillissementsvorderingen (Konkursforderungen)

Faillissementsvorderingen zijn vorderingen van crediteuren die op het moment van het faillissement vermogensrechtelijke aanspraken ten aanzien van de gefailleerde hebben (§51, KO). De lopende rente op faillissementsvorderingen sinds het faillissement, de kosten voor de deelname aan de faillissementsprocedure, boetes wegens strafbare handelingen van eender welke aard en aanspraken op grond van schenkingen zijn evenwel geen faillissementsvorderingen (§58, KO).

Voor faillissementsvorderingen wordt principieel uitgegaan van gelijke behandeling. Noch de overheid, noch de werknemers hebben voorrang in de faillissementsprocedure. Vorderingen van een vennoot op terugbetaling van een eigen kapitaal vervangende aandeelhouderslening zijn evenwel vorderingen van een lagere rang.

Verrekening (Aufrechnung)

Vorderingen die op het moment van het faillissement reeds konden worden verrekend, hoeven in het faillissement niet te worden ingediend (§19, lid 1, KO). Hierdoor krijgt de crediteur die tevens debiteur van de gefailleerde is, de status van crediteur met zekerheidsrecht. De crediteur lijdt echter verlies wanneer zijn eigen faillissementsvordering hoger is dan de vordering van de gefailleerde. Met dit verlies kan hij aan de faillissementsprocedure deelnemen. De gedetailleerde voorwaarden voor de verrekening kunnen worden gevonden in de wettekst (§ 20, KO) op de website van het Bundeskanzleramten.

Boedelvorderingen (Masseforderungen)

Boedelvorderingen zijn aanspraken op de failliete boedel waaraan van tevoren, d.i. vóór de crediteuren, moet worden voldaan (§47, lid 1, KO). De belangrijkste boedelvorderingen zijn (§46, lid 1, KO):

Bovenkant paginaBovenkant pagina

    • de kosten van de faillissementsprocedure;
    • de uitgaven die verband houden met het bewaren, beheren en exploiteren van de failliete boedel;
    • alle heffingen van de overheid die betrekking hebben op de boedel, indien en voor zover de omstandigheden die leiden tot belastingplicht, tot stand zijn gekomen na het faillissement;
    • vorderingen van de werknemers op lopende vergoeding voor de tijd na het faillissement;
    • aanspraken op de uitvoering van wederkerige overeenkomsten die de curator sluit;
    • aanspraken op grond van rechtshandelingen van de curator;
    • aanspraken op grond van ongegronde verrijking van de failliete boedel;
    • aanspraken op grond van de beëindiging van een arbeidsverhouding, wanneer deze voor het eerst werd aangegaan door de curator tijdens de faillissementsprocedure.

Boedelvorderingen moeten niet in het kader van het faillissement worden ingediend. Wanneer de curator weigert de te betalen boedelvorderingen te voldoen, kan de crediteur zijn aanspraken langs in rechte geldend maken.

Contracten van de gefailleerde
  • Offertes (Angebote) : offertes aan de latere gefailleerde blijven in beginsel geldig. De curator kan kiezen of hij de offerte aanvaardt. In dat geval zijn de aanspraken van de contractant boedelvorderingen (§26, lid 2, KO). De curator is niet gebonden aan offertes van de latere gefailleerde (§26, lid 3, KO).
  • Wederkerige overeenkomsten (Zweiseitige Verträge) : indien de gefailleerde een wederkerige overeenkomst op het moment van het faillissement nog niet of niet volledig heeft uitgevoerd, kan de curator ofwel in plaats van de gefailleerde de overeenkomst (volledig) uitvoeren en dit ook van de andere partij eisen, ofwel de overeenkomst opzeggen (§21, lid 1, KO).
  • Huur- en pachtcontracten (Bestandverträge) : het faillissement heeft in eerste instantie geen gevolgen voor regelingen in verband met huur of pacht. Bij insolventie van de huurder of pachter hebben zowel de curator als de verhuurder of verpachter het recht om het contract op te zeggen, mits de wettelijke of een kortere overeengekomen opzeggingstermijn in acht wordt genomen (§23, KO).
  • Arbeidscontracten (Arbeitsverträge) : indien de gefailleerde werkgever is en de arbeidsverhouding reeds is begonnen, kan deze in beginsel binnen één maand na de bekendmaking van het besluit waarmee de sluiting van de onderneming of de ondernemingsafdeling wordt bevolen, toegestaan of vastgesteld, worden verbroken ofwel door de werknemer door voortijdige ontslagneming, ofwel door de curator met inachtneming van de in de wet of de collectieve arbeidsovereenkomst bepaalde opzegtermijn of een kortere termijn die in een geoorloofde contractuele bepaling is vastgesteld, en van de wettelijke ontslagbeperkingen.
Akkoordprocedure
Akkoordvorderingen (Ausgleichsforderungen)

Akkoordvorderingen zijn niet-preferente vorderingen, die slechts naar verhouding worden toegewezen. De debiteur moet de ingediende akkoordvorderingen binnen een bepaalde termijn erkennen of betwisten. De indiening van de vorderingen is van belang voor het stemrecht van de crediteuren in de vergadering waarin over het voorstel van akkoord wordt beslist. Indien het voorstel wordt aangenomen en door de rechtbank wordt bevestigd, worden de akkoordvorderingen evenredig verminderd op voorwaarde dat de debiteur het akkoord uitvoert. Dit geldt ook voor niet ingediende vorderingen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Afscheidings- en afzonderingsrechten

Evenmin als een faillissement heeft een akkoord in beginsel gevolgen voor afscheidings- en afzonderingsrechten. De uitoefening ervan kan evenwel aan een gedwongen uitstel worden onderworpen.

Verrekening

De regeling terzake (§19 en 20, AO) komt overeen met die bij een faillissement.

Contracten

De akkoordprocedure heeft in eerste instantie geen gevolgen voor vorderingen op grond van wederkerige overeenkomsten, die op het moment van de inleiding van de akkoordprocedure door geen van beide partijen volledig zijn uitgevoerd. De debiteur heeft evenwel de keuze of hij de andere partij vraagt de overeenkomst uit te voeren, dan wel deze opzegt (§20b, AO). De akkoordbeheerder moet instemmen met de opzegging. Hij mag enkel toestemming verlenen wanneer de uitvoering of de verdere uitvoering van het contract het bereiken of de uitvoerbaarheid van het akkoord of het overleven van de onderneming in het gedrang zou kunnen brengen (§20b, AO). Dit geldt in het bijzonder voor pacht-, huur- en arbeidscontracten.

  • Pacht- en huurcontracten : indien de debiteur goederen pacht of huurt, kan hij met de toestemming van de akkoordbeheerder binnen één maand na de bekendmaking van het besluit tot inleiding van de procedure het contract opzeggen mits de wettelijke of overeengekomen opzeggingstermijn in acht wordt genomen (§20c, lid 2, AO).
  • Arbeidscontracten : indien de debiteur werkgever is, kan hij met de toestemming van de akkoordbeheerder binnen één maand na de bekendmaking van het besluit tot inleiding van de procedure de arbeidsverhouding beëindigen met inachtneming van de in de wet of de collectieve arbeidsovereenkomst bepaalde opzegtermijn of een kortere termijn die in een geoorloofde contractuele bepaling is vastgesteld, en van de wettelijke ontslagbeperkingen.

6. Wat zijn de voorschriften met betrekking tot schadelijke handelingen?

Rechtshandelingen die vóór het faillissement zijn gesteld en betrekking hebben op het vermogen van de gefailleerde, kunnen worden betwist wegens de intentie de crediteuren schade toe te brengen (Benachteiligungsabsicht) en verkwisting van vermogen (§28, KO), wegens preferentiële behandeling (§30, KO) of wegens kennis van insolventie (§31, KO). Voorts is voorzien in de mogelijkheid tot betwisting van kosteloze en hiermee gelijkgestelde terbeschikkingstellingen (§29, KO). De gedetailleerde voorwaarden voor de betwisting zijn te lezen in de wettekst op de website van het Bundeskanzleramten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7. Wat zijn de voorwaarden voor de indiening en de toewijzing van vorderingen?

Zie het antwoord op vraag 5.

8. Wat zijn de voorschriften voor reorganisatieprocedures?

Dwangakkoordprocedure

Het dwangakkoord (Zwangsausgleich) is geen afzonderlijke insolventieprocedure, maar een "akkoord binnen het faillissement". Ook het sluiten en uitvoeren van een dwangakkoord leidt tot een kwijtschelding van de resterende schuld: de gefailleerde betaalt het in het dwangakkoord bepaalde aandeel, wat tot kwijtschelding van de faillissementsvorderingen leidt.

Een dwangakkoordprocedure kan uitsluitend worden ingeleid op aanvraag van een gefailleerde te goeder trouw (die dus niet is veroordeeld wegens bedrieglijk bankroet, klaarblijkelijke pogingen tot vertraging e.d.). Hij moet een voorstel indienen waarin wordt beschreven hoe de crediteurs zullen worden vergoed of beschermd (§140, lid 1, KO). De aanvraag is onontvankelijk wanneer de crediteuren niet het wettelijke minimum van 20% van de faillissementsvorderingen, betaalbaar binnen twee jaar, wordt geboden. Aan natuurlijke personen die geen onderneming exploiteren, kan een betalingstermijn van maximaal vijf jaar worden toegestaan. Indien de betalingstermijn langer dan twee jaar is, moet evenwel minstens 30% worden terugbetaald (§141, 3 e regel, KO). Bovendien mogen de aanspraken van crediteuren met afscheidings- en afzonderingsrechten niet in het gedrang komen, moeten boedelvorderingen volledig worden betaald en moeten de crediteuren in beginsel gelijk worden behandeld (§149f, KO). Voorts mogen de rechten van de crediteuren ten aanzien van borgstellers of mededebiteuren van de gefailleerde of ten aanzien van aan de regresplicht gebonden partijen niet worden beperkt zonder hun uitdrukkelijke instemming (§151, KO). De meerderheid van de stemgerechtigde crediteuren die op de desbetreffende vergadering aanwezig zijn, moet instemmen met het dwangakkoord. Bovendien moet de totale som van de vorderingen van de crediteuren die met het akkoord instemmen, minstens drie vierde bedragen van de totale som van de vorderingen van de op de vergadering aanwezige crediteuren (§147, lid 1, KO).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien nadien de rechtbank het dwangakkoord bevestigt, wordt de gefailleerde het deel van de schulden aan de crediteuren, dat het vastgestelde percentage overschrijdt, kwijtgescholden (§156, KO).

Schuldsaneringsregeling

Indien in het kader van een schuldsaneringsregeling geen dwangakkoord wordt bereikt, wordt het vermogen van de debiteur vereffend. Andere mogelijkheden tot schuldsanering zijn een betalingsplan of, bij gebrek hieraan, een afromingsregeling (Abschöpfungsverfahren). Het betalingsplan is een bijzondere vorm van het dwangakkoord. De belangrijkste verschillen zijn het ontbreken van een wettelijk minimumpercentage en de verlenging van de maximaal toegelaten betalingstermijn tot zeven jaar. Voor de aanvaarding van een betalingsplan zijn dezelfde meerderheden bij de crediteuren nodig als bij een dwangakkoord en een gewoon akkoord.

Indien de crediteuren niet instemmen met het betalingsplan, moet de rechtbank oordelen over de aanvraag van de debiteur tot uitvoering van een afromingsregeling met kwijtschelding van de resterende schuld (§200, lid 1, KO). De instemming van de crediteuren is hiervoor niet vereist. In eerste instantie wordt het deel van het vermogen waarop beslag kan worden gelegd, afgeroomd. De debiteur moet gedurende zeven jaar zijn overeenkomstige (salariële) vorderingen afstaan aan een trustee van de crediteuren. De regeling is succesvol wanneer de debiteur erin slaagt door de vereffening van de failliete boedel en de afroming in drie jaar minstens 50% of in zeven jaar minstens 10% van de vorderingen van de crediteuren te betalen. In deze gevallen verklaart de rechtbank de afromingsregeling beëindigd en scheldt de resterende schuld kwijt (§213, KO). Indien het doel na zeven jaar niet wordt bereikt, kan de rechtbank oordelen of het billijk is niettemin de resterende schuld kwijt te schelden; zij kan ook de beslissing uitstellen of de afromingsregeling met maximaal drie jaar verlengen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Akkoordprocedure

Indien de debiteur insolvent is of een te grote schuldenlast heeft (cfr. antwoord op vraag 1), of indien hij dreigt insolvent te worden, kan hij een aanvraag indienen tot inleiding van de akkoordprocedure. Bij de aanvraag voor een akkoord moet hij talrijke bewijsstukken voegen (vermogensregister, lijst van crediteuren en debiteuren, balansen van de laatste drie jaar, voorstel voor akkoord, enz.). Voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het akkoord is, naast de goede trouw van de debiteur, een voorstel tot betaling van het wettelijke minimumpercentage, namelijk 40% van de vorderingen van de crediteuren, binnen twee jaar na de goedkeuring van het akkoord.

Normaal moet een akkoord binnen 90 dagen na de inleiding van de procedure worden goedgekeurd (§67, lid 1, 2 e regel, AO). Daarvoor is dezelfde meerderheid nodig als bij een dwangakkoord (zie hierboven). Het akkoord moet gerechtelijk worden gehomologeerd. De beslissing over de homologatie wordt publiek bekendgemaakt in het insolventieregister (§49, lid 3, AO).

Voor de laatste fase van de procedure zijn er drie mogelijkheden: de opheffing van de procedure zonder toezicht op de debiteur, de opheffing met toezicht door de akkoordbeheerder of de voortzetting van de akkoordprocedure met toezicht door de akkoordbeheerder.

9. Wat zijn de voorschriften voor de liquidatieprocedure?

In beginsel moet de curator de goederen die tot de failliete boedel behoren, buitengerechtelijk te gelde maken, in het bijzonder door onderhandse verkoop. Slechts bij wijze van uitzondering, wanneer de faillissementsrechtbank hiertoe besluit op verzoek van de curator, komt het tot een gerechtelijke veiling, volgens de executiewet (Exekutionsordnung).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor belangrijke regelingen moet de curator van tevoren het advies van de crediteurencommissie inwinnen (§114, lid 1, KO). Bovendien moet de curator de faillissementsrechtbank minstens acht dagen van tevoren op de hoogte stellen van bepaalde rechtshandelingen, waarmee meer dan 100 000 EUR gemoeid is. De rechtbank kan deze handelingen verbieden (§116, KO: het sluiten van akkoorden, het erkennen van betwiste aanspraken op afscheiding, afzondering en verrekening en van betwiste boedelvorderingen, het instellen van rechtsmiddelen, enz.). Voor bepaalde rechtshandelingen is de toestemming van de crediteurencommissie en de faillissementsrechtbank vereist, ongeacht het betrokken bedrag (§117, KO).

Met toestemming van de faillissementsrechtbank kan de crediteurencommissie besluiten dat de gefailleerde vrij kan beschikken over vorderingen waarvan de inning twijfelachtig lijkt, alsmede over goederen van een verwaarloosbare waarde (§119, lid 5, KO).

Crediteuren met boedelvorderingen moeten worden betaald, zodra hun aanspraken bewezen en opeisbaar zijn, ongeacht de stand van de procedure (§124, lid 1, KO). Indien de failliete boedel niet volstaat om de boedelvorderingen te betalen, moet de curator dit onmiddellijk mededelen aan de faillissementsrechtbank en de betalingen aan de betrokken crediteuren stopzetten. Er ontstaat dan een "faillissement binnen het faillissement" (§124a, KO).

Pas na de algemene controlezitting (Prüfungstagsatzung) kan worden begonnen met de betaling van de gewone crediteuren. De curator zorgt voor de verdeling in overeenstemming met de crediteurencommissie en op grond van de toestemming van de faillissementsrechtbank met het voorstel van verdeling (§§128-130, KO). Er zijn bijzondere regels voor de behandeling van betwiste (§131, KO) en laattijdig ingediende (§134, KO) vorderingen, alsmede voor gewone crediteuren die tevens crediteuren met afzonderingsrechten zijn (§132, KO).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

10. Wat zijn de voorwaarden voor de beëindiging van de procedure?

Faillissementsprocedure

De faillissementsprocedure dient te worden beëindigd wanneer aan de faillissementsrechtbank is aangetoond dat een definitieve verdeling heeft plaatsgevonden, of, in geval van een dwangakkoord (§139, lid 1, KO), wanneer dit laatste bij gewijsde, dus onherroepelijk, is vastgesteld en is voldaan aan de aanspraken op afscheiding en afzondering en aan boedelvorderingen, of hiervoor een zekerheid gesteld is (§157, lid 1, KO). Het faillissement moet voorts ook worden afgesloten, wanneer een betalingsplan bij gewijsde is vastgesteld (§196, lid 1, KO) of wanneer een afromingsregeling rechtsgeldig werd ingeleid (§200, lid 4, KO).

Het faillissement wordt eveneens afgesloten wanneer alle crediteuren met boedel- of faillissementsvorderingen hiermee instemmen (§167, lid 1, KO) of wanneer in de loop van de faillissementsprocedure blijkt dat het vermogen niet volstaat om de kosten van de procedure te dekken (§166, KO).

De rechtsgeldige beëindiging van het faillissement heeft in het bijzonder de volgende effecten:

    • de vroegere gefailleerde wordt weer ten volle bevoegd over zijn vermogen (§59, KO) en de curator verliest zijn bevoegdheden;
    • de vroegere gefailleerde verkrijgt weer onbeperkte actieve en passieve procesbevoegdheid. Bij reeds aanhangige processen vervangt de vroegere gefailleerde de boedel als partij;
    • de crediteuren kunnen nu weer beslag leggen op het vermogen van de vroegere gefailleerde om het deel van de vordering te recupereren dat het in het faillissement bepaalde percentage overschrijdt.

In bepaalde sectoren is de gefailleerde onderworpen aan bestuurlijke (bv. op grond van de "Gewerbeordnung") of beroepsgebonden (bv. op grond van de "Rechtsanwaltsordnung") wettelijke beperkingen om weer een onderneming te exploiteren. Het opzettelijk schaden van de belangen van crediteuren kan strafrechtelijk worden bestraft.

Akkoordprocedure

De afsluiting van de procedure leidt tot het beëindigen van de wettelijke beperking van de beschikkingsbevoegdheid van de gefailleerde.

« Faillissement - Algemene informatie | Oostenrijk - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 22-05-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk