Europese Commissie > EJN > Toepasselijk recht > Spanje

Laatste aanpassing: 21-09-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Toepasselijk recht - Spanje

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. BRONNEN VAN GELDEND RECHT 1.
1.1. REGELS VAN NATIONAAL RECHT 1.1.
1.2. GELDENDE MULTILATERALE VERDRAGEN 1.2.
1.3. DE BELANGRIJKSTE BILATERALE VERDRAGEN 1.3.
2. TOEPASSING VAN DE CONFLICTREGELS 2.
2.1. Ambtshalve toepassing van de conflictregels 2.1.
2.2. Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing) 2.2.
2.3. Wijziging aanknopingspunt 2.3.
2.4. Niet-toepassing van conflictregels in uitzonderingsgevallen 2.4.
2.5. Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht 2.5.
3. DE CONFLICTREGELS 3.
3.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen 3.1.
3.2. Niet-contractuele verbintenissen 3.2.
3.3. De staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid) 3.3.
3.4. Afstamming en adoptie 3.4.
3.5. Huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, onderhoudsverplichtingen 3.5.
3.6. Huwelijksvermogensrecht 3.6.
3.7. Erfrecht 3.7.
3.8. Goederenrecht 3.8.
3.9. Insolventie 3.9.

 

1. BRONNEN VAN GELDEND RECHT

1.1. REGELS VAN NATIONAAL RECHT

De bronnen van de Spaanse rechtsorde zijn wetten, gewoonten en algemene rechtsbeginselen. Bepalingen die in strijd zijn met een andere bepaling van hogere orde zijn niet van toepassing. Een krachtens gewoonte geldende regel is alleen van toepassing als geschreven recht ontbreekt en op voorwaarde dat hij niet in strijd is met de goede zeden of de openbare orde. Bovendien moet sprake zijn van een constante praktijk. Algemene rechtsbeginselen zijn van toepassing als wetten of gewoonten ontbreken, ongeacht hun richtinggevende rol binnen de rechtsorde. De laatste rechtsbron is de jurisprudentie van het Tribunal Supremo, het hoogste Spaanse rechtscollege, dat wetten, gewoonten en algemene rechtsbeginselen uitlegt en toepast.

1.2. GELDENDE MULTILATERALE VERDRAGEN

  • Verordening (EG) nr. 1348/2000 PDF File (PDF File 84 KB) van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken
  • Verordening (EG) nr. 1206/2001 PDF File (PDF File 100 KB) van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken
  • Verordening (EG) nr. 44/2001 PDF File (PDF File 186 KB) van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
  • Verordening (EG) nr. 2201/2003 PDF File (PDF File 230 KB) van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1347/2000
  • Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken — gedaan te Lugano op 16 september 1988
  • Europese Overeenkomst inzake het doorzenden van verzoeken om rechtsbijstand (Straatsburg, 27 januari 1977)
  • Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken (’s-Gravenhage, 15 november 1965)
  • Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en handelszaken (’s-Gravenhage, 18 maart 1970)
  • Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen (’s-Gravenhage, 25 oktober 1980)
  • Verdrag nopens de wet welke op alimentatieverplichtingen jegens kinderen toepasselijk is (’s-Gravenhage, 24 oktober 1956)
  • Verdrag nopens de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen jegens kinderen (’s-Gravenhage, 15 april 1958)
  • Verdrag inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen (’s-Gravenhage, 2 oktober 1973)
  • Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (’s-Gravenhage, 2 oktober 1973)
  • Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering (’s-Gravenhage, 1 maart 1954)
  • Verdrag inzake de burgerrechterlijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (’s-Gravenhage, 25 oktober 1980)
  • Europees Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Luxemburg, 20 mei 1980)
  • Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht (Londen, 7 juni 1968) en aanvullend protocol daarbij (Straatsburg, 15 maart 1978)
  • Het verdrag van Panama betreffende rogatoire commissies van 30 januari 1975
  • Overeenkomst van Montevideo betreffende inlichtingen over buitenlands recht van 8 mei 1979
  • Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud (New York, 20 juni 1956)

1.3. DE BELANGRIJKSTE BILATERALE VERDRAGEN

  • Spanje – Marokko:
    • Overeenkomst betreffende justitiële samenwerking in burgerlijke, bestuurlijke en handelszaken (30 mei 1997)
    • Overeenkomst betreffende justitiële samenwerking, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen, omgangsrecht en de terugkeer van kinderen (Madrid, 30 mei 1997)
  • Spanje – Tunesië:
    • Overeenkomst betreffende justitiële bijstand in burgerlijke en handelszaken en betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen (24 september 2001)
  • Spanje – Thailand:
    • Overeenkomst betreffende justitiële bijstand in burgerlijke en handelszaken (Madrid, 5 juni 1998)
  • Spanje – Brazilië:
    • Overeenkomst betreffende justitiële bijstand in burgerlijke en handelszaken (13 april 1989)
  • Spanje – Uruguay:
    • Overeenkomst betreffende justitiële samenwerking (Montevideo, 4 november 1987)
    • Overeenkomst betreffende het conflictenrecht inzake onderhoudsverplichtingen jegens kinderen en de tenuitvoerlegging van vonnissen en gerechtelijke schikkingen inzake onderhoudsverplichtingen (Montevideo, 4 november 1987)
  • Spanje – Dominicaanse Republiek:
    • Overeenkomst betreffende justitiële bijstand in burgerlijke en handelszaken (Madrid, 15 september 2003)
  • Spanje – Bulgarije:
    • Verdrag betreffende justitiële bijstand in burgerlijke zaken (Sofia, 23 mei 1993)
  • Spanje – Russische Federatie:
    • Overeenkomst betreffende justitiële bijstand in burgerlijke zaken (26 oktober 1990)
  • Spanje – Volksrepubliek China:
    • Verdrag betreffende justitiële bijstand in burgerlijke en handelszaken (2 mei 1992) español
  • Spanje – Zwitserland:
    • Verdrag betreffende de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken (Madrid, 10 november 1896)
  • Spanje – Colombia:
    • Overeenkomst betreffende de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke zaken (Madrid, 30 mei 1908) español
  • Spanje – Mexico:
    • Overeenkomst betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van vonnissen en scheidsrechterlijke uitspraken in burgerlijke en handelszaken (Madrid, 17 april 1989) español
  • Spanje – Israël:
    • Overeenkomst tussen Spanje en Israël betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken (Jeruzalem, 30 mei 1989) español
  • Spanje – Roemenië:
    • Overeenkomst betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken (Boekarest, 17 november 1997)
  • Spanje – El Salvador:
    • Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken (Madrid, 7 november 2000)

2. TOEPASSING VAN DE CONFLICTREGELS

2.1. Ambtshalve toepassing van de conflictregels

De gerechten en de autoriteiten passen de regels van het Spaanse internationaal privaatrecht ambtshalve toe.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.2. Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing)

Renvoi wordt afgewezen in de internationale overeenkomsten waarbij Spanje partij is. De enige twee overeenkomsten waarover twijfel mogelijk is, zijn het Verdrag van Washington van 18 maart 1965 inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, en het Verdrag van ’s-Gravenhage van 25 oktober 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen. Omdat deze verdragen bepalen welk stelsel van internationaal privaatrecht van toepassing is en niet welk recht de rechter moet toepassen, gaat het hier in feite niet om renvoi.

Krachtens het Spaanse burgerlijk wetboek (Código Civil), waardoor deze materie wordt beheerst, heeft een verwijzing naar buitenlands recht betrekking op het materiële recht en wordt een verdere verwijzing door de conflictregels van dat recht naar een ander niet-Spaans buitenlands recht niet in aanmerking genomen. Dat veronderstelt dat enkel renvoi van de eerste graad wordt aanvaard. Dit renvoi van de eerste graad is naar Spaans recht mogelijk, maar niet verplicht (het “wordt in aanmerking genomen”). In de rechtspraak is dit aldus uitgelegd dat renvoi enkel mogelijk is in gevallen waar de bereikte oplossing bevredigend, redelijk en billijk is.

Renvoi van de tweede graad (het Spaanse recht verwijst naar een buitenlands recht dat op zijn beurt naar het recht van een derde land verwijst) is niet toegestaan, behalve in geval van wissels, cheques en orderbrieven. Deze kunnen tot renvoi verplichten door een verklaring dat zij worden beheerst door het nationaal recht van het subject. Verwijst dit recht echter naar het recht van een ander land, dan is dit laatste van toepassing.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.3. Wijziging aanknopingspunt

In het Spaanse recht bestaat geen algemene regel voor wijzigingen in de omstandigheden die worden gehanteerd als aanknopingspunt voor de conflictregels. In gevallen waarin de conflictregels aangeven wanneer het aanknopingspunt moet worden bepaald, doet het probleem zich niet voor. Het Spaanse recht kent geen expliciete, algemene regels voor de gevallen waarin dat niet gebeurt. Het criterium lijkt te zijn het recht te kiezen dat van toepassing was op het moment dat de rechtssituatie ontstond, zelfs als het aanknopingspunt daarna verandert.

2.4. Niet-toepassing van conflictregels in uitzonderingsgevallen

In het Spaanse recht bepaalt een clausule van internationale openbare orde dat buitenlands recht in geen geval van toepassing is als het in strijd is met de openbare orde. Toepassing van buitenlands recht is dus uitgesloten als dat kennelijk in strijd is met de fundamentele beginselen van Spaans recht. Deze worden niet opgesomd, maar het gaat in wezen om de beginselen die zijn neergelegd in de grondwet (ontbindbaarheid van het huwelijk, gelijkheid van kinderen voor de wet, het recht op een naam, regeling van eigendom en marktvoorwaarden, consumentenbescherming, milieubescherming enzovoorts). Deze clausule van openbare orde wordt beperkend uitgelegd. Wanneer deze wordt toegepast en er een ander aanknopingspunt in de regel van internationaal privaatrecht wordt aangewezen, wordt verwezen naar het betrokken recht. Als er geen ander aanknopingspunt is, is het Spaanse recht van toepassing.

2.5. Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht

De inhoud en de geldigheid van buitenlands recht moet worden vastgesteld en de rechter kan daarvoor alle middelen inzetten die hij noodzakelijk acht. Voor partijen gelden de algemene regels voor de bewijslast in civiele procedures. De inhoud van buitenlands recht kan met alle wettelijke bewijsmiddelen worden vastgesteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3. DE CONFLICTREGELS

3.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen

Spanje is partij bij het Verdrag van Rome van 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst. De basisregel van dit verdrag is vrije rechtskeuze door de partijen. Als de verdragsluitende partijen geen rechtskeuze hebben gedaan (of de keuze ongeldig is), wordt de overeenkomst in beginsel beheerst door het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats heeft, of, wanneer het een vennootschap, vereniging of rechtspersoon betreft, waar zij haar hoofdbestuur heeft. Als het voorwerp van de overeenkomst een onroerende zaak is, is het recht van de plaats waar de onroerende zaak zich bevindt van toepassing.

Naast deze algemene regel zijn in het Verdrag van Rome bepaalde waarborgen neergelegd voor de voorwaarden waaronder de partijen in bepaalde gevallen het toepasselijk recht kunnen aanwijzen (consumentenovereenkomsten en individuele arbeidsovereenkomsten). Als geen rechtskeuze wordt gedaan, heeft het recht van bepaalde rechtgebieden voorrang boven de hierboven bedoelde vermoedens. Bijvoorbeeld het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft als hij de levering in dat land heeft ontvangen, de bestelling daar heeft ontvangen of in geval van een reis naar een ander land die door de verkoper is georganiseerd om daar de aankoop te doen. Het toepasselijk recht voor individuele arbeidsovereenkomsten is het recht van het land waar de arbeid wordt verricht of, wanneer dat niet in eenzelfde land wordt verricht, het recht van het land waar zich de vestiging bevindt die de werknemer in dienst heeft genomen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In het verzekeringsrecht geldt uit hoofde van Wet 50/1980; (wet op de verzekeringsovereenkomst) een bijzonder regime, dat verschilt voor schadeverzekeringen en persoonsverzekeringen.

In geval van een schadeverzekering zijn de basisregels voor de toepasselijkheid van het Spaans recht als volgt:

  1. wanneer de risico’s zich op Spaans grondgebied bevinden en de gewone verblijfplaats (in geval van een natuurlijk persoon) of statutaire zetel, hoofdbestuur en beheer (in geval van een rechtspersoon) van de verzekeringnemer zich daar bevindt;
  2. wanneer de overeenkomst een verplichte verzekering naar Spaans recht betreft.

Bij verzekeringsovereenkomsten voor risico’s van zware ongevallen kunnen de partijen het toepasselijk recht vrij kiezen.

In de volgende gevallen is Spaans recht van toepassing op levensverzekeringsovereenkomsten:

  1. wanneer de verzekeringnemer een natuurlijk persoon is en zijn woonplaats of gewone verblijfplaats op Spaans grondgebied heeft. Als hij echter een staatsburger is van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (anders dan Spanje), kan hij met de verzekeraar overeenkomen het recht toe te passen van het land waarvan hij staatsburger is;
  2. wanneer de verzekeringnemer een rechtspersoon is en zijn woonplaats, eigenlijk bestuur en beheer of hoofdvestiging op Spaans grondgebied heeft;
  3. wanneer de verzekeringnemer een natuurlijke persoon met de Spaans nationaliteit is die zijn gewone verblijfplaats in een ander land heeft en met de verzekeraar overeenkomt dat Spaans recht van toepassing is;
  4. wanneer een collectieve verzekeringsovereenkomst is gesloten in overeenstemming met of op grond van een arbeidsovereenkomst die door Spaans recht wordt beheerst.

Van kracht van 21 november 1990 tot en met 9 november 1995

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Artikel 108

De bepalingen van het bovenstaande artikel zijn van toepassing op persoonsverzekeringen anders dan levensverzekeringen.

Bepaling die bij artikel 3 van Wet 21/1990 van 19 december is toegevoegd.

Op gevallen waarin geen van de bovengenoemde regelingen van toepassing is, zijn de algemene bepalingen van het burgerlijk wetboek van toepassing. Deze bepalen dat het recht waarnaar partijen uitdrukkelijk hebben verwezen, van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, mits de betrokken transactie een band heeft met het gekozen recht. Als er geen band is, is het gemeenschappelijke nationale recht van de partijen van toepassing. Bij gebreke daarvan is het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van toepassing. Geeft ook dat geen uitsluitsel, dan is het recht van het land waar de overeenkomst is gesloten van toepassing. Als een uitdrukkelijke verwijzing ontbreekt, is bij overeenkomsten met betrekking tot onroerende zaken het recht van toepassing van de plaats waar de zaak zich bevindt. In geval van verkoop van roerende zaken in een bedrijfsruimte is het recht van de plaats waar deze bedrijfsruimte zich bevindt van toepassing. Een bijzondere regel bepaalt echter dat overeenkomsten onder bezwarende titel die in Spanje zijn gesloten door een niet-staatsburger die naar zijn nationaal recht handelingsonbekwaam is, voor het Spaanse recht geldig zijn als de grond voor de onbekwaamheid door het Spaanse recht niet wordt erkend. Deze regel is niet van toepassing op overeenkomsten met betrekking tot onroerende zaken die buiten Spanje zijn gelegen.

Voor arbeidsovereenkomsten geldt dat, bij gebreke van een uitdrukkelijke rechtskeuze door de partijen, het recht van de plaats waar de arbeid wordt verricht van toepassing is. Het toepasselijk recht bij wettelijke vertegenwoordiging is het recht waardoor de wettelijke verhouding wordt beheerst waaruit de bevoegdheid van de vertegenwoordiger voortvloeit. Bij vrijwillige vertegenwoordiging is, indien een uitdrukkelijke verwijzing ontbreekt, het recht van het land waarin de verleende bevoegdheden worden uitgeoefend van toepassing. Schenkingen worden in alle gevallen beheerst door het nationaal recht van de schenker.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De vormvereisten van overeenkomsten worden beheerst door het recht van het land waarin zij zijn aangegaan. Overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met de vormvereisten die zijn voorgeschreven door het recht dat van toepassing is op de inhoud zijn echter ook geldig, evenals overeenkomsten gesloten in overeenstemming met het persoonlijke recht van de beschikker of van het gemeenschappelijke persoonlijke recht van de partijen. Akten en overeenkomsten die betrekking hebben op onroerende zaken en zijn gesloten in overeenstemming met de vormvereisten van de plaats waar de zaken zijn gelegen, zijn ook geldig. Als het recht waardoor de inhoud van de akten en overeenkomsten wordt beheerst, voor de geldigheid ervan een bepaalde vorm verplicht stelt, wordt dat steeds toegepast, zelfs bij akten of overeenkomsten die in het buitenland worden opgesteld.

Tot slot verdient vermelding dat Spanje partij is bij het Verdrag nopens de op de internationale koop van roerende lichamelijke zaken toepasselijke wet (’s-Gravenhage, 15 juni 1955).

3.2. Niet-contractuele verbintenissen

Als een verdrag ontbreekt, zijn de bepalingen van het burgerlijk wetboek van toepassing. Spanje is partij bij twee verdragen op dit terrein.

Het eerste verdrag is het Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg (’s-Gravenhage, 4 mei 1971). Op grond van dit verdrag is het recht van de plaats waar het ongeval heeft plaatsgevonden van toepassing, hoewel uitzonderingen gelden voor het binnenlandse recht van de staat waar het voertuig is geregistreerd.

Het tweede verdrag is het Verdrag betreffende de wet welke van toepassing is op de aansprakelijkheid wegens producten (’s-Gravenhage, 2 oktober 1973). Het voorziet in de mogelijkheid het recht toe te passen van de staat van de gewone verblijfplaats van de persoon die rechtstreeks schade lijdt (als dat ook de staat is van de voornaamste vestiging van de persoon wiens aansprakelijkheid in het geding is), het recht van de staat op wiens grondgebied het product is verkregen door de persoon die rechtstreeks schade lijdt, of het recht van de staat op wiens grondgebied het schade berokkenende feit zich heeft voorgedaan.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als de bovengenoemde bepalingen geen toepasselijk recht aanwijzen, is het burgerlijk wetboek van toepassing. Uit hoofde daarvan wordt niet-contractuele aansprakelijkheid beheerst door het recht van de plaats waar de handeling waaruit de aansprakelijkheid voortvloeide, zich heeft voorgedaan. Onbevoegde zaakwaarneming wordt beheerst door het recht van de plaats waar de zaakwaarnemer zijn voornaamste activiteit heeft verricht, en ongerechtvaardigde verrijking door het recht uit hoofde waarvan de overdracht van waarde naar de verrijkte partij heeft plaatsgevonden.

3.3. De staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid)

Volgens de Overeenkomst van München van 5 september 1980 inzake het recht dat van toepassing is op geslachtsnamen en voornamen wordt de geslachtsnaam bepaald door het recht van de staat waarvan de drager de nationaliteit heeft.

In samenhang met het bovenstaande bepaalt artikel 9 van het burgerlijk wetboek dat het toepasselijk recht wordt bepaald door de nationaliteit van een natuurlijke persoon. Handelingsbekwaamheid, burgerlijke staat, familierechtelijke betrekkingen en erfopvolging worden daardoor beheerst. In geval van dubbele nationaliteit als voorzien bij de Spaanse wet, is het bepaalde in internationale verdragen van toepassing. Als deze niets bepalen, wordt voorrang gegeven aan de nationaliteit van het land waar zich de laatste gewone verblijfplaats van de betrokkene bevond; bij gebreke daarvan, aan de laatst verworven nationaliteit, tenzij een van beide de Spaanse nationaliteit is, in welk geval deze voorrang heeft. Bij personen met een onbepaalde nationaliteit (die hun nationaliteit niet kunnen aantonen, en dus niet staatloos zijn) wordt het recht van het land van hun gewone verblijfplaats toegepast als hun persoonlijk recht. Artikel 12 van het Verdrag van New York van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen is van toepassing op staatloze personen. Uit hoofde van dit artikel is het toepasselijke recht het recht van het land waar zij hun woonplaats of, bij gebreke daarvan, hun verblijfplaats hebben.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Tot slot wordt de staat van rechtspersonen bepaald door het recht van hun nationaliteit. Dit recht beheerst rechtsbevoegdheid, vestiging, vertegenwoordiging, werking, omzetting, ontbinding en opheffing, hoewel het betreffende nationale recht in aanmerking genomen moet worden in geval van fusies van vennootschappen van uiteenlopende nationaliteit. Vennootschappen met een statutaire zetel op Spaans grondgebied hebben de Spaanse nationaliteit, ongeacht de plaats waar zij zijn opgericht. Vennootschappen die hun hoofdvestiging of hoofdbestuur op Spaans grondgebied hebben, moeten echter hun statutaire zetel in Spanje hebben.

3.4. Afstamming en adoptie

Bij Organieke wet 1/1996 heeft Spanje bepaald dat het in het kader van de VN gesloten Verdrag inzake de rechten van het kind (New York, 20 november 1989) rechtstreeks van toepassing is op betrekkingen tussen personen, en dus ook op afstamming. Uit hoofde van het burgerlijk wetboek worden de aard en de inhoud van de afstamming, met inbegrip van adoptie, beheerst door het persoonlijke recht van het kind (gewoonlijk het recht van het land waarvan het de nationaliteit heeft, zoals hierboven uiteengezet). Als het niet mogelijk is de nationaliteit vast te stellen, is het recht van de gewone verblijfplaats van het kind van toepassing.

Op een adoptie die door een Spaanse rechter wordt uitgesproken, is het Spaanse recht van toepassing. Het nationale recht van het kind moet echter in acht worden genomen voor de vaststelling van zijn handelingsbekwaamheid en de noodzakelijke toestemming: 1) als zijn/haar gewone verblijfplaats niet in Spanje is; 2) als hij/zij in Spanje verblijft, maar door adoptie niet de Spaanse nationaliteit verkrijgt. Op verzoek van de adoptieouder of het openbaar ministerie kan in het belang van het kind ook om de toestemmingen, hoorzittingen of goedkeuringen worden verzocht die door het nationale recht of door het recht van de gewone verblijfplaats van het kind of de adoptieouder worden vereist.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voogdij en andere vormen van bescherming van handelingsonbekwamen worden beheerst door het nationale recht van de betrokkene. Voorlopige of noodbeschermingsmaatregelen worden echter beheerst door het recht van hun gewone verblijfplaats. Bij de procedure voor het benoemen van een voogd en voor andere vormen van bescherming door de Spaanse rechterlijke macht of bestuurlijke autoriteiten moeten in elk geval de bepalingen van het Spaans recht worden gevolgd.

Tot slot is het Spaanse recht van toepassing in geval van maatregelen voor de bescherming of opvoeding van achtergelaten minderjarigen of handelingsonbekwamen die zich op Spaans grondgebied bevinden.

3.5. Huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, onderhoudsverplichtingen

De regels voor de voltrekking van een huwelijk hangen af van de nationaliteit van de partijen. Als de partijen de Spaanse nationaliteit hebben, bepaalt het burgerlijk wetboek dat het huwelijk kan worden voltrokken (in of buiten Spanje): 1) door de rechter, burgemeester of ambtenaar die het burgerlijk wetboek aanwijst; 2) door middel van de religieuze riten die door de wet zijn erkend (katholiek, joods, evangelisch en islamitisch). Het burgerlijk wetboek bepaalt daarnaast dat Spaanse staatsburgers buiten Spanje in het huwelijk kunnen treden volgens het recht van het land waar het huwelijk wordt voltrokken. Als geen van beide partijen Spaans staatsburger is, kunnen zij in Spanje een huwelijk sluiten volgens de bepalingen die voor staatsburgers gelden of volgens het recht dat voor een van de partijen geldt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechtsgevolgen van het huwelijk worden beheerst door het gemeenschappelijke persoonlijke recht van de echtgenoten ten tijde van de voltrekking van het huwelijk. Als zij geen gemeenschappelijk persoonlijk recht hebben, wordt het huwelijk beheerst door het persoonlijke recht of het recht van de gewone verblijfplaats van een van beide echtgenoten. De keuze daarvan moet door de echtgenoten worden neergelegd in een authentieke akte die is gepasseerd voordat het huwelijk wordt voltrokken. Als geen rechtskeuze is gedaan, is het recht van toepassing van het land waar partijen na het huwelijk hun eerste gewone verblijfplaats vestigen, en bij gebreke daarvan, het recht van het land waar het huwelijk is voltrokken.

De nietigverklaring van een huwelijk wordt beheerst door het recht van het land waar het huwelijk is voltrokken.

Scheiding van tafel en bed en echtscheiding worden beheerst door het gemeenschappelijke nationale recht van de echtgenoten op het moment waarop het verzoek wordt ingediend. Bij gebreke van een gemeenschappelijke nationaliteit worden ze beheerst door het recht van het land waar de echtgenoten op dat moment hun gewone verblijfplaats hebben; als ook dat geen uitsluitsel biedt, door het recht van het land waar zich de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten bevond, indien een van hen daar nog verblijft. In elk geval is Spaans recht van toepassing indien een van de echtgenoten Spaans staatsburger is of zijn gewone verblijfplaats in Spanje heeft en: a) geen van de bovenstaande regels van toepassing is; b) beide echtgenoten, of een van de echtgenoten met instemming van de ander, bij een Spaans gerecht een verzoek tot scheiding van tafel en bed of echtscheiding indienen; c) scheiding van tafel en bed of echtscheiding in het recht dat op grond van de bovenstaande criteria van toepassing is, niet wordt erkend, of de bepalingen discriminerend of in strijd met de openbare orde zijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In het Spaanse internationale privaatrecht is niets bepaald over ongehuwde paren (in beginsel worden in aanmerking komende bepalingen naar analogie toegepast).

Spanje is partij bij het Haags Verdrag van 2 oktober 1973 inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen. In dit verdrag wordt de bevoegdheid van de rechterlijke macht geregeld, waarmee de betreffende regel van Spaans recht, die nog steeds is opgenomen in het burgerlijk wetboek, opzij wordt gezet. De criteria van het verdrag voor de toedeling van rechtsmacht zijn in grote lijnen als volgt. In de eerste plaats is het nationale recht van de verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde van toepassing. Bij wijziging van de gewone verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde is vanaf het moment van wijziging het nationale recht van de nieuwe gewone verblijfplaats van toepassing. Als de onderhoudsgerechtigde uit hoofde van het bovenstaande recht geen alimentatie kan krijgen, is het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige van toepassing. Als de onderhoudsgerechtigde onder geen van deze stelsels alimentatie kan krijgen, is het nationale recht van de autoriteit die kennisneemt van de vordering van toepassing.

3.6. Huwelijksvermogensrecht

De hierboven beschreven regel inzake de rechtsgevolgen van een huwelijk beheerst zowel de familierechtelijke als de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk. Overeenkomsten of schikkingen die het huwelijksvermogensregime regelen, wijzigen of vervangen, zijn geldig als zij in overeenstemming zijn met het recht dat de gevolgen van het huwelijk beheerst of met het recht van de nationaliteit of van de gewone verblijfplaats van een van de partijen ten tijde van de sluiting.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3.7. Erfrecht

Uit hoofde van het burgerlijk wetboek wordt erfopvolging beheerst door het nationale recht van de erflater ten tijde van zijn overlijden, ongeacht de aard van de vermogensbestanddelen en het land waar zij zich bevinden. Testamentaire beschikkingen en overeenkomsten inzake erfopvolging blijven geldig voor zover in overeenstemming met het nationale recht van de erflater of de beschikker ten tijde van hun opstelling, zelfs indien de erfopvolging door een ander recht wordt beheerst. Legitieme porties volgen echter het recht van de erfopvolging. De rechten die van rechtswege aan de achtergebleven echtgenoot toevallen, worden beheerst door hetzelfde recht dat van toepassing was op de rechtsgevolgen van het huwelijk, behalve wat betreft de legitieme porties van de afstammelingen. Spanje is geen partij bij het Haags Verdrag van 1 augustus 1989 inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging.

De regel voor de vorm van testamenten is dat zij worden beheerst door het recht van het land waar zij zijn opgesteld, hoewel testamenten die zijn opgesteld in overeenstemming met de regels en vormvereisten van het recht dat van toepassing is op de inhoud, ook geldig zijn, evenals testamenten die zijn opgesteld in overeenstemming met het nationale recht van de erflater. Als een testament wordt opgesteld aan boord van zeeschepen of luchtvaartuigen tijdens een reis, is het recht van de vlaggenstaat of het land van registratie van het schip of luchtvaartuig van toepassing. Tot slot is Spaans recht van toepassing op testamenten die door Spaanse diplomatieke of consulaire ambtenaren buiten Spanje zijn geautoriseerd.

3.8. Goederenrecht

Bezit, eigendom en andere rechten op onroerende zaken en de publiciteit over die rechten worden beheerst door het recht van het land waar de onroerende zaak zich bevindt. Deze bepaling is eveneens van toepassing op roerende zaken.

Met het oog op de overdracht en vestiging van rechten worden goederen in transito verondersteld zich te bevinden op de plaats van verzending, tenzij de verzender en de ontvanger uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn overeengekomen dat zij zich op de plaats van bestemming bevinden.

Alle rechten op schepen, luchtvaartuigen en treinen worden beheerst door het recht van de vlaggenstaat of het land van registratie. Auto’s en wegvoertuigen worden beheerst door het recht van de plaats waar zij zich bevinden. De uitgifte van effecten wordt beheerst door het recht van de plaats waar zij worden uitgegeven.

3.9. Insolventie

In Wet nr. 22/2003 van 9 juli inzake faillissementen zijn de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures overgenomen. Dit onderwerp behoeft dus geen behandeling.

« Toepasselijk recht - Algemene informatie | Spanje - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 21-09-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk