Europese Commissie > EJN > Toepasselijk recht > Polen

Laatste aanpassing: 28-02-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Toepasselijk recht - Polen

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

I. Bronnen van geldend recht I.
I.1. Regels van nationaal recht I.1.
I.2. Geldende multilaterale verdragen I.2.
I.3. De belangrijkste bilaterale verdragen I.3.
II. Toepassing van de conflictregels II.
II.1. Ambtshalve toepassing van de conflictregels II.1.
II.2. Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing) II.2.
II.3. Wijziging aanknopingspunt (conflit mobileII.3.
II.4. Uitzondering op de toepassing van conflictregels (ordre public; lois de policeII.4.
II.5. Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht II.5.
III. De conflictregels III.
III.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen III.1.
III.2. Niet-contractuele verbintenissen III.2.
III.3. De staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid) III.3.
III.4. Afstamming en adoptie III.4.
III.5. Huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, onderhoudsverplichtingen III.5.
III.6. Huwelijksvermogensrecht III.6.
III.7. Erfrecht III.7.
III.8. Eigendoms- en zakelijke rechten III.8.
III.9. Insolventie III.9.

 

I. Bronnen van geldend recht

I.1. Regels van nationaal recht

De bron van de regels voor internationale betrekkingen tussen natuurlijke en rechtspersonen wordt gevormd door de nationale wet en internationale overeenkomsten.

De belangrijkste bron voor Pools internationaal privaatrecht is de Wet van 12 november 1965 op het internationale privaatrecht.

I.2. Geldende multilaterale verdragen

Polen is partij bij een groot aantal multilaterale verdragen waarin conflictregels zijn opgenomen, met name:

Verdragen over familie- en voogdijkwesties:

Verdrag tot regeling der voogdij van minderjarigen, 's-Gravenhage, 12 juni 1902; Verdrag betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen, 's-Gravenhage, 5 oktober 1961; Verdrag betreffende de curatele en soortgelijke maatregelen van bescherming, 's-Gravenhage, 17 juli 1905; Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, 's-Gravenhage, 2 oktober 1973.

Verdragen over erfkwesties:

Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen, 's-Gravenhage, 5 oktober 1961.

Verdragen over burgerschap:

Het Haags Verdrag nopens zekere vragen betreffende wetsconflicten inzake nationaliteit en het Protocol betreffende een geval van staatloosheid en het Verdrag inzake de nationaliteit van de gehuwde vrouw, open voor ondertekening in New York op 20 februari 1957.

I.3. De belangrijkste bilaterale verdragen

De door Polen gesloten bilaterale verdragen betreffen rechtsbijstand en justitiële samenwerking in civiele, familie-, arbeids- en strafzaken. Verdragen met de volgende landen dienen te worden vermeld: Algerije, Belarus, Bulgarije, Cuba, Estland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Letland, Libië, Litouwen, Macedonië, Noord-Korea, Oekraïne, Oostenrijk, Roemenië, Rusland, (voormalig) Servië en Montenegro, Tsjechië en Vietnam.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

II. Toepassing van de conflictregels

II.1. Ambtshalve toepassing van de conflictregels

Ter beoordeling van de juridische feiten en gebeurtenissen die door de partijen zijn bewezen of toegegeven en die materieel zijn voor de zaak, past de rechter het toepasselijk recht ambtshalve toe, ongeacht of de partijen in of de deelnemers aan de procedure er een beroep op doen.

Buitenlands recht moet worden toegepast als recht (niet als feit) volgens de beginselen die gelden in het land van oorsprong van dat recht, met inachtneming van zowel de buitenlandse rechtsbronnen (met inbegrip van jurisprudentie) als de buitenlandse interpretatieregels. Dit gebeurt onafhankelijk van de toepassing, onder vergelijkbare omstandigheden, van Pools recht door een ander land op grond van de conflictregels.

II.2. Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing)

Polen aanvaardt het begrip renvoi in het internationale privaatrecht, zij het dat de toepassingsmogelijkheden van renvoi in het Poolse recht beperkt zijn. De Poolse conflictregels laten omgekeerd renvoi toe. Artikel 4, lid 1, van de Wet op het internationale privaatrecht bepaalt dat Pools recht van toepassing is indien een gegeven rechtsbetrekking onderworpen is aan Pools recht volgens het in de Wet als toepasselijk aangeduide buitenlandse recht.

Pools recht laat eveneens het zogenaamde verder renvoi toe. Artikel 4, lid 2, van de Wet bepaalt dat, indien volgens het in de Wet als toepasselijk aangeduide buitenlandse recht een gegeven rechtsbetrekking onderworpen is aan ander buitenlands recht, dat andere buitenlandse recht van toepassing is. Deze bepaling beperkt renvoi tot uitsluitend het recht van het land dat is aangeduid als derde achtereenvolgende recht, ongeacht of volgens de conflictregels van het derde land het recht van een ander land van toepassing is.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

II.3. Wijziging aanknopingspunt (conflit mobile)

Het aanknopingspunt wijzigt indien de partijen middels hun handelingen de omstandigheden van de zaak zodanig veranderen dat volgens de conflictregels ander recht van toepassing is dan het recht dat van toepassing was voorafgaand aan die verandering. Zo worden volgens artikel 24, lid 1, van de Wet op het internationale privaatrecht eigendoms- en andere zakelijke rechten geregeld door het recht van het land waar het goed zich bevindt. Bij overgang van roerende goederen naar een ander land is echter sprake van een wijziging van toepasselijk recht op het moment waarop de goederen het land van waaruit de overgang plaatsvindt, verlaten. In dit geval rijst de vraag welk recht moet worden toegepast ter beoordeling van de specifieke elementen van de rechtsbetrekking waarvoor het toepasselijk recht is gewijzigd. Het probleem betreft vooral de plaats van het roerend goed in het geval van eigendomsrechten op roerende goederen, maar ook veranderingen van burgerschap, woonplaats, vestigingsplaats of zetel van een rechtspersoon.

De Wet op het internationale privaatrecht regelt deze kwestie niet in algemene zin, maar geeft wel enkele specifieke oplossingen. Zo bepaalt artikel 24, lid 2, van de Wet met betrekking tot eigendomsrechten op roerende goederen dat de verkrijging en het verlies van de eigendom, evenals de verkrijging en het verlies, en een inhoudelijke of prioritaire wijziging van, andere zakelijke rechten, worden geregeld door het recht van het land waarin het voorwerp van die rechten zich bevond ten tijde van de gebeurtenis die leidde tot voornoemde rechtsgevolgen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In niet geregelde gevallen wordt algemeen aangenomen dat krachtens eerder toepasselijk recht bestaande betrekkingen alleen wijzigen voorzover nieuw toepasselijk recht zulks vereist.

II.4. Uitzondering op de toepassing van conflictregels (ordre public; lois de police)

Artikel 6 van de Wet op het internationale privaatrecht bevat de clausule inzake de openbare orde, die bepaalt dat buitenlands recht niet mag worden toegepast indien toepassing ervan in strijd zou zijn met de grondbeginselen van de rechtsorde van de Republiek Polen. Toepassing van deze bepaling inzake de openbare orde is slechts bij uitzondering mogelijk, en wel alleen indien het buitenlands recht indruist tegen de grondbeginselen van de rechtsorde die op het moment van de rechterlijke beslissing van kracht zijn. Bovendien zou voorafgaande aan de toepassing van deze bepaling niet zozeer naar de verschillen tussen de bepalingen van nationaal en buitenlands recht moeten worden gekeken, als wel naar de gevolgen van toepassing van beide rechtsstelsels in een bepaalde situatie. Het is immers mogelijk dat, ondanks de radicale verschillen tussen de bepalingen, toepassing van de rechtsnormen van verschillende rechtsstelsels vergelijkbare gevolgen kan hebben, zodat artikel 6 van de Wet op het internationale privaatrecht niet van toepassing zou zijn.

De dwingende regels in uitzonderingssituaties (lois de police) vervullen eenzelfde rol als het beginsel van de openbare orde. Dit zijn speciale normen van het recht dat, hoewel het niet kan worden toegepast krachtens de conflictregels van het land waar de zaak aanhangig is, nauw verbonden is met de zaak. Het kan gaan om de rechtsnormen van het land van de aangezochte rechter of een derde land. Deze normen zijn absoluut dwingend en de “intentie” ervan moet worden toegepast op een bepaalde rechtspositie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De conflictregels voorzien niet in de mogelijkheid dat een Poolse rechter Poolse rechtsnormen toepast als dwingende regels indien buitenlands recht is aangewezen als toepasselijk recht in een bepaalde zaak. Die mogelijkheid wordt echter wel gesuggereerd in wetenschappelijke publicaties en in rechterlijke beslissingen.

II.5. Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht

Het gevolg van de ambtshalve toepassing van buitenlands recht in de Poolse burgerlijke procedure is dat de rechter verplicht is dit recht toe te passen in elk geval waarin hiertoe aanleiding wordt gegeven door de rechtsnormen die van toepassing zijn op de beoordeling van de omstandigheden die materieel zijn om over de zaak te beslissen. Dit betekent dat de rechter verplicht is de inhoud en interpretatieregels van het buitenlands recht en de buitenlandse rechterlijke beslissingen vast te stellen.

III. De conflictregels

III.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen

Bronnen van geldend recht

In Pools recht is de vraag welk recht van toepassing is op contractuele verbintenissen, geregeld in de artikelen 25 tot en met 31 van de Wet op het internationale privaatrecht. De vraag welk recht van toepassing is op contractuele verbintenissen, wordt echter eveneens beheerst door bilaterale en multilaterale overeenkomsten en door de bepalingen van het nationaal recht ter uitvoering van de conflictregels van de sectoriële regelingen. Deze regelgeving heeft voorrang boven de bepalingen van de Wet.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Toepasselijk recht

De bepalingen van de Wet op het internationale privaatrecht introduceren als algemeen beginsel de vrijheid van rechtskeuze door de partijen. Volgens artikel 25, lid 1, van de Wet kunnen de partijen hun onderlinge betrekkingen in het kader van hun contractuele verbintenissen onderwerpen aan het door hen gekozen recht, indien dat recht verband houdt met de verbintenis. Het begrip “verband met de verbintenis” is een zeker objectief verband van de rechtsbetrekking met de staat waarvan het recht is gekozen door de partijen (bijvoorbeeld vanwege plaats van ondertekening of uitvoering van de overeenkomst, de woon- of vestigingsplaats of zetel van de partijen enzovoort). De rechtskeuze is alleen van toepassing op verbintenissen met een internationaal element en is uitgesloten indien de verbintenis betrekking heeft op onroerende goederen (artikel 25, lid 2, van de Wet).

Indien geen rechtskeuze is gedaan, voorziet de Wet in een aantal objectieve aanknopingspunten. Voor de toepassing van dergelijke aanknopingspunten moet een bepaalde volgorde in acht worden genomen. Zo worden volgens artikel 28 van de Wet verbintenissen uit hoofde van beurscontracten beheerst door het recht dat van kracht is op de plaats van vestiging van de effectenbeurs, tenzij de partijen een andere rechtskeuze hebben gedaan. Deze bepaling is dienovereenkomstig van toepassing op de verbintenissen uit hoofde van op handelsbeurzen gesloten overeenkomsten. Als de zetels of vestigingsplaatsen van de partijen zich in hetzelfde land bevinden, zou krachtens artikel 26 van de Wet het recht van dat land van toepassing zijn (deze bepaling is niet van toepassing op verbintenissen betreffende onroerende goederen). Krachtens artikel 27 van de Wet worden verbintenissen uit hoofde van overeenkomsten inzake de verkoop van roerende goederen, leveringsovereenkomsten, overeenkomsten inzake de uitvoering van bepaalde taken of werkzaamheden, overeenkomsten inzake diensten, agentuurovereenkomsten, consignatieovereenkomsten, verzendingsovereenkomsten, expeditieovereenkomsten, bewaarnemingsovereenkomsten, opslagovereenkomsten, verzekeringsovereenkomsten en overeenkomsten inzake de overdracht van auteursrechten beheerst door het recht van de vestigings- of woonplaats van de partij die verplicht is een bepaalde dienst te verrichten [met dien verstande dat, met betrekking tot de verbintenissen krachtens overeenkomsten gesloten in het kader van een onderneming, niet het recht van het land waar zich de zetel van de rechtspersoon of de woonplaats van de natuurlijke persoon bevindt, van toepassing is, maar het recht van het land waar zich de zetel van de onderneming bevindt (artikel 27, lid 3, van de Wet)].

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De Poolse wetgeving bevat geen algemene conflictregels voor het recht dat van toepassing is op consumentenbetrekkingen in de zin van artikel 5 van het Verdrag van Rome. Indien de omstandigheden van de zaak niet vallen onder de nationale wetten ter uitvoering van de conflictregels van de consumentenregelingen, dient het recht dat van toepassing is krachtens de algemene regelgeving voor verbintenissen, te worden toegepast op alle grensoverschrijdende geschillen waarbij consumenten betrokken zijn.

Wat betreft unilaterale rechtshandelingen zijn krachtens artikel 30 van de Wet de bepalingen betreffende het op contractuele verbintenissen toepasselijk recht dienovereenkomstig van toepassing.

Reikwijdte van het toepasselijk recht

Het verbintenissenrecht (en het recht inzake unilaterale rechtshandelingen) stelt onder andere de mogelijkheid vast een bepaalde rechtshandeling te verrichten, alsook de factoren die de geldigheid van de handeling bepalen. De bekwaamheid als beslissende factor voor een rechtshandeling wordt evenwel beoordeeld op grond van de staat van de persoon, terwijl de vraag welk recht van toepassing is op de vorm van de rechtshandeling afzonderlijk is geregeld in artikel 12 van de Wet op het internationale privaatrecht.

Bovendien bevat het recht dat van toepassing is op een rechtshandeling de regels voor de interpretatie van de wilsverklaringen, voorwaarden en termijnen, de inhoud van de contractuele betrekking, wanprestatie of onvoldoende prestatie, wijze en omvang van schadeloosstelling, wijziging, verloop van een verbintenis en overdracht van een verbintenis (bijvoorbeeld middels cessie).

III.2. Niet-contractuele verbintenissen

Rechtsbronnen en de onderlinge verhouding daartussen

In Pools recht is de vraag welk recht van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen, geregeld in artikel 31 van de Wet op het internationale privaatrecht. Zoals bij de contractuele verbintenissen wordt de vraag welk recht van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen, echter eveneens beheerst door bilaterale en multilaterale overeenkomsten en door de bepalingen ter uitvoering van de conflictregels van de sectoriële regelingen. Deze regelgeving heeft voorrang boven de bepalingen van de Wet.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wat betreft de vraag welk recht van toepassing is op verkeersongevallen op de weg, heeft het Haags Verdrag van 4 mei 1971 inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg (waarbij Polen partij is) voorrang.

Binnen hun toepassingsgebied hebben de bepalingen ter uitvoering van de conflictregels van de sectoriële regelingen (bijvoorbeeld betreffende consumentenbescherming) eveneens voorrang boven de bepalingen van de Wet.

Toepasselijk recht

Artikel 31, lid 1 en lid 2, van de Wet op het internationale privaatrecht bepaalt dat een niet-contractuele verbintenis wordt geregeld door het recht van het land waarin de gebeurtenis die ten grondslag ligt aan de verbintenis, heeft plaatsgevonden. Indien de partijen onderdaan van hetzelfde land zijn en er hun woonplaats hebben, is de wet van dat land van toepassing.

III.3. De staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid)

Bronnen van geldend recht

Volgens Pools recht is de vraag welk recht van toepassing is op de handelingsbekwaamheid van natuurlijke en rechtspersonen, geregeld in de artikelen 9 tot en met 11 van de Wet op het internationale privaatrecht.

Toepasselijk recht

De algemene regel is vastgelegd in artikel 9, lid 1 en lid 2, van de Wet op het internationale privaatrecht. Volgens die bepaling wordt de handelingsbekwaamheid van een natuurlijke persoon en zijn bekwaamheid om rechtshandelingen te verrichten geregeld door het recht van zijn land, terwijl de handelingsbekwaamheid van een rechtspersoon geregeld wordt door het recht van het land waar zijn zetel is gevestigd. De rechtsleer verstaat onder de zetel van een rechtspersoon de feitelijke zetel van zijn belangrijkste bestuursorganen (de directie).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor de aanknopingspunten van nationaliteit en zetel met betrekking tot de staat van natuurlijke respectievelijk rechtspersonen gelden bepaalde uitzonderingen. Ten eerste voorzien sommige bilaterale verdragen ten aanzien van de handelingsbekwaamheid van een rechtspersoon in de toepassing van het recht van het land van oprichting.

Ten tweede wordt de handelingsbekwaamheid van een natuurlijke of rechtspersoon die een rechtshandeling verricht in het kader van een onderneming, geregeld door het recht van het land waar de zetel van die onderneming is gevestigd (artikel 9, lid 3, van de Wet).

Ten derde bepaalt artikel 10 van de Wet dat, indien een buitenlander die volgens het recht van zijn land niet rechtsbekwaam is, in Polen een rechtshandeling heeft verricht die verondersteld wordt in Polen gevolgen te hebben, zijn handelingsbekwaamheid dienovereenkomstig geregeld wordt door Pools recht, indien zulks nodig is ter bescherming van te goeder trouw handelende personen. Evenals artikel 11 van het Verdrag van Rome beoogt deze bepaling bescherming te bieden aan overeenkomstsluitende partijen die te goeder trouw handelen en daartoe wel bekwaam zijn krachtens het recht van het land waar de handeling verricht wordt, maar niet krachtens het recht van hun eigen land. Deze uitzondering is daarom niet van toepassing op rechtshandelingen in het kader van wetgeving inzake familie en voogdij en erfrecht.

Verder gelden er speciale regels voor vermoeden van overlijden en vaststelling van overlijden. Overeenkomstig artikel 11 van de Wet moet bij vermoeden of vaststelling van overlijden het recht van het land van de betrokkene worden toegepast (tenzij een Poolse rechter beslist in een zaak betreffende de vaststelling van overlijden van een buitenlander, in welk geval Pools recht van toepassing zou zijn).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

III.4. Afstamming en adoptie

Afstamming - rechtsbronnen en toepasselijk recht

Afstammingskwesties zijn geregeld in artikel 19, lid 2, van de Wet op het internationale privaatrecht, dat bepaalt dat vaststelling of ontkenning van vaderschap of moederschap wordt beheerst door het recht van het land van het kind dat van toepassing was ten tijde van zijn geboorte. De vaststelling van afstamming wordt beheerst door het recht van het land waarvan het kind onderdaan is ten tijde van de vaststelling. Daarentegen wordt de vaststelling van de afstamming betreffende een ongeboren kind beheerst door het recht van het land van de moeder.

Indien het kind of de moeder onderdaan is van twee of meer landen, is het in artikel 2, lid 1, van de Wet vervatte beginsel betreffende exclusiviteit van Pools staatsburgerschap van toepassing.

De meeste bilaterale verdragen hanteren hetzelfde beginsel betreffende de toepasselijkheid van het nationaal recht van het kind ten tijde van de geboorte. In sommige landen is de kwestie van de afkomst van het kind echter onderworpen aan het nationale recht van de moeder ten tijde van de geboorte van het kind of van de woonplaats van de ouders en kinderen, en bij gebrek aan een dergelijk aanknopingspunt, het nationale recht van het kind.

Adoptie - rechtsbronnen en toepasselijk recht

Volgens artikel 22, lid 1, van de Wet op het internationale privaatrecht wordt adoptie beheerst door het nationale recht van de adoptant, maar is zij onderworpen aan naleving van de bepalingen van het nationale recht van het kind met betrekking tot de toestemming van het kind, de toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger van het kind, de toestemming van de bevoegde overheidsinstantie of de adoptiebeperkingen in geval van wijziging van de bestaande woonplaats naar een woonplaats in een ander land.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De door Polen gesloten bilaterale overeenkomsten bepalen het volgende: a) adoptie wordt beheerst door het recht van de partij wiens nationaliteit het kind heeft, b) adoptie wordt beheerst door het recht van beide partijen indien de adoptanten een verschillende nationaliteit hebben, en c) adoptie wordt beheerst door het recht van de staat binnen het rechtsgebied waarvan de woonplaats van het adoptiekind en de adoptanten is gelegen of, als zij in verschillende landen wonen, het recht van het land waarvan het adoptiekind onderdaan is.

Polen is tevens partij bij het Europees Verdrag betreffende de adoptie van kinderen, ondertekend op 24 april 1967 in Straatsburg, en het Haags Verdrag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie.

III.5. Huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, onderhoudsverplichtingen

Huwelijk

In Pools recht is de vraag welk recht van toepassing is op het huwelijk, geregeld in de artikelen 14 tot en met 16 van de Wet op het internationale privaatrecht.

De regel is dat de gronden voor het aangaan of nietig verklaren van een huwelijk worden beoordeeld overeenkomstig het nationale recht van elke echtgenoot afzonderlijk (artikel 14). Dat betekent dat de bekwaamheid om een huwelijk aan te gaan voor elk van de echtgenoten apart wordt beoordeeld overeenkomstig diens nationale wetgeving.

Het aanknopingspunt van de nationaliteit wordt ook gebruikt in de bilaterale overeenkomsten die Polen is aangegaan met onder andere Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Roemenië, Oostenrijk en Frankrijk.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Bij dubbel of meervoudig staatsburgerschap van een van de echtgenoten of van beiden zou een Poolse burger onderworpen zijn aan het Pools recht, ongeacht het feit dat de wet van een ander land hem/haar ook erkent als staatsburger.

Indien een Poolse staatsburger huwt met een buitenlander die burger is van twee of meer landen, is de buitenlander onderworpen aan diens nationale recht, dat wil zeggen de wet van het land waarmee hij/zij het nauwst is verbonden.

Echtscheiding - toepasselijk recht

Volgens artikel 18 van de Poolse Wet op het internationale privaatrecht is op echtscheiding van toepassing het gemeenschappelijke nationale recht van de echtgenoten dat van toepassing is op het moment van de aanvraag van de echtscheiding. Bij gebreke van gemeenschappelijk nationaal recht is het recht van het land waarin beide echtgenoten hun woonplaats hebben, van toepassing. Indien blijkt dat de echtgenoten evenmin in hetzelfde land wonen, is het Poolse recht van toepassing.

Scheiding van tafel en bed

Volgens artikel 18 van de Poolse Wet op het internationale privaatrecht is op scheiding van tafel en bed van toepassing het gemeenschappelijke nationale recht van de echtgenoten dat van toepassing is op het moment van de aanvraag van de scheiding. Bij gebreke van gemeenschappelijk nationaal recht is het recht van het land waarin beide echtgenoten hun woonplaats hebben, van toepassing. Indien blijkt dat de echtgenoten evenmin in hetzelfde land wonen, is het Poolse recht van toepassing.

Onderhoudsverplichtingen

In het Poolse recht is niet apart geregeld welk recht van toepassing is op onderhoudsverplichtingen binnen de verhouding tussen de echtgenoten, zodat het huwelijksvermogensregime wordt bepaald door bijkomende normen. De onderhoudsverplichtingen tussen de partijen tijdens het huwelijk zijn daarom onderworpen aan de financiële regeling tussen de echtgenoten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien een van de echtgenoten alimentatie vordert tijdens het huwelijk, is het op dat moment vigerende gemeenschappelijke nationale recht van de echtgenoten van toepassing. Bij gebreke van gemeenschappelijk nationaal recht is van toepassing het recht van het land waarin beide echtgenoten hun woonplaats hebben of, indien de echtgenoten niet in hetzelfde land wonen, het Poolse recht. Alimentatievorderingen na echtscheiding zijn onderworpen aan het recht dat van toepassing was op de echtscheidingsprocedure.

III.6. Huwelijksvermogensrecht

Toepasselijk recht

De financiële betrekkingen tussen de partijen worden beheerst door het gemeenschappelijke nationale recht dat op dat moment van kracht is (artikel 17, lid 1, van de Wet op het internationale privaatrecht). Bij gebreke van gemeenschappelijk nationaal recht is van toepassing het recht van het land waarin beide echtgenoten hun woonplaats hebben of, indien de echtgenoten niet in hetzelfde land wonen, het Poolse recht.

Het op enig moment vigerende gemeenschappelijke nationale recht van de echtgenoten bepaalt ook of uitvoering, wijziging of beëindiging van een huwelijksvermogensregime ontvankelijk is. De financiële betrekkingen in het kader van een huwelijksvermogensregime worden echter beheerst door het gemeenschappelijke nationale recht van de echtgenoten dat van kracht is op het moment van ondertekening van het regime. Bij gebreke van gemeenschappelijk nationaal recht is van toepassing het recht van het land waarin beide echtgenoten hun woonplaats hebben of, indien de echtgenoten niet in hetzelfde land wonen, het Poolse recht.

III.7. Erfrecht

Bronnen van geldend recht

De vrrag welk recht van toepassing is op erfopvolging, is geregeld in artikel 34 en artikel 35 van de Wet op het internationale privaatrecht. Het Haags Verdrag van 1961 inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen en de relevante conflictregels van de bilaterale verdragen over rechtsbijstand waarbij Polen partij is, hebben echter voorrang boven de Wet.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Toepasselijk recht

Volgens artikel 34 van de Wet wordt erfopvolging beheerst door het nationaal recht van de erflater dat van kracht is op het moment van zijn overlijden. Artikel 35 van de Wet voorziet in een uitzondering op deze regel, die van toepassing is wanneer de geldigheid van het testament en andere wettelijke verplichtingen bij overlijden worden beoordeeld, en bepaalt dat in dit verband kan worden volstaan met naleving van de in het recht van het land van de rechtshandeling bepaalde vorm.

Regels inzake erfopvolging met betrekking tot landbouwbedrijven in Polen.

De erfopvolging met betrekking tot landbouwbedrijven in Polen is onderworpen aan aparte regelgeving, die aanzienlijk afwijkt van de algemene bepalingen van het erfrecht. Zowel in de rechtsleer als in de rechtsliteratuur wordt aangenomen dat het erfrecht ook van toepassing is op landbouwbedrijven in Polen, evenwel met inachtneming van de wijzigingen die voortvloeien uit de gedetailleerde Poolse regelgeving inzake de regels die van toepassing zijn op de erfopvolging van landbouwbedrijven.

III.8. Eigendoms- en zakelijke rechten

Toepasselijk recht

Eigendoms- en andere zakelijke rechten worden beheerst door het recht van het land waar het goed zich bevindt (artikel 24 van de Wet op het internationale privaatrecht). Het toepasselijk recht is het recht dat van kracht is op de plaats waar het roerend of onroerend goed zich bevindt. De verkrijging en het verlies van eigendomsrechten, evenals de verkrijging, het verlies en de inhoudelijke of prioritaire wijziging van andere zakelijke rechten, worden echter geregeld door het recht van het land waarin het voorwerp van die rechten zich bevond ten tijde van de gebeurtenis die leidde tot voornoemde rechtsgevolgen. Voor luchtvaartuigen geldt andere regelgeving, aangezien de zakelijke rechten aan boord van luchtvaartuigen worden beoordeeld overeenkomstig het recht van het land waar de luchtvaartuigen zijn geregistreerd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Volgens het zeerecht worden de eigendomsrechten op schepen beheerst door het recht van de staat waar de schepen zijn geregistreerd.

Onroerende goederen

Krachtens artikel 25, lid 2, van de Wet op het internationale privaatrecht worden verbintenissen in verband met onroerende goederen (bijvoorbeeld verkoopovereenkomst, ruil, schenking, lijfrente, diverse soorten huurovereenkomst) altijd beheerst door het recht van het land waar het onroerend goed is gelegen. Dat betekent dat de partijen bij dergelijke verbintenissen geen rechtskeuze hebben.

III.9. Insolventie

Toepasselijk recht

De vraag welk recht van toepassing is op insolventie, is in het Poolse recht geregeld in de Wet van 28 februari 2003 inzake faillissement en rehabilitatie en in de Wet op het internationale privaatrecht. Laatstgenoemde wet bevat evenwel geen conflictregels die de kwestie van faillissement of de gevolgen van een faillietverklaring rechtstreeks regelen.

Volgens de artikelen 460 tot en met 470 van de Faillissementswet kan de Wet op het internationale privaatrecht niet worden toegepast op faillissementsprocedures die zijn ingesteld op Pools grondgebied in verband met uitsluitend de in de Faillissementswet genoemde entiteiten, te weten buitenlandse banken en kredietinstellingen en hun filialen. Op faillissementsprocedures in verband met andere entiteiten, zoals ondernemingen van natuurlijke personen en personen met of zonder rechtspersoonlijkheid, zijn de conflictregels van de Wet op het internationale privaatrecht van toepassing.

Artikel 460 van de Faillissementswet bepaalt dat het Pools recht van toepassing is op alle faillissementsprocedures die in Polen zijn ingeleid. De Wet voorziet echter ook in een groot aantal uitzonderingen op die regel om rekening te houden met de aard van een bepaalde rechtsverhouding, de nauwere banden met een ander land of de plaats van een roerend goed.

« Toepasselijk recht - Algemene informatie | Polen - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 28-02-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk