Europese Commissie > EJN > Toepasselijk recht > Nederland

Laatste aanpassing: 23-04-2009
Printversie Voeg toe aan favorieten

Toepasselijk recht - Nederland

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

I. Bronnen van geldend recht I.
I.1. Regels van nationaal recht I.1.
I.2. Geldende multilaterale verdragen I.2.
I.3. De belangrijkste bilaterale verdragen I.3.
II. Toepassing van de conflictregels II.
II.1. Ambtshalve toepassing van de conflictregels II.1.
II.2. Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing) II.2.
II.3. Wijziging aanknopingspunt II.3.
II.4. Niet-toepassing van conflictregels in uitzonderingsgevallen II.4.
II.5. Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht II.5.
III. De conflictregels III.
III.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen III.1.
III.2. Niet-contractuele verbintenissen III.2.
III.3. De staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid) III.3.
III.4. Afstamming en adoptie III.4.
III.5. Huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, onderhoudsverplichtingen III.5.
III.6. Huwelijksvermogensrecht III.6.
III.7. Erfrecht III.7.
III.8. Goederenrecht III.8.
III.9. Insolventie III.9.

 

I. Bronnen van geldend recht

I.1. Regels van nationaal recht

Enkele bepalingen van internationaal privaatrecht zijn opgenomen in de Wet houdende algemene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk (hierna: AB).

Voorts bestaat er een aantal wetten waarvan de naam luidt "Wet conflictenrecht [rechtsgebied]". Deze rechtsgebieden zijn: echtscheiding (WCE); namen (WCN); huwelijk (WCH); huwelijksvermogensregime (WCHv); levensverzekering; schadeverzekering; huwelijksbetrekkingen (WCHb); zeerecht en binnenvaartrecht (WIPRZ); trusts (WCT); erfopvolging (WCErf); corporaties; onrechtmatige daad (WCOD); afstamming (WCA); adoptie (WCAd); geregistreerd partnerschap (WCGP). Andere onderwerpen worden niet door wetgeving bestreken, maar door verdragen of door regels die aan de rechtspraak zijn ontleend.

I.2. Geldende multilaterale verdragen
  • Verdrag nopens de wet welke op alimentatieverplichtingen jegens kinderen toepasselijk is, 's-Gravenhage, 24 oktober 1956
  • Verdrag betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen, 's-Gravenhage, 5 oktober 1961 (hierna: HKV 1961)
  • Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen, 's-Gravenhage, 5 oktober 1961 (hierna: Haags Testamentsvormenverdrag)
  • Overeenkomst inzake wettiging door huwelijk, Rome, 10 september 1970
  • Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg, 's-Gravenhage, 4 mei 1971 (hierna: HVOV)
  • Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, 's-Gravenhage, 2 oktober 1973 (hierna: Haags Alimentatieverdrag 1973, HAV 1973)
  • Verdrag betreffende de wet welke van toepassing is op de aansprakelijkheid wegens produkten, 's-Gravenhage, 2 oktober 1973 (hierna: Haags Productaansprakelijkheidsverdrag, HPAV)
  • Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging, 's-Gravenhage, 14 maart 1978 (hierna: Haags Vertegenwoordigingsverdrag, HVV)
  • Verdrag inzake de voltrekking en de erkenning van de geldigheid van huwelijken, 's-Gravenhage, 14 maart 1978
  • Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime, 's-Gravenhage, 14 maart 1978 (hierna: Haags Huwelijksvermogensverdrag, HHV)
  • Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, Rome, 19 juni 1980 (hierna: EVO)
  • Overeenkomst inzake het recht dat van toepassing is op geslachtsnamen en voornamen, München, 5 september 1980 (hierna: Namenverdrag)
  • Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op trusts en inzake de erkenning van trusts, 's-Gravenhage, 1 juli 1985 (hierna: Haags Trustverdrag)
  • Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op erfopvolging, 's-Gravenhage, 1 augustus 1989 (hierna: Haags Erfrechtverdrag; niet in werking, maar in Nederland toegepast op grond van de WCErf)
  • Verordening (EG) 1346/2000 van de Raad van 29 betreffende insolventieprocedures (hierna: InsVo)
I.3. De belangrijkste bilaterale verdragen

Geen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

II. Toepassing van de conflictregels

II.1. Ambtshalve toepassing van de conflictregels

Op grond van art. 25 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering dient de rechter de conflictregels ambtshalve (dus ook wanneer partijen er geen beroep op doen) toe te passen.

II.2. Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing)

Als het recht van staat A wordt aangewezen, worden de regels van die staat toegepast. Indien recht A bepaalt dat het Nederlandse recht of het recht van staat B toepasselijk is, wordt die bepaling in beginsel buiten beschouwing gelaten. In enkele gevallen wordt een uitzondering gemaakt.

II.3. Wijziging aanknopingspunt

Er is geen algemene regel problemen die zich voordoen wanneer het aanknopingspunt zich wijzigt. In hoofdstuk 3 zullen, waar dit van belang is, de oplossingen besproken worden voor een aantal afzonderlijke rechtsgebieden.

II.4. Niet-toepassing van conflictregels in uitzonderingsgevallen

Openbare orde

Buitenlands recht wordt buiten toepassing gelaten voorzover dat recht of de toepassing ervan in strijd komt met de internationaal privaatrechtelijke openbare orde. Dat is het geval wanneer (de toepassing van) het buitenlandse recht inbreuk zou maken op fundamentele beginselen van de Nederlandse rechtsorde. De regel dient restrictief te worden toegepast. Het enkele feit dat het buitenlandse recht afwijkt van het Nederlandse recht is onvoldoende om de openbare orde in te roepen, zelfs indien het desbetreffende Nederlandse recht van dwingende aard is. Is niet de regel zelf, maar wel de toepassing ervan mogelijk in strijd met de openbare orde, dan kan de beoordeling daarvan mede afhangen van de mate van verbondenheid van het geval met de Nederlandse rechtssfeer. De openbare orde kan worden ingeroepen, ook wanneer de desbetreffende regeling daarover geen bepaling bevat.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voorrangsregels

De Nederlandse rechter kan bepalingen van bijzonder dwingend recht (voorrangsregels) toepassen ongeacht het recht dat de rechtsverhouding tussen partijen beheerst. Het gaat hier niet om "gewone" dwingendrechtelijke bepalingen van maar om bepalingen die veelal mede een publiekrechtelijke functie hebben. Zowel Nederlandse als buitenlandse voorrangsregels kunnen worden toegepast. Omgekeerd kunnen bepalingen van het als toepasselijk aangewezen recht buiten toepassing blijven wanneer het publiekrechtelijk belang dat zij beogen te beschermen in het voorliggende geval niet aan de orde is.

II.5. Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht

De rechter moet de inhoud van het buitenlandse recht ambtshalve vaststellen. Partijen worden vaak uitgenodigd zich over het buitenlandse recht uit te laten en geven daar meestal gehoor aan. Dat laat onverlet dat de rechter zelf verantwoordelijk blijft voor hetgeen hij als inhoud van het buitenlandse recht aanneemt.

De rechter is vrij in de wijze van informatieverkrijging. Hij kan de weg volgen van de Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht (Londen, 7 juni 1968), hij kan zelf onderzoek doen aan de hand van literatuur, hij kan dit onderzoek uitbesteden aan een deskundige uit het desbetreffende land of aan een onderzoeksinstituut zoals het T.M.C. Asser Instituut of het Internationaal Juridisch Instituut.

Indien de inhoud van het buitenlandse recht niet voldoende kan worden vastgesteld, worden verschillende oplossingen gehanteerd, zoals toepassing van een stelsel dat verwant is aan het eigenlijk toepasselijke recht, van internationaal aanvaarde beginselen of van Nederlands recht.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

III. De conflictregels

III.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen

Overeenkomsten

Voor de meeste overeenkomsten wordt het toepasselijk recht aangewezen door het EVO. Zie echter voor vertegenwoordigingsovereenkomsten de volgende alinea.

Voor enkele overeenkomsten die krachtens art. 1 lid 2 van de werking van het EVO uitgesloten zijn, gelden afzonderlijke wetten (zie hieronder). Voor andere overeenkomsten zijn de conflictregels niet in wetten vastgelegd.

Overeenkomsten die vóór de inwerkingtreding van het EVO gesloten zijn, worden beheerst door de toenmalige conflictregels. Die komen in belangrijke mate overeen met de conflictregels van het EVO.

Vertegenwoordiging

Voor vertegenwoordigingsovereenkomsten genieten in Nederland de bepalingen van het Haags Vertegenwoordigingsverdrag voorrang boven die van het EVO. In de relatie tussen vertegenwoordiger en vertegenwoordigde wordt een rechtskeuze gehonoreerd; bij gebreke van een rechtskeuze is, behoudens uitzonderingen, het recht toepasselijk van de gewone verblijfplaats van de vertegenwoordiger óf het recht de gewone verblijfplaats van de vertegenwoordigde, indien de werkzaamheden voornamelijk in dat land worden verricht (art. 6 e.v. HVV). In de verhouding tussen de vertegenwoordigde en zijn wederpartij worden vragen rond de vertegenwoordiging (zoals de bevoegdheid van de vertegenwoordiger en de gevolgen van diens handelen), behoudens uitzonderingen, beheerst door het recht van de gewone verblijfplaats van de vertegenwoordiger (art. 11 lid 1 HVV).

Levensverzekering, schadeverzekering

Voor de levensverzekering en de schadeverzekering gelden de conflictregels die zijn opgenomen in achtereenvolgens de Wet conflictenrecht levensverzekering en de Wet conflictenrecht schadeverzekering.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Koop

Het Weens Koopverdrag (Wenen, 11 april 1980) bevat bepalingen van eenvormig kooprecht. Het verdrag bepaalt in art. 1 lid 1 sub b dat, indien volgens de regels van internationaal privaatrecht het recht van een verdragsluitende staat van toepassing is, niet de bepalingen van het interne recht van die staat van toepassing zijn, maar de bepalingen van het verdrag.

Rechtshandelingen

"Rechtshandelingen" vormen geen afzonderlijke verwijzingscategorie. Rechtshandelingen die plaatsvinden binnen het kader van een overeenkomst, worden in het algemeen beheerst door het recht dat de overeenkomst beheerst; verbintenissen uit sommige andere rechtshandelingen worden als niet-contractuele verbintenis beschouwd (bijvoorbeeld bij zaakwaarneming) of bij een andere verwijzingscategorie worden ingedeeld (bijvoorbeeld: opmaken testament, vaderschapserkenning). Voor de vorm van rechtshandelingen geldt in het algemeen een begunstigende conflictregel: een rechtshandeling is naar de vorm geldig wanneer zij voldoet aan de eisen van ofwel de plaats waar de rechtshandeling tot stand kwam, ofwel het recht dat de rechtshandeling inhoudelijk beheerst (art. 10 AB).

III.2. Niet-contractuele verbintenissen

Onrechtmatige daad

De wet conflictenrecht onrechtmatige daad bepaalt dat de onrechtmatige daad beheerst wordt door het recht van de staat waar de daad plaatsvindt (art. 3 lid 1 WCOD). Daarop doet zich echter een aantal uitzonderingen voor, met name wanneer de gevolgen van een daad zich voordoen in een andere staat dan waar zij plaatsvond, wanneer dader en benadeelde hun gewone verblijfplaats in dezelfde staat hebben of wanneer het gaat om ongeoorloofde mededinging. Is een onrechtmatige daad nauw verbonden met een andere rechtsverhouding tussen partijen, dan kan de rechter, in afwijking van het voorgaande, het recht dat die andere rechtsverhouding beheerst, ook op de onrechtmatige daad toepassen (art. 5 WCOD).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voorts kunnen partijen, in afwijking van het voorgaande, zelf het toepasselijke recht kiezen (art. 6 WCOD).

Verkeersongevallen

In beginsel is de wet toepasselijk van het land waar het ongeval heeft plaatsgevonden (art. 3 Haags Verkeersongevallenverdrag). Zijn er bij het ongeval echter alleen voertuigen betrokken die in een andere staat geregistreerd zijn, dan is, onder aanvullende voorwaarden, het recht van de staat van registratie toepasselijk (art. 4, 5, 6 HVOV).

Ongeacht het toepasselijk recht zijn de verkeers- en veiligheidsvoorschriften van de plaats van het ongeval toepasselijk (art. 7 HVOV).

Productaansprakelijkheid

Op kwesties van productaansprakelijkheid als gedefinieerd in art. 1, 2 en 3 Haags productaansprakelijkheidsverdrag is het recht van de plaats van het schadeberokkende feit toepasselijk indien aan een van de in art. 4 HPAV genoemde voorwaarden is voldaan. In andere gevallen is in beginsel het recht toepasselijk van de gewone verblijfplaats van degene die schade lijdt of dat van de vestigingsplaats van de aansprakelijke partij toepasselijk zijn (art. 5, 6 HPAV).

Zaakwaarneming

Er is geen wettelijke bepaling over zaakwaarneming. Behoudens rechtskeuze door partijen is het recht toepasselijk van het land waar de zaakwaarneming heeft plaatsgevonden. Kan dat recht niet worden aangewezen, bijvoorbeeld omdat de zaakwaarneming in meer dan één land plaatsvond, dan is het recht toepasselijk van het land met de rechtssfeer waarvan de zaakwaarneming het nauwst verbonden is (Hoge Raad, 23 februari 1996, Nederlandse Jurisprudentie 1997, 276).

Onverschuldigde betaling; ongerechtvaardigde verrijking

De conflictregels over onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking zijn niet in wetgeving vastgelegd. Ook is er geen eenduidige rechtspraak over deze kwesties.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

III.3. De staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid)

Algemeen

De staat van een persoon wordt in beginsel beheerst door zijn nationale recht. Dit wordt voor Nederlanders bepaald in art. 6 AB; voor niet-Nederlanders valt het per analogie uit die bepaling af te leiden. Op het in art. 6 AB bepaalde worden in afzonderlijke wetten veel uitzonderingen gemaakt.

Naam

In de Wet conflictenrecht namen zijn de bepalingen van het Namenverdrag geïncorporeerd. Tevens zijn in deze wet aanvullingen gegeven die specifiek zijn voor het Nederlandse internationaal privaatrecht. Op grond van art. 1 WCN wordt de naam van een persoon beheerst door zijn nationale recht, inclusief de bepalingen van internationaal privaatrecht van dat recht.

Heeft een persoon de Nederlandse en een buitenlandse nationaliteit, dan wordt het Nederlandse recht toegepast (art. 2 WCN). Heeft de persoon meer dan een nationaliteit, maar niet de Nederlandse, dan wordt het recht toegepast van de nationaliteit waarmee de persoon, alle omstandigheden in aanmerking genomen, de sterkste band heeft (art. 1 lid 2 WCN). Art. 5b WCN geeft een regeling voor naamskeuze in internationale gevallen.

Woonplaats

Het Nederlandse internationaal privaatrecht kent geen verwijzingsregel inzake de woonplaats. In de praktijk geldt het volgende. Wordt in een verdrag of wet naar iemands woonplaats verwezen, dan is het voor de Nederlandse rechter in de meeste gevallen slechts van belang of die woonplaats in Nederland gelegen is (bijvoorbeeld: de artikelen 1 tot en met 14 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die slechts betrekking hebben op de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is en niet op de vraag of de buitenlandse rechter bevoegdheid toekomt). Hij past op die vraag de artikelen 1:10 tot en met 1:15 Burgerlijk Wetboek toe. In andere verdragen en wetten wordt vaak verwezen naar iemands gewone verblijfplaats. Dan kan het belangrijk zijn of die gewone verblijfplaats in Nederland of in het buitenland gelegen is (bijvoorbeeld in het EVO, aan de hand waarvan bepaald moet worden of Nederlands dan wel buitenlands recht van toepassing is). Het begrip 'gewone verblijfplaats' wordt dan niet ingevuld aan de hand van normen van het Nederlandse recht, maar aan de hand van normen die passen bij de desbetreffende regeling ('verdragsautonome uitleg' of, bij Europese Verordeningen, 'verordeningsautonome uitleg').

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Minderjarigheid en handelingsbekwaamheid

Of iemand minderjarig is en of hij handelingsbekwaam is, wordt, in overeenstemming met art. 6 AB, in beginsel bepaald door het recht van zijn nationaliteit. Een aantal regelingen kent een eigen bepaling om vast te stellen tot welke leeftijd die regeling van toepassing is.

Bescherming van minderjarigen en meerderjarigen

Van de vraag of iemand minderjarig en/of handelingsbekwaam is, moet worden onderscheiden de vraag welke maatregelen mogelijk zijn om een minderjarige of een meerderjarige in zijn belang te beschermen. Op deze maatregelen is voor minderjarigen van toepassing het HKV 1961, dat in art. 2 het recht toepasselijk verklaart van de gewone verblijfplaats van de minderjarige. Voor meerderjarigen wordt nog wel aangeknoopt bij het nationale recht, maar ook, naar analogie van art. 2 HKV 1961, bij het recht van de gewone verblijfplaats.

III.4. Afstamming en adoptie

Afstamming

Van wie een kind afstamt, wordt bepaald door het recht dat aangewezen wordt door de Wet conflictenrecht afstamming. Deze wet stelt voor de volgende situaties conflictregels vast:

Afstamming door huwelijk: het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en de man ten tijde van de geboorte van het kind; bij gebreke daarvan het recht van de gewone verblijfplaats van zowel de vrouw als de man en bij gebreke ook daarvan het recht van de gewone verblijfplaats van het kind (art. 1 WCA).

Afstamming van een ongehuwde vrouw: het nationale recht van de vrouw maar er komt in ieder geval een afstammingsrelatie tot stand indien de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft (art. 3 WCA).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Afstamming door vaderschapserkenning: erkenning is mogelijk wanneer zij mogelijk is naar het nationale recht van de man of van het kind of naar het recht van de gewone verblijfplaats van de man of van het kind. Er zijn afzonderlijke regels voor de erkenning door een Nederlandse gehuwde man en voor de toestemming van de moeder en het kind (art. 4 WCA).

Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap: het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de moeder; bij gebreke daarvan het recht van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats en bij gebreke ook daarvan, het recht van de gewone verblijfplaats van het kind (art. 6 WCA).

Afstamming door wettiging: in beginsel worden de bepalingen toegepast van de Overeenkomst inzake wettiging door huwelijk (Rome, 10 december 1970).

Adoptie

Op een in Nederland uit te spreken adoptie of op de herroeping daarvan is het Nederlandse recht van toepassing (art. 3 WCAd). De toestemming van de ouders of andere personen wordt in beginsel beheerst door het recht van de nationaliteit van het kind; heeft het kind meer dan een nationaliteit, dan is de nationaliteit van het land waarmee het kind, alle omstandigheden in aanmerking genomen, de nauwste band heeft, bepalend.

III.5. Huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, onderhoudsverplichtingen

Huwelijk

Een huwelijk kan in Nederland worden gesloten wanneer elk der partijen voldoet aan de vereisten tot het aangaan van een huwelijk die zijn nationale recht stelt. Bezit een van de partijen de Nederlandse nationaliteit, dan kan het huwelijk ook worden gesloten wanneer beide partijen voldoen aan de vereisten die het Nederlandse recht stelt (art. 2 sub a WCH). Geen huwelijk wordt voltrokken indien zich een van de omstandigheden van art. 3 WCH voordoet, in welke omstandigheden het huwelijk als strijdig met de openbare orde zou worden beschouwd. In Nederland kan een huwelijk slechts worden voltrokken door de ambtenaar van de burgerlijke stand of, onder bepaalde voorwaarden, door een buitenlandse diplomatieke of consulaire ambtenaar (art. 4 WCH).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Huwelijksvermogensregime

Welke conflictregel het recht aanwijst waaraan het huwelijksvermogensregime is onderworpen, hangt af van de datum van het huwelijk.

Is het huwelijk voor 23 augustus 1977 gesloten, dan is in enkele uitzonderingsgevallen het Haags Huwelijksgevolgenverdrag van 17 juli 1905 van toepassing, dat verwijst naar het nationale recht van de man ten tijde van het huwelijk.

Voor huwelijken die niet onder dit verdrag vallen en die gesloten zijn voor 1 september 1992, voorziet het arrest van de Hoge Raad van 10 december 1976 (Nederlandse Jurisprudentie 1977, 275, Chelouche/van Leer) in conflictregels.

Deze regels bepalen dat de aanstaande echtgenoten zelf een rechtskeuze kunnen uitbrengen. Doen zij dit niet, dan is het recht toepasselijk van de nationaliteit die zij ten tijde van het huwelijk of kort daarna gemeenschappelijk bezitten of verkrijgen. Bij gebreke daarvan is het recht toepasselijk van het eerste huwelijksdomicilie. Bij gebreke ook daarvan wordt het recht toegepast van het land waarmee partijen, alle omstandigheden in aanmerking genomen, de nauwste band hebben.

Het recht dat krachtens deze conflictregels toepasselijk is, blijft toepasselijk, behalve wanneer partijen naderhand een rechtskeuze uitbrengen.

Huwelijken die op of na 1 september 1992 gesloten zijn, vallen onder het Haags Huwelijksvermogensverdrag. Ook dit verdrag laat, binnen bepaalde grenzen, een rechtskeuze toe. Is geen rechtskeuze uitgebracht, dan is, afhankelijk van de omstandigheden, recht van toepassing van het land waar partijen hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk vestigen, ofwel het recht van hun gemeenschappelijke nationaliteit.

Een wijziging van omstandigheden (nationaliteit, gewone verblijfplaats) kan dat leiden tot een wijziging van het toepasselijke recht.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Persoonlijke gevolgen van het huwelijk

De gevolgen van het huwelijk die niet onder het huwelijksvermogensregime vallen, worden beheerst door het recht dat aangewezen wordt door de WCHb. Toepasselijk is, achtereenvolgens, het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten, het recht van het land waar zij beiden hun gewone verblijfplaats hebben of het recht van het land waarmee zij, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het nauwst zijn verbonden (art. 1 leden 1 en 2 WCHb; zie echter de uitzonderingen in art. 2 en 3 WCHb).

Echtscheiding, scheiding van tafel en bed

De conflictregels van art. 1 Wet conflictenrecht echtscheiding werken zodanig uit dat in de praktijk vrijwel altijd Nederlands recht op een echtscheiding wordt toegepast. Alleen wanneer de echtgenoten een gemeenschappelijke buitenlandse nationaliteit hebben, wordt het recht van die nationaliteit toegepast, doch ook daarop bestaan veel uitzonderingen.

Geregistreerd partnerschap

Op het aangaan van een geregistreerd partnerschap in Nederland is Nederlands recht van toepassing (art. 1 Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap). Op de beëindiging van een geregistreerd partnerschap is, behoudens uitzonderingsgevallen, eveneens Nederlands recht van toepassing (art. 22, 23 lid 1 WCGP).

Partnerschapsvermogensregime

De partners kunnen, binnen bepaalde grenzen, het recht aanwijzen dat hun vermogensregime zal beheersen (art. 6, 8 WCGP). Doen zij dit niet, dan is het recht van toepassing van het land waar het partnerschap is aangegaan, inclusief de regels van internationaal privaatrecht van dat land (art. 7 WCGP).

Persoonlijke betrekkingen tussen de partners

De persoonlijke betrekkingen tussen de partners worden beheerst door het recht van het land waar het partnerschap is aangegaan, inclusief het internationaal privaatrecht van dat land (art. 5 leden 1 en 2 WCGP, zie echter de uitzonderingen in de leden 3 en 4).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Beëindiging van het geregistreerd partnerschap

Op de beëindiging van het geregistreerd partnerschap is Nederlands recht toepasselijk of, in uitzonderingsgevallen, het recht van dat land waar het partnerschap is aangegaan (art. 22, 23 WCGP).

Ongehuwd samenwonen

Er zijn geen conflictregels voor kwesties van samenwonenden die geen huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn aangegaan.

Alimentatie

Op onderhoudsverplichtingen is toepasselijk het recht dat wordt aangewezen krachtens het Haags alimentatieverdrag 1973. De conflictregels van dit verdrag luiden als volgt: op onderhoudsverplichtingen is in beginsel toepasselijk het recht van de gewone verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde (art. 4 HAV 1973). De belangrijkste uitzondering is, dat tussen ex-echtgenoten het recht toepasselijk is dat op de echtscheiding is toegepast (art. 8 HAV 1973).

III.6. Huwelijksvermogensrecht

Zie de bespreking hierboven, onder 3.5.

III.7. Erfrecht

Op grond van art. 1 Wet conflictenrecht erfrecht worden de regels van het Haags Erfrechtverdrag toegepast: de erflater kan het op zijn nalatenschap toepasselijke recht kiezen. Doet hij dit niet, dan is het recht van zijn laatste gewone verblijfplaats of van zijn nationaliteit van toepassing, indien hij daar langer dan vijf jaar woonde of, indien dat niet het geval was, het recht van zijn nationaliteit (art. 3 Haags Erfrechtverdrag).

Of een testament naar de vorm geldig is (bijvoorbeeld wel of geen notariële akte vereist) mag worden beoordeeld naar een van de rechtsstelsels die worden opgesomd in art. 1 Haags Testamentsvormenverdrag. Daartoe behoren onder meer het recht van de plaats waar het testament is opgemaakt en het recht van de nationaliteit of woonplaats van de testateur, hetzij ten tijde van het opmaken van het testament, hetzij ten tijde van het overlijden van de testateur.

III.8. Goederenrecht

Zakelijke rechten

Zakelijke rechten worden beheerst door het recht van de plaats van ligging van de desbetreffende (roerende of onroerende) zaak. Voor onroerende zaken is dit bepaald in art. 7 AB. Voor roerende zaken kan deze regel aan de rechtspraak worden ontleend.

Het komt vaak voor dat roerende zaken naar een ander land verplaatst worden. In dat geval worden de vestiging van zakelijke rechten en de omvang van die rechten beoordeeld naar het recht van de plaats van ligging ten tijde van de desbetreffende gebeurtenis; aldus ontstane rechten blijven geldig ook in geval van verplaatsing van de zaken. Rechten die na de verplaatsing verkregen zijn overeenkomstig de nieuwe plaats van ligging, gaan echter voor boven de oudere rechten.

Trusts

Op trusts is van toepassing het recht dat aangewezen wordt door het Haags Trustverdrag. De insteller van de trust kan zelf het toepasselijke recht kiezen (art. 6 HTV). Brengt hij een dergelijke rechtskeuze niet uit, dan is toepasselijk het recht van het land waarmee de trust het nauwst verbonden is. Over deelonderwerpen zijn afzonderlijke conflictregels opgenomen in de WCT.

III.9. Insolventie

Op een in Nederland geopende insolventieprocedure wordt het recht toegepast dat wordt aangewezen door de Insolventieverordening.

Nadere inlichtingen

Op www.internationaalprivaatrecht.nl is een website in ontwikkeling waar de teksten van de in Nederland geldende wetgeving op het gebied van het internationaal privaatrecht gepubliceerd zullen worden, inclusief de Nederlandse teksten van Europese verordeningen op dit terrein en de Nederlandse vertalingen van de bovengenoemde verdragen.

De authentieke Franse en Engelse teksten van de Haagse verdragen en de statusgegevens van die verdragen zijn te vinden op www.hcch.net English - français.

Juridisch advies en informatie over internationaal privaatrecht en buitenlands recht kan verkregen worden bij het T.M.C. Asser Instituut, www.asser.nl, en bij het Internationaal Juridisch Instituut, www.iji.nl.

« Toepasselijk recht - Algemene informatie | Nederland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 23-04-2009

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk