Europese Commissie > EJN > Toepasselijk recht > Italië

Laatste aanpassing: 24-05-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Toepasselijk recht - Italië

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

I. DE BRONNEN VAN HET GELDEND RECHT I.
I.1. Het interne recht I.1.
I.2. Multilaterale internationale verdragen

Volledige lijst van multilaterale internationale verdragen I.2.

I.3. De belangrijkste bilaterale verdragen

Niet-volledige lijst van bilaterale overeenkomsten die het meest worden toegepast door de gerechten I.3.

II. DE TOEPASSING VAN HET CONFLICTENRECHT II.
II.1. Verplichting voor de rechter om ambtshalve het conflictenrecht toe te passen II.1.
II.2. Renvoi II.2.
II.3. Wijziging aanknopingspunt II.3.
II.4. Uitzonderingen op de normale toepassing van het conflictenrecht II.4.
II.5. Het bewijs van buitenlands recht II.5.
III. CONFLICTENRECHT III.
III.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen III.1.
III.2. Niet-contractuele verbintenissen (onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking, zaakwaarneming, enz.) III.2.
III.3. De burgerlijke staat van de persoon (naam, woonplaats, rechts- en handelingsbekwaamheid) III.3.
III.4. Vaststellen van de ouder-kind relatie, inclusief adoptie III.4.
III.5. Huwelijk, ongehuwde koppels, partnerschappen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed en alimentatieverplichtingen III.5.
III.6. Huwelijksvermogensrecht III.6.
III.7. Testamenten en erfenissen III.7.
III.8. Onroerende goederen III.8.
III.9. Insolventie III.9.

 

I. DE BRONNEN VAN HET GELDEND RECHT

I.1. Het interne recht

In Italië worden kwesties van internationaal privaatrecht geregeld bij Wet nr. 218 van 31 mei 1995, die in de plaats is gekomen van de artikelen 16 tot en met 31 van de algemene bepalingen van het burgerlijk wetboek.

I.2. Multilaterale internationale verdragen

Volledige lijst van multilaterale internationale verdragen

Zie de bijgevoegde lijst PDF File (PDF File 14 KB) van de multilaterale internationale verdragen die van kracht zijn in Italië.

I.3. De belangrijkste bilaterale verdragen

Niet-volledige lijst van bilaterale overeenkomsten die het meest worden toegepast door de gerechten

De bilaterale overeenkomsten tussen Italië en afzonderlijke lidstaten die in het verleden werden toegepast in internationaal privaatrechtelijke zaken zijn vervangen door Gemeenschapsrechtelijke instrumenten op het gebied van het internationaal privaatrecht. De EG-verordeningen die het meest worden toegepast zijn: Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken; Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken; Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid; Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Tussen Italië en niet-EU-lidstaten worden de volgende bilaterale overeenkomsten het meest toegepast: overeenkomsten inzake rechtshulp en inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen die zijn gesloten met Argentinië (Rome, 9.12.1987), Brazilië (Rome, 17.10.1989), de Russische Federatie en de andere staten van de voormalige Sovjet-Unie (Rome, 25.1.1979), de uit het voormalige Joegoslavië ontstane republieken (Belgrado, 7.5.1962) en ex-dominions van het VK, waaronder Australië en Canada (Londen 17.12.1930); de overeenkomst met Zwitserland inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Rome, 3.1.1933); de overeenkomst met Zwitserland inzake verkeersongevallen (Rome, 16.8.1978) en de overeenkomsten met Bulgarije (Rome, 18.5.1990), Roemenië (Boekarest, 11.11.1972) en Turkije (Rome, 10.8.1926).

II. DE TOEPASSING VAN HET CONFLICTENRECHT

II.1. Verplichting voor de rechter om ambtshalve het conflictenrecht toe te passen

Moeten de rechters conflictregels toepassen ook als de partijen daarom niet verzoeken?

In het Italiaanse recht behoort de toepassing van conflictregels tot de normale functies van de rechter. Hij/zij moet beslissen welk recht van toepassing is, ongeacht of de partijen een beroep doen op buitenlands recht (iura novit curia).

II.2. Renvoi

Wanneer de conflictregel van de geadieerde rechter een buitenlands recht aanwijst, kunnen de conflictregels van dat recht zelf een ander recht toepasselijk verklaren.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voorbeeld: volgens de Franse conflictregel is het Engelse recht van toepassing met betrekking tot de bekwaamheid van een Engelse onderdaan die in Frankrijk verblijft. De Engelse conflictregel wijst echter terug naar het recht van het land van de verblijfplaats, d.w.z. het Franse recht.

Is renvoi toegestaan op basis van uw conflictregels en in hoeverre aanvaarden zij dat vreemd recht terugverwijst naar uw recht of doorverwijst naar het recht van een derde land?

Renvoi naar het recht van een andere staat dat terugverwijst naar het Italiaanse recht, vindt in Italië plaats wanneer het aangewezen vreemde recht dat aanvaardt of zelf voorziet in renvoi naar het Italiaanse recht. Renvoi wordt niet toegepast wanneer het toepasselijke recht was gekozen door de partijen of betrekking heeft op bepalingen betreffende de vorm van akten of niet-contractuele verbintenissen.

II.3. Wijziging aanknopingspunt

Wat gebeurt er indien het aanknopingspunt wijzigt, bv. in het geval van de overdracht van roerende goederen?

De bovenstaande regels zijn van toepassing.

II.4. Uitzonderingen op de normale toepassing van het conflictenrecht

  • Kunnen rechters weigeren het toepasselijke recht toe te passen wegens strijdigheid met de internationale openbare orde? Zijn er wetten of andere regels die op uw grondgebied van toepassing zijn ongeacht de conflictregels (dwingende regels in de zin van “lois de police”)?
  • Overeenkomstig de Italiaanse wet (artikel 16 van Wet nr. 218/1995) kunnen rechters weigeren buitenlands recht toe te passen indien de gevolgen ervan "in strijd zijn met de openbare orde". Daaronder wordt gewoonlijk verstaan de "internationale openbare orde".
  • Overeenkomstig de Italiaanse wet (artikel 17 van Wet nr. 218/1995) heeft het Italiaanse recht altijd voorrang bij wetsconflicten, ook al wordt er naar buitenlands recht verwezen en voor zover dat buitenlands recht afwijkt van het doel en de draagwijdte van het nationale recht.

II.5. Het bewijs van buitenlands recht

  • Rol van de rechter en de partijen

    De rechter stelt de inhoud van het buitenlandse recht vast. Hij/zij kan de partijen om bijstand verzoeken.

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • Welk bewijs wordt aanvaard?

    De inhoud van vreemd recht moet worden bewezen als ware het een feit. Als bewijs kunnen bijgevolg worden gebruikt: in internationale overeenkomsten vermelde instrumenten, door buitenlandse autoriteiten via het ministerie van Justitie verstrekte informatie en adviezen van deskundigen of gespecialiseerde instanties.

  • Wat gebeurt er als de inhoud van het buitenlandse recht niet kan worden bewezen?

    Dan wordt het recht toegepast dat met behulp van andere aanknopingspunten is aangewezen. Indien dat niet mogelijk is, is het Italiaanse recht van toepassing.

III. CONFLICTENRECHT

III.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen

(Een eenvoudige verwijzing naar het Verdrag van Rome van 1980 volstaat niet. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan kwesties die niet onder het Verdrag van Rome vallen).

In de Italiaanse wet wordt het volgende bepaald: voor contractuele verbintenissen wordt uitdrukkelijk verwezen naar het Verdrag van Rome van 19 juni 1980. Voor kwesties die niet onder dit verdrag vallen wordt verwezen naar andere relevante internationale overeenkomsten.

De contractpartijen zijn echter vrij zelf het op hun overeenkomst toepasselijke recht aan te wijzen.

Het door een internationale overeenkomst of de contractpartijen aangewezen recht kan echter terzijde worden geschoven wanneer het in strijd wordt geacht met de openbare orde (bv. politie- of veiligheidsvoorschriften).

III.2. Niet-contractuele verbintenissen (onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking, zaakwaarneming, enz.)

In de reeds aangehaalde Wet nr. 218/1995 wordt bepaald welk recht van toepassing is op de volgende niet-contractuele verbintenissen: eenzijdige belofte (recht van de staat waar de belofte is gedaan); schuldinstrumenten (Verdragen van Genève van 1930 inzake wisselbrieven, orderbriefjes en cheques; voor andere schuldinstrumenten geldt voor de hoofdverbintenissen het recht van de staat waar het schuldinstrument is uitgegeven); vrijwillige vertegenwoordiging (recht van de staat waar de vertegenwoordiger is gevestigd of waar hij zijn voornaamste taken uitoefent); uit het recht voortvloeiende verplichtingen (recht van de plaats waar de aan de verplichting ten grondslag liggende gebeurtenis heeft plaatsgevonden); verbintenissen uit onrechtmatige daad (het recht van het land waar de onrechtmatige daad heeft plaatsgevonden; op verzoek van de benadeelde kan eventueel ook het recht van het land waar de schade is geleden, worden toegepast; wanneer er slechts onderdanen van één staat bij de zaak zijn betrokken kan ook het nationale recht van de partijen worden toegepast).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

III.3. De burgerlijke staat van de persoon (naam, woonplaats, rechts- en handelingsbekwaamheid)

De burgerlijke staat en de handelingsbekwaamheid alsook het bestaan en de inhoud van persoonlijkheidsrechten, waaronder het recht op een naam, worden beheerst door het nationale recht van de betrokken partij, met uitzondering van uit familiebetrekkingen voortvloeiende rechten, die zijn onderworpen aan de verwijzingsregels van Wet nr. 218/1995 (beoordeling geval per geval).

III.4. Vaststellen van de ouder-kind relatie, inclusief adoptie

De ouder-kind relatie, de status van wettig kind en het burgerschap worden op het moment van de geboorte vastgesteld op basis van het nationale recht van de ouders of van een van de ouders. De vaststelling van de afstamming wordt beheerst door het nationale recht van het kind op het ogenblik van de geboorte.

Adoptie: wanneer Italiaanse rechters moeten beslissen over de verlening van de status van wettig kind aan een adoptiekind, passen zij het Italiaanse recht toe.

Artikel 38 van Wet nr. 218/1995 bevat gedetailleerde conflictregels voor diverse andere gevallen.

III.5. Huwelijk, ongehuwde koppels, partnerschappen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed en alimentatieverplichtingen

Wat huwelijkszaken betreft, worden de persoonlijke betrekkingen tussen de echtgenoten beheerst door het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten; voor de andere gevallen is het recht van de staat waar het echtpaar gewoonlijk verbleef van toepassing.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het op de persoonlijke betrekkingen toepasselijke recht is in de regel ook van toepassing op huwelijksvermogensregimes, maar in dat laatste geval kunnen echtgenoten zelf het toepasselijke recht aanwijzen of kunnen andere specifieke wettelijke bepalingen van toepassing zijn.

Het Italiaanse recht erkent geen andere vormen van samenleven dan het huwelijk.

Scheiding van tafel en bed en echtscheiding worden beheerst door het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten; bij gebreke daarvan geldt het recht van de staat waar het echtpaar gewoonlijk verbleef. In dat laatste geval wordt het Italiaanse recht toegepast wanneer het buitenlandse recht geen echtscheiding/scheiding van tafel en bed erkent.

Onderhoudsverplichtingen van familiale aard worden beheerst door het Haags verdrag van 2 oktober 1973.

III.6. Huwelijksvermogensrecht

In Italië geldt het algemene beginsel van de wettelijke gemeenschap van goederen.

De echtgenoten kunnen voor een ander regime kiezen, zoals de scheiding van goederen of een ander door de echtgenoten overeengekomen regime.

III.7. Testamenten en erfenissen

Erfopvolging wordt beheerst door het nationale recht van de overledene. In een testament kan de erflater bepalen dat het recht van het land van zijn verblijfplaats moet worden toegepast; indien hij een Italiaanse onderdaan is, doet deze keuze geen afbreuk aan de rechten van de in Italië verblijvende erfgenamen.

Wat de vorm van het testament betreft, wordt een testamentaire beschikking geacht geldig te zijn indien zij voldoet aan de eisen van het recht van de plaats waar de testateur beschikte, of van een staat waarvan de testateur de nationaliteit bezat (hetzij op het ogenblik waarop hij beschikte, hetzij op het ogenblik van het overlijden), of van een plaats waar de testateur zijn woon- of verblijfplaats had (hetzij op het ogenblik waarop hij beschikte, hetzij op het ogenblik van het overlijden).

III.8. Onroerende goederen

Eigendomsrechten en andere zakelijke rechten worden beheerst door het recht van de staat waar het onroerend goed is gelegen.

III.9. Insolventie

In het Italiaanse recht is er geen specifieke conflictregel met betrekking tot insolventie. 

Verordening (EG) nr. 1346/2000 bevat uniforme regels voor wetsconflicten tussen de EU-lidstaten.

« Toepasselijk recht - Algemene informatie | Italië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 24-05-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk