Europese Commissie > EJN > Toepasselijk recht > Griekenland

Laatste aanpassing: 10-03-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Toepasselijk recht - Griekenland

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


Wanneer een rechtsverhouding tussen particulieren aanknopingspunten heeft met meer dan een staat (een internationaal element) en er een geschil ontstaat, passen de Griekse rechters niet automatisch het Griekse recht toe en onderzoeken zij welk recht er op basis van het internationaal privaatrecht moet worden toegepast (het toepasselijk recht). Internationaal privaatrecht is een instrument dat is gebaseerd op collisieregels om vast te stellen welk recht van toepassing is (d.w.z. de bepalingen van het recht van een land); dit kan de lex fori zijn maar ook het recht van een ander land. De collisieregels zijn gebaseerd op een of meer aanknopingspunten. Bij een internationaal geschil wordt aan de hand van het relevante aanknopingspunt vastgesteld welke specifieke regel van internationaal privaatrecht van toepassing is teneinde te bepalen welk recht de betrokken zaak beheerst.



 

INHOUDSOPGAVE

I. DE BRONNEN VAN HET GELDEND RECHT I.
I.1. Het interne recht I.1.
I.2. Internationale overeenkomsten I.2.
II. DE TOEPASSING VAN HET CONFLICTENRECHT II.
II.1. Verplichting van de rechter om het conflictenrecht ambtshalve toe te passen II.1.
II.2. Renvoi II.2.
II.3. Wijziging aanknopingspunt II.3.
II.4. Uitzonderingen op de normale toepassing van het conflictenrecht II.4.
II.5. Bewijs van vreemd recht II.5.
III. CONFLICTREGELS III.
III.1. Verbintenissen uit overeenkomst III.1.
III.2. Niet-contractuele verbintenissen III.2.
III.3. De staat van personen III.3.
III.4. Ouder-kindrelatie, adoptie III.4.
III.5. Huwelijk III.5.
III.6. Huwelijksvermogensregimes en persoonlijke betrekkingen tussen echtgenoten III.6.
III.7. Testamenten en erfenissen III.7.
III.8. Onroerende goederen III.8.
III.9. Insolventie III.9.

 

I. DE BRONNEN VAN HET GELDEND RECHT

I.1. Het interne recht

Het Griekse internationaal privaatrecht is voornamelijk neergelegd in de Griekse wetgeving. De basisregels zijn opgenomen in het Griekse burgerlijk wetboek (de artikelen 4 tot en met 33), hoewel ook andere wetten collisieregels bevatten, zoals wet 5960/1933 betreffende cheques (de artikelen 70 tot en met 76). Ook moet worden verwezen naar de desbetreffende door Griekenland gesloten bilaterale en multilaterale internationale overeenkomsten, die zodra zij zijn geratificeerd op dezelfde wijze van toepassing zijn als Griekse nationale wetgeving.

I.2. Internationale overeenkomsten

Α. Multilaterale

Belangrijke multilaterale internationale overeenkomsten zijn onder meer:

  • Verdrag van Genève van 19.5.1956 betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, geratificeerd door Griekenland bij wet 559/1977;
  • Verdrag van Den Haag van 5.10.1961 inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen, geratificeerd door Griekenland bij wet 1325/1983;
  • Verdrag van Rome van 19.6.1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, geratificeerd door Griekenland bij wet 1792/1988.

Β. Bilaterale

Belangrijke bilaterale internationale overeenkomsten zijn onder meer:

De overeenkomst tussen Griekenland en de VS (geratificeerd bij wet 2893/1954) en de overeenkomst tussen Griekenland en Cyprus (geratificeerd bij wet 1548/1985). Bij geschillen tussen in Griekenland, de VS en Cyprus opgerichte ondernemingen is het recht van de staat waar zij zijn opgericht van toepassing.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

II. DE TOEPASSING VAN HET CONFLICTENRECHT

II.1. Verplichting van de rechter om het conflictenrecht ambtshalve toe te passen

Wanneer krachtens de conflictregels van het Griekse internationaal privaatrecht het recht van een ander land van toepassing is, zal de Griekse rechter daarmee ambtshalve rekening houden, d.w.z. zonder dat de procespartijen naar dit rechtsstelsel moeten verwijzen of het bewijs van de inhoud ervan moeten leveren (artikel 337 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

II.2. Renvoi

Wanneer krachtens het Griekse internationaal privaatrecht het recht van een ander land van toepassing is, slaat deze verwijzing op de materiële regels van dit recht en niet op de conflictregels van het internationaal privaatrecht van dat land (artikel 32 van het burgerlijk wetboek); krachtens die conflictregels kan het Griekse recht of het recht van een ander derde land van toepassing zijn.

II.3. Wijziging aanknopingspunt

Vaak wijzigt het aanknopingspunt in de loop van een rechtsverhouding (bv. een roerend goed wordt van het ene land naar het andere overgebracht, waardoor ook het toepasselijk recht wijzigt). Er zijn regels waarin expliciet wordt bepaald welk recht dan uiteindelijk van toepassing is. Wanneer er geen dergelijke regels zijn, past de rechter het recht toe dat aanvankelijk of later van toepassing was, dan wel een combinatie van die rechtsstelsels, afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

II.4. Uitzonderingen op de normale toepassing van het conflictenrecht

Indien krachtens het Griekse internationaal privaatrecht (conflictregels) buitenlands recht moet worden toegepast en de toepassing ervan evenwel in strijd is met de fundamentele zedelijkheidsopvattingen van de Griekse openbare orde (artikel 33 van het burgerlijk wetboek), zal de Griekse rechter de desbetreffende bepalingen van het buitenlandse recht niet toepassen maar wel de overige buitenlandse bepalingen (negatieve functie). Indien er als gevolg van de niet-toepassing van het buitenlandse recht evenwel een rechtsvacuüm ontstaat, zal dit worden opgevuld door het Griekse recht toe te passen (positieve functie).

Een middel om de belangen van de Griekse rechtsorde te beschermen, is de vaststelling van rechtstreeks toepasselijke bepalingen. Dergelijke bepalingen regelen bijzonder belangrijke interne rechtskwesties van de staat en worden ook rechtstreeks toegepast door de Griekse rechters in internationale zaken die niet krachtens het Griekse internationaal privaatrecht kunnen worden opgelost.

II.5. Bewijs van vreemd recht

Wanneer het moeilijk is de inhoud van het buitenlandse recht vast te stellen, kan de Griekse rechter bewijsverkrijging inzake het buitenlandse recht gelasten of andere door hem geschikt geachte maatregelen nemen; hij kan onder meer de partijen om bijstand verzoeken en moet zich niet beperken tot het voorgelegde bewijsmateriaal (artikel 337 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). In Griekenland speelt het Hellenic Institute of International and Foreign Law (Athene) een belangrijke rol bij de verstrekking van juridische informatie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In de volgende gevallen stelt de Griekse rechter bij wijze van uitzondering de inhoud van het buitenlandse recht niet vast, en past hij het Griekse recht toe: i) bij procedures in kort geding (spoedeisendheid); ii) of wanneer het ondanks de geleverde inspanningen in de praktijk onmogelijk is om de inhoud van het buitenlandse recht vast te stellen.

III. CONFLICTREGELS

III.1. Verbintenissen uit overeenkomst

Α. Verdrag van Rome

Griekse rechters bepalen op basis van het verdrag van Rome van 19 juni 1980 welk recht er van toepassing is op contractuele verbintenissen met een internationaal element, ongeacht of dit het recht is van een verdragsluitende staat dan wel van een staat die geen partij is bij het verdrag. Welk recht toepasselijk is, wordt vastgesteld op basis van standaardregels inzake aanknopingspunten en rechtstreeks toepasselijke regels.

  1. Regels inzake aanknopingspunten:
    • overeenkomstig de algemene regel wordt een overeenkomst beheerst door het recht dat partijen expliciet of impliciet hebben gekozen. De partijen kunnen hun keuze later nog wijzigen;
    • indien de partijen bij de ondertekening van de overeenkomst geen toepasselijk recht hebben gekozen, kunnen zij dat op een later tijdstip alsnog doen (bv. voor de rechter). Indien de partijen geen overeenstemming kunnen bereiken, past de rechter het recht toe van de staat waarmee de overeenkomst het nauwst verbonden is;
    • voor onroerende goederen, is het toepasselijk recht het recht van de staat waar het betrokken onroerend goed is gelegen;
    • bij overeenkomsten betreffende het vervoer van goederen, is het toepasselijk recht het recht van de staat waar de verzender is gevestigd.
  2. Rechtstreeks toepasselijke regels:

    Wanneer het zeer belangrijk is de rechtsorde te beschermen, bv. bij sommige soorten overeenkomsten betreffende onroerende goederen of consumentenovereenkomsten of arbeidsovereenkomsten, wordt het toepasselijk recht bepaald op basis van de rechtstreeks toepasselijke regels van een van de volgende rechtsstelsels:

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

    • het rechtsstelsel van de staat van de geadieerde rechter (lex fori);
    • het rechtsstelsel van de staat waarvan het recht moet worden toegepast;
    • het rechtsstelsel van de staat waarmee alle aspecten van de betrokken overeenkomst zijn verbonden, ondanks het feit dat de partijen voor het recht van een andere staat hebben gekozen.

Β. Artikel 25 van het burgerlijk wetboek

Het toepasselijk recht voor alle categorieën contractuele verbintenissen die niet worden geregeld door het verdrag van Rome (natuurlijke personen, overeenkomsten betreffende effecten, arbitrage, forumkeuze, ondernemingen, nalatenschappen en familiekwesties) wordt bepaald op basis van artikel 25 van het burgerlijk wetboek.

  • Het op een overeenkomst toepasselijk recht is het recht dat partijen expliciet of impliciet hebben gekozen.
  • Indien de partijen niet hebben gekozen, zal de Griekse rechter het recht toepassen van de staat waarmee de overeenkomst, gezien de bijzondere omstandigheden, het nauwst is verbonden.

III.2. Niet-contractuele verbintenissen

Verbintenissen uit onrechtmatige daad worden beheerst door het recht van de staat waar de daad plaatsvond (artikel 26 van het burgerlijk wetboek).

Verbintenissen uit ongerechtvaardigde verrijking worden, afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval, beheerst door het meest geschikte recht.

III.3. De staat van personen

De rechts- en procesbevoegdheid van een Griek of een buitenlander worden beheerst door het recht van de staat waarvan de betrokken persoon een onderdaan is (de artikelen 5 en 7 van het burgerlijk wetboek en artikel 62, onder a), en artikel 63, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

III.4. Ouder-kindrelatie, adoptie

Α. De ouder-kindrelatie betreft de familiebanden tussen ouders en kinderen en de daarmee samenhangende rechten en verplichtingen

Om vast te stellen of een kind al dan niet binnen een huwelijk is geboren (artikel 17 van het burgerlijk wetboek), is het volgende recht van toepassing:

  • het recht van de staat dat op het ogenblik van de geboorte van het kind de persoonlijke betrekkingen regelt tussen de moeder van het kind en haar echtgenoot;
  • wanneer het huwelijk is ontbonden vóór de geboorte van het kind: het recht van de staat dat op het ogenblik van de ontbinding van het huwelijk de persoonlijke betrekkingen regelt tussen de moeder van het kind en haar echtgenoot.

De juridische mogelijkheid tot wettiging van een buiten het huwelijk geboren kind wordt beheerst door het recht van de vader of van de moeder wanneer krachtens dit recht het latere huwelijk de wettiging van het kind tot gevolg heeft of wanneer krachtens dit recht de wettiging na het huwelijk uit kracht van een rechterlijke beslissing komt vast te staan (artikel 1 van de overeenkomst van de internationale commissie voor de burgerlijke stand van 10 september 1970 inzake de wettiging door huwelijk, die door Griekenland is geratificeerd bij wet 1657/1986).

De betrekkingen tussen ouders en binnen het huwelijk geboren kinderen worden beheerst door het volgende recht (artikel 18 van het burgerlijk wetboek):

  • wanneer zij onderdaan zijn van dezelfde staat: het recht van die staat;
  • wanneer zij na de geboorte een nieuwe gemeenschappelijke nationaliteit hebben verworven: het recht van de staat van hun meest recente gemeenschappelijke nationaliteit;
  • wanneer zij vóór de geboorte niet dezelfde nationaliteit hebben en hun nationaliteit na de geboorte niet wijzigt dan wel wanneer zij vóór de geboorte dezelfde nationaliteit hebben en de nationaliteit van de ouders of het kind na de geboorte wijzigt: het recht van de staat van hun laatste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats (relevant tijdstip: de geboorte);
  • wanneer zij geen gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben: het recht van de staat waarvan het kind onderdaan is.

De betrekkingen tussen de moeder/vader en een buiten het huwelijk geboren kind worden beheerst door het volgende recht (de artikelen 19 en 20 van het burgerlijk wetboek):

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • wanneer zij onderdaan zijn van dezelfde staat: het recht van die staat;
  • wanneer zij na de geboorte een nieuwe gemeenschappelijke nationaliteit hebben verworven: het recht van de staat van hun meest recente gemeenschappelijke nationaliteit;
  • wanneer zij vóór de geboorte niet dezelfde nationaliteit hebben en hun nationaliteit na de geboorte niet wijzigt dan wel wanneer zij vóór de geboorte dezelfde nationaliteit hebben en de nationaliteit van de ouders of het kind na de geboorte wijzigt: het recht van de staat van hun laatste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats (relevant tijdstip: de geboorte);
  • wanneer zij geen gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben: het recht van de staat waarvan de vader of moeder onderdaan is.

De betrekkingen tussen de moeder en vader die een buiten het huwelijk geboren kind hebben, worden beheerst door het volgende recht (artikel 21 van het burgerlijk wetboek):

  • wanneer zij onderdaan zijn van dezelfde staat: het recht van die staat;
  • wanneer zij vóór de geboorte een nieuwe gemeenschappelijke nationaliteit hebben verworven: het recht van de staat van hun meest recente gemeenschappelijke nationaliteit;
  • wanneer zij vóór de geboorte niet dezelfde nationaliteit hebben en hun nationaliteit na de geboorte niet wijzigt dan wel wanneer zij vóór de geboorte dezelfde nationaliteit hebben en de nationaliteit van één van hen na de geboorte wijzigt: het recht van de staat van hun laatste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats (relevant tijdstip: de geboorte);
  • wanneer zij geen gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben: het recht van de staat waar zij hun laatste gemeenschappelijke verblijfplaats hadden.

Β. Adoptie

Het toepasselijk recht inzake de voorwaarden voor internationale adoptie en inzake de beëindiging van internationale adoptie is het recht van de staat waarvan iedere bij de adoptie betrokken persoon de nationaliteit heeft (artikel 23 van het burgerlijk wetboek). Wanneer de bij adoptie betrokken personen niet dezelfde nationaliteit hebben, moet aan alle voorwaarden van alle betrokken nationale rechtsstelsels zijn voldaan en mogen er in die rechtsstelsels geen belemmeringen bestaan voor de geldigheid van de adoptie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De betrekkingen tussen de adoptie-ouders en het te adopteren kind worden beheerst door het volgende recht:

  • wanneer zij na de adoptie onderdaan zijn van dezelfde staat: het recht van die staat;
  • wanneer zij op het ogenblik van de adoptie een nieuwe gemeenschappelijke nationaliteit verwerven: het recht van de staat van hun meest recente gemeenschappelijke nationaliteit;
  • wanneer zij vóór de adoptie niet dezelfde nationaliteit hebben en hun nationaliteit na de adoptie niet wijzigt dan wel wanneer zij vóór de adoptie dezelfde nationaliteit hebben en de nationaliteit van een van de bij de adoptie betrokken personen na de adoptie wijzigt: het recht van de staat van hun laatste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats (relevant tijdstip: de adoptie);
  • wanneer zij geen gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben: het recht van de staat waarvan de adoptie-ouder onderdaan is of, wanneer echtgenoten adopteren, het recht dat hun persoonlijke betrekkingen regelt.

III.5. Huwelijk

Α. Materiële voorwaarden

De huwelijksvoorwaarden en –beletsels worden beheerst door het recht van de staat waarvan de aanstaande echtgenoten onderdaan zijn wanneer zij dezelfde nationaliteit hebben, dan wel wanneer zij niet dezelfde nationaliteit hebben door het recht van beide staten waarvan zij onderdaan zijn (artikel 13, lid 1, onder a), van het burgerlijk wetboek).

Β. Procedurele voorwaarden

De formele geldigheid van het huwelijk wordt beheerst door het recht van de staat waarvan de aanstaande echtgenoten onderdaan zijn wanneer zij dezelfde nationaliteit hebben, dan wel wanneer zij niet dezelfde nationaliteit hebben door het recht van beide staten waarvan zij onderdaan zijn, dan wel door het recht van de staat waar het huwelijk wordt voltrokken (artikel 13, lid 1, onder b), van het burgerlijk wetboek). Krachtens het Griekse recht moeten bepaalde formaliteiten worden vervuld om een huwelijk te kunnen voltrekken; andere samenlevingsvormen dan het huwelijk worden in Griekenland erkend wanneer zij ook in het relevante buitenlandse recht als geldig zijn erkend en de samenlevende personen geen Grieken zijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

C. Echtscheiding

Het toepasselijk recht inzake echtscheiding/scheiding van tafel en bed, waaronder alimentatie voor ex-echtgenoten, is het recht van de staat dat de persoonlijke betrekkingen tussen de echtgenoten regelt op het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure of de procedure inzake scheiding van tafel en bed wordt ingesteld (artikel 16 van het burgerlijk wetboek).

III.6. Huwelijksvermogensregimes en persoonlijke betrekkingen tussen echtgenoten

Α. Onder persoonlijke betrekkingen tussen echtgenoten wordt verstaan: de andere dan vermogensrechtelijke betrekkingen die uit het huwelijk voortvloeien, zoals de samenlevingsplicht en andere rechten en verplichtingen, waaronder de alimentatieplicht

Toepasselijk recht inzake de persoonlijke betrekkingen tussen echtgenoten (artikel 14 van het burgerlijk wetboek):

  • wanneer de echtgenoten na het huwelijk onderdaan zijn van dezelfde staat: het recht van die staat;
  • wanneer de echtgenoten tijdens het huwelijk een nieuwe gemeenschappelijke nationaliteit hebben verworven: het recht van de staat van hun meest recente gemeenschappelijke nationaliteit;
  • wanneer de echtgenoten tijdens het huwelijk onderdaan waren van dezelfde staat en één van hen later onderdaan werd van een andere staat: het recht van de staat van hun meest recente gemeenschappelijke nationaliteit, mits de andere echtgenoot nog steeds onderdaan is van die staat;
  • wanneer de echtgenoten vóór het huwelijk niet dezelfde nationaliteit hebben en hun nationaliteit na het huwelijk niet wijzigt dan wel wanneer zij vóór het huwelijk dezelfde nationaliteit hebben en de nationaliteit van één van hen na het huwelijk wijzigt: het recht van de staat van hun laatste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats;
  • wanneer zij tijdens het huwelijk geen gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben: het recht van de staat waarmee de echtgenoten het nauwst verbonden zijn.

Β. Het huwelijksvermogensregime regelt de uit het huwelijk voortvloeiende eigendomsrechten en overeenkomstige verplichtingen

Het toepasselijk recht is het recht dat de persoonlijke betrekkingen tussen de echtgenoten regelt onmiddellijk nadat het huwelijk is voltrokken (artikel 15 van het burgerlijk wetboek).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

III.7. Testamenten en erfenissen

In het erfrecht worden de rechten en verplichtingen geregeld betreffende het roerende en onroerende vermogen van de erflater, ongeacht of de overledene een testament heeft verleden.

Alle andere erfeniskwesties dan de vorm en intrekking van testamenten, worden beheerst door het recht van de staat waarvan de erflater op het ogenblik van het overlijden onderdaan was (artikel 28 van het burgerlijk wetboek).

Wanneer er een testament is verleden, is het wat de vorm betreft geldig indien het beantwoordt aan de eisen van een van de volgende rechtsstelsels (artikel 1 van het Haags verdrag van 5 oktober 1961 inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen):

  • het recht van de plaats waar de testateur beschikte;
  • het recht van de staat waarvan de testateur de nationaliteit bezat, hetzij op het ogenblik dat hij beschikte, hetzij op het ogenblik van zijn overlijden;
  • het recht van de staat waar de testateur zijn woonplaats of gewoon verblijf had, hetzij op het ogenblik dat hij beschikte, hetzij op het ogenblik van zijn overlijden;
  • voor onroerende goederen: het recht van de plaats van hun ligging.

III.8. Onroerende goederen

Het toepasselijk recht inzake onroerende goederen wordt geregeld overeenkomstig het verdrag van Rome.

Het toepasselijk recht inzake onroerend en roerend vermogen is het recht van de staat waar het vermogen zich bevindt (artikel 27 van het burgerlijk wetboek).

Het toepasselijk recht inzake de vorm van de desbetreffende transacties is het recht van de staat waar het onroerend of roerend vermogen zich bevindt (artikel 12 van het burgerlijk wetboek).

III.9. Insolventie

De insolventieprocedure en de gevolgen daarvan worden beheerst door het recht van de staat op het grondgebied waarvan de insolventieprocedure wordt geopend (artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1346/2000).

Nadere inlichtingen

  • Toepasselijk recht op de EU-website
  • Belangrijkste internationale, multilaterale en bilaterale overeenkomsten die door Griekenland zijn geratificeerd (website Griekse ministerie van Buitenlandse Zaken) ελληνικά - English - français

« Toepasselijk recht - Algemene informatie | Griekenland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 10-03-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk