Europese Commissie > EJN > Toepasselijk recht > Duitsland

Laatste aanpassing: 16-04-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Toepasselijk recht - Duitsland

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

I. Rechtsbronnen I.
I.1. Het interne recht I.1.
I.2. Multilaterale verdragen I.2.
I.3. Bilaterale verdragen I.3.
II. De toepassing van het conflictenrecht II.
II.1. Ambtshalve toepassen van het conflictenrecht II.1.
II.2. Renvoi II.2.
II.3. Wijziging aanknopingspunt (conflit mobile) II.3.
II.4. Uitzonderingen op de toepassing van het conflictenrecht (ordre public; lois de police) II.4.
II.5. Het bewijs van vreemd recht II.5.
III. Conflictenrecht III.
III.1. Contractuele verbintenissen III.1.
III.2. Niet-contractuele verbintenissen III.2.
III.3. Personeel statuut III.3.
III.4. Afstamming, ouder-kindrelatie inclusief adoptie III.4.
III.5. Huwelijk, partnerschappen, echtscheiding, alimentatie III.5.
III.6. Huwelijksvermogensrecht III.6.
III.7. Erfenissen en testamenten III.7.
III.8. Zakelijke rechten III.8.
III.9. Faillissement III.9.

 

Disclaimer

Onderstaande informatie wordt verstrekt zonder dat enige garantie kan worden geboden voor de juistheid van de inhoud. De informatie kan en mag niet de plaats innemen van een juridisch advies in een specifieke situatie.

Dit overzicht is uitsluitend bedoeld als een eerste kennismaking met het Duitse internationaal privaatrecht. Met dat oogmerk wordt toestemming verleend voor plaatsing van deze informatie op het Europees Justitieel Netwerk. Over iedere andere toepassing dient vooraf te worden overlegd met het ministerie van Justitie van de Bondsrepubliek Duitsland.

I. Rechtsbronnen

I.1. Het interne recht

De belangrijkste bron van het Duitse internationaal privaatrecht is het Einführungsgesetz zum Bürgerlichen Gesetzbuche (EGBGB) (invoeringswet burgerlijk wetboek), en wel de artikelen 3 tot en met 46 EGBGB. Volgens artikel 3, lid 2, EGBGB hebben bepalingen in rechtsbesluiten van de Europese Gemeenschappen en bepalingen met rechtstreekse werking in toepasselijke internationale verdragen echter voorrang boven de bepalingen van deze wet.

Behalve in het EGBGB komen in een enkel geval ook in andere bronnen van het Duitse recht conflictregels voor, bijvoorbeeld in de Insolvenzordnung (InsO) (faillissementswet) en in het Einführungsgesetz zum Versicherungsvertragsgesetz (EGVVG) (invoeringswet wet inzake verzekeringsovereenkomsten).

Voor rechtsgebieden die niet wettelijk zijn geregeld, bijvoorbeeld voor het internationale vennootschapsrecht, bepaalt de rechtbank welk recht van toepassing is.

I.2. Multilaterale verdragen

Voor een opsomming van alle door Duitsland ondertekende en geratificeerde multilaterale verdragen wordt verwezen naar Fundstellennachweis B (index) van het Bundesgesetzblatt (Staatsblad van de Bondsrepubliek Duitsland), te bestellen via www.bundesgesetzblatt.de Deutsch. Bij de daar genoemde multilaterale staatsverdragen worden ook de verdragen vermeld die uniforme conflictregels bevatten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Vaak komen dergelijke multilaterale verdragen tot stand op initiatief van internationale organisaties. In dit verband moet met name de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht worden genoemd (www.hcch.net English - français). Ook UNCITRAL (uncitral@uncitral.org) en UNIDROIT (info@unidroit.org), organisaties die zich beide bezighouden met de internationale unificatie van het recht en met de juridische regulering van de internationale handel, dragen bij aan de ontwikkeling van het conflictenrecht. Duitsland neemt deel aan de activiteiten van alle drie de organisaties.

I.3. Bilaterale verdragen

Ook billaterale staatsverdragen bevatten soms conflictregels. Voor een lijst met verdragen die Duitsland met andere staten heeft gesloten, wordt ook hier verwezen naar Fundstellennachweis B van het Bundesgesetzblatt.

II. De toepassing van het conflictenrecht

II.1. Ambtshalve toepassen van het conflictenrecht

Het Duitse internationaal privaatrecht krijgt niet alleen betekenis op het moment dat er een rechtszaak speelt. Handelspartners die uit verschillende landen afkomstig zijn, moeten los van een toekomstig rechtsgeding weten aan welk recht hun overeenkomst is onderworpen. Daardoor worden hun rechten en plichten bepaald. Automobilisten die naar een ander land op vakantie gaan, moeten zich ervan vergewissen volgens welk recht ze aansprakelijk zijn, wanneer ze in dat land een ongeval veroorzaken. Aan de hand daarvan worden aard en omvang van de schadevergoeding vastgesteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wanneer aan een Duitse rechtbank een geschil wordt voorgelegd waarvan de feiten ook een relatie hebben met het recht van een ander land, dan moet de rechtbank op basis van het eigen conflictenrecht bepalen welk recht van toepassing is. De Duitse rechter dient op de hoogte te zijn van de regels van het Duitse internationaal privaatrecht. Hij moet deze regels ambtshalve toepassen. Er bestaat geen keuzemogelijkheid.

II.2. Renvoi

Volgens artikel 4 EGBGB is renvoi in beginsel van toepassing. Indien het vreemde recht terugverwijst naar het Duitse recht, moeten de Duitse materiële rechtsregels worden toegepast.

Indien partijen volgens het Duitse conflictenrecht kunnen kiezen welk rechtsstelsel van toepassing is, dan is die keuze alleen toegestaan voor de materiële rechtsregels.

II.3. Wijziging aanknopingspunt (conflit mobile)

Het Duitse recht kent het leerstuk van de verandering van aanknopingspunt (voor "nog lopende" feiten). Zo worden zakelijke rechten in beginsel beoordeeld volgens het recht van de plaats van ligging van de zaak (lex rei sitae), zodat een zaak "onder nieuw recht kan vallen" wanneer de plaats van ligging verandert.

Ook op andere rechtsgebieden wordt een verandering van aanknopingspunt geaccepteerd, bijvoorbeeld een wijziging van nationaliteit.

Verandering van aanknopingspunt is echter niet mogelijk wanneer de conflictregel een bepaald tijdstip voor de aanknoping voorschrijft. Zo wordt de vraag welk erfrecht van toepassing is, bepaald door de nationaliteit van de erflater ten tijde van zijn overlijden (zie punt 3.7).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

II.4. Uitzonderingen op de toepassing van het conflictenrecht (ordre public; lois de police)

Wanneer het bij bepalingen van het Duitse recht gaat om bepalingen van dwingend recht, moet de Duitse rechter deze ook toepassen in gevallen waarin volgens het Duitse conflictenrecht op zich de bepalingen van een ander land moeten worden toegepast. De jurisprudentie en de literatuur geven tot nu toe geen definitief antwoord op de vraag of, op welke wijze en in hoeverre dwingende bepalingen van vreemd recht in Duitsland in acht moeten worden genomen, wanneer op de feiten Duits recht moet worden toegepast.

Artikel 6 EGBGB formuleert het Duitse voorbehoud met betrekking tot de openbare orde. Volgens dit artikel dienen buitenlandse rechtsregels niet in acht te worden genomen, wanneer toepassing ervan duidelijk onverenigbaar is met elementaire beginselen van het Duitse recht. Met "elementaire beginselen" wordt bedoeld dat het om fundamentele beginselen van rechtvaardigheid moet gaan. In de regel gaat het om ernstige inbreuken op grondrechten die in de Duitse grondwet worden gewaarborgd. Belangrijk voor het beroep op de openbare orde is ook dat de feiten van het geschil een binnenlandse component bevatten; alleen dan is er in principe sprake van een verband met de Duitse rechtssfeer.

II.5. Het bewijs van vreemd recht

De Duitse rechter dient niet alleen ambtshalve het eigen conflictenrecht toe te passen. Volgens § 293 van de Zivilprozessordnung (ZPO) (wetboek van burgerlijke rechtsvordering) heeft hij de plicht om in een proces via de informatiekanalen die hem ter beschikking staan, ook de inhoud van het toepasselijke vreemde recht te achterhalen. De rechtbank mag daartoe de medewerking van de procespartijen inroepen, doch is niet gebonden aan hetgeen zij naar voren brengen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

III. Conflictenrecht

III.1. Contractuele verbintenissen

Duitsland heeft de bepalingen van het Verdrag van Rome uit 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst als artikel 27 e.v. opgenomen in het EGBGB. Voor bepaalde verzekeringsovereenkomsten zijn specifieke conflictregels opgenomen in de artikelen 7 tot en met 14 EGVVG (Einführungsgesetz zum Versicherungsvertragsgesetz).

Bepalend voor verbintenissen uit overeenkomst is in de eerste plaats het door partijen gekozen recht (artikel 27 EGBGB).

In sommige gevallen is de vrijheid van rechtskeuze echter beperkt, bijvoorbeeld bij “Binnensachverhalte”, dus feiten waaraan elk grensoverschrijdend element ontbreekt. Onafhankelijk van de rechtskeuze blijven hier de dwingende bepalingen van het met het feit verbonden recht van toepassing. Bij consumentenovereenkomsten mag de rechtskeuze er niet toe leiden dat voor de consument gunstige bepalingen van dwingend recht van het land waar hij verblijft, buiten werking worden gesteld.

In het geval van een rechtskeuze is het gekozen recht in principe op de gehele overeenkomst van toepassing. Het is echter mogelijk dat partijen de rechtskeuze slechts op een deel van de overeenkomst van toepassing verklaren, terwijl voor het overige het toepasselijke recht door objectieve regels wordt bepaald.

Indien een rechtskeuze ontbreekt, wordt het toepasselijke recht door middel van objectieve aanknoping vastgesteld. Volgens artikel 28 EGBGB is in dit geval het recht van toepassing waarmee de overeenkomst het nauwst is verbonden. Dit zal in de regel het rechtsstelsel zijn van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet leveren, zijn gewone verblijfplaats heeft of waar zijn hoofdkantoor is gevestigd. Bij nadere beschouwing kan echter blijken dat de overeenkomst bij wijze van uitzondering nog nauwere banden met een ander rechtsstelsel heeft. Dan moet dat rechtsstelsel worden toegepast.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor koopovereenkomsten voor percelen, vervoerovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten en consumentenovereenkomsten gelden aparte regelingen.

III.2. Niet-contractuele verbintenissen

Voor vorderingen uit ongerechtvaardigde verrijking onderscheidt artikel 38 EGBGB verschillende situaties voor het toe te passen recht. Vorderingen uit ongerechtvaardigde verrijking wegens geleverde prestaties moeten worden beoordeeld volgens het recht dat van toepassing is op de rechtsverhouding die aan de prestatie ten grondslag ligt. Vorderingen uit ongerechtvaardigde verrijking wegens een onrechtmatige inbreuk op een rechtens beschermd belang moeten worden beoordeeld volgens het recht van het land waar de inbreuk heeft plaatsgevonden. In andere gevallen geldt het recht van de plaats waar de verrijking heeft plaatsgevonden.

Wettelijke vorderingen uit zaakwaarneming moeten volgens artikel 39 EGBGB worden beoordeeld volgens het recht van het land waar de zaakwaarneming heeft plaatsgevonden. Voor het voldoen van de schuld van een ander geldt een aparte regeling.

Vorderingen tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad worden volgens artikel 40 EGBGB in beginsel beheerst door het recht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. De benadeelde kan echter eisen dat het recht van het land wordt toegepast waar de schadelijke inwerking is geschied. Indien de schadeplichtige en de benadeelde op het tijdstip waarop de onrechtmatige daad plaatsvond, hun gewone verblijfplaats in hetzelfde land hadden, dan is het recht van dat land als bijzonder aanknopingspunt van toepassing.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Volgens artikel 42 EGBGB is in alle gevallen achteraf een rechtskeuze door partijen mogelijk.

In plaats van het toepasselijke recht kan volgens artikel 41 EGBGB ook een recht worden toegepast dat wegens bijzondere omstandigheden een aanmerkelijk nauwere band heeft met het feit.

Ten slotte beperkt artikel 40, lid 3, EGBGB als bijzondere bepaling met betrekking tot de openbare orde het aantal mogelijkheden tot verhaal op grond van onrechtmatige daad.

III.3. Personeel statuut

Rechtskwesties die betrekking hebben op de persoonlijke rechtsverhoudingen van een natuurlijke persoon vallen volgens het Duitse internationaal privaatrecht onder het rechtsstelsel waarnaar de nationaliteit van de betrokkene verwijst.

Indien iemand meer dan één nationaliteit heeft, moet volgens artikel 5, lid 1, eerste volzin, EGBGB de zogenoemde effectieve nationaliteit in aanmerking worden genomen, dat wil zeggen de nationaliteit van het land waarmee de betrokkene de nauwste banden heeft. Indien iemand met meer nationaliteiten ook de Duitse nationaliteit bezit, is volgens artikel 5, lid 1, tweede volzin, EGBGB alleen deze laatste beslissend.

Het criterium van de nationaliteit is van toepassing op kwesties betreffende het namenrecht (zie artikel 10 EGBGB voor de details) en op de rechtsbevoegdheid en handelingsbekwaamheid van een natuurlijke persoon.

III.4. Afstamming, ouder-kindrelatie inclusief adoptie

Volgens artikel 19 EGBGB wordt de afstamming van een kind in de eerste plaats geregeld door het recht van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen kinderen die binnen en buiten een huwelijk geboren zijn. De afstamming kan in relatie tot elke ouder ook volgens het nationale recht van die ouder worden vastgesteld. Indien de moeder gehuwd is, kan voor de beoordeling van de afstammingskwestie ten slotte ook het recht van belang zijn waardoor ten tijde van de geboorte de persoonlijke gevolgen van het huwelijk werden beheerst (Familienstatut). Voor kinderen die voor 1-7-1998 zijn geboren, geldt een afwijkende regeling.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Artikel 20 EGBGB bepaalt heel algemeen dat de afstamming kan worden aangevochten volgens ieder rechtsstelsel waaruit de voorwaarden voor afstamming blijken. Het kind kan de afstamming betwisten volgens het recht van het land waar het zijn gewone verblijfplaats heeft.

Het ouderlijk gezag wordt volgens artikel 21 EGBGB in de regel vastgesteld aan de hand van het recht van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, tenzij het Haags Verdrag inzake de bescherming van minderjarigen uit 1961 van toepassing is; in dat geval is – voor bepaalde aspecten – het nationale recht van het kind beslissend.

Over de rechtsgeldigheid van een adoptie beslist volgens artikel 22 EGBGB in principe het nationale recht van de adoptant op het tijdstip van de adoptie. Bepalend voor adoptie door (een van beide of beide) echtgenoten is het recht dat de persoonlijke gevolgen van het huwelijk beheerst. Echtgenoten met een verschillende nationaliteit kunnen daarom ook een kind adopteren volgens het recht van het land waar zij hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben. Voor de toestemming van het kind en van zijn natuurlijke ouders moet volgens artikel 23 EGBGB in beginsel het nationale recht van het kind in acht worden genomen.

De procedure voor de erkenning en vaststelling van de gevolgen van buitenlandse adopties is geregeld in de wet inzake gevolgen van adoptie volgens buitenlands recht (Adoptionswirkungsgesetz – AdWirkG).

III.5. Huwelijk, partnerschappen, echtscheiding, alimentatie

De voorwaarden voor de huwelijkssluiting moeten volgens artikel 13 EGBGB in beginsel voor elke verloofde worden afgeleid uit het recht van het land van zijn nationaliteit. Bij uitzondering kan in plaats daarvan onder bijzondere omstandigheden Duits recht worden toegepast.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In Duitsland wordt het huwelijk uitsluitend voltrokken door de ambtenaar van de burgerlijke stand. In uitzonderlijke gevallen kan het huwelijk worden voltrokken door iemand die daartoe door een buitenlandse staat speciaal is gemachtigd (artikel 13, lid 3, EGBGB).

De persoonlijke gevolgen van het huwelijk worden volgens artikel 14 EGBGB in eerste instantie geregeld volgens het recht van het land waarvan beide echtgenoten staatsburger zijn, dat wil zeggen volgens het gemeenschappelijke nationale recht.

Wanneer de echtgenoten geen gemeenschappelijk nationaal recht hebben, moet het recht van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats worden geraadpleegd.

Artikel 14, lid 3, EGBGB staat een beperkte rechtskeuze toe.

Op echtscheiding moet volgens artikel 17 EGBGB in het algemeen het recht worden toegepast dat bij de indiening van het echtscheidingsverzoek bepalend is voor de persoonlijke gevolgen van het huwelijk, dus het Familienstatut bij aanhangigmaking. In Duitsland kan een huwelijk alleen door de rechter worden ontbonden.

Voor het recht op gebruik van een in Duitsland gelegen echtelijke woning en van inboedel die zich in Duitsland bevindt, zijn Duitse materiële rechtsregels bepalend.

Het recht dat op pensioenverevening van toepassing is, wordt volgens artikel 17, lid 3, EGBGB bepaald door het rechtsstelsel waardoor de echtscheiding wordt beheerst. Indien het buitenlandse recht geen pensioenverevening kent, kan verevening onder bepaalde voorwaarden op verzoek volgens Duits recht plaatsvinden.

Op alimentatievorderingen tussen familieleden of echtgenoten moet volgens artikel 18 EGBGB, dat de bepalingen van het Haags Alimentatieverdrag van 1973 overneemt, het recht van het land worden toegepast waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In uitzonderlijke gevallen, wanneer er volgens het recht van het land waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft, geen recht op alimentatie bestaat, kan het gemeenschappelijke nationale recht van de betrokkenen in aanmerking worden genomen. Wanneer ook dat geen soelaas biedt, moet in plaats daarvan het recht worden toegepast van het land van de rechtbank waar de alimentatievordering wordt ingesteld.

Voor het geregistreerd partnerschap is artikel 17b EGBGB bepalend.

III.6. Huwelijksvermogensrecht

Het huwelijksvermogensregime wordt volgens artikel 15 EGBGB beoordeeld volgens het recht dat op het tijdstip van de huwelijkssluiting bepalend is voor de persoonlijke gevolgen van het huwelijk. Wanneer beide echtgenoten op dat tijdstip dezelfde nationaliteit bezitten, geldt voor hen het huwelijksvermogensrecht van hun gemeenschappelijke nationaliteit. Hebben de echtgenoten een verschillende nationaliteit, dan is het recht van het land bepalend waar beide echtgenoten op het tijdstip van de huwelijkssluiting hun gewone verblijfplaats hebben.

Volgens artikel 15, lid 2, EGBGB is het voor de echtgenoten in beperkte mate mogelijk zelf het toepasselijke huwelijksvermogensrecht aan te wijzen.

III.7. Erfenissen en testamenten

Erfrechtelijke kwesties worden volgens artikel 25 EGBGB beheerst door het nationale recht van de erflater ten tijde van zijn overlijden. Voor percelen in Duitsland kan Duits recht worden gekozen.

Volgens artikel 26 EGBGB, dat de belangrijkste bepalingen aangaande het conflictenrecht van het Haags Testamentsvormenverdrag uit 1961 overneemt, heeft een testament formele geldigheid, wanneer de vorm ervan voldoet aan de voorwaarden van het rechtsstelsel waarmee een band bestaat, bijvoorbeeld vanwege de nationaliteit, de gewone verblijfplaats van de erflater of de plaats waar het testament wordt opgemaakt.

III.8. Zakelijke rechten

Volgens artikel 43 EGBGB worden zakelijke rechten in beginsel beheerst door het recht van het land waar de zaak zich bevindt. De lex rei sitae bepaalt bijvoorbeeld de inhoud van de eigendom en de wijze waarop de eigendom kan worden overgedragen of met een pandrecht kan worden bezwaard.

Voor verkeersmiddelen bevat artikel 45 EGBGB een bijzondere aanknoping.

Ook het overbrengen van een zaak van het ene land naar het andere is volgens artikel 43, lid 2, EGBGB aan een bijzondere regeling onderworpen.

Tot slot voorziet artikel 44 EGBGB ook in een speciale regeling voor bodemimmissies.

Hoewel een rechtskeuze in het zakenrecht niet is toegestaan, kan volgens artikel 46 EGBGB van het door de bovengenoemde aanknopingen aangewezen recht worden afgeweken, wanneer de feiten een duidelijk nauwere band hebben met het recht van een ander land.

III.9. Faillissement

§ 335 InsO (Insolvenzordnung – faillissementswet) bepaalt dat de insolventieprocedure en haar gevolgen in beginsel worden beheerst door het recht van het land waar de procedure werd ingeleid. De paragrafen 336 e.v. InsO bevatten voor bepaalde aspecten van het internationale insolventierecht (bijvoorbeeld dienstbetrekkingen, verrekening, betwisting) bijzondere aanknopingen die van deze algemene regel kunnen afwijken.

Nadere inlichtingen

De brochure van het Duitse ministerie van Justitie over internationaal privaatrecht vindt u op www.bmj.bund.de Deutsch - English

« Toepasselijk recht - Algemene informatie | Duitsland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 16-04-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk