Europese Commissie > EJN > Toepasselijk recht > Tsjechië

Laatste aanpassing: 04-12-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Toepasselijk recht - Tsjechië

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

I. BRONNEN van geldend recht I.
I.1. Het interne recht I.1.
I.2. Geldende multilaterale verdragen I.2.
I.3. De belangrijkste bilaterale verdragen I.3.
II. TOEPASSING VAN HET CONFLICTENRECHT II.
II.1. Ambtshalve toepassing van de conflictenrecht II.1.
II.2. Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing) II.2.
II.3. Wijziging aanknopingspunt II.3.
II.4. Uitzonderingen op de normale toepassing van het conflictenrecht II.4.
II.5. Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht II.5.
III. CONFLICTENRECHT III.
III.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen III.1.
III.2. Niet-contractuele verbintenissen III.2.
III.3. De staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid) III.3.
III.4. Afstamming en adoptie III.4.
III.5. Huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, alimentatie III.5.
III.6. Huwelijksvermogensrecht III.6.
III.7. Erfrecht III.7.
III.8. Goederenrecht III.8.
III.9. Insolventie III.9.

 

I. BRONNEN van geldend recht

I.1. Het interne recht

De conflictregels zijn in Tsjechië uitsluitend neergelegd in het geschreven recht en in voor Tsjechië verbindende internationale verdragen die zijn omgezet in Tsjechische wetgeving.

De conflictregels worden krachtens de Tsjechische wetgeving niet afgeleid uit jurisprudentie.

I.2. Geldende multilaterale verdragen

De onderstaande lijst is een volledige opsomming van de geldende multilaterale internationale verdragen, de harmonisatieregels voor conflicterend materieel recht en rechtstreeks werkende regels op het vlak van internationaal privaatrecht. Verdragen met betrekking tot het internationaal procesrecht zijn niet vermeld:

  1. Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer, Warschau, 12 oktober 1929
  2. Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg, ’s Gravenhage, 4 mei 1971
  3. Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer, 28 mei 1999
  4. Protocol tot wijziging van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer, ondertekend te Warschau op 12 oktober 1929, ’s Gravenhage, 28 september 1955
  5. Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR), Genève, 19 mei 1956
  6. Verdrag van Wenen inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade, Wenen, 21 mei 1963
  7. Gezamenlijk Protocol betreffende de toepassing van het Verdrag van Wenen en het Verdrag van Parijs, Wenen, 21 september 1988
  8. Verdrag inzake de verjaring bij internationale koop van roerende zaken, New York, 14 juni 1974, zoal gewijzigd bij het Protocol van 11 april 1980, New York, 14 juni 1974
  9. Verdrag van de Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken en het Aanvullend Protocol daarbij, Wenen, 11 april 1980
  10. Overeenkomst van Lissabon betreffende de bescherming van herkomstbenamingen en hun internationale inschrijving van 31 oktober 1958, herzien te Stockholm op 14 juli 1967, Lissabon, 31 oktober 1958
  11. Schikking van Madrid van 14 april 1891 betreffende de internationale inschrijving van merken, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te ’s Gravenhage op 6 november 1925, te Londen op 2 juni 1934, te Nice op 15 juni 1957 en te Stockholm op 14 juli 1967, en het Protocol daarbij, Stockholm, 14 juli 1967
  12. Verdrag inzake het internationale beheer over nalatenschappen, ’s Gravenhage, 2 oktober 1973
  13. Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, ’s Gravenhage, 19 oktober 1996
  14. Berner Conventie voor bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, gewijzigd te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, gewijzigd te Bern op 20 maart 1914 en herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971, Parijs, 24 juli 1971
  15. Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer, Bern, 9 mei 1980
  16. Verdrag, ter aanvulling van het Verdrag van Warschau, tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer verricht door een ander dan de contractuele vervoerder, Guadalajara, 18 september 1961
  17. Verdrag van de Verenigde Naties inzake het vervoer van goederen over zee, Hamburg, 31 maart 1978
  18. Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, gesloten te Parijs op 20 maart 1883, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te ’s Gravenhage op 6 november 1925, te Londen op 2 juni 1934, te Lissabon op 31 oktober 1958 en te Stockholm op 14 juli 1967, Parijs, 20 maart 1883
  19. Overeenkomst van Madrid betreffende de bestrijding van valse aanduidingen van herkomst, gesloten te Madrid op 14 april 1891, herzien te Washington op 2 juni 1911, te ’s Gravenhage op 6 november 1925, te Londen op 2 juni 1934, en te Lissabon op 31 oktober 1958, en de Aanvullende Akte, Stockholm, 14 juli 1967
  20. Universele Auteursrecht-Conventie en Protocollen 2 en 3 (herzien te Parijs op 24 juli 1971 en Aanvullend Protocol 2), Genève, 6 september 1952
  21. Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, Rome, 26 oktober 1961
  22. Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag), tekst als gewijzigd bij de Akte van herziening van artikel 63 van het EOV van 17 december 1991 en bij de besluiten van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie van 21 december 1978, 13 december 1994, 20 oktober 1995, 5 december 1996 en 10 december 1998, München, 5 oktober 1973
I.3. De belangrijkste bilaterale verdragen

Onderstaande bilaterale verdragen zijn de verdragen die het meest worden toegepast door de rechtbanken:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. Verdrag tussen de Socialistische Republiek Tsjecho-Slowakije en de Volksrepubliek Hongarije inzake rechtshulp en de regeling van rechtsbetrekkingen in burgerlijke zaken, familiezaken en strafzaken, Bratislava, 28 maart 1989
  2. Verdrag tussen de Socialistische Republiek Tsjecho-Slowakije en de Volksrepubliek Polen inzake rechtshulp en de regeling van rechtsbetrekkingen in burgerlijke zaken, familiezaken, arbeidszaken en strafzaken, Warschau, 21 december 1987
  3. Verdrag tussen de Socialistische Republiek Tsjecho-Slowakije en de Unie der Socialistische Sovjetrepublieken inzake rechtshulp en rechtsbetrekkingen in burgerlijke zaken, familiezaken en strafzaken, Moskou, 12 augustus 1982
  4. Verdrag tussen de Socialistische Republiek Tsjecho-Slowakije en de Republiek Oostenrijk inzake wederzijdse rechtsbetrekkingen in burgerlijke zaken, inzake akten en inzake juridische informatie, met Definitief Protocol, Praag, 10 november 1961
  5. Verdrag tussen de Tsjechische Republiek en de Slowaakse Republiek inzake door de gerechtelijke instanties verleende rechtshulp en inzake de regeling van bepaalde rechtsbetrekkingen in burgerlijke en strafzaken, met Definitief Protocol, Praag, 29 oktober 1992

II. TOEPASSING VAN HET CONFLICTENRECHT

II.1. Ambtshalve toepassing van de conflictenrecht

Het Tsjechische recht kent “optionele conflictregels”, die partijen in onderlinge overeenstemming kunnen besluiten niet toe te passen, en in plaats waarvan zij hun aanknopingspunten kunnen vervangen door hun eigen overeenkomst, en “dwingende conflictregels”, die worden toegepast ongeacht de voorkeur van partijen. De keuze voor een bepaalde wet door de partijen is onbeperkt, dat wil zeggen dat zij elke geldende wet kunnen kiezen als de wet die moet worden toegepast om de rechtsbetrekkingen tussen hen te beoordelen. Deze optionele wetgeving wordt hoofdzakelijk toegepast op contractuele betrekkingen die worden beheerst door het handels-, burgerlijk of arbeidsrecht. Het bestaan van dwingende regels biedt de partijen een hogere mate van rechtszekerheid in betrekkingen waarbij de staat meer belang heeft bij de duidelijke regeling ervan, bijvoorbeeld op het vlak van zakelijke rechten, erf- en familierecht, en in de conflictregels met betrekking tot de handelingsbekwaamheid.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Krachtens Tsjechisch recht wordt het conflictenrecht derhalve door de rechter toegepast in zaken waarin de optionele conflictregels gelden omdat de partijen op rechtmatige wijze het Tsjechische recht als toepasselijk recht hebben gekozen; hebben zij het toepasselijk recht niet bepaald, dan moet het Tsjechische recht ambtshalve worden toegepast in alle zaken waarin de dwingende conflictregels gelden.

II.2. Renvoi (herverwijzing, verderverwijzing)

Ten aanzien van de algemene toepassing van renvoi bepaalt de Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht dat renvoi kan worden aanvaard als dit overeenstemt met de redelijke en billijke structuur van de betreffende rechtsbetrekking.

Over het algemeen wordt renvoi met name aanvaard wanneer het juridische zaken betreft die verband houden met de staat van personen en familie- en erfrecht, maar wordt er zelden gebruik van gemaakt in verband met contractuele betrekkingen.

Aanvaarding van renvoi in de zin van de Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht betekent dat uitsluitend de materiële bepalingen van het recht waarop het renvoi is gericht kunnen worden toegepast. Op die manier wordt uitgesloten dat een zaak nogmaals wordt verwezen op basis van het conflictenrecht dat geldt in het rechtsgebied waarnaar de zaak is verwezen.

II.3. Wijziging aanknopingspunt

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht bepaalt in algemene zin, door middel van een aanknopingspunt, de plaats of positie van een zaak ten tijde van een gebeurtenis waardoor een bepaald recht erop van toepassing wordt of waardoor dit recht juist vervalt (lex rei sitae). Wanneer een zaak wordt vervoerd, is het toepasselijk recht het recht van de plaats waarvandaan de zaak werd verzonden (lex loci expeditionis). Wanneer een zaak in etappes en met verschillende vervoersmiddelen wordt vervoerd, is de plaats waar het vervoersproces in eerste instantie begon bepalend.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Op de berekening van verjaringstermijnen is het recht van toepassing van de plaats waar de zaak zich bevindt bij aanvang van de verjaringstermijn.

De behandeling van conflits mobiles in verband met personen wordt samengevat in de paragrafen 3.5, 3.6 en 3.7.

Indien partijen bij een overeenkomst geen keuze maken wat betreft het recht dat van toepassing is op de rechtsbetrekkingen tussen hen, bepaalt de Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht dat de rechtsbetrekkingen tussen die partijen worden beheerst door het recht waarvan de toepassing overeenstemt met de redelijke regeling van die betrekkingen. De vuistregels zijn:

  • in geval van vervoersovereenkomsten geldt het recht van de plaats waar de vervoerder of expediteur zijn statutaire zetel of verblijfplaats heeft op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten;
  • in geval van verzekeringsovereenkomsten geldt het recht van de plaats waar de verzekeraar zijn statutaire zetel of verblijfplaats heeft op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten;
  • in geval van volmachten en soortgelijke overeenkomsten geldt het recht van de plaats waar de volmachtgever zijn statutaire zetel of verblijfplaats heeft op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten.
II.4. Uitzonderingen op de normale toepassing van het conflictenrecht
a) Openbare orde

Een rechtsbepaling van een andere staat wordt in Tsjechië buiten toepassing gelaten als de gevolgen van die toepassing in strijd zouden zijn met de beginselen van de Tsjechische maatschappelijke dan wel openbare orde en wetgeving, en dergelijke beginselen onverkort moeten worden gehandhaafd. Dit is een uitzonderingsmaatregel die slechts in buitengewone en specifieke gevallen kan worden toegepast.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De grondbeginselen van maatschappelijke en openbare orde in Tsjechië zijn die beginselen waarvan met de handhaving wordt beoogd de fundamentele belangen van de staat en de maatschappij te behartigen en de beginselen van de rechtsstaat te beschermen. Bescherming uit hoofde van de uitzondering op grond van de openbare orde kan echter geenszins worden toegepast op alle dwingende bepalingen in het Tsjechische recht.

Rechtsbepalingen met een inhoud die op nationaal niveau zou kunnen leiden tot de toepassing van de uitzondering op grond van de openbare orde zijn met name de Grondwet van de Tsjechische Republiek (Grondwettelijke Akte nr. 1/1993), met inbegrip van het Handvest van de grondrechten en de fundamentele vrijheden (afgekondigd onder nummer 2/1993).

b) Dwingende rechtsbepalingen

Dit zijn bepalingen van nationaal recht waarvan noch bij overeenkomst noch op enige andere wijze kan worden afgeweken en die niet kunnen worden vervangen of terzijde kunnen worden gesteld door buitenlands recht binnen de grenzen van het onderwerp waarop zij betrekking hebben.

In het Tsjechische recht worden dwingende rechtsbepalingen niet als zodanig aangeduid, maar voorbeelden hiervan zijn onder meer, op het terrein van bestuurs- en financieel recht, Wet nr. 143/2001 betreffende de bescherming van mededinging, Wet nr. 219/1995 betreffende buitenlandse handel, Wet nr. 634/1992 betreffende consumentenbescherming; op het terrein van het strafrecht, Wet nr. 140/1961, het Wetboek van strafrecht; en op het terrein van arbeidsrecht, bepaalde dwingende regels, zoals bepalingen over het maximaal aantal toegestane werkuren per week, het verbod op het laten verrichten van bepaalde werkzaamheden door vrouwen, en op overuren en nachtarbeid voor jongeren, die zijn vervat in Wet nr. 65/1995, het Arbeidswetboek.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

II.5. Vaststelling van de inhoud van buitenlands recht

Krachtens Tsjechische wetgeving is de beslissingsautoriteit, doorgaans een rechtbank, verplicht de inhoud van buitenlands recht vast te stellen. De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht bepaalt dat de rechtbank al het nodige moet doen om de inhoud van buitenlands recht vast te stellen. In de wet wordt voorts bepaald dat indien een rechtbank onbekend is met de inhoud van buitenlands recht, hij hierover informatie kan inwinnen bij het ministerie van Justitie. Het ministerie geeft ook verklaringen af aan rechtbanken wanneer er twijfels rijzen naar aanleiding van de bespreking van privaatrechtelijke betrekkingen met een internationale dimensie.

III. CONFLICTENRECHT

III.1. Contractuele verbintenissen en rechtshandelingen
a) Rechtsbronnen

Evenals met betrekking tot alle overige rechtsbetrekkingen, is de belangrijkste Tsjechische rechtsbron de Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht.

De rechtsbron voor rechtsbetrekkingen die voorvloeien uit het gebruik van wissels en cheques is de Wissel- en chequewet: Wet nr. 191/1950, zoals gewijzigd.

b) Werkingssfeer

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht bevat conflictbepalingen voor de wederzijdse eigendomsbetrekkingen van partijen bij overeenkomsten, met inbegrip van de regeling van renvoi (zie 2.2), die zich uitstrekken tot de totstandkoming, wijziging, vrijwaring en gevolgen van niet-naleving van contractuele verbintenissen, de begrenzing van contractuele betrekkingen en de vereffening van vorderingen. Daarnaast is de wet van belang voor arbeidsrechtelijke betrekkingen, met name omdat hierin de voorwaarden zijn vastgelegd die gelden voor de totstandkoming en de duur van arbeidsovereenkomsten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De Wissel- en chequewet bevat specifieke bepalingen inzake de acceptatie van wissels en cheques.

c) Toepasselijke aanknopingspunten

Een aanknopingspunt is in het bijzonder een eensluidende wilsuiting van partijen over de vraag door welk recht hun rechtsbetrekkingen beheerst moeten worden, oftewel over het gekozen recht (lex electa, lex voluntatis).

Indien de partijen in wederzijdse eigendomsbetrekkingen geen recht kiezen, is het toepasselijk recht het recht waarvan de toepassing overeenstemt met de redelijke regeling van die betrekkingen. De vuistregels voor specifieke contractuele betrekkingen zijn de volgende:

  1. in geval van koop- en aannemingsovereenkomsten geldt het recht van de plaats waar de verkoper of uitvoerder van het aangenomen werk zijn statutaire zetel of verblijfplaats heeft op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten;
  2. in geval van vastgoedovereenkomsten geldt het recht van de plaats waar de onroerende zaken zich bevinden (lex rei sitae);
  3. in geval van vervoersovereenkomsten geldt het recht van de plaats waar de vervoerder of expediteur zijn statutaire zetel of verblijfplaats heeft op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten;
  4. in geval van verzekeringsovereenkomsten geldt over het algemeen het recht van de plaats waar de verzekeraar zijn statutaire zetel of verblijfplaats heeft op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten;
  5. in geval van agentuur- en commissieovereenkomsten geldt het recht van de plaats waar de persoon voor wie de tussenpersoon de werkzaamheden verricht zijn statutaire zetel of verblijfplaats heeft op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten;
  6. in geval van multilaterale ruilhandelsovereenkomsten geldt het recht waarvan de toepassing het best overeenstemt met de regeling van die betrekkingen, in hun totaliteit bezien.

In de regel is op andere overeenkomsten het recht van toepassing van de staat waar beide partijen hun statutaire zetel of verblijfplaats hebben; indien hun statutaire zetels of verblijfplaatsen zich niet in dezelfde staat bevinden, en indien de overeenkomst is gesloten in aanwezigheid van de partijen, is het toepasselijk recht dat van de plaats waar de overeenkomst is gesloten (lex loci conclusionis contractus).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wanneer een overeenkomst op afstand is gesloten tussen partijen die niet aanwezig zijn bij de sluiting ervan, is het toepasselijk recht dat van de plaats waar de ontvanger van het aanbod om de overeenkomst te sluiten zijn statutaire zetel of verblijfplaats heeft.

In het arbeidsrecht is het aanknopingspunt dat bepalend is voor het recht dat van toepassing is op betrekkingen uit hoofde van een arbeidsovereenkomst over het algemeen de plaats waar de werkzaamheden worden verricht (lex loci laboris), hoewel partijen een andere regeling overeen kunnen komen.

De Wissel- en chequewet bepaalt dat het toepasselijk recht in wezen het recht is van de staat waar de wissel wordt geaccepteerd of dat van de staat waar de cheque betaalbaar is.

III.2. Niet-contractuele verbintenissen
a) Rechtsbronnen

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht en voor Tsjechië verbindende internationale verdragen, met name het Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg.

b) Werkingssfeer

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht bevat slechts summiere bepalingen over de vergoeding van schade die is veroorzaakt anders dan door de niet-nakoming van verbintenissen uit overeenkomst en overige rechtshandelingen; deze wet bevat ook regels ten aanzien van negotiorum gestio, ongerechtvaardigde verrijking, nakoming uit naam van een ander, het gebruik van een zaak ten voordele van een ander, en de opoffering van een zaak of de kosten ten gevolge van een gezamenlijke noodsituatie.

c) Aanknopingspunten

Voor vorderingen in verband met de vergoeding van schade die is veroorzaakt anders dan door de niet-nakoming van een verbintenis uit overeenkomst is het toepasselijk recht dat van de plaats waar de schade is aangericht (lex loci damni infecti) of dat van de plaats waar de omstandigheden die aanleiding gaven tot de vordering tot schadeloosstelling zich voordeden (lex loci delicti commissi). Voor vorderingen tot vergoeding van schade op het vlak van familierechtelijke betrekkingen is het toepasselijke recht dat recht waardoor de betreffende betrekking wordt beheerst (de lex causae van de betrekking).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor een rechtsbetrekking op basis van het beginsel negotiorum gestio geldt algemeen dat het aanknopingspunt de plaats is waar de zaakwaarnemer zonder mandaat de betreffende rechtshandeling verricht. In gevallen van ongerechtvaardigde verrijking is het toepasselijk recht over het algemeen het recht dat de juridische omstandigheden beheerst die leiden tot de vergroting van het vermogen. Indien iemand een prestatie verricht uit naam van een ander, is de algemene regel dat op vorderingen van deze persoon die voortvloeien uit de betreffende handeling het recht van toepassing is dat de verbintenissen beheerst van de persoon voor wie de prestatie werd verricht (de lex causae van de verbintenis die uit naam van de ander werd nagekomen). Op vergelijkbare wijze wordt in gevallen van het gebruik van een zaak ten voordele van een ander zonder het oogmerk zich te mengen in de aangelegenheden van een ander (dus geen gevallen van negotiorum gestio), naar analogie het recht toegepast van de plaats waar dit gebruik plaatsvond (lex loci damni infecti), en in gevallen van de opoffering van een zaak of de kosten ten gevolge van een gezamenlijke noodsituatie is het aanknopingspunt de plaats waar deze handeling plaatsvond.

III.3. De staat van personen (naam, woonplaats, handelingsbekwaamheid)
a) Rechtsbronnen

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht, de Wissel- en chequewet, en Wet nr. 513/1991: het Handelswetboek, zoals gewijzigd.

b) Werkingssfeer

De voorwaarden voor handelingsbekwaamheid, de mogelijkheid om rechtshandelingen te verrichten, en procesbevoegdheid zijn vastgelegd in de Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht. Deze wet regelt ook de staat van buitenlandse personen en de beëindiging van de handelingsbekwaamheid op het moment dat een persoon overleden wordt verklaard.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

§ 22 van het Handelswetboek heeft betrekking op de handelingsbekwaamheid van buitenlandse rechtspersonen.

In de Wissel- en chequewet liggen de beginselen vast voor de beoordeling van de vraag of iemand gehouden is de verbintenissen na te komen die door middel van een wissel of cheque tot stand zijn gekomen.

In het Tsjechische recht worden het begrip “woonplaats” en de daarmee samenhangende civielrechtelijk gevolgen niet erkend. De woonplaats heeft als aanknopingspunt dan ook geen betekenis voor het Tsjechische recht en is niet hetzelfde als het Tsjechische begrip trvalé bydliště (permanente verblijfplaats).

c) Aanknopingspunten

Het aanknopingspunt voor de handelingsbekwaamheid en de mogelijkheid om rechtshandelingen te verrichten is de nationaliteit van de betreffende persoon (lex patriae); voor de verrichting van rechtshandelingen door een buitenlander op Tsjechisch grondgebied volstaat dat hij dergelijke handelingen mag verrichten krachtens Tsjechisch recht (lex loci conclusionis contractus).

Het toepasselijk recht voor het bepalen van de handelingsbekwaamheid van een buitenlandse rechtspersoon is het recht van de staat waaronder de rechtspersoon werd opgericht (lex loci incorporationis).

Op een enkele in de wet vastgelegde uitzondering na, hebben buitenlanders wat betreft hun persoonlijke en zakelijke rechten dezelfde rechten en verplichtingen als Tsjechische staatsburgers; hetzelfde geldt voor buitenlandse rechtspersonen.

Volgens de Tsjechische doctrine behoort de kwestie van het recht van een persoon op een naam tot het onderwerp van de staat van personen; het toepasselijk recht is derhalve het recht dat van toepassing is op de handelingsbekwaamheid van een persoon en zijn mogelijkheid om rechtshandelingen te verrichten (de lex causae van de staat van personen).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De mogelijkheid om verbintenissen aan te gaan in verband met een wissel of cheque overeenkomstig artikel I, § 91 en artikel II, § 69 valt over het algemeen onder het recht van de nationaliteit van de persoon (de lex patriae van de persoon die verbintenissen aangaat uit hoofde van een wissel of cheque).

d) Dwingend recht, nationale uitzondering op grond van de openbare orde

De algemene rechtsgrondslag voor de toepassing van de uitzondering op grond van de openbare orde is artikel 10 van het Handvest van de grondrechten en de fundamentele vrijheden. Hierin is eenieders recht vastgelegd op eerbiediging van de menselijke waardigheid, persoonlijke eer, goede reputatie en op de bescherming van zijn naam. Daarnaast wordt eenieders recht gewaarborgd op bescherming tegen de onrechtmatige verzameling en openbaarmaking van persoonsgegevens alsmede tegen andere vormen van misbruik van dergelijke gegevens.

III.4. Afstamming en adoptie
a) Rechtsbronnen

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht, het Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie en het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.

b) Werkingssfeer

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht omvat conflictregels ten aanzien van de betrekkingen tussen ouder en kind, met inbegrip van de vaststelling of ontkenning van het vaderschap, en de rechtsbetrekkingen in verband met de opvoeding van kinderen en andere verplichtingen van ouders en kinderen, met inbegrip van de onderhoudsverplichting (zie 3.5). Ook adoptie komt in de wet aan de orde, in het bijzonder de omgang met de verschillende nationaliteiten van de echtgenoten en het geadopteerde kind of de verschillende nationaliteiten van de echtgenoten zelf. Deze bepalingen zijn ook van toepassing op rechtsbetrekkingen die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid voor kinderen of personen die niet handelingsbekwaam zijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

c) Aanknopingspunten

Voor betrekkingen tussen ouder en kind is het aanknopingspunt voor de vaststelling of ontkenning van het vaderschap over het algemeen de nationaliteit van het kind bij de geboorte (de lex patriae van het kind). Betrekkingen tussen ouder en kind, met inbegrip van de opvoeding en de onderhoudsverplichting worden beheerst door het recht van de nationaliteit van het kind (de lex patriae van het kind). In adoptiezaken is het aanknopingspunt de nationaliteit van de adopterende persoon (de lex patriae van de adoptieouder). De instemming van het kind met de adoptie wordt beoordeeld overeenkomstig het recht van de nationaliteit van het geadopteerde kind (de lex patriae van het kind).

Wat betreft de voorwaarden in verband met de totstandkoming en beëindiging van de verantwoordelijkheid voor kinderen of personen die niet handelingsbekwaam zijn, is het toepasselijk recht het recht van de nationaliteit van de minderjarige (de lex patriae van de minderjarige). De verplichting om deze verantwoordelijkheid te aanvaarden en na te komen wordt beheerst door het recht van de nationaliteit van de voogd (de lex patriae van de voogd). Voor rechtsbetrekkingen tussen de voogd en de minderjarige is het toepasselijk recht dat van de betreffende rechtbank of de geldende regels voor voogdij (lex fori).

d) Dwingend recht

Dwingende rechtsbepalingen op dit vlak zijn onder meer de relevante bepalingen van het Wetboek van strafrecht (misdrijven tegen het gezin en jongeren). Het gaat daarbij hoofdzakelijk om de moedwillige verlating van een kind, het verzuimen de onderhoudsplicht na te komen, het mishandelen van een persoon waarvoor men verantwoordelijk is, enz.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

III.5. Huwelijk, geregistreerd partnerschap, ongehuwd samenwonen, echtscheiding, scheiding van tafel en bed, alimentatie
a) Rechtsbronnen

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht.

b) Werkingssfeer

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht regelt kwesties die verband houden met de mogelijkheid van een persoon om te huwen, de voorwaarden die verbonden zijn aan een huwelijk en de voorwaarden voor de geldigheid van een huwelijk, de ontbinding van een huwelijk door middel van een echtscheiding, nietigverklaring van het huwelijk, en de wederzijdse rechten van de ongehuwde ouders van een kind. Ook de onderhoudsverplichtingen van ouders en kinderen zijn hierin vastgelegd.

Het Tsjechische recht kent geen bepalingen inzake partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht en inzake scheiding van tafel en bed.

c) Relevante aanknopingspunten

De mogelijkheid om te huwen, met inbegrip van de voorwaarden voor de geldigheid van het huwelijk, wordt beheerst door het recht van de nationaliteit van de betreffende persoon (de lex patriae van de aanstaande echtgenoot); de vorm waarin het huwelijk plaatsvindt valt onder het recht van de plaats waar het huwelijk wordt voltrokken (lex loci conclusionis contractus).

Op een echtscheiding is in wezen het recht van toepassing van de nationaliteit van de echtgenoten op het moment dat de procedures beginnen (de lex patriae van de echtgenoten).

De rechten van de moeder van een kind die niet gehuwd is met de vader van het kind vallen onder het recht van de nationaliteit van de moeder op het moment dat het kind wordt geboren (de lex patriae van de moeder ten tijde van de geboorte van het kind).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Op de onderhoudsverplichtingen van ouders tegenover hun kinderen is, behoudens een enkele uitzondering (zie 3.4), het recht van toepassing van de nationaliteit van het kind (de lex patriae van het kind); vorderingen van ouders inzake het onderhoud van hun kinderen worden beheerst door het recht van de nationaliteit van de ouder die de vordering instelt (lex patriae).

d) Dwingend recht, nationale uitzondering op grond van de openbare orde

Het Wetboek van strafrecht bevat relevante dwingende rechtsbepalingen, bijvoorbeeld een verbod op bigamie.

III.6. Huwelijksvermogensrecht
a) Rechtsbronnen

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht.

b) Werkingssfeer

Deze wet betreft het huwelijksvermogensrecht, met inbegrip van eventuele contractuele regelingen.

c) Relevante aanknopingspunten

Persoonlijke en huwelijksvermogensrechtelijke betrekkingen vallen in wezen onder het recht van de nationaliteit van man en vrouw (de lex patriae van de echtgenoten), behalve in gevallen waarin zij verschillende nationaliteiten hebben, in welk geval het Tsjechische recht van toepassing is.

Indien de huwelijksvermogensrechtelijke betrekkingen bij overeenkomst zijn geregeld, worden deze betrekkingen beheerst door het recht dat van toepassing was op het huwelijksvermogen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten (de lex causae van het recht dat van toepassing was op het moment dat de overeenkomst over de huwelijksvermogensrechtelijke betrekkingen werd gesloten).

III.7. Erfrecht
a) Rechtsbronnen

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht; daarnaast is ook het Verdrag inzake het internationale beheer over nalatenschappen van belang.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

b) Werkingssfeer

In de wetgeving is bepaald hoe het recht wordt vastgesteld dat van toepassing is op erfrechtprocedures en op de mogelijkheid om een testament op te maken of in te trekken, met inbegrip van de gevolgen van tekortkomingen in het testament en de verschillende versies daarvan bij het opmaken of intrekken van het testament, en de vorm van het testament.

c) Relevante aanknopingspunten

Voor rechtsbetrekkingen in verband met erfrechtprocedures is het toepasselijk recht over het algemeen het recht van de nationaliteit van de overledene bij overlijden (de lex patriae van de overledene). De mogelijkheid om een testament op te maken of in te trekken, met inbegrip van tekortkomingen in deze wettelijke akte, en de bepaling van andere mogelijke verwervingsmethoden bij overlijden, worden beheerst door de lex patriae van de overledene op het moment dat de betreffende versie van zijn of haar testament werd opgemaakt. Hetzelfde recht geldt voor de vorm van het testament of de intrekking daarvan; het volstaat echter dat de vorm of intrekking van het testament voldoet aan het recht van de staat waar het testament is opgemaakt.

III.8. Goederenrecht
a) Rechtsbronnen

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht.

b) Werkingssfeer

In deze wet zijn in het bijzonder de conflictregels vervat in verband met rechten op roerende en onroerende zaken, met inbegrip van zaken die worden vervoerd, en in verband met de inschrijving in registers die relevant zijn voor rechten op onroerende zaken en de verwerving van een recht op grond van verjaring of langdurig gebruik.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Verder betreft de wet de bepaling van het moment vanaf wanneer de verlening van goedkeuring om een zaak te verkopen overgaat op de verwerver, vanaf wanneer hij het recht heeft op vruchtgebruik van de overgedragen zaak, en vanaf wanneer het risico van schade aan de zaak op hem overgaat, alsmede het moment vanaf wanneer het recht op vergoeding van schade die ontstaat in verband met de overgedragen zaak overgaat op de verwerver, evenals het eigendomsvoorbehoud in verband met de overgedragen zaak.

c) Relevante aanknopingspunten

Het aanknopingspunt voor roerende en onroerende zaken is de plaats waar de zaken zich bevinden (lex rei sitae). Bij roerende zaken is dat de plaats waar de zaak zich bevindt ten tijde van de gebeurtenis waardoor een recht ontstaat of vervalt. Indien een zaak wordt vervoerd, wordt het ontstaan en verval van rechten op de zaak beoordeeld aan de hand van het recht van de plaats waarvandaan de zaak werd verzonden (lex loci expeditionis).

Verwerving van een recht op grond van verjaring valt onder het recht van de plaats waar de zaak zich bevindt bij aanvang van de verjaringstermijn; de persoon die op grond van verjaring een recht verwerft kan verzoeken om toepassing van het recht van de staat waar de verjaring plaatsvond, mits gedurende de periode waarin de zaak zich in deze staat bevond, aan alle voorwaarden betreffende de verjaring is voldaan overeenkomstig het recht van die staat.

Ten aanzien van de overdracht van het recht op vruchtgebruik van een zaak, en ten aanzien van de overdracht van het risico van schade aan een zaak en het recht op schadeloosstelling, alsmede de overdracht van het eigendomsvoorbehoud, is het recht dat van toepassing is op de betrekkingen tussen de partijen het recht waardoor hun contractuele betrekkingen worden beheerst (de lex causae van de contractuele betrekkingen).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

d) Nationale uitzondering op grond van de openbare orde

Artikel 11 van het Handvest van de grondrechten en de fundamentele vrijheden is in dezen relevant; dit handvest voorziet in de bescherming van eigendomsrechten onder verwijzing naar het feit dat eigendom een verbindende factor is en niet mag worden gebruikt ten nadele van de rechten van anderen of in strijd met bij wet beschermde algemene belangen. De uitoefening van eigendomsrechten mag niet ten koste gaan van wettelijk gegarandeerde normen op het gebied van volksgezondheid, natuur en milieu.

Het Handvest van de grondrechten en de fundamentele vrijheden bepaalt verder dat vordering of gedwongen inperking van eigendomsrechten uitsluitend mogelijk is op grond van het algemeen belang, op basis van de wet en op voorwaarde dat eventuele schade wordt vergoed.

III.9. Insolventie
a) Rechtsbronnen

De Wet betreffende internationaal privaat- en procedurerecht.

b) Werkingssfeer

De regulering van dit terrein beperkt zich tot bijzondere bepalingen inzake de insolventie van marktdeelnemers die, krachtens afzonderlijke wetgeving (bepalingen die hoofdzakelijk zijn neergelegd in Wet nr. 124/2002 betreffende betalingsrelaties), deelnemen aan een betalingssysteem dat is opgenomen in de lijst met betalingssystemen die wordt bijgehouden door de Tsjechische nationale bank of een clearingsysteem dat onder afzonderlijke rechtsbepalingen valt (in het bijzonder Wet nr. 591/1992 betreffende effecten).

c) Relevante aanknopingspunten

Indien er insolventieprocedures worden ingeleid met betrekking tot het vermogen van een hierboven beschreven persoon of indien betalingen worden opgeschort of beperkt ten gevolge van een andere maatregel van een overheidsinstantie in verband met het vermogen van die persoon, zijn op de rechten en plichten van deze persoon hetzelfde recht van toepassing als op de overeenkomst inzake het betalingssysteem, of het recht dat geldt voor de deelnemers aan het clearingsysteem (de lex causae van het betalingssysteem). De keuze voor enig ander recht is in alle gevallen uitgesloten.

Nadere inlichtingen

Tsjechische orde van advocaten ceština - Deutsch - Englishfrançais

Hof van arbitrage verbonden aan de Economische Kamer van de Tsjechische Republiek en de Landbouwkamer van de Tsjechische Republiek ceština - Deutsch - English

Rechtbanken in Tsjechië ceština - English 

Het Europees Justitieel Netwerk in burgerlijke en handelszaken, informatie over het toepasselijk recht.

« Toepasselijk recht - Algemene informatie | Tsjechië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 04-12-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk