Europese Commissie > EJN > Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting > Duitsland

Laatste aanpassing: 28-12-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting - Duitsland

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat zijn in de eerste plaats over het algemeen de verschillende alternatieve wijzen van geschillenbeslechting (ADR)? 1.
Algemeen Algemeen
Rechtsgeschillen tussen consumenten en ondernemingen (in de meest brede zin) Rechtsgeschillen tussen consumenten en ondernemingen (in de meest brede zin)
Geschillen tussen ondernemingen Geschillen tussen ondernemingen
Geschillen tussen werknemers en werkgevers Geschillen tussen werknemers en werkgevers
a) Arbitrage-instantie voor opleidingsgeschillen a)
b) Bemiddelingsinstantie ingevolge het Betriebsverfassungsgesetz (BetrVG) b)
c) Bemiddeling volgens de CAO c)
Geschillen met betrekking tot familieaangelegenheden Geschillen met betrekking tot familieaangelegenheden
Geschillen in verband met het gebruik van het overschrijvingsrecht of misbruik van betaalkaarten Geschillen in verband met het gebruik van het overschrijvingsrecht of misbruik van betaalkaarten
Geschillen tussen individuele personen Geschillen tussen individuele personen
2. Is het toepassen van vormen van ADR wettelijk verplicht of kan dit door de rechter worden bevolen? 2.
3. Is ADR geregeld bij de wet? 3.
4. Een contract kan artikelen bevatten waarin bepaald wordt dat geschillen met betrekking tot de overeenkomst via ADR worden beslecht, alvorens deze voor te leggen aan de rechter. Zijn dergelijke bepalingen voor de twee partijen bindend voor dit soort ADR? 4.
5. Bij welke soorten geschillen komt beslechting door middel van ADR in aanmerking? 5.
Geschillen tussen ondernemingen Geschillen tussen ondernemingen
Geschillen tussen werknemers en werkgevers Geschillen tussen werknemers en werkgevers
Geschillen met betrekking tot familieaangelegenheden Geschillen met betrekking tot familieaangelegenheden
Geschillen tussen individuele personen Geschillen tussen individuele personen
Andere specifieke gevallen (bv. in relatie tot de overheid) Andere specifieke gevallen (bv. in relatie tot de overheid)
6. Hoe kunt u ervan verzekerd zijn dat de vorm van ADR die voor u openstaat evenveel betrouwbaarheid geniet als de rechtspleging vereist? Meer in het bijzonder, hoe kunt u er zeker van zijn dat onderhandelingen vertrouwelijk blijven? 6.
7. Is het nodig om juridisch advies te vragen? Wat is de rol van een advocaat bij deze vorm van ADR? 7.
8. Kan deze vorm van ADR op afstand worden gevoerd, in het bijzonder via elektronische weg? 8.
9. Is deze vorm van ADR gratis? Zo niet, hoe worden de onkosten verdeeld? Is het mogelijk om kosteloze rechtsbijstand te krijgen? 9.
10. Indien dit soort ADR voor u open staat, maar u slaagt er niet in het geschil op te lossen, kunt u zich dan alsnog tot de rechter wenden? Heeft het kiezen voor ADR invloed op de verjaringstermijn voor het aanbrengen van een zaak bij de rechter? 10.
11. Indien u erin slaagt een geschil via ADR op te lossen, hoe moeten de gemaakte afspraken dan worden uitgevoerd? Wat gebeurt er als er niet spontaan uitvoering wordt gegeven aan de overeenkomst? Kunnen er gewone uitvoeringsprocedures worden gebruikt? Is het vervolgens nog steeds mogelijk om de zaak aan de rechter voor te leggen? 11.

 

1. Wat zijn in de eerste plaats over het algemeen de verschillende alternatieve wijzen van geschillenbeslechting (ADR)?

Algemeen

Scheidsrechterlijke-, arbitrage- en mediatieprocedures geven vorm aan het begrip alternatieve geschillenbeslechtingsprocedures in de Bondsrepubliek Duitsland. Deze procedures, die elkaar wederzijds kunnen aanvullen, zijn verschillend van aard.

Een scheidsrechtelijke procedure (Schiedsverfahren) neemt een bijzondere plaats in, omdat het gaat om een instituut dat geen onderdeel is van de door de staat ingestelde rechtsmacht, maar een door de partijen overeengekomen gerechtelijke weg is, waarbij de beslechting een taak is van personen, aan wie voor het specifieke geval rechterlijke bevoegdheden zijn toegekend. Het scheidsgerecht neemt in de plaats van het door de staat ingestelde gerecht een definitieve beslissing en roept derhalve rechtsgevolgen in het leven.

Arbitrage (Schlichtung) heeft tot doel om door middel van een compromisvoorstel van de arbiter overeenstemming tussen de strijdende partijen tot stand te brengen. Indien dat onmogelijk blijkt te zijn, kan bemiddeling een belangrijke rol spelen, omdat het daardoor voor de partijen mogelijk wordt, de afgebroken dialoog weer op te nemen en een voor beide partijen acceptabele oplossing tot stand te brengen.

Mediatie (Mediation) moet worden onderscheiden van de gerechtelijke of de in de advocatuur bekende ‘bemiddeling’. Zo kent bijvoorbeeld § 86, lid 1, van het Gesetz über die Angelegenheiten der freiwilligen Gerichtsbarkeit (FGG) (de Wet inzake aangelegenheden van vrijwillige rechtspraak) de bemiddeling bij de verdeling van een erfenis door het Nachlassgericht (het met boedelscheiding belaste gerecht) op verzoek van een mede-erfgenaam. In § 52a FGG wordt de bemiddeling bij conflicten over het omgangsrecht met kinderen geregeld. Ingevolge § 278 Zivilprozessordnung (ZPO) (het Wetboek van Burgerlijk Procesrecht) is het gerecht verplicht om in elke fase van de procedure oog te hebben voor een minnelijke schikking van het rechtsgeding of van individuele geschilpunten; ook dit vormt een gerechtelijke bemiddelingstaak. Bij een bemiddeling worden verschillende posities door een derde zo naar elkaar toegebracht, dat een schikking mogelijk is. Deze bemiddeling wordt echter pas een mediatie, als de bemiddelaar neutraal is en de oplossing niet aan de betrokken partijen wordt opgelegd maar wel in goed overleg door de betrokken conflictpartijen zelf tot stand wordt gebracht. De mediator is helper bij de communicatie en bij het onderhandelings- en overeenstemmingsproces. In tegenstelling tot een rechter beschikt hij echter niet over een beslisbevoegdheid en doet hij - anders dan een scheidsrechter of arbiter - ook geen directe voorstellen om tot een oplossing te komen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Rechtsgeschillen tussen consumenten en ondernemingen (in de meest brede zin)

De Bondsrepubliek Duitsland kent een veelvoud aan scheidsrechterlijke- en arbitrage-instanties alsook bemiddelingsinstanties, die conflicten (met name betrekking hebbend op consumenten) voorafgaand aan een behandeling voor het gerecht door middel van bemiddeling afhandelen. Meestal zijn ze ingesteld en worden ze gefinancierd door beroepsorganisaties (kamers, verbanden) en hun bevoegdheden zijn dienovereenkomstig branchespecifiek bepaald. Meestal worden ze ingeschakeld door klanten, die een geschil hebben met de aanbieder respectievelijk de verkoper van een artikel of verleende dienst. Bemiddelingsinstanties kunnen door het justitiële apparaat van de deelstaat worden ingesteld of erkend. Hun buitengerechtelijke inschakeling is bijvoorbeeld in bepaalde deelstaten verplicht in het geval van vermogensrechtelijke geschillen vallend onder het Amtsgericht (het gerecht van eerste aanleg), indien het onderwerp van geschil niet uitstijgt boven het bedrag van € 750. In diverse deelstaten worden de taken van bemiddelingsinstanties grotendeels ook door de reeds bestaande scheidsrechterlijke instanties in acht genomen; in andere deelstaten berust de taak van geschillenbeslechting weer op de bemiddelingsinstanties van de advocatuur of het notariaat.

Het aanbod van scheidsrechterlijke - en arbitrage-instanties kan als volgt worden omschreven:

  • In bijna alle grotere steden zijn er scheidsrechterlijke instanties en bemiddelingsinstanties van de Kamers van Koophandel en Industrie alsook van de Kamers van Ambachten en Neringen. Daarbij komen de bemiddelingsinstanties van garagebedrijven voor reparaties aan auto’s alsook de bemiddelingsinstanties van de autohandel voor gebreken aan tweedehandse auto’s.
  • Op deelstaatniveau kennen de meeste deelstaten scheidsrechterlijke instanties en bemiddelingsinstanties voor de textiel- en lederreiniging alsook voor de werkzaamheden van artsen en architecten.
  • In sommige deelstaten zijn er scheidsrechterlijke instanties en bemiddelingsinstanties voor radio- en televisietechnici, carrosseriebouwers en voor bepaalde ambachtelijke beroepen (meubelmakers, dakdekkers, tegelzetters etc) of voor schoenreclamaties.
  • Bij de vrije beroepen zijn er in nagenoeg elke deelstaat bemiddelingsmogelijkheden van de Artsenkamers en de Architectenkamers. De Kamers van advocaten/procureurs, octrooiadvocaten, belastingadviseurs en accountants zijn verplicht om op verzoek te bemiddelen bij geschillen tussen leden van de kamers en hun opdrachtgevers.
  • In de Bondsrepubliek Duitsland zijn er door organisaties van huiseigenaren en huurders gemeenschappelijk ingestelde en gefinancierde instanties, die bemiddelen bij huurgeschillen.
  • In zes deelstaten zijn bovendien instanties ingesteld die bemiddelen bij bouwgeschillen.
  • Ook moeten de activiteiten worden vermeld van de Ombudsman van de particuliere banken, die klachten behandelt die op alle soorten bank- en geldzaken betrekking kunnen hebben.

Voor zover de geschillenbeslechtingsinstanties aanbevelingen doen, zijn die doorgaans niet bindend voor de partijen. Ten dele is de uitspraak van de bemiddelingsinstantie echter voor de ondernemerskant eenzijdig bindend. De procedure wordt echter alleen dan definitief afgesloten, indien de partijen het met elkaar eens zijn geworden en een schikking hebben getroffen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Geschillen tussen ondernemingen

In Duitsland neemt de economische mediatie toe. De advocatuur en de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven hebben meerdere malen geprobeerd een mediatieprocedure in te stellen en kwalitatieve normen hiervoor vast te stellen.

Geschillen tussen werknemers en werkgevers
a) Arbitrage-instantie voor opleidingsgeschillen

Voor het beslechten van geschillen in verband met beroepsopleidingen kunnen de bevoegde ambachtelijke beroepsverenigingen en voor het overige de bevoegde instanties in de zin van het Berufsbildungsgesetz (de Wet inzake beroepsopleidingen) bemiddelingsinstanties instellen (zie § 111, lid 2, van het Arbeitsgerichtsgesetz (ArbGG) (de Wet inzake de rechtbanken voor arbeidszaken). Indien een dergelijke bemiddelingsinstantie is ingesteld, is de inschakeling daarvan een dwingende procesvoorwaarde.

De bemiddelingsuitspraak is voor de partijen bindend, indien zij die binnen een week erkennen. Schikkingen die met behulp van de bemiddelende instantie tot stand zijn gekomen of uitspraken die de bemiddelende instantie heeft gedaan en die door de partijen zijn erkend, kunnen middels gedwongen tenuitvoerlegging worden gehandhaafd. Indien er geen schikking tot stand is gekomen, of indien de partijen de bemiddelingsuitspraak niet erkennen, kunnen de partijen binnen 2 weken een vordering instellen bij het bevoegde gerecht voor arbeidszaken.

b) Bemiddelingsinstantie ingevolge het Betriebsverfassungsgesetz (BetrVG)

Voor het bijleggen van meningsverschillen tussen de werkgever en de ondernemingsraad kan de bemiddelingsinstantie worden ingeschakeld (§ 76 Betriebsverfassungsgesetz, BetrVG). De bemiddelingsinstantie is binnen het bedrijf bevoegd voor de arbitrage. De bemiddelingsinstantie is paritair samengesteld, met bijzitters van de kant van de werkgever en van de ondernemingsraad en met een onpartijdige voorzitter, waarover beide partijen het met elkaar eens moeten zijn. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, beslist het Arbeitsgericht (de rechtbank voor arbeidszaken) over de persoon van de voorzitter en het aantal bijzitters. Middels een binnen het bedrijf geldende arbeidsovereenkomst kan ook een vaste bemiddelingsinstantie worden ingesteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De bemiddelingsinstantie treedt op verzoek van één der partijen op, indien de uitspraak van de bemiddelingsinstantie in de plaats komt van de overeenstemming tussen de werkgever en de ondernemingsraad (§ 76, lid 5, BetrVG). Dit is met name het geval bij geschillen over regelingen, zoals in gevallen van medezeggenschap in sociale aangelegenheden ingevolge § 87 BetrVG. De bemiddelingsinstantie neemt haar besluiten na afweging van alle betrokken belangen, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van het bedrijf en die van de betrokken werknemers. Deze belangenafweging kan op verzoek van één der partijen binnen twee weken worden gecontroleerd door het Arbeitsgericht, dat moet nagaan of de grenzen van de belangenafweging in acht zijn genomen.

In de overige gevallen treedt de bemiddelingsinstantie alleen op verzoek van de beide partijen op (§ 76, lid 6, BetrVG). De uitspraak van de bemiddelingsinstantie komt alleen dan in de plaats van overeenstemming tussen de werkgever en de ondernemingsraad, indien de beide partijen vooraf te kennen hebben gegeven zich neer te zullen leggen bij de uitspraak van de bemiddelingsinstantie of indien zij de uitspraak achteraf accepteren.

De kosten van de bemiddelingsinstantie worden gedragen door de werkgever (§ 76a BetrVG).

c) Bemiddeling volgens de CAO

Indien de CAO-partners tijdens hun onderhandelingen geen overeenstemming kunnen bereiken, wordt vaak een arbitrageprocedure toegepast, waarbij belangentegenstellingen met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht en het begin van een arbeidsconflict kan worden voorkomen. De arbitrage heeft altijd tot doel om een bijdrage te leveren aan het totstandkomen van een CAO en op die manier de arbeidsrust te bewaren.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De CAO-partijen hebben voor het merendeel bijzondere arbitrageovereenkomsten gesloten. Die zijn in de praktijk bijgevolg van bijzonder belang. Indien de arbitrage-instantie, die in het algemeen bestaat uit vertegenwoordigers van de strijdende CAO-partijen en een onpartijdige voorzitter, niet tot een schikkingsvoorstel komt, of indien het voorstel door een of door beide CAO-partijen wordt afgewezen, dan is de arbitrageprocedure beëindigd en kan worden overgegaan naar de fase van een collectief arbeidsconflict.

Geschillen met betrekking tot familieaangelegenheden

Bij conflictsituaties met betrekking tot familieaangelegenheden wordt door de lokale overheid in het kader van de jeugdzorg regelmatig bemiddeling verleend in de vorm van „hulp voor zelfhulp” gebaseerd op het Sozialgesetzbuch (de sociale wetgeving). Hierdoor moet het voor ouders mogelijk worden om onder eigen verantwoordelijkheid in goed overleg tot conflictoplossing te komen, rekening houdend met wederzijdse behoeften en belangen.

Bemiddeling en conflictbeslechting in een buitengerechtelijk kader wordt met name door de advocatuur aangeboden met betrekking tot geschillen in familieaangelegenheden. Bovendien geeft de wet het gerecht op verschillende plaatsen in overweging, om in elke fase van de gerechtelijke procedure (in het bijzonder bij geschillen omtrent de rechten van kinderen) te streven naar een minnelijke regeling tussen de partijen (bijvoorbeeld buitengerechtelijke conflictregelingen ingevolge § 52 van het Gesetz über die Angelegenheiten der freiwilligen Gerichtsbarkeit (FGG) of de invoering van een bemiddelingsprocedure bij geschillen in verband met het omgangsrecht ingevolge § 52a FGG).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Op buitengerechtelijk gebied heeft mediatie bij geschillen in familieaangelegenheden in toenemende mate aan betekenis gewonnen bij het regelen van de gevolgen van het uit elkaar gaan en de echtscheiding van de ouders. Hoewel de mediatieprocedure en het beroepsbeeld van mediator niet bij wet geregeld zijn, zijn in de Bondsrepubliek Duitsland hoge kwaliteitsnormen ontwikkeld voor de opleiding van mediator voor geschillen in familieaangelegenheden. Als voorbeeld kunnen de opleidingsrichtlijnen van het federale samenwerkingsverband voor mediatie bij geschillen in familieaangelegenheden worden genoemd. Mediatie bij geschillen in familieaangelegenheden heeft betrekking op het regelen van (familiale) conflicten in huwelijkse -, niet-huwelijkse - en na-huwelijkse relaties en in relaties na het beëindigen van een niet-huwelijks partnerschap, waarbij wordt gestreefd naar belangengerichte regelingen. In het geval van het uit elkaar gaan en de echtscheiding van de ouders is de mediatieprocedure gericht op het ontwikkelen van een in goed overleg tot stand gekomen concept van gemeenschappelijke ouderlijke verantwoordelijkheid van de vader en de moeder na het uit elkaar gaan of de echtscheiding. Doel van de mediatie is om de aanwezige geschilpunten bij een scheiding op te lossen en de daaraan ten grondslag liggende conflicten zichtbaar en duidelijk te maken. Mogelijk zijn bijvoorbeeld in een contract vastgelegde afspraken over alimentatie, vermogen, eigendommen en ouderlijke verantwoordelijkheid. De afschaffing van het schuldbeginsel in een echtscheidingsprocedure (in het jaar 1977) en de erkenning van de gemeenschappelijke ouderlijke zorg voor de kinderen (sinds 1982) hebben de belangrijkste voorwaarden geschapen, om mediatie toe te kunnen passen als een onder eigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk gedragen overeengekomen regeling bij het uit elkaar gaan en de echtscheiding van de ouders.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Geschillen in verband met het gebruik van het overschrijvingsrecht of misbruik van betaalkaarten

Ingevolge § 14 van het Unterlassungsklagengesetz (de Wet inzake eisen/vorderingen zich van iets te onthouden) in verband met de procedureregeling voor arbitrage-instanties, is een procedure ten behoeve van alternatieve geschillenbeslechting ingesteld voor geschillen voortvloeiend uit het gebruik van het overschrijvingsrecht (§§ 675a tot en met 675g van het Bürgerliches Gesetzbuch (BGB) (het Burgerlijk Wetboek), of het misbruik van betaalkaarten (§ 676h, regel 1, BGB). De arbitrage-instantie ressorteert onder de Duitse Centrale Bank. Ten behoeve van kredietinstellingen, die lid zijn van bepaalde verbanden (federatie van Publieke Banken, federatie van Duitse Banken, federatie van Duitse Volksbanken en Raiffeisenbanken, Spaarbanken en Giroverbanden) en deelnemen aan de daar ingerichte arbitrageprocedures, is de taak met betrekking tot geschillenbeslechting overgedragen aan deze verbanden.

Algemeen ten behoeve van de beslechting van meningsverschillen tussen banken en klanten heeft de federatie van Duitse Banken voor de bij haar aangesloten banken een arbitrageprocedure ingesteld (Klachteninstantie voor klanten van de federatie van Duitse Banken, postbus 04 03 07, 10062 Berlijn). Tot de met deze arbitrage belaste ombudsman kan zich elke particuliere klant wenden, indien hij van mening is dat hij door de gedragingen van de bank nadeel heeft ondervonden. Dit heeft ook betrekking op het geval, dat een consument zich erover beklaagt, dat een bank hem geen girorekening – minimaal op basis van een positief saldo – ter beschikking stelt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Geschillen tussen individuele personen

De verschillende deelstaten kunnen verplichte geschillenbeslechtingsprocedures instellen op grond van § 15a van het Gesetz betreffend die Einführung der Zivilprozessordnung (EGZPO) (de Wet betreffende de invoering van het Burgerlijk Procesrecht)

  • voor vermogensrechtelijke geschillen bij het Amtsgericht met betrekking tot vorderingen waarvan het geldelijke belang niet meer bedraagt dan € 750,
  • bij bepaalde geschillen betreffende vorderingen in het kader van het burenrecht en
  • bij geschillen betreffende vorderingen wegens krenking van de persoonlijke eer, die niet in de pers of op de radio heeft plaatsgevonden.

Ingevolge § 15a, lid 2, EGZPO is geen arbitrageprocedure vereist bij

  • wijzigingseisen, navorderingseisen tot zekerheidsstelling, eisen tot erkenning van buitenlandse vonnissen, eisen in reconventie en eisen die binnen een wettelijk of gerechtelijk bepaalde termijn moeten worden ingediend,
  • geschillen in familieaangelegenheden,
  • revisieprocedure,
  • vorderingen die in een akte- of wisselproces geldend worden gemaakt,
  • de uitvoering van de contentieuze procedure, indien een vordering in de aanmaningsprocedure geldend is gemaakt, en
  • eisen wegens tenuitvoerleggingsmaatregelen.

Voorts hoeft geen arbitrageprocedure te worden doorlopen, indien de partijen hun woon- of verblijfplaats niet in dezelfde deelstaat hebben of niet in dezelfde deelstaat zijn gevestigd.

De deelstaten kunnen door eigen wetgeving het toepassingsgebied van § 15a, lid 1, EGZPO beperken en de uitsluitingsgronden van § 15a, lid 2, EGZPO uitbreiden.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Bij de vrijwillige geschillenbeslechting (freiwilligen Streitschlichtung) kunnen gezien het veelvoud aan verschillende procedureregelingen slechts weinig algemene opmerkingen worden gemaakt. Doorgaans gebeurt de inschakeling van de arbitrage-instantie door één van de partijen, waarbij de andere partij minimaal haar instemming moet geven. Vervolgens worden de partijen mondeling gehoord, waarbij voor een deel ook hun persoonlijke aanwezigheid voorgeschreven is, zodat zij zich niet altijd kunnen laten vertegenwoordigen. Het is namelijk vaak mogelijk zich te laten vertegenwoordigen. De kosten van de procedure worden voornamelijk gedragen door de verzoeker. In de schikking die aan het einde van de procedure tot stand is gekomen, kan ook een andere kostenregeling worden getroffen. In enkele procedureregelingen wordt bepaald dat de wederpartij verplicht is de kosten te dragen, indien deze zonder geldige reden niet aanwezig is op het afgesproken tijdstip.

Ook de gezamenlijke opdrachtverstrekking aan een mediator ten behoeve van de buitengerechtelijke oplossing van een bepaald conflict is denkbaar. De mediatieprocedure eindigt, indien deze met succes kan worden afgesloten, met een onder eigen verantwoordelijkheid tot stand gekomen overeenkomst.

2. Is het toepassen van vormen van ADR wettelijk verplicht of kan dit door de rechter worden bevolen?

Het Duitse recht kent in principe geen algemene plicht voor de strijdende partijen, om een poging te ondernemen tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting, alvorens over te gaan tot het betreden van de gerechtelijke weg.

Ingevolge § 15a van het Gesetz betreffend die Einführung der Zivilprozessordnung (EGZPO) kan echter in een deelstaatwet worden bepaald, dat in vermogensrechtelijke geschillen bij het Amtsgericht tot een geldelijk belang van € 750 alsook in bepaalde geschillen in het kader van het burenrecht en krenking van de persoonlijke eer, het instellen van een vordering pas is toegestaan, nadat bij een erkende bemiddelende instantie een poging tot schikking heeft plaatsgevonden. Een zonder voorafgaande poging tot schikking ingediende vordering zou in dit geval als niet-ontvankelijk worden afgewezen. Tot op heden hebben acht deelstaten gebruik gemaakt van de mogelijkheid van verplichte buitengerechtelijke poging tot schikking (Baden-Württemberg, Beieren, Brandenburg, Hessen, Nordrhein-Westfalen, Saarland, Sachsen-Anhalt en Schleswig-Holstein).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Met het oog op de gerechtelijke procedure in eerste aanleg bepaalt § 278, lid 2, Zivilprozessordnung (ZPO), dat de (contentieuze) mondelinge behandeling ten behoeve van het in der minne bijleggen van het rechtsgeding in principe wordt voorafgegaan door een bemiddelingsprocedure. Dit beginsel geldt alleen niet, indien de bemiddelingsprocedure geen vooruitzicht biedt op succes, omdat reeds een poging tot een schikking bij een buitengerechtelijke bemiddelingsinstantie heeft plaatsgevonden – bijvoorbeeld op grond van een deelstaatwet ingevolge § 15a EGZPO – of een bemiddelingsprocedure op andere gronden kennelijk uitzichtloos lijkt te zijn. In plaats van de bemiddelingsprocedure ingevolge § 278, lid 2, ZPO kan het gerecht de partijen in daarvoor in aanmerking komende gevallen ook een buitengerechtelijke geschillenbeslechting voorstellen (§ 278, lid 5, regel 2, ZPO).

3. Is ADR geregeld bij de wet?

De nadere uitwerking van de procedure van de bemiddelingsinstantie ingevolge § 15a EGZPO regelt de deelstaatwetgever, indien deze de verplichte arbitrageprocedure invoert.

De afloop van de gerechtelijke bemiddelingsprocedure is in § 278, lid 2, regel 2, ZPO beschreven met als doel, dat het gerecht de situatie betreffende de zaak en het geschil rekening houdend met alle omstandigheden met de partijen kan bespreken en, voor zover noodzakelijk, vragen kan stellen. Voor de bemiddelingsprocedure alsook voor verdere bemiddelingspogingen krijgen de partijen een bevel om persoonlijk te verschijnen. Het gerecht mag alleen dan afzien van dat bevel, indien een partij wegens een grote afstand of een andere belangrijke reden, niet kan worden verplicht om persoonlijk te verschijnen op het tijdstip van de bemiddeling. Indien een uitgenodigde partij niet verschijnt, dan kan haar een disciplinaire geldboete worden opgelegd; dit geldt niet indien die partij een vertegenwoordiger naar de bemiddelingsprocedure stuurt, die gemachtigd is tot het geven van een toelichting op de aan de orde zijnde feitelijke toestand en tot het afleggen van de vereiste verklaringen en in het bijzonder tot het overeenkomen van een schikking (§ 278, lid 3; § 141, lid 1, regel 2, en lid 3, ZPO).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4. Een contract kan artikelen bevatten waarin bepaald wordt dat geschillen met betrekking tot de overeenkomst via ADR worden beslecht, alvorens deze voor te leggen aan de rechter. Zijn dergelijke bepalingen voor de twee partijen bindend voor dit soort ADR?

Het uitgangspunt van buitengerechtelijke geschillenbeslechting is in principe een redelijke overeenkomst tussen de strijdende partijen. Hierbij kan het gaan om een integrerend onderdeel van een tussen de partijen bestaande overeenkomst dan wel om een afzonderlijke overeenkomst.

Niet-nakoming van de contractueel aangegane verplichting om alvorens een vordering in te stellen eerst een ADR-procedure te doorlopen, geeft de wederpartij een verweer dat leidt tot afwijzing van de vordering als niet-ontvankelijk.

Voor zover een dergelijke clausule in de algemene voorwaarden is opgenomen, is daarop de gerechtelijke inhoudelijke controle ingevolge § 307 Bürgerliches Gesetzbuch (BGB) van toepassing. Op grond hiervan is een bepaling ongeldig, indien deze de contractpartij van degene die zich erop wil beroepen, onredelijk benadeelt. Daarbij is doorslaggevend of de procedure fair en evenwichtig is, en of een redelijke contractpartij zou hebben ingestemd met de clausule, of direct voor een gerechtelijke procedure zou hebben gekozen. Ook moet nog worden vermeld, dat volgens bijlage 1, letter q), bij Richtlijn 93/13/EEG, een beding oneerlijk is wanneer het indienen van een beroep of het instellen van een rechtsvordering door de consument wordt belet of belemmerd.

5. Bij welke soorten geschillen komt beslechting door middel van ADR in aanmerking?

Voor zover de gebruikmaking van buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedures niet tot een dwingende voorwaarde voor het inschakelen van de rechtbanken voor civielrechtelijke zaken is gemaakt, komen de meest uiteenlopende geschillen voor alternatieve geschillenbeslechtingsprocedures, die immers uiteenlopend en flexibel zijn, in aanmerking.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Geschillen tussen ondernemingen

Juist op het gebied van de economische mediatie laat de kosten-baten-relatie van een via deze weg tot stand gekomen conflictoplossing bijzonder positieve resultaten zien. Door de verschillende belangen van de partijen te integreren en open compromissen uit te werken los van de materieelrechtelijke grondslagen voor vorderingen, kan ook rekening worden gehouden met de overige zakelijke betrekkingen en plannen van ondernemingen. Tegelijkertijd kan mediatie ertoe bijdragen om het niveau van de relatie tussen de strijdende partijen te bewaren, of zelfs te versterken. Een voordeel van de mediatieprocedure is bovendien gelegen in het garanderen van geheimhouding, omdat de behandeling achter gesloten deuren plaatsvindt.

Belangrijke toepassingsgebieden voor de economische mediatie zijn met name juridisch, feitelijk en ook emotioneel complexe conflicten tussen zakenpartners. Bijzonder geschikt zijn conflicten met complexe belangen en omstandigheden, zoals bijvoorbeeld in de bouwwereld of bij het tot stand brengen van grote constructies. Maar ook bij meningsverschillen met grote persoonlijke elementen, zoals bij vennootschapsrechtelijke conflicten of indien sprake is van deelname van partijen met verschillende nationaliteiten, is een arbitrage- of mediatieprocedure uitermate geschikt. Het toepassen van economische mediatie is aan te raden op alle zakelijke terreinen, waar de relatie tussen de partijen ondanks het conflict ook na de beëindiging daarvan op een productieve wijze moet worden voortgezet. Dit geldt ook voor conflicten, die indien daarover zou worden beslist in een gerechtelijke procedure, wegens het te verwachten tijdverlies, zelfs in het geval van een overwinning een groot economisch nadeel zouden opleveren.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Geschillen tussen werknemers en werkgevers

Op gebieden, waar wettelijke regelingen of de rechtsvoorschriften met betrekking tot CAO’s goed functionerende en succesvolle procedures van geschillenbeslechting aanbieden, met name echter op de terreinen waar een verplichte geschillenbeslechting door de wet is vastgesteld, is er slechts weinig kansrijke speelruimte voor mediatieprocedures en andere buitengerechtelijke mogelijkheden voor geschillenbeslechting. Mediatieprocedures komen in het arbeidsrecht met name voor in situaties waar het individuele arbeidsrecht aan de orde is.

Geschillen met betrekking tot familieaangelegenheden

De bemiddelingsactiviteiten van de jeugdzorg kunnen bestaan uit preventieve hulp ten behoeve van zelfhulp aan ouders om crisissituaties te voorkomen. De activiteiten hebben echter voornamelijk betrekking op crisishulp ten behoeve van de feitelijke oplossing van conflicten en crises in het gezin en nazorghulp als ondersteuning bij de uitoefening van de gemeenschappelijke ouderlijke verantwoordelijkheid na het uit elkaar gaan of de echtscheiding van de ouders. Doel is schade aan de ontwikkeling van de betrokken kinderen te vermijden of zoveel mogelijk te beperken, en aan de andere kant de tot het geven van zorg gerechtigde ouders te adviseren en te ondersteunen.

Mediatie ten behoeve van het gezin wint in toenemende mate aan betekenis bij het regelen van de gevolgen van het uit elkaar gaan en scheiden van de ouders, waarbij de volgende zaken voor een regeling in aanmerking komen:

  • nieuwe vormgeving van de ouderlijke verantwoordelijkheid/zorg,
  • verdeling van de verzorging bij gemeenschappelijke ouderlijke zorg,
  • regeling van alimentatiekwesties,
  • financiering van de desbetreffende huishoudingen,
  • vermogensverdeling/vereffening van de vermogensaanwinst,
  • regeling van de situatie met betrekking tot de echtelijke woning, alsook de
  • verdeling van de inboedel.

Mediatieprocedures hebben zich in de praktijk met name bij de oplossing van problemen op het gebied van het zorg- en omgangsrecht bewezen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Geschillen tussen individuele personen

Uit de eerste, voorlopige resultaten van evaluatieonderzoeken blijkt, dat buitengerechtelijke arbitrage-, bemiddelings- en mediatieprocedures met name geschikt kunnen zijn voor burengeschillen en geschillen in verband met vorderingen wegens krenking van de persoonlijke eer. Mediatieprocedures zijn vaak uitermate geschikt als geschillenbeslechting bij doorlopende contractuele relaties, omdat de conflictpartijen door het onder eigen verantwoordelijkheid tot stand brengen van een conflictoplossing in de beste situatie worden geplaatst om hun contractuele relatie voort te zetten.

Andere specifieke gevallen (bv. in relatie tot de overheid)

In de Bondsrepubliek Duitsland worden mediatieprocedures in het publiekrecht of in samenhang met overheidshandelen met name in het kader van het milieurecht en in het kader van ruimtelijke ordenings-, onteigenings- en vergunningsprocedures toegepast, om met onderhandelingsoplossingen meer medewerking en flexibiliteit in het overheidshandelen te bereiken. De steeds complexere materies die in talrijke overheidsbesluiten aan bod komen, zijn een zinvol toepassingsgebied voor ADR, omdat bij mediatie met veel relevante factoren en meerdimensionale aspecten rekening kan worden gehouden. Dat geldt met name in gevallen, waar niet alleen individuele, maar ook collectieve belangen aan de orde zijn, zoals bij planologische kwesties.

6. Hoe kunt u ervan verzekerd zijn dat de vorm van ADR die voor u openstaat evenveel betrouwbaarheid geniet als de rechtspleging vereist? Meer in het bijzonder, hoe kunt u er zeker van zijn dat onderhandelingen vertrouwelijk blijven?

Terwijl er bijvoorbeeld voor scheidsrechterlijke - of bemiddelingsprocedures federaal of per deelstaat vastgestelde garanties zijn, die vergelijkbaar zijn met de voor gerechtelijke procedures geboden garanties, zijn mediatieprocedures niet wettelijk geregeld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De geheimhouding van de onderhandelingen kunnen de deelnemers aan een mediatieprocedure alleen via contractueel vastgelegde afspraken waarborgen. Het recht om te weigeren een getuigenis af te leggen, heeft de mediator alleen dan als hij tot een beroepsgroep behoort, waaraan een breder recht is toegekend om te weigeren een getuigenis af te leggen voor alle met hun beroepsactiviteiten verband houdende bewijskwesties, dus met name advocaten en notarissen.

Met betrekking tot de procedure ten behoeve van alternatieve beslechting van geschillen met betrekking tot de toepassing van het overschrijvingsrecht bepaalt de Schlichtungsstellenverfahrensordnung (SchlichtVerfVO) (de procedureregeling voor arbitrage-instanties), dat arbiters in hun hoedanigheid van arbiter onafhankelijk zijn en niet gebonden zijn aan aanwijzingen (zie § 2, lid 2, SchlichtVerfVO) en verplicht zijn tot geheimhouding (§ 2, lid 4, SchlichtVerfVO).

7. Is het nodig om juridisch advies te vragen? Wat is de rol van een advocaat bij deze vorm van ADR?

Juridische advisering van de deelnemers aan een mediatie- of arbitrageprocedure is niet bindend voorgeschreven.

In Duitsland is er voor personen die beroepsmatig ADR-activiteiten uitoefenen geen eenduidig beroepsbeeld. Arbiters en mediators worden niet alleen gerekruteerd uit juridische, maar met name ook uit psychologische, pedagogische, commerciële en maatschappijwetenschappelijke beroepen. Dit betekent dat ook de vooropleidingen verschillend zijn.

De partijen zijn vrij in de keuze van de geschillenbeslechtingsprocedure en in de keuze van de persoon van de arbiter, bemiddelaar of mediator. Voor zover een arbiter of mediator zich bezig gaat houden met juridische activiteiten, en de deelnemers eventueel juridische adviezen geeft of zijn medewerking verleent aan het contractueel vastleggen van de resultaten van de arbitrage of mediatie, zijn de voorschriften van de wetgeving op het gebied van rechtskundige advisering (het Rechtsberatungsgesetz) van toepassing. Rechtskundige advisering en rechtskundige bijstand is op grond van deze wet in principe voorbehouden aan rechtskundige adviseurs, met name advocaten en notarissen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Advocaten/advocates die arbitrerende of mediatieve activiteiten uitoefenen, dienen zich te houden aan de regels van de beroepsregeling voor advocaten (§ 18 van de Berufsordnung für Rechtsanwälte – BORA). Zij mogen zich alleen „mediator” noemen, indien zij middels een passende opleiding kunnen aantonen, dat zij de grondbeginselen van de mediatieprocedure beheersen (§ 7a BORA).

8. Kan deze vorm van ADR op afstand worden gevoerd, in het bijzonder via elektronische weg?

In Duitsland vinden de eerste privaatrechtelijke pogingen plaats om met behulp van het internet on line mediatieprocedures uit te voeren. Terwijl het uitgangspunt van de traditionele mediatie is dat de conflictpartijen op een bepaalde plaats samenkomen en in vergaderruimtes een probleem trachten op te lossen, wordt bij de on line mediatie de werkelijke ruimte vervangen door de virtuele wereld van het internet. De deelnemers kunnen over grote ruimtelijke afstanden op het beeldscherm onderhandelen. Communicatie vindt plaats via e-mail of in virtuele vergaderruimtes, die door mediators worden beheerd. Alle deelnemers kunnen elkaar in een dergelijke virtuele vergaderruimte treffen, waarbij de mediator over de mogelijkheid beschikt om zich in een met een password beschermde vergaderruimte uitsluitend met één partij te onderhouden, terwijl de andere partij on line in een andere ruimte wacht. Welke vorm van communicatie wordt gekozen, kan worden aangepast aan de individuele situatie. Men kan er echter vanuit gaan, dat het ontbreken van de fysieke aanwezigheid van de conflictpartijen en van de mediator vergaande invloed zal hebben op de procedure en dat niet alle onderwerpen van een procedure in dezelfde mate geschikt zijn voor on line mediatie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

9. Is deze vorm van ADR gratis? Zo niet, hoe worden de onkosten verdeeld? Is het mogelijk om kosteloze rechtsbijstand te krijgen?

Algemeen geldt voor vormen van alternatieve geschillenbeslechting dat de kosten van een dergelijke procedure door de partijen moeten worden gedragen.

Voor zover door de particuliere bedrijven arbitrage-instanties zijn ingesteld voor de behandeling van klachten van klanten, is de procedure in de regel voor de klant gratis. In die gevallen moet de klant enkel bepaalde kosten, zoals porto- of telefoonkosten, voor zijn rekening nemen.

Indien gebruik wordt gemaakt van het adviserings- en ondersteuningsaanbod van de jeugdzorg zijn daaraan voor de betrokken ouders en kinderen geen kosten verbonden.

Voor wat betreft de kosten voor de verplichte buitengerechtelijke bemiddelingsprocedure bepaalt de algemene bepaling van § 15a, lid 4, EGZPO, dat de kosten van de bemiddelingsinstantie worden bijgeteld bij de kosten van het daaropvolgende rechtsgeding in de zin van § 91 ZPO. Zij moeten dus worden vergoed door de verliezende partij, indien de mislukte arbitrageprocedure wordt gevolgd door een gerechtelijke procedure.

Voor de advisering van een advocaat in verband met een buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedure kan een conflictpartij door de staat een tegemoetkoming in de kosten van juridische bijstand worden verleend, indien deze partij de noodzakelijke middelen op basis van haar persoonlijke en economische situatie niet zelf kan opbrengen, er geen andere passende hulpmogelijkheden zijn en de uitoefening van de rechten door de rechtzoekende niet ondoordacht is (§ 1 van het Beratungshilfegesetz (wetgeving inzake tegemoetkoming in de kosten van juridische bijstand)).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

10. Indien dit soort ADR voor u open staat, maar u slaagt er niet in het geschil op te lossen, kunt u zich dan alsnog tot de rechter wenden? Heeft het kiezen voor ADR invloed op de verjaringstermijn voor het aanbrengen van een zaak bij de rechter?

In het kader van de verplichte arbitrageprocedure (zie § 15a EGZPO) is het mislukken van een poging tot schikking voorwaarde voor de ontvankelijkheid van de vordering. Indien geen oplossing van het geschil is bereikt, is het dus mogelijk om het gerecht in te schakelen. Indien een bemiddelingsprocedure ingevolge § 278, lid 5, ZPO geen resultaat oplevert, dan betekent dat de overgang naar een contentieuze procedure.

Voor zover bij een arbitrage-instituut van het particuliere bedrijfsleven op grond van een door een klant ingediende klacht een poging tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting is geweest, kunnen de deelnemers het gerecht inschakelen indien het arbitragevoorstel niet wordt geaccepteerd. Hier worden de partijen bij het uitbrengen van het arbitragevoorstel ook op gewezen (§ 5, lid 3, regel 1 van de Schlichtungsstellenverfahrensordnung).

Voor het overige wordt de toegang tot het gerecht niet belemmerd door de vrije mediatie en ook niet door gebruikmaking van het sociaalrechtelijk adviserings- en ondersteuningsaanbod. Geen van beide is een procedurevoorwaarde voor een gerechtelijke procedure; dienovereenkomstig zijn er ook geen termijnen.

Tijdens een poging tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting wordt de verjaring van de vorderingen van de strijdende partijen opgeschort. Voor bemiddelings- en scheidsrechterlijke procedures bij door de staat ingestelde of erkende bemiddelingsinstanties volgt dit reeds uit het voorschrift van § 204, lid 1, nummer 4, van het Bürgerliches Gesetzbuch (BGB), voor andere vormen van alternatieve geschillenbeslechting uit § 203, regel 1, BGB. De partijen staan derhalve niet onder druk om de buitengerechtelijke onderhandelingen voor het verstrijken van de verjaringstermijn af te moeten ronden.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

11. Indien u erin slaagt een geschil via ADR op te lossen, hoe moeten de gemaakte afspraken dan worden uitgevoerd? Wat gebeurt er als er niet spontaan uitvoering wordt gegeven aan de overeenkomst? Kunnen er gewone uitvoeringsprocedures worden gebruikt? Is het vervolgens nog steeds mogelijk om de zaak aan de rechter voor te leggen?

Het doel van een procedure van alternatieve geschillenbeslechting is in principe het bewerkstelligen van een in goed overleg tot stand gekomen regeling voor het geschil tussen de partijen. In de regel wordt een dergelijke regeling schriftelijk vastgelegd en heeft zij een contractueel karakter. Zij is derhalve bindend voor de partijen en kan bij niet-naleving door een conflictpartij worden gehandhaafd middels het indienen van een vordering. Over het algemeen vormt een dergelijke overeenkomst een schikking in de zin van § 779 BGB omdat zij doorgaans (in ieder geval geringe) wederzijdse toegevingen van beide conflictpartijen omvat die verband houden met onzekerheid omtrent hun rechtsbetrekking of de realisering van hun geldend te maken vorderingen.

Om de overeenkomst in het geval van niet-naleving door een van de conflictpartijen onmiddellijk door middel van gedwongen tenuitvoerlegging te kunnen handhaven, zonder dat eerst een gerechtelijke procedure vereist is voor het verkrijgen van een vonnis, kan de schikking door de advocaten van de conflictpartijen als een zogenaamde schikking tussen advocaten worden gesloten; indien de schuldenaar zich hierbij onderwerpt aan de directe gedwongen tenuitvoerlegging en de schikking bij een Amtsgericht wordt neergelegd, dan kan deze op verzoek van een partij door het bevoegde gerecht uitvoerbaar worden verklaard (§§ 796a en 796b juncto § 794, lid 1, nummer 4b, ZPO). Ook kan de schikking in de vorm van een notariële akte worden gesloten, op grond waarvan de gedwongen tenuitvoerlegging kan plaatsvinden, indien de schuldenaar zich heeft onderworpen aan de directe gedwongen tenuitvoerlegging (§ 794, lid 1, nummer 5, ZPO).

Een schikking die is gesloten bij een bemiddelingsinstantie ingesteld of erkend door de staat in de zin van § 15a EGZPO geeft – zoals de voor een gerecht gesloten schikking – een titel voor tenuitvoerlegging, waarmee kan worden overgegaan tot de gedwongen tenuitvoerlegging (§ 794, lid 1, nummer 1, ZPO).

« Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting - Algemene informatie | Duitsland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 28-12-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk