Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
Voor de laatst bijgewerkte tekst: zie In het verlengde van het actieplan van Wenen (1998) en de conclusies van de Europese Raad van Tampere (1999), heeft de Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken de Commissie verzocht een Groenboek voor te stellen betreffende alternatieve wijzen van geschillenbeslechting op het gebied van het burgerlijk recht en het handelsrecht, met uitzondering van arbitrage, waarin de balans van de situatie wordt opgemaakt en een brede raadpleging op gang wordt gebracht ter voorbereiding van de concrete maatregelen die moeten worden genomen. Er zal prioriteit worden verleend aan de mogelijkheid om fundamentele beginselen vast te stellen, hetzij in het algemeen, hetzij op specifieke gebieden, die de nodige garanties bieden dat de beslechting van geschillen door buitengerechtelijke organen het voor de rechtsbedeling vereiste betrouwbaarheidsniveau heeft.
In haar Groenboek wees de Commissie er nogmaals op dat de ontwikkeling van deze vormen van geschillenbeslechting niet gezien moet worden als een manier om de functioneringsproblemen van de rechterlijke instanties te verhelpen, maar als een andere meer consensusgerichte vorm van sociale verzoening en van conflict‑ en geschillenbeslechting die, in vele gevallen, beter geschikt is dan de beslechting van geschillen door een derde (rechter of een scheidsrechter).
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting, zoals bijvoorbeeld bemiddeling, zorgen ervoor dat de partijen een dialoog kunnen aangaan om via onderhandelingen een echte oplossing voor hun geschil te vinden, in plaats van met elkaar in het strijdperk te treden, een confrontatie waaruit meestal een winnaar en een verliezer tevoorschijn komen. Het belang van ADR is bijvoorbeeld erg duidelijk op het vlak van gezinsconflicten, maar het potentiële nut is ook zeer groot voor vele andere soorten geschillen.
ADR wordt steeds meer gebruikt bij complexe handelsgeschillen, wanneer de partijen naast een oplossing voor hun conflict ook hun handelsrelatie zoveel mogelijk wensen voort te zetten. Ook geschillen in verband met medische ongevallen worden steeds vaker aan ADR onderworpen; bij deze vaak zeer gevoelige geschillen kan bemiddeling leiden tot innovatieve en creatieve oplossingen, die de bevoegdheid van rechters te buiten kunnen gaan.
Omdat in het groenboek ook veel informatie werd verstrekt en vele vragen werden opgeworpen, biedt het de mogelijkheid een zo ruim mogelijke publieke belangstelling te wekken voor deze alternatieve en vaak nieuwe vormen van geschillenbeslechting. (doelpubliek: justitiabelen, leden van de rechterlijke macht en beoefenaars van juridische beroepen).
Het Groenboek had vooral ten doel antwoorden te vinden met inachtneming van het kwetsbare evenwicht tussen de noodzaak de flexibiliteit van de procedures te behouden (zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit ervan) en een harmonieuze afstemming op de gerechtelijke procedures.
Het Groenboek gaf tevens een beter inzicht in hetgeen op dit gebied in de verschillende lidstaten en op het niveau van de Gemeenschap reeds bestaat en wordt ondernomen.
Tot slot nam de Commissie door de publicatie van dit Groenboek deel aan de lopende debatten in de lidstaten en op internationaal vlak over hoe men optimale voorwaarden voor de ontwikkeling van alternatieve wijzen van geschillenbeslechting kan creëren.
De 21 vragen van het Groenboek hadden betrekking op de belangrijkste elementen van de diverse alternatieve wijzen van geschillenbeslechting, zoals het probleem van contractuele clausules die in een beroep op ADR voorzien, het probleem van de verjarings‑ en vervaltermijnen, het vertrouwelijkheidsvereiste, de rechtsgeldigheid van de instemming van de partijen, de gevolgen van de uit ADR voortvloeiende overeenkomsten met name op het gebied van tenuitvoerlegging, de opleiding voor bemiddelaars en andere derden, hun accreditatie en de regeling van hun aansprakelijkheid.
De gedragscode bevat een reeks normen die kunnen worden toegepast in de bemiddelingspraktijk en die door bemiddelingsorganisaties kunnen worden nageleefd. De gedragscode werd opgesteld in samenwerking met een groot aantal organisaties en natuurlijke personen, onder wie ervaren bemiddelingspractici en andere belanghebbenden die voorstander zijn van de ontwikkeling van bemiddeling in de Europese Unie. De gedragscode werd in juli 2004 aangenomen op een bijeenkomst van deze deskundigen. De Commissie was zeer verheugd dat zij bij dit proces was betrokken en dat zij dit proces heeft kunnen ondersteunen.
Het voorstel voor een bemiddelingsrichtlijn werd in oktober 2004 door de Commissie aangenomen en werd onmiddellijk ingediend bij het Europees Parlement en de Raad. Het voorstel werd opgesteld op basis van het groenboek en na uitgebreide raadpleging van bemiddelingspractici. Veel van deze practici werkten daarnaast ook mee aan de opstelling van bovengenoemde gedragscode.
Het voorstel voor een bemiddelingsrichtlijn heeft ten doel het gebruik van bemiddeling te bevorderen door in de rechtssystemen van de lidstaten een aantal rechtsregels beschikbaar te stellen. Deze regels hebben betrekking op het vertrouwelijke karakter van de bemiddeling, de zwijgplicht van bemiddelaars, de tenuitvoerlegging van uit bemiddeling voortvloeiende compromissen, de schorsing van verjaringstermijnen en andere beperkende termijnen in verband met de claim die het voorwerp is van bemiddeling. Aldus worden eventuele belemmeringen voor het gebruik van bemiddeling weggenomen en wordt de organisatie van opleiding voor bemiddelaars en de vaststelling van gedragsnormen ter waarborging van een consistente kwaliteit van bemiddeling in de gehele Unie bevorderd, zonder dat moet worden getracht de op dat gebied bestaande wetgeving van de lidstaten aan te passen of te harmoniseren.
De Commissie hoopt dat de richtlijn tamelijk snel kan worden goedgekeurd en aangenomen teneinde het consistente gebruik van bemiddeling in de gehele Unie verder te stimuleren en de toegang tot rechtspleging voor de Europese burgers in alle lidstaten sterk te verbeteren.
In een aantal communautaire instrumenten en voorstellen werd reeds direct of indirect gewezen op de rol van ADR. In veel van deze instrumenten werd de lidstaten aanbevolen ADR‑procedures in te voeren of op zijn minst de invoering en werking ervan te bevorderen.
Een aantal voorbeelden:
Op bepaalde gebieden is de Commissie zelfs verder gegaan dan het louter aanmoedigen van het instellen van alternatieve wijzen van geschillenbeslechting. Zij heeft zich ingespannen om de kwaliteit en de doeltreffendheid van de alternatieve wijzen van de beslechting van consumentengeschillen te bevorderen.
In de werkzaamheden van de Gemeenschap wordt zorgvuldig een onderscheid gemaakt tussen twee grote categorieën van alternatieve wijzen van geschillenbeslechting waarop de consumenten een beroep kunnen doen om geschillen met ondernemingen te beslechten:
De Commissie heeft een initiatief genomen om te garanderen dat in de buitengerechtelijke procedures voor de beslechting van consumentengeschillen een aantal beginselen in acht wordt genomen. Op 4 april 2001 publiceerde de Commissie daarom een aanbeveling betreffende procedures waarbij de derde geen formeel standpunt inneemt over de oplossing maar de partijen slechts helpt om zelf tot een oplossing te komen. In deze aanbeveling worden vier beginselen naar voren geschoven: onpartijdigheid, transparantie, doeltreffendheid en billijkheid.
De Commissie heeft een initiatief genomen om te garanderen dat in deze procedures een aantal beginselen in acht wordt genomen.
Zo heeft zij op 30 maart 1998 een aanbeveling gepubliceerd betreffende procedures waarbij de derde een beslissing neemt die al dan niet bindend is voor de partijen. Deze aanbeveling betreft ook de arbitrage inzake consumentengeschillen. Zij bevat zeven basisbeginselen: onafhankelijkheid, transparantie, hoor en wederhoor, doeltreffendheid, wettigheid, vrijheid en vertegenwoordiging. De lidstaten hebben een lijst moeten opmaken van de voor de buitengerechtelijke beslechting van consumentengeschillen verantwoordelijke organen die naar hun oordeel met de aanbeveling van de Commissie in overeenstemming zijn. Deze nationale lijsten zijn aan de Commissie meegedeeld en kunnen geraadpleegd worden op de internetpagina van het Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming
-
-
(DG SANCO).
De Commissie ligt ook aan de oorsprong van de oprichting van twee Europese netwerken van nationale instanties, waarvan het gemeenschappelijk doel erin bestaat de toegang van de consument tot buitengerechtelijke procedures voor de beslechting van grensoverschrijdende geschillen te vergemakkelijken ingeval de leverancier van goederen of de dienstverlener in een andere lidstaat gevestigd is dan die waar de consument woont. Deze twee netwerken hebben hetzelfde doel, maar werken niet op dezelfde manier:
Aanmoediging voor concrete initiatieven
Parallel met al dit regelgevend werk, geeft de Europese Unie financiële steun aan bepaalde initiatieven, vooral op het gebied van de on line beslechting van consumentengeschillen. Zo heeft de Commissie financieel bijgedragen tot de oprichting van het ECODIR-project
-
(Electronic COnsumer DIspute Resolution Platform), een elektronisch platform voor geschillenbeslechting.
« Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting - Algemene informatie | Gemeinscheftsrecht - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 30-07-2007

