Europeanen leren soms reeds op zeer jonge leeftijd een vreemde taal. In
België bijvoorbeeld, leren de kinderen in de Duitstalige Gemeenschap een tweede
taal van zodra ze 3 jaar oud zijn, zoals dat tevens het geval is in alle
autonome gemeenschappen van Spanje.
Gewoonlijk beginnen kinderen een tweede taal te leren vanaf 8 à 10 jaar; het
aantal uren besteed aan het leren van een andere taal blijft evenwel beperkt in
het basisonderwijs.
Tenslotte, en dat is waarschijnlijk geen verrassing, kiest zowat 90% van de
Europese kinderen Engels als eerste vreemde taal, gevolgd door Frans en
Duits.
|