De EU-instellingen
De landen die deel uitmaken van de EU (de "EU-landen") zijn onafhankelijke en soevereine naties die besloten hebben samen te werken om een aanzien en invloed in de wereld te verwerven die geen van hen alleen zou hebben gehad.
Zij hebben daarom een deel van hun bevoegdheden overgedragen aan instellingen die daarvoor in het leven zijn geroepen. De belangrijkste zijn:
- De Europese Raad, waarin de staatshoofden en regeringsleiders zetelen en die de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten van de Europese Unie bepaalt. Hij wordt voorgezeten door de Belg Herman Van Rompuy.
- Het Europees Parlement, dat de EU-burgers vertegenwoordigt en rechtstreeks door hen is verkozen.
- De Raad van de Europese Unie, waarin de ministers van de EU-landen zetelen.
- De Europese Commissie, die het algemeen belang van de Unie behartigt.
De drie laatste instellingen vormen de "institutionele driehoek". Zij bepalen beleid en wetgeving die in de hele Europese Unie gelden. In principe is het de Commissie die nieuwe wetgeving voorstelt en keuren het Parlement en de Raad ze goed. Daarna voeren de Commissie en de EU-landen ze uit, waarbij de Commissie erover waakt dat ze in het nationaal recht worden worden opgenomen.
Meer informatie over de Europese instellingen vindt u in de rubriek «EU-instellingen en -organen» van de Europa-portal en in onze publicatie.
|