![]() |
|
||
| Europese Commissie > Landbouw en plattelandsontwikkeling > Staatssteun | Contact | Zoeken op EUROPA |
![]() |
Staatssteun: InleidingDe regels inzake staatssteun in de landbouwsector moeten aan drie criteria voldoen. Allereerst moeten zij de algemene beginselen van het mededingingsbeleid eerbiedigen. Ten tweede moeten ze coherent zijn met het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap. Tot slot moeten ze verenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de Gemeenschap, met name de WTO-overeenkomst inzake de landbouw. Enerzijds heeft dit erin geresulteerd dat bepaalde wetgevingsinstrumenten alleen voor de landbouwsector gelden. Het begrip "landbouwsector" betekent in dit verband: de productie van en de handel in de producten van bijlage I bij het Verdrag. Anderzijds gelden sommige algemene wetgevingsinstrumenten van het gemeenschappelijke mededingingsbeleid niet voor staatssteun in de landbouwsector, zoals de regels inzake "de minimis"-steun. Via deze bladzijde heeft u toegang tot de teksten van de momenteel geldende instrumenten inzake staatssteun in de landbouwsector. Verder vindt u links naar andere relevante sites en naar beschikkingen van de Commissie inzake staatssteun. Staatssteun: AchtergrondDe handhaving van een stelsel van vrije en onvervalste mededinging is één van de grondbeginselen waarop de Europese Gemeenschap berust. Het Gemeenschapsbeleid inzake staatssteun is erop gericht, met inachtneming van de internationale verbintenissen van de Europese Unie, vrije mededinging, een doelmatige toewijzing van middelen en de eenheid van de gemeenschappelijke markt te waarborgen. De doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn omschreven in artikel 33 van het Verdrag. Bij de nadere uitwerking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en bij de vaststelling van de uitvoeringsbepalingen daarvan moet rekening worden gehouden met de specifieke aard van de landbouwactiviteiten als gevolg van de bijzondere structuur van de landbouw en van structurele en natuurlijke onderlinge verschillen tussen de landbouwgebieden, met de noodzaak de vereiste aanpassingen geleidelijk door te voeren en met het feit dat de landbouw nauw met de economie als geheel verbonden is. Het van kracht worden van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad heeft de aanzet gegeven tot herziening, bijwerking en consolidering van de door de Commissie toegepaste regels bij de beoordeling van voorstellen van de lidstaten om staatssteun in de landbouwsector toe te kennen en bij de toepassing van de in artikel 87, leden 2 en 3, van het EG-Verdrag bepaalde uitzonderingen. Na multilateraal overleg met de lidstaten heeft de Commissie in 2006 nieuwe algemene communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector goedgekeurd, die met ingang van 1 januari 2007 van kracht geworden zijn. In deze richtsnoeren, die een nieuw en duidelijk raamwerk vormen voor de verschillende soorten toegestane steunmaatregelen van de staten, wordt in het bijzonder rekening gehouden met de nieuwe ontwikkelingen in het landbouwbeleid en vooral met de noodzakelijkheid om, enerzijds, een kwaliteitsverbetering van de landbouwproducten te bevorderen en, anderzijds, het milieu te beschermen en het landelijke erfgoed in stand te houden. Als uitgangspunt voor de nieuwe richtsnoeren geldt dat alle staatssteun in de landbouwsector verenigbaar moet zijn met het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap, alsook met haar internationale verplichtingen, en meer in het bijzonder de WTO-overeenkomst inzake de landbouw. Staatssteun die de gemeenschappelijke marktordeningen doorkruist, is derhalve verboden, aangezien de lidstaten bij de goedkeuring van de GMO-verordeningen de mogelijkheid hebben opgegeven om eenzijdig steunmaatregelen vast te stellen die ingrijpen in de communautaire prijsondersteuning. Voorts moet staatssteun overeenkomstig de door het Hof van Justitie vastgelegde beginselen daadwerkelijk bijdragen tot de ontwikkeling van bepaalde economische activiteiten of van bepaalde regio's. Staatssteun die uitsluitend gericht is op verbetering van de financiële positie van de ontvanger zonder dat deze enige tegenprestatie hoeft te leveren, kan niet als verenigbaar met het EG-Verdrag worden beschouwd. In het raam van deze algemene beginselen worden in de richtsnoeren de belangrijkste soorten staatssteun die voor de Commissie aanvaardbaar zijn en de voorwaarden voor de toekenning van deze steun beschreven. Hieronder volgt een overzicht:
Naast deze steuncategorieën waarop de richtsnoeren specifiek betrekking hebben kan in overeenstemming met andere communautaire regelingen ook steun worden verleend voor onderzoek en ontwikkeling, voor de redding en herstructurering van in moeilijkheden verkerende landbouwbedrijven en ter bevordering van de werkgelegenheid. In de praktijk is bij de Commissie het Directoraat-generaal Landbouw bevoegd om de afzonderlijke staatssteunregelingen in de landbouw te onderzoeken. Onder staatssteun in de landbouwsector dient te worden verstaan: alle staatssteun, met inbegrip van uit parafiscale heffingen gefinancierde steunmaatregelen, die wordt verleend voor activiteiten op het gebied van de productie, verwerking en afzet van landbouwproducten. Onder "landbouwproducten" wordt verstaan: de in bijlage I bij het Verdrag opgenomen producten, de producten van de GN-codes 4502, 4503 en 4504 (kurkproducten) en de producten die bedoeld zijn om melk en zuivelproducten te imiteren of te vervangen, met uitzondering van de producten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 104/2000 van de Raad van 12 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur. |
Beschikkingen van de Commissie Vrijstellingsverordening (EG) nr. 1857/2006 Nieuwe lidstaten: bestaande steunmaatregelen
Zie ook: Voor nadere inlichtingen kunt u contact met ons opnemen. E-mail: |
| Landbouw en plattelandsontwikkeling I Bovenkant pagina |