Leader+ Monitoring Indicators Database (MIDB)

(De database is nu beschikbaar in het: en )

Welkom bij de Leader+ Monitoring Indicators Database. Deze tool werd ontwikkeld door het Leader+ Observatory Contact Point aan de hand van gegevens die de nationale/regionale Managing Authorities aan het Directoraat-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling (hierna DG AGRI genoemd) bezorgden. De indicatoren komen uit de Europese CAP-IDIM database en werden door het DG AGRI aan het Contact Point overgemaakt.

De MIDB is opgebouwd uit drie verschillende niveaus: programma, nationaal en Europees. Elk niveau wordt weergegeven in een afzonderlijke tab. Onder de tab “Methodology” is nog nuttige informatie te vinden en te downloaden.

Op dit moment zijn alle indicatoren van 2003 en 2004 ingebracht voor alle 73 Leader+ programma’s. De indicatoren van 2005 zijn slechts beperkt beschikbaar.

Gelieve te noteren dat de responstijd van sommige samenvattende verslagen met geaggregeerde gegevens op Europees niveau wat trager kan zijn. Dat is te wijten aan het hoge aantal indicatoren die in de berekeningen gebruikt worden.

1) Programmaniveau: Deze verslagen geven de toezichtindicatoren van 2003, 2004 & 2005 (indien mogelijk) aan de hand van de gemeenschappelijke tabelstructuur zoals bepaald in deel II van het werkdocument van de Commissie, “Common Indicators for monitoring Leader+ programming 2000-2006”, dat de lidstaten moeten indienen met het jaarlijkse voortgangsrapport. Deze tabellen kunnen in MS Excel-formaat gedownload worden.

2) Nationale en Europese niveaus: Deze verslagen omvatten samenvattingen van geaggregeerde gegevens volgens lidstaat en een selectie uit de geconsolideerde informatie op Europees niveau. Elke tabel kan in MS Excel-formaat gedownload worden. Er zijn drie belangrijke groepen indicatoren:

a) Overzicht LAG’s: Deze verslagen geven enkele kenmerken van de LAG’s in verband met het profiel van het programmagebied waar ze gevestigd zijn.

b) Financieel toezicht op actieniveau: Deze verslagen geven een overzicht van de gemaakte kosten in vergelijking met wat aanvankelijk geprogrammeerd was. De informatie is beschikbaar voor elke afzonderlijke en voor alle geconsolideerde acties, en in alle gevallen met een jaarlijkse vergelijking voor 2003, 2004, en voor 2005 indien mogelijk.

c) Projectimplementatie: Deze verslagen geven geaggregeerde informatie over het aantal projecten of uiteindelijke begunstigden van betalingen, waaronder fysische indicatoren, voor acties 1 en 2. Deze indicatoren kunnen getoond worden volgens programma of volgens interventiegebied, en in beide gevallen met een jaarlijkse vergelijking voor 2003, 2004, en voor 2005 indien mogelijk. Op Europees niveau worden enkel de vijf belangrijkste interventiegebieden op het vlak van gemaakte kosten en opgestarte projecten gegeven.

Het Contact Point voerde tijdens de tweede helft van 2006 met toestemming van het Leader+ Observatory (DG AGRI/F3) en in nauwe samenwerking met de Country Desk Officers bij DG AGRI een onderzoek uit naar de indicatoren van de 73 Leader+-programma’s die door de lidstaten al werden ingediend voor de werkjaren 2003 en 2004.

Tijdens dit onderzoek kwamen enkele terugkerende onregelmatigheden aan het licht. Waar nieuwe gegevens voorhanden waren of andere correcties mogelijk waren, werden deze onregelmatigheden opgelost. In veel gevallen zorgden de betrokken nationale/regionale autoriteiten voor bijkomende informatie om de correcties uit te voeren die dan door het DG AGRI gevalideerd werden. In andere gevallen werden de indicatoren behouden zoals oorspronkelijk ingebracht door de lidstaten.

Bijgevolg kon de graad van betrouwbaarheid van de gegevens niet als consistent beschouwd worden voor de 73 programmaindicatoren en/of de verschillende werkjaren. Daarom werd voor elk programma (nationaal of regionaal) en werkjaar de graad van betrouwbaarheid als volgt bepaald:

HIGH: Er werden geen onregelmatigheden gevonden of, indien wel, konden correcties doorgevoerd worden op basis van bijkomende informatie verstrekt door de lidstaten. De gegevens werden dan gevalideerd door het DG AGRI.
MEDIUM: Er werden onregelmatigheden gevonden en correcties konden worden doorgevoerd, zelfs zonder bijkomende informatie.
LOW: Er werden onregelmatigheden gevonden maar correcties konden niet worden doorgevoerd zonder nieuwe gegevens. Er was geen bijkomende informatie beschikbaar.

Op programmaniveau wordt via de statusbalk informatie gegeven over de betrouwbaarheid van de gegevens. Op nationaal en Europees niveau worden de gegevens van programma’s waarvan de berekeningen als weinig betrouwbaar worden beschouwd, in een oranje kleur aangeduid. Deze aanwijzingen dienen enkel ter informatie en maken niet deel uit van een officiële verklaring.