Introductie

Met Leader I is een nieuwe aanpak voor het plattelandsontwikkelingsbeleid ingeluid, die op een gebiedsgebonden, geïntegreerde en participatieve benadering gebaseerd is. Met Leader II is de aanpak van Leader I veralgemeend waarbij het accent op het innoverende aspect van de projecten kwam te liggen. Leader+ blijft de rol van laboratorium vervullen en wil de invoering en het testen aanmoedigen van nieuwe benaderingswijzen voor een geïntegreerde en duurzame ontwikkeling die het plattelandsontwikkelingsbeleid in de Gemeenschap kunnen beïnvloeden, aanvullen en/of versterken.

Leader+ omvat, naast technische bijstand, drie onderdelen:

 Miljoen EURAandeel (%)
Onderdeel 1: Steun voor gebiedsgebonden geïntegreerde en experimentele strategieën voor plattelandsontwikkeling, op basis van een "bottom-up"-benadering 4.377,6 86,75
Onderdeel 2: Steun voor samenwerkingsverbanden tussen gebieden 504,8 10,00
Onderdeel 3: Netwerken 68,7 1,36
Technische bijstand 95,4 1,89

Onderdeel 1 wordt uitgevoerd door plaatselijke groepen die worden geselecteerd volgens een openbare procedure op basis van de in de programma's vastgestelde criteria. Tot deze criteria behoren het plattelandskarakter van de gebieden, de homogeniteit ervan in natuurlijk, economisch en sociaal opzicht, en geïntegreerde en innovatieve ontwikkelingsplannen. Ten minste 50% van het plaatselijke partnerschap moet bestaan uit economische en sociale actoren, en de relevantie en doeltreffendheid van deze partnerschappen worden eveneens in aanmerking genomen.

Onderdeel 2: Steun voor samenwerking tussen plattelandsgebieden
Onderdeel 2 betreft de plattelandsgebieden die in het kader van Onderdeel 1 zijn geselecteerd. Een coördinerende PG (plaatselijke groep) is verantwoordelijk voor de uitvoering ervan. Onderdeel 2 zorgt uitdrukkelijk voor stimulansen en steun voor de samenwerking tussen plattelandsgebieden en voorziet samenwerking tussen regio’s binnen een lidstaat (interterritoriale samenwerking) en tussen ten minste twee lidstaten (transnationale samenwerking). Ook samenwerking met gebieden buiten de Europese Unie behoort tot de mogelijkheden.

Onderdeel 3: Netwerkvorming
In elke lidstaat is er een nationale netwerkeenheid die op nationaal niveau instaat voor de lokalisatie, analyse en verspreiding van goede praktijken; de uitwisseling van ervaringen en knowhow en de technische bijstand voor de samenwerkingsverbanden (zie hoger). De plaatselijke Leader+-groepen zijn verplicht actief deel te nemen aan de netwerkvorming.

Prioritaire thema's die door de Commissie zijn vastgelegd:

Mededeling van de Commissie; Mededeling van de commissie aan de lidstaten van 14 april 2000 tot vaststelling van de richtsnoeren voor het communautaire initiatief voor plattelandsontwikkeling (Leader+) 2000/C 139/05

[PDF da de el en es fr it nl pt fi sv]