Wetgeving

In dit hoofdstuk kun je informatie vinden over:

Nieuwe wetgeving – kort overzicht

Op 1 januari 2009 werden nieuwe EU-regels van kracht betreffende de productie, controle en etikettering van biologische producten. Enkele nieuwe bepalingen inzake etikettering worden echter pas van kracht op 1 juli 2010.

In juni 2007 stemde de Europese Raad van landbouwministers in met een nieuwe Verordening van de Raad inzake biologische productie en etikettering van biologische producten. Deze nieuwe Verordening van de Raad bevat duidelijk omschreven doelstellingen, principes en algemene regels voor biologische productie.

De doelstelling van dit nieuwe wettelijke raamwerk is een nieuwe richting te geven aan de voortdurende ontwikkeling van biologische landbouw. Duurzame landbouwsystemen en een verscheidenheid aan kwalitatief hoogwaardige producten zijn het doel. Tijdens dit proces moet in de toekomst nóg grotere nadruk worden gelegd op milieubescherming, biodiversiteit en hoge normen voor dierenbescherming.

Bij biologische productie moeten natuurlijke systemen en cycli gerespecteerd worden. Duurzame productie zou zoveel mogelijk bewerkstelligd moeten worden met behulp van biologische en mechanische productieprocessen, door landgebonden productie en zonder het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (GGO).

Bij biologische landbouw worden gesloten kringlopen, waarbij gebruik wordt gemaakt van interne hulpbronnen, verkozen boven open kringlopen die worden voorzien van externe hulpbronnen. Idealiter zouden externe hulpbronnen beperkt moeten blijven tot biologische hulpbronnen van andere biologische boerderijen, natuurlijke of natuurlijk verkregen materialen en slecht oplosbare minerale meststoffen. In uitzonderlijke gevallen kunnen chemische synthetische hulpbronnen echter worden toegestaan als geschikte alternatieven ontbreken. Deze worden pas toegelaten en opgenomen in de positieve lijsten in de bijlage bij de Verordening van de Commissie na een grondig onderzoek door de Commissie en de lidstaten.

Daar de Europese Unie zich uitstrekt van het hoge Noorden tot Zuid- en Oost-Europa kunnen lokale klimatologische, culturele of structurele verschillen worden gecompenseerd door voorziene flexibiliteitsregels.

Voedsel mag slechts als “biologisch” aangemerkt worden als minstens 95% van de agrarische ingrediënten biologisch is. Biologische ingrediënten in niet-biologisch voedsel kunnen opgenomen worden als biologisch in de lijst van ingrediënten, maar dan moet dit voedsel wel zijn geproduceerd in overeenstemming met de biologische wetgeving. Om te zorgen voor meer transparantie moet het codenummer van de toezichthoudende instantie worden aangegeven.

Het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (GGO) en van met GGO’s vervaardigde producten is nog altijd verboden in biologische productie. Producten die GGO’s bevatten, mogen het etiket “biologisch” niet dragen, tenzij de ingrediënten die GGO’s bevatten onbedoeld in de producten terecht zijn gekomen en het GGO-percentage van het ingrediënt minder dan 0,9% is.

Volgens de nieuwe wetgeving moeten producenten van verpakt biologisch voedsel het EU biologisch-logo gebruiken vanaf 1 juli 2010. Het gebruik van het logo op biologisch voedsel uit derde landen is echter optioneel. Als het EU biologisch-logo wordt gebruikt moet vanaf 1 juli 2010 de plaats worden vermeld waar de landbouwingrediënten zijn geproduceerd.

De distributie van biologische producten uit derde landen is alleen op de gemeenschappelijke markt toegestaan als ze zijn geproduceerd en gecontroleerd onder dezelfde of gelijkwaardige omstandigheden. Het importbeleid is uitgebreid met de nieuwe wetgeving. Voorheen konden slechts biologische goederen worden geïmporteerd die afkomstig waren uit door de EU erkende derde landen of goederen waarvan de productie werd gecontroleerd door de lidstaten en waarvoor een importvergunning was verstrekt.

De procedure voor importvergunningen zal in de toekomst worden vervangen door een nieuw importbeleid. Toezichthoudende instanties die in derde landen werken, zullen dan direct worden gevolmachtigd en gecontroleerd door de Europese Commissie en de lidstaten.

Deze nieuwe procedure stelt de EU-commissie in staat beter toezicht te houden op de import van biologische producten en de controle van de biologische garanties. Daarnaast werd in de nieuwe wetgeving een basis gelegd voor de acceptatie van EU-regels voor biologische aquacultuur en zeewier.

Specifieke kenmerken van de biologische wetgeving van de EU

Naast een nieuwe Verordening van de Raad werden in 2008 twee nieuwe Verordeningen van de Commissie aangenomen, waarbij de biologische productie en de import en distributie van biologische producten gereguleerd werden, evenals hun etikettering.

Verordening van de Raad

Verordening (EG) van de Raad Nr. 834/2007 van juni 2007 inzake biologische productie en etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) Nr. 2092/91

Deze verordening stelt het juridische raamwerk voor alle niveaus van productie, distributie, toezicht en etikettering van biologische producten die in de EU kunnen worden aangeboden en verhandeld. Het bepaalt de voortdurende ontwikkeling van biologische productie door het verschaffen van duidelijk omschreven doelstellingen en principes. Algemene productie-, toezichts- en etiketteringsrichtlijnen zijn ingesteld door de Verordening van de Raad en kunnen daarom slechts worden veranderd door de Europese Raad van landbouwministers. De vorige Verordening (EEG) Nr. 2092/91 wordt gelijktijdig ingetrokken.

De nieuwe etiketteringsverordeningen in verband met het verplichte gebruik van het EU biologisch-logo zijn uitgesteld tot 1 juli 2010 via een herziening van de Verordening van de Raad.

Toepassingsbereik

De Verordening van de Raad is van toepassing op de volgende agrarische producten, inclusief aquacultuur en gist:

  • Levende of onverwerkte producten
  • Verwerkte voedselproducten
  • Diervoeder
  • Zaden en teeltmateriaal

Het verzamelen van wilde planten en zeewier behoort ook tot het toepassingsgebied van deze Verordening

Niet binnen het toepassingsgebied vallen:

  • Producten afkomstig van het jagen en vissen op wilde dieren.

Verordeningen van de Commissie

De volgende Verordeningen van de Commissie zijn tot dusverre aangenomen:

In Verordening (EG) van de Commissie Nr. 889/2008 worden alle niveaus van plantaardige en dierlijke productie geregeld: van het bedrijven van landbouw en het houden van dieren tot de verwerking en distributie van biologisch voedsel en het toezicht daarop. De voorschriften zijn technisch zeer gedetailleerd en zijn grotendeels een uitbreiding van de oorspronkelijke biologische Verordening, behalve waar dit anders was geregeld in de Verordening van de Raad.

Er zijn meerdere bijlagen bij de Verordening van de Commissie gevoegd. Hierin treft men het volgende:

  • Producten die zijn toegestaan in biologische landbouw, zoals kunstmest, bodemverbeteraars en pesticiden
  • Minimumeisen aan de omvang van onderkomens en bewegingsruimte, inclusief weiden, voor biologisch vee, afhankelijk van de diersoort en ontwikkelingsfase.
  • Niet-biologische diervoeders, voedseladditieven en hulpstoffen voor de productie van mengvoeders en voormengsels die zijn toegestaan in biologische landbouw.
  • Niet-biologische ingrediënten, additieven en hulpstoffen die zijn toegestaan in biologische voedselproductie (inclusief gistproductie).
  • Eisen aan het logo van de Gemeenschap.

Deze bijlagen en andere delen van deze Verordening van de Commissie kunnen worden aangevuld door de Commissie, zodat ze actueel blijven met betrekking tot voortdurende ontwikkelingen in technologie, wetenschap en de biologische markt.

Teneinde de uitvoering van de nieuwe regels mogelijk te maken en om enkele aflopende ontheffingen uit de vorige biologische Verordening te kunnen opnemen, zijn overgangsmaatregelen neergelegd.

Naast EU-wetgeving inzake biologische landbouw en biologische productie moeten biologisch werkende boeren en verwerkende bedrijven zich ook houden aan algemeen toepasselijke regels voor agrarische productie en de verwerking van agrarische producten. Dat betekent dat alle algemeen toepasselijke regels voor de regulering van de productie, verwerking, verkoop en etikettering van en toezicht op agrarische producten ook van toepassing zijn op biologisch voedsel.

Nieuwe importverordeningen

De gebruikelijke wederzijdse erkenning van derde landen door de Commissie in samenwerking met de lidstaten zal worden gehandhaafd. Hiermee voert de Commissie, gesteund door de lidstaten, toezicht uit op de productie en controle van biologische producten, die in overeenstemming moeten zijn met de doelstellingen en principes van de biologische wetgeving, maar die niet exact hetzelfde hoeven te zijn. Een lijst van erkende derde landen is te vinden in Bijlage III van de Importverordening.

De nieuwe importverordeningen garanderen dat biologische producten kunnen worden geïmporteerd uit derde landen die nog geen wederzijdse erkenning hebben verkregen.

Producten die worden geproduceerd en gecontroleerd op precies dezelfde wijze als in de EU zouden in de toekomst ook vrije toegang tot de gemeenschappelijke markt moeten krijgen. Toezichthoudende instanties die van plan zijn zulke controles te gaan uitvoeren, moeten zich wenden tot de EU Commissie en voor dit doel gevolmachtigd worden door de Commissie en de lidstaten. Hun toezicht valt onder de directe verantwoordelijkheid van de Commissie in samenwerking met de lidstaten.

Daar de productieomstandigheden in derde landen echter doorgaans erg verschillen van die in Europa is het vaak niet mogelijk precies dezelfde regels toe te passen voor productie of controle. Daarom moet het ook mogelijk zijn vergelijkbare regels toe te staan die in principe in overeenstemming zijn met de doelstellingen en principes van de biologische wetgeving.

Voorheen moesten de lidstaten dit voor ieder individueel product onderzoeken in een importvergunningsprocedure. Dit gecompliceerde systeem wordt nu vervangen door een eenvoudiger systeem. In de toekomst kunnen voor dit doel goedgekeurde toezichthoudende instanties deze inspectie ter plaatse uitvoeren. Deze toezichthoudende instanties moeten voor dit doel ook direct door de EU Commissie en de lidstaten goedgekeurd worden en onder hun directe supervisie vallen. Er zijn Richtlijnen gepubliceerd waarin wordt uitgelegd hoe toezichthoudende instanties goedkeuring kunnen aanvragen, hoe toezicht op hen zou moeten worden uitgeoefend en welke andere maatregelen noodzakelijk zijn met betrekking tot de import van biologische producten en hun controle.

In de toekomst zullen de nieuwe importverordeningen biologische importen in de EU over het algemeen gemakkelijker maken, terwijl ze tegelijkertijd beter toezicht bevorderen en zodoende bedrog en fraude tegengaan.

Historisch overzicht

In 1991 nam de Europese Raad van landbouwministers Verordening (EEG) Nr. 2092/91 inzake biologische landbouw en de overeenkomstige etikettering van agrarische producten en voedsel aan. De invoering van deze Verordening maakte deel uit van de hervorming van het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de EU en symboliseerde de afsluiting van een proces waarin biologische landbouw de officiële erkenning verwierf van de vijftien staten die destijds EU-lid waren.

In eerste instantie reguleerde de biologische Verordening slechts plantaardige producten. Aanvullende voorzieningen voor de productie van dierlijke producten werden later ingevoerd. In deze regels waren diervoeders, voorkomen van ziekte, veterinaire verzorging, dierenbescherming, veeteelt in het algemeen en het gebruik van veemest opgenomen.

Het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen en producten die hiervan gemaakt zijn, was uitdrukkelijk uitgesloten van biologische productie. Tegelijkertijd werd de import goedgekeurd van biologische producten uit derde landen waarvan de productiecriteria en controlesystemen als gelijkwaardig aan die van de EU kunnen worden beschouwd.

Het resultaat van dit voortdurende proces van aanvullingen en herzieningen is dat de bepalingen in Verordening (EEG) Nr. 2092/91 zeer complex en uitgebreid zijn geworden.

Het gewicht dat aan de oorspronkelijke biologische Verordening van de EU werd toegekend, lag in het feit dat het bepaalde minimumnormen stelde voor de gehele EU. In dit proces groeide het vertrouwen van de consumenten, die nu biologische producten uit andere lidstaten konden kopen, met de zekerheid dat deze producten aan dezelfde minimumeisen voldeden. Het was nu aan de lidstaten en particuliere organisaties om hun eigen aanvullende, strengere normen te bepalen.

Biologische-zadendatabases

Een fundamenteel principe in de biologische landbouw is het gebruik van zaden die biologisch zijn geproduceerd in agrarische processen. De lidstaten houden een online database bij om de verwerving van zulke zaden te vergemakkelijken. Leveranciers kunnen biologisch geproduceerde zaden en pootaardappelen die te koop zijn, inbrengen voor deze lijst.

Zie voor meer informatie de database(s).

Werkcycli in de EU

Besluiten zoals degene die betrekking hebben op nieuwe Verordeningen inzake biologische landbouw worden genomen met medewerking van verschillende Europese instellingen.

Nieuwe EU-wetgeving, zoals de Verordening (EG) van de Raad Nr. 834/2007, werd aanbevolen door de Commissie (via het directoraat-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling), vastgesteld door de Europese Raad van landbouwministers en uiteindelijk goedgekeurd na behandeling in het Parlement. Pas daarna was het wettelijk van kracht. Meer informatie over deze procedure is online te vinden.

De Verordening (EG) van de Commissie Nr. 889/2008 werd voorgesteld door de Commissie en moest worden gesteund door de lidstaten in het regelgevend comité, het Permanent Comité voor de biologische landbouw. Tijdens dit proces moesten de vertegenwoordigers van de lidstaten in het Permanent Comité met een gekwalificeerde meerderheid instemmen met de aanbeveling.

Permanent Comité voor de biologische landbouw

Het Permanent Comité voor de biologische landbouw bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten. Een vertegenwoordiger van de Commissie bekleedt het voorzitterschap.

Het Comité werd in het leven geroepen om verzekerd te zijn van een nauwe samenwerking met de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de biologische sector en om uniforme toepassing te garanderen van de biologische wetgeving van de EU.

De notulen van de meest recente vergaderingen van het Comité zijn online te vinden.

Andere instanties

De Europese Commissie werkt ook met twee aanvullende instanties die haar besluitvorming ondersteunen in biologische-landbouwkwesties.

  • Het raadgevend comité “Biologische landbouw”
  • De deskundigengroep voor de bevordering van biologische landbouw

Het raadgevend comité brengt vertegenwoordigers samen van de verschillende technische en economische belangengroepen, zoals IFOAM, BEUC, COPA/COCEGA, COFALEC en andere. Dit vergemakkelijkt een uitwisseling van ervaringen met en opinies over verschillende aan biologische productie gerelateerde onderwerpen, om zodoende de voortdurende ontwikkeling van biologische wetgeving te bevorderen.

De deskundigengroep voor de bevordering van biologische landbouw adviseert op haar beurt weer de Commissie in kwesties betreffende informatie- en promotiecampagnes voor biologische landbouw, die worden uitgevoerd als onderdeel van het Europese actieplan voor biologisch voedsel en biologische landbouw.

De Commissie kan het raadgevend comité en de deskundigengroep in alle gevallen raadplegen; de voorzitters van de Commissie kunnen tegelijkertijd hun voorstellen indienen en het verzoek neerleggen dat het raadgevend comité en de deskundigengroep worden geraadpleegd in kwesties binnen hun expertisegebied.

Besluiten in het raadgevend comité en de deskundigengroep zijn niet bindend voor de Commissie, maar ze worden zeer serieus genomen en de leden worden op de hoogte gehouden van alle activiteiten die worden ondernomen in verband met deze besluiten.

Andere belangrijke bijdragen van deze twee instanties zijn:

  • De totstandkoming van nauwe samenwerking tussen internationale organisaties, de organisaties van de lidstaten en de Commissie.
  • Waarneming van ontwikkelingen in de politieke sfeer
  • Ondersteuning van de uitwisseling van informatie, ervaring en bewezen methodes.

Informatiesysteem biologische landbouw (OFIS)

De lidstaten en de Europese Commissie gebruiken het informatiesysteem als belangrijkste instrument voor het uitwisselen van agrarische gegevens inzake biologische producten en voor de verstrekking van actuele informatie aan het publiek.

De OFIS-database bevat:

  • Goedkeuringen van de lidstaten voor de verkoop van producten die uit derde landen zijn geïmporteerd.
  • Toestemmingen voor het tijdelijk gebruik van ingrediënten van conventionele agrarische oorsprong die in onvoldoende hoeveelheden op biologische wijze kunnen worden geproduceerd.
  • De lijst van toezichthoudende instanties of toezichthoudende autoriteiten

De openbare website van het OFIS kan men hier vinden.

Logo

Alle producten die het EU biologisch-logo dragen, zijn geproduceerd volgens de Verordening van de EU inzake biologische landbouw. Zij bevorderen daardoor het vertrouwen van consumenten aangaande de herkomst en kwaliteit van hun voedsel en dranken.

Het is momenteel optioneel voor biologische producenten hun producten te voorzien van het EU biologisch-logo. Per 1 juli 2010 is het gebruik van het logo echter verplicht. Voordeel van het EU biologisch-logo is het feit dat consumenten in alle lidstaten gemakkelijker biologische producten kunnen herkennen, ongeacht hun herkomst.

Het logo kan worden gedownload in alle beeldformaten.